Comfortabel leven tussen het afval

In club WORM in Rotterdam zijn de meubels en de wc's gemaakt van oude materiaal. Beeld Arie Kievit

De architecten van Superuse Studios ontwerpen niet alleen gebouw­en. Ze bemoeien zich liever met de hele bouwketen. Die moet zo min mogelijk afval produceren. De Superuse-methode krijgt vooral ruimte in China.

In club Worm, aan de Witte de Withstraat in Rotterdam, klimt Jan Jongert op een van de op een rij staande tafels. Zijn bureau Superuse Studios ontwierp ze van gebruikt kabelhaspelhout en archiefkasten op wieltjes, achtergelaten door de redactie van NRC Handelsblad die hier ooit zat. Jongerts tafel begint duizelingwekkend snel te rollen als hij gaat verzitten. “Zodat mensen niet te veel drinken”, grapt hij.

De architecten gebruikten de archiefkasten eigenlijk gewoon omdat ze hier al stonden. Het interieur van Worm bestaat voor 90 procent uit ‘restmateriaal’, Jongerts woord voor afval. Dat halen hij en zijn collega’s het liefst uit de zo dichtbij mogelijke omgeving. Ook de twee voorgaande locaties van Worm ontwierp Superuse, op minder populaire plekken dan deze uitgaansstraat. Jongert: “Worm begon net als wij in de periferie van de periferie.”

Hij heeft het over Césare Peeren en zichzelf, buurmannen en vrienden van de studie Bouwkunde in Delft. Zij waren ook niet bepaald mainstream bezig toen ze eind vorige eeuw hun eigen woonhuizen van de slooplijst haalden. De woningbouwcoöperatie zag in 1997 geen toekomst meer in hun woningblok, dus stelden de twee voor om het beheer de komende vijftien jaar op zich te nemen. Ruim 20 jaar later wonen ze er nog altijd, inmiddels eigenaar van hun eigen woning. Net als dertig andere buren.

In de tussentijd experimenteerden ze verder met hun ‘SuperUse-methode’. Dat is volgens Jongert: “Restmateriaal terugbrengen in de bouw, zonder dat eerst te verbranden of te vermalen tot grondstof”. Ze bouwden bijvoorbeeld speeltuinen van afgedankte windmolenwieken en een luxe villa van sloopmateriaal.

Oogstkaart

De inmiddels vier partners en twaalf medewerkers van Superuse hielpen het failliete zwemparadijs Tropicana om te vormen tot circulair bedrijfsverzamelgebouw Blue City en ze lanceerden de website Oogstkaart.nl, een soort marktplaats voor bouwmateriaal. Daarmee kunnen ook andere architecten uit de buurt te ‘oogsten’. Zo wil Superuse alvast in praktijk brengen waar het steeds vaker genoemde materialenpaspoort op voorsorteert. Jongert: “Het is goed dat er wordt nagedacht over demontabel bouwen en dat materialenpaspoorten inventariseren welk materiaal er straks kan worden hergebruikt. Maar dat zijn beloftes voor de toekomst, waar anderen straks iets mee moeten. Er is ook een grote slag te maken met wat er nú al aan afvalstromen wordt geproduceerd.”

Jan Jongert: “Verpakkingen kun je ook maken van wat je overhoudt als je paddestoelen kweekt, een massa van grond en wortels. Daarna kun je hetzelfde materiaal weer gebruiken voor isolatie, want daar blijkt het heel geschikt voor.” Beeld arie kievit

Oogstkaart.nl wordt niet grootschalig gebruikt, maar levert Superuse wel bijna dagelijks telefoontjes op voor advies of ondersteunende klussen. De architecten hielpen al mee in materiaalhandel, IT -ontwikkeling, aannemersklussen, slooponderzoek en aanbestedingen. Daarmee gaan ze in tegen de specialisatietrend, die volgens Jongert veel verantwoordelijkheid wegneemt uit de bouw. “Toen wij studeerden tekende een architect alleen nog een geveltje. Hij had weinig meer te zeggen over het hele gebouw. Laat staan over hoe materialen geproduceerd worden of welk afval erbij vrijkomt. Wij nemen juist liever verantwoordelijkheid voor zoveel mogelijk van de bouwketen.”

De architecten van Superuse Studios bemoeien zich tegenwoordig ook met ketens buiten de bouw. Daarvoor krijgen ze vooral ruimte in China. Het land verplicht volgens Jongert duizenden bedrijven op bedrijventerreinen in de provincie Guangdong, waar de meeste Made in China-producten vandaan komen, om hun grondstoffen en reststromen met elkaar te verbinden. Superuse Studios ontwikkelde daarvoor de app Pulsup waarvoor de Chinese overheid licenties kocht voor 100.000 euro. Jongert: “ Dit soort innovatiebudgettten heeft Nederland niet snel beschikbaar, want de overheid vindt dat de markt dit moet doen.”

De eerste Chinese bedrijventerreinen brengen nu hun reststromen in kaart met Pulsup. Dat is vooral handig voor industrieterreinen, zegt Jongert. “Van al het materiaal dat nodig is om een product te maken is vaak 90 procent afval. En dan zijn er nog reststromen zoals stoom, koelwater of voedselresten uit de kantine die in gas kunnen worden omgezet.” Gegevens delen is volgens Jongert een van de bottlenecks voor de overgang naar een circulaire economie. “Pulsup is daarvoor de eerste stap. Maar het is nog maar de vraag of wij die data straks mogen inzien van de Chinese overheid”, tempert hij alvast zijn eigen verwachtingen.

Blauwe economie

Superuse puzzelt ondertussen aan een nieuw systeem voor de 50 miljard plastic verpakkingen die China verwacht in omloop te hebben in 2020. “Verpakkingen kun je ook maken van wat je overhoudt als je paddestoelen kweekt, een massa van grond en wortels”, begint Jongert. “Daarna kun je hetzelfde materiaal weer gebruiken voor isolatie, want daar blijkt het heel geschikt voor”, gaat hij door. “Of het kan uiteindelijk gebruikt worden voor bemesting van de tuin.” Hij zou het een ideaal voorbeeld vinden van wat hij noemt de ‘blauwe’ economie: niet één bedrijf dat zijn eigen afval terugneemt, wat in Europa vooral onder circulair wordt verstaan, maar een ‘ecosysteem’ van verschillende bedrijven.

Hoewel vooral China voor de blauwe economie openstaat, is Superuse ook partners met ontwerpers in Italië, Oostenrijk, Spanje en Amerika. Dat de oogstkaart-websites ook daar nog niet op grote schaal worden gebruikt, vindt Jongert niet verrassend. Bouwen met afval is tenslotte duur. “Het kost veel mankracht om sloopmateriaal op te halen, op maat te zagen en te bewerken. En juist over arbeid betaal je belasting.”

De tafeltjes van club Worm Beeld arie kievit

Zijn grootste wens voor het op gang brengen van de circulaire economie is een verschuiving van een belasting op arbeid naar een belasting op grondstoffen en energie. “De organisatie Ex’tax doet al tien jaar onderzoek naar de voordelen daarvan voor de economie.”

De Superuse-architecten vinden het cultureel en esthetisch ‘spannend’ om met restmateriaal te bouwen. Jongert: “Creativiteit wordt vaak gezien als iets dat helemaal uit jezelf ontspruit, zonder beperkingen. Wij gebruiken juist onze creativiteit om met zoveel mogelijk beperkingen van alles dat er al is een slimme combinatie te maken.”

De laatste vijf jaar is dat minder zeldzaam geworden. Superuse kan nu kiezen uit aannemers die met restmateriaal willen bouwen. “Vorig jaar wonnen we de architectuurprijs ARC 17 en werden twee van onze projecten opgenomen in het jaarboek architectuur”, zegt Jongert. “Dit soort omgevingen zijn hipper geworden. Kijk maar naar Worm.”

Lees ook:

Recyclen begint in het klaslokaal

Liedewij de Graaf laat vmbo'ers kennismaken met de circulaire economie. "Juist vmbo’ers kunnen een verschil maken. Zo kan een kapper voor verf zonder chemische troep kiezen."

Weg met de verspillingseconomie, vindt ondernemer Bas Luiting

Van fabrikant van kabelgoten tot circulair ondernemer. Bas Luiting schrijft in een laagdrempelig boek over zijn leven in het teken van de kringloopeconomie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden