JubileumNJN

Club natuurvorsers wordt 100 jaar en (bijna) niets is veranderd

Trektellen bij Scheveningen, 1972.Beeld Privé-collectie De Man

Honderd jaar bestaat de Nederlandsche Jeugdbond voor Natuurstudie ‘de biologie pasklaar voor ons zinnelijk leven’. Grote biologen waren lid van de organisatie die nog steeds honderden leden telt.

De naam doet denken aan geitenwollen sokken, softe types en corvee. Aan zingen bij het kampvuur, botaniseertrommels en stevige kost. Dat beeld is wat achterhaald, maar nog steeds is ‘alles wat groeit en bloeit en ons telkens weer boeit’ het bindende motief.

Het is een jubileum om trots op te zijn: de NJN, de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie bestaat honderd jaar. Weliswaar niet meer met de vierduizend leden van de topjaren, maar nog steeds met zo’n vijfhonderd jongeren van 11 tot 25 jaar. Trots ook gezien de wetenschappers van faam die hun eerste biologische vorming in de NJN kregen onder wie natuurvorser Victor Westhoff en Nobelprijswinnaar Niko Tinbergen.

Kort na de Eerste Wereldoorlog heerste er bij de jeugd optimisme; ze wilde iets doen, de wereld veranderen en tientallen jongerenclubs zagen het licht. De AJC, de Arbeiders Jeugd Centrale, en de NBAS, de Nederlandse Bond van Abstinent Studerenden, bloeiden op. Ook de biologieclubs op de middelbare scholen, opgezet en geleid door biologieleraren, werden populair.

Insekten zoeken op NJN-kamp, jaren zestig in het Gooi.Beeld Privé-collectie De Haan

Zó populair dat twee noordelijke middelbare scholieren, Feiko Koster en Molle Eisma, op het idee kwamen om de clubs te structureren door ze onder te brengen in een federatie, natuurlijk met behoud van autonomie. Hun oproep, geplaatst in de De Levende Natuur, kreeg gevolg en eind augustus 1920 werd op het ‘Kongres van den Bond voor Natuurhistorische Jeugdvereenigingen’ de Nederlandsche Jeugdbond voor Natuurstudie opgericht. Aanvankelijk telde de bond achttien noordelijke biologieclubjes; allengs werden het er meer en over het hele land verspreid.

Koster en Eisma kwamen beiden uit een arbeidersmilieu maar waren daarmee allerminst representatief. Het overgrote deel van de leden van de jonge NJN bestond uit gegoede jongeren. Het moet een opvallend gezelschap zijn geweest: heren in kostuum, hoed en met keurige schoenen, de enkele dame in knielange rok met gestreken blouse en schoenen met hoge hakken. Op pad door bos en hei, op zoek naar de wond’ren der natuur.

Zinnelijke lusten

Het was flink pionieren die eerste jaren. Natuurboeken bestonden er nauwelijks, determinatietabellen al helemaal niet en alle kennis moest van de biologieleraren en andere ouderen komen. En dat niet alleen; de ouderen waakten tijdens kampen ook over de zinnelijke lusten van het jongvolk. Jongens en meisjes sliepen apart, volksdansen (hupsen in NJN-termen) moest voorkomen dat de hormonen te hoog opspeelden. De moraal stond sowieso hoog in het vaandel, getuige het schrijven van een van de eerste leden. De NJN moest naar haar idee ‘de biologie pasklaar maken voor ons zedelijk leven’. Zinnelijk of streng; de NJN’ers trokken er flink op uit, weer en wind trotserend; luxe eerder als beschamend dan als comfortabel beziend.

De Tweede Wereldoorlog bracht interne strijd én groei van ledenaantal. Hoewel de bezetter Joden verbood lid te zijn besloot de NJN zich niet op te heffen, iets dat tot heftige discussies leidde. Tegelijkertijd bracht het verbod van de Arbeiders Jeugd Centrale en padvinderij juist meer leden door overstappende jongeren. De oorlogse jaren werden topjaren met 3950 leden.

NJN op excursie in Zweden, 1946.Beeld NJN Archief, IISG Amsterdam

Die donkere tijd bracht ook het eerste schisma. Zo verliet de christelijke Douwe Rijpkema uit geloofsovertuiging de natuurclub – de NJN ging ook op zondag op excursie – en richtte de Christelijke Meppeler Jeugdclub voor Natuurstudie op. In 1948 was de NJN een van de oprichtende organisaties van de Internationale Unie voor Natuurstudie, het latere invloedrijke IUCN (International Union for Conservation of Nature and Natural Resources). De naoorlogse jaren brachten de jeugd andere geneugten. Het ledenaantal daalde tot de 500 van nu. Hun enthousiasme is nog even groot. De paden op, de lanen in.

Daar duikt de bioloog de modder in. ‘NJN-gedrag raak je nooit kwijt’

Een hand schiet uit, vangt in een bliksemschicht en opent zich. “Doodskopzweefvlieg. Typisch zo’n NJN-soort die je leert op een van je eerste tochten. Die ook; de terraskommavlieg. Lekker makkelijk te herkennen, die zweefvliegen. Ideaal voor beginnelingen. Ze zijn kleurrijk en met een loep te determineren. Ah, soldaatjes. Geinig hoor.”

Hij is hoogleraar Bodemfauna en Natuurlijke Ecosysteem Dynamiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen, heeft tal van wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan, maar eigenlijk duikt Matty Berg (56) toch het liefst het veld in, vooral de bodem.

Het is inmiddels een mooie poos geleden dat Berg zijn entree maakte in de natuurclub, maar hij gedraagt zich nog steeds als zodanig. Rouwrandjes onder de nagels, sandalen met besmeurde voeten en doorlopend geduik in beplanting en modder.

Hazen en jonge eendjes

Zoals zovelen belandde Berg ook min of meer bij toeval bij de NJN. In zijn geval attendeerde een lerares van de opleiding tot Ecologisch Analist hem op het bestaan. Hij gaf zich op en was meteen verkocht omdat de natuur hem toen al interesseerde. “Mijn opa nam me als jongetje vaak mee de polder in bij Sassenheim. Samen keken we naar snoeken, hazen en jonge eendjes. Hij wakkerde het vuur aan.”

Krabbend in de aarde herinnert Berg zich nog heel goed zijn eerste gevoelens bij de club. “Ik was voor­­-al stomverbaasd dat ik niet de enige was die mateloos gefascineerd was door insecten.” De interesse is wel duidelijk: de blik blijft wat ‘verwilderd’. Aankijken is er niet bij, grond en planten zijn te interessant. Hij wijst op een kleipissebed (“Dik vrouwtje. Zal zwanger zijn”) en vist vervolgens uit een friemel aarde een onooglijk klein beestje dat tot ‘paars drieoogje’ wordt gebombardeerd, een zeer klein pissebedje.

Ronddarren

Al rap na zijn entree bij de NJN volgde het eerste kamp, het zomerkamp ‘zoka’ van 1978. Hij genoot van kampvuur, samen koken – “Niet direct een succes” – en vooral het uren en uren ronddarren in de natuur. “Omdat we op één plek bleven, was er tijd om onderzoekjes uit te voeren. Kijken naar hoe vrouwelijke oranjetipjes het achterlijf krommen tijdens het afzetten van eitjes en wáár ze dat doen in een drassige weide. Fascinerend, die samenhang tussen plant en vlinder.” Bepalend voor de keuze om na de opleiding Ecologisch Analist door te stromen naar de universiteit.

Al pratend is hij de rietoever van een kleine waterplas genaderd en wég is de oud NJN’er, verborgen tussen het riet om even later met besmeurde knieën en dichtgeknepen vuist weer op het pad te belanden. De vuist gaat open en een leesbrilbeestje is te zien, in dit geval een miljoenpoot. ”Tja, dat NJN-gedrag raak je nooit meer kwijt”, verexcuseert Berg zich. 

Zittend op een steiger, de voeten bungelend in het water, haalt de oud-NJN’er herinneringen op aan pika’s, pakas’s (pinkster- en paaskampen), aan luizenveren (lucifers), bekkenklem of engelenkost (goedkope pindakaas), klefjes (stelletjes) en peutmos (levermos), een grote glimlach om de mond. Maar dan begint de speurzin toch te overwinnen. Lang zitten is er niet bij. De beesten roepen. Berg verdwijnt weer tussen het groen.

Boek

De foto's in dit artikel komen uit het jubileumboek het 100-jarig bestaan ‘Er is niets veranderd’. Schrijvers zijn Jessica Kips, Kees Mostert, Lonneke Beukenholdt.  Blikveld Uitgevers, ISBN 9789492940087. Te bestellen bij info@blkvld.nl, en de boekhandels, € 17,50

Lees ook: 

Met dieren had Victor Westhoff niets. Zijn erfenis weerklinkt in de Oostvaardersplassen

Victor Westhoff (1916-2001) was een van de grootste natuurbeschermers van de vorige eeuw. Maar ook een heel eigenzinnige, schrijft ecoloog Frank Saris in zijn biografie over deze botanicus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden