'CO2-emissiemarkt trekt georganiseerde misdaad aan'

Beeld REUTERS

De internationale politieorganisatie Interpol heeft gewaarschuwd dat de CO2-emissiemarkt een gemakkelijk doelwit is voor de georganiseerde misdaad. Eerder dit jaar stalen hackers voor 38 miljoen dollar (26 miljoen euro) aan Europese emissierechten. Dat was al de vierde keer dat rechten werden gestolen of zoek raakten.

Al eerder zeiden deskundigen dat de twintig jaar geleden geïntroduceerde emissiemartk om de uitstoot van CO2 door de industrie te verminderen, niet werkt. "Emissiemarkten zijn gevoelig voor fraude, onjuiste voorstelling van zaken en misleidende promotie", zei Steve Suppan, beleidsanalist bij het Amerikaanse Instituut voor Landbouw en Handelsbeleid (IATP), in een interview tijdens de klimaatonderhandelingssessies van de Verenigde Naties in Bonn. De onderhandelingen ter voorbereiding op de klimaatconferentie in december in Zuid-Afrika, waren van 6 tot 17 juni.

Het systeem van emissiemarkten heeft veel steun gekregen van regeringen, maar nog steeds dragen ze nauwelijks bij aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, zegt Suppan. Klimaatverandering is het gevolg van de uitstoot van broeikasgassen, die vooral vrijkomen bij de verbranding van fossiele brandstoffen.

De vervuiler verdient - en veel ook
Janne Chaudron

Op papier is het een prachtig systeem. Stel: een ondernemer in China besluit een windmolenpark te bouwen. De ondernemer is op zoek naar financiering.

Energiebedrijven uit Europese landen willen graag helpen. Als zij duurzame energieprojecten financieren in ontwikkelingslanden en opkomende economieën, hoeven ze in eigen land minder te doen om de CO2-uitstoot terug te dringen. De Europese bedrijven kopen emissierechten zodat ze meer kunnen uitstoten.

Dat is goed nieuws voor de Europese ondernemers. Want vuile bedrijven, zoals energie- en staalbedrijven, mogen in Europa niet meer onbeperkt broeikasgassen uitstoten. Onder het zogenoemde European Trading Scheme (ETS) hebben zij een CO2-plafond opgelegd gekregen. De rechten die zij opkopen in ontwikkelingslanden, kunnen ze gebruiken om meer uit te stoten in eigen land of ze kunnen ze doorverkopen. Daar verdienen ze zelf dan ook geld mee.

Het opkopen van emissierechten in ontwikkelingslanden of opkomende economieën heet het Clean Development Mechanism (CDM). Het is onderdeel van het Kyotoprotocol. Daarin is afgesproken dat rijke landen hun emissies moeten terugdringen. Arme en opkomende landen moeten daarbij geholpen worden en dan komt het CDM van pas. "Het gaat voornamelijk om kennisoverdracht", zegt Jos Cozijnsen, zelfstandig consultant binnen de emissiehandel. "Bedrijven uit Europa hebben meer ervaring bij de bouw van windmolenparken, het installeren van zonnepanelen en het opzetten van biomassa-installaties. Overigens mogen Europese bedrijven voor het afdekken van hun emissies maar tien procent CDM-rechten gebruiken."

Alle Nederlandse energiebedrijven zijn betrokken bij één of meer CDM-projecten in ontwikkelingslanden. Eneco verspreidde twee jaar geleden samen met Philips en ING ruim dertig miljoen gratis spaarlampen onder Mexicaanse huishoudens met een laag inkomen. Die moeten de traditionele gloeilamp in 7,5 miljoen Mexicaanse huishoudens vervangen.

Volgens Eneco betekent dat 7,5 miljoen ton minder CO2 in de atmosfeer. In ruil krijgen Eneco, ING en Philips emissierechten die ze in eigen land kunnen gebruiken of doorverkopen.

De bedoeling is dat CDM een markt wordt van vraag en aanbod, een markt in broeikasgassen. Uiteindelijk, zo was het oorspronkelijke idee, moet er schaarste aan rechten ontstaan. Want als rechten duur zijn, worden bedrijven gedwongen hun uitstoot van broeikasgassen terug te dringen.

Maar het CDM kent behoorlijk wat problemen. Domenic Carratu is hoofd van de afdeling emissiehandel en grondstoffen bij de Rabobank: "De markt is te kunstmatig omdat de regels van vraag en aanbod voor emissierechten gemaakt en opgelegd worden door overheden. Daardoor is het moeilijk om een financiële voorspelling te maken over bijvoorbeeld een windmolenproject. Dat leidt ertoe dat steeds meer investeerders de markt verlaten."

"En belangrijker: de CDM-markt is doorgeschoten", zegt Carratu. De regels zijn volgens Carratu nu wel aangepast. Niet elk project komt meer in aanmerking voor CDM. "Wat dat betreft kun je het vergelijken met de manier waarop de kapitaalregels binnen de bankensector door de tijd heen veranderen."

Carratu doelt op de zogenoemde HFC-23-projecten waar veel geld en emissierechten mee worden verdiend. HFC-23 is een zeer schadelijk broeikasgas. Het komt vrij bij de productie van koelvloeistof, dat wordt gebruikt in airconditioners. In Europa wordt die koelvloeistof maar in beperkte mate geproduceerd, maar in ontwikkelingslanden en opkomende economieën gebeurt dat veel meer.

De HFC-gassen moeten de wereld uit, zo is de mening van de Verenigde Naties. Vooral omdat ze het milieu extreem vervuilen. Dus werden Europese bedrijven onder CDM niet alleen aangezet om windmolenparken en zonnepanelen in ontwikkelingslanden te financieren, ze konden ook een bijdrage leveren aan de vernietiging van de zeer schadelijke koelvloeistof.

Dat gaat als volgt. Navin Fluorine International Limited (NFIL) is een bedrijf in India dat is gespecialiseerd in chemicaliën en textiel. Bij de productie komt de koelvloeistof en dus het broeikasgas vrij.

Achter de fabriek van NFIL is een verbrandingsoven geïnstalleerd om HFC-23 te vernietigen. Papierbedrijf Sappi Nijmegen is één van de bedrijven die de verbrandingsoven financieren.

Dat levert veel emissierechten op. Dat komt omdat HFC-23 vele malen schadelijker is dan CO2. Eén ton HFC betekent 11.000 rechten, terwijl 1 ton CO2 één recht oplevert.

Kortom: de handel in HFC-23 is een miljardenbusiness geworden. Er gaat per jaar zo'n twee miljard euro in om. Ondernemers in landen als India en China zijn zich massaal gaan specialiseren in het installeren van de verbrandingsovens. Sterker nog: er wordt extra gas verbrand om zoveel mogelijk rechten en dus geld te ontvangen. Zo stimuleert het CDM-systeem wat het eigenlijk zou moeten bestrijden.

Nederlandse ondernemingen net als Britse en Duitse bedrijven financieren stuk voor stuk de verbrandingsovens. Op de site van Sandbag, een soort niet gouvernementele organisatie die pleit voor échte actie tegen klimaatverandering, is per land uiteen gezet welke Europese bedrijven HFC-projecten financieren. Het ziekenhuis AMC, chemiebedrijf Dow Benelux, Rijnmond Energie en baksteenfabrikant Wienerberger financieren stuk voor stuk HFC-projecten in India en China. Ook Rabobank was betrokken bij een HFC-project in India, maar is daar inmiddels uitgestapt. Carratu wil er niet veel over kwijt. "In het begin moest iedereen nog veel uitvinden op deze markt."

Ooit was dit systeem bedoeld om het klimaat te redden, inmiddels gaat het volgens europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks) vooral om zoveel mogelijk geld en rechten verdienen. "Van dit systeem gaat een hele verkeerde prikkel uit", vindt hij. "Tachtig procent van het CDM-geld gaat naar HFC-23-projecten. Dat is nooit de bedoeling geweest."

Dat vindt de Europese Commissie ook. Die heeft onlangs besloten helemaal te stoppen met HFC-projecten. Europese bedrijven mogen vanaf mei 2012 deze projecten niet meer gebruiken om hun emissies mee af te dekken. De geldt overigens niet voor de landen zelf.

Niet iedere lidstaat is blij met deze beslissing. Vooral Italië verzet zich. Niet verwonderlijk. Uit de gegevens van Sandbag blijkt dat het Italiaanse energiebedrijf Eni veel emissierechten heeft gekregen uit HFC-projecten. Italië staat daardoor in de top-drie van landen die de meeste emissierechten hebben verworven.

Ook de Nederlandse regering staat sceptisch tegenover stoppen. Onlangs zei staatssecretaris Atsma (milieu) in een Kamerdebat dat hij het aantal HFC-projecten in ontwikkelingslanden best wil afbouwen, maar niet direct wil stoppen.

Zowel europarlementariër Eickhout als emissieconsultant Cozijnsen en Rabobank-handelaar Carratu zijn blij dat de HFC-route nu verboden is. Maar dat is niet genoeg. Eickhout: "Bijna al het CDM-geld vloeit naar China en India. Daar zijn HFC-projecten in overvloed, en de windmolenparken schieten daar uit de grond. CDM is ooit bedoeld om de armste landen die over weinig kennis en kunde beschikken te helpen de economie te verduurzamen. Wat dat betreft is het mechanisme haar doel compleet voorbij geschoten. Landen in Afrika profiteren nauwelijks."

Van Eickhout mag de emissiemarkt worden afgeschaft. "Marktmechanismen helpen niet op het gebied van klimaat. We moeten geld blijven geven aan de armste landen, maar daar hebben we niet per definitie een markt voor nodig." Cozijnsen vindt dat onzin: "Een markt moet zichzelf ontwikkelen. Het is goed als er vanuit de EU regels worden opgelegd, zoals nu is gebeurd met de HFC-projecten. Straks krijgen Europese bedrijven bovendien minder rechten toebedeeld, waardoor er meer schaarste ontstaat. Ik blijf positief: het komt wel goed. Het CDM was bedoeld als transitie-instrument."

Carratu vindt dat het afschaffen van HFC-projecten het echte probleem niet oplost. "De CDM-markt werkt niet goed. Als China bijvoorbeeld een windmolenpark bouwt, dan doet het dat niet alleen vanwege CDM en de emissierechten die het project zal krijgen. Het is puur industriepolitiek want het land kijkt vooral of het lucratief is. Het huidige CDM-systeem is tot een politiek spel verworden. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat er binnen Europa geen overeenstemming is hoe het systeem moet werken na 2012. Het is veel efficiënter als we ons gedrag veranderen. Dat is de enige manier om de economie te verduurzamen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden