René Dekker (Biodiversiteistcentrum Naturalis) en Renda Remmerswaal bekijken een aangereden dode buizerd.

Reportage Buizerds

Buizerds gezocht, voor op de snijtafel

René Dekker (Biodiversiteistcentrum Naturalis) en Renda Remmerswaal bekijken een aangereden dode buizerd. Beeld Inge Van Mill

Biodiversiteitscentrum Naturalis zoekt dode buizerds. Hun lever, het afvalputje van het lichaam, vertelt veel over milieuvervuilende stoffen in het gebied waar ze leefden.

Zo, zegt Renda Remmerswaal, biologe en vrijwilligster van het Biodiversiteitscentrum Naturalis in Leiden. “Dat lijkt me een verkeersslachtoffer.” Ze staat voor een zuurkast in het laboratorium, witte labjas aan, de handen gestoken in oranje latex handschoenen. Voor haar ligt op een kunststof dienblad een dode, volwassen buizerd. Diepbruine veren, een witte borst, de gele poten met kromme nagels kaarsrecht langs het lijf. Ooit was dit een majestueuze roofvogel die op grote hoogte over bossen, wegen en weilanden scheerde. Nu is zij vooral dood.

Remmerswaal spreidt een vleugel, om het dier beter te kunnen bekijken. Dan de andere vleugel.  Beide zijn in tact. Maar als ze de scherpe snavel openspert, zie je het bloed daar klonteren. En de gevederde kop wiegelt verdacht heen en weer op de romp. “Waarschijnlijk een gebroken nek”, zegt Remmerswaal, terwijl ze de buizerd voorzichtig op de rug legt. Maar om het vaststellen van de precieze doodsoorzaak van de zes buizerds die ze vandaag onder handen neemt, is het haar niet te doen.

Heel voorzichtig schuift ze de donzige veertjes op de borst opzij en ontbloot ze de witbleke vogelhuid. Dan gaat  de scalpel door de huid, tot op het borstbeen. Remmerswaal pakt een schaar. De borstkas moet open. Het klinkt als het breken van twijgjes. Opnieuw de scalpel, wat gepeuter, en ja hoor, daar zijn de twee gezochte stukjes vlees. De dode buizerd is haar lever kwijt.

De tweelobbige lever van een dode buizerd, klaar voor verzending naar Athene. Beeld Inge Van Mill

Dan komt René Dekker, bioloog en onderzoeker bij Naturalis, in actie. Hij heeft over de schouder van Remmerswaal meegekeken. De lever van vogels, legt hij uit, is tweelobbig. “Dus het klopt dat je twee stukjes orgaanvlees ziet.” Hij legt een zilverpapiertje naast Remmerswaal op de snijtafel, zij legt daar voorzichtig de levertjes op. Dekker loopt ermee naar een weegschaaltje: “Mooi. Ruim zeventien gram.” Hij doet de ingewanden in een glazen potje verschijnt, voorzien van een label. “Dit kan naar het lab in Athene”, stelt hij tevreden vast.

Dat Griekse laboratorium gaat deze lever analyseren op ‘onnatuurlijke’ stoffen, legt Dekker uit. Levers zijn immers het afvalputje van het lichaam, daar moet je dus wezen om te achterhalen wat er precies in het milieu zit, door toedoen van de mens . Vooral omdat de buizerd een toppredator is, is zo een aardig beeld te vormen van de milieuverontreiniging. Voor Nederland, maar ook per regio.

De zes buizerds die vandaag aan snee komen, zijn bijvoorbeeld allemaal gevonden in Drenthe , zegt Dekker, terwijl hij wijst op plastic zakken in een kast. In iedere zak ligt een vogel, voorzien van de naam van de vinder en de vindplaats. “In februari heeft Renda al 25 andere vogels onderzocht. Die waren gevonden in Friesland en Groningen.”

Sleutelrol

Al die buizerds spelen een grote rol in het Europese onderzoeksprogramma Life Apex, dat september vorig jaar begon en vier jaar duurt. Naturalis speelt daarin voor Nederland een sleutelrol. Laboratoria, natuurhistorische musea en centra die soorten verzamelen uit Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Slowakije, Italië en Griekenland werken ook mee. Het doel is om de Europese Unie data te leveren over de milieuvervuiling, zegt Dekker. “Ook voor een instantie als het RIVM is dit nuttige informatie.”

Omdat niet alleen buizerds, maar ook zeehonden, otters en hun prooien (vooral vis) in het Europese onderzoek worden meegenomen, ontstaat zo een breed beeld van de verontreiniging op land, in zoet én zout water.

De eerste resultaten van het onderzoek, eerder dit jaar bekend geworden, zijn indrukwekkend, zegt Dekker. “Ik ben natuurlijk geen chemicus, maar de lijst bestaat uit duizenden stoffen.” Producten die veel in de landbouw worden gebruikt bijvoorbeeld, zoals schimmelwerende middelen, pesticiden, herbiciden en insecticiden. Dekker: “Oók het beruchte ‘bijengif’ neonicotinoïden.” Verder zijn er resten van medicijnen aangetroffen, bijvoorbeeld van de anticonceptiepil, antipsychotica en antidepressiva. En specifieke chemische stoffen, afkomstig van de industrie.

In welke mate normen worden overschreden of hoe gevaarlijk al die stoffen bij elkaar zijn, moet nader worden bestudeerd. Dat is ook niet direct de opzet van dit onderzoek, zegt de Naturalis-onderzoeker. “Wij leveren data.”

Strikt protocol

Intussen is Remmerswaal toe aan buizerd nummer twee. Ze desinfecteert haar snijtafel en gereedschap en trekt schone handschoenen aan, nodig om besmetting van het te prepareren weefsel te voorkomen. “We werken hier met een strikt protocol.”

Ook deze tweede buizerd is een verkeersslachtoffer. Dekker: “Dat zijn ze bijna allemaal. Buizerds zijn behoorlijke opportunisten. Ze eten levende muizen of ratten, maar ze zijn ook niet vies van aas. Een aangereden konijn of dode eend langs de weg bijvoorbeeld. En als ze daar dan zitten te eten, kunnen ze opschrikken van een vrachtwagen of een voorbijrazende auto.” Dat kan ze dan noodlottig worden.

Toch, de buizerd is een beschermde soort. Zelfs het rapen van dode exemplaren is verboden. Hoe komen ze dan toch bij Dekker terecht? De onderzoeker glimlacht. Hij is goed ingevoerd in het wereldje van de vogelaars en heeft zo zijn contacten. “Inderdaad, je mag niet zomaar welke beschermde vogel dan ook, oprapen of vervoeren. Word je aangehouden met een dode buizerd in je achterbak, dan heb je wel wat uit te leggen. Dat is strafbaar.”

Maar de meeste exemplaren zijn aangedragen door leden van een roofvogelwerkgroep, naar wie Dekker vorig jaar een oproep heeft laten uitgaan. “Deze mensen hebben meestal de juiste vergunning, ze mogen ook vogels in het wild ringen. Ik heb ze gevraagd om dode buizerds die ze vinden voorlopig in te vriezen, om ze te daarna op te halen.”

Bij Naturalis heeft hij ze ook zolang in de vriezer gestopt (“gewoon, zo’n model als je ook uit winkels kent, met zo’n deksel”), tot hij er genoeg had verzameld om Remmerswaal op te trommelen voor een snijsessie.

Intussen is ook potje twee gevuld met levertjes, wat grauwer ogende exemplaren, iets wat Remmerswaal en Dekker wijten aan de staat van de vogel. “Toch iets minder fris, de ogen zijn wat ingedroogd ook.”

Maar gelukkig staat in de zuurkast de ventilatie aan. Daar is dus niks van te ruiken.

Netwerk van natuurhistorische musea 

Natuurhistorische musea spelen een sleutelrol rol in het Life Apex-onderzoek. Burgers die een zeldzaam dood dier aantreffen, kloppen daarmee immers meestal aan bij natuurhistorische musea, zo is de ervaring van onderzoeker René Dekker. Hij wil dan ook een netwerk opzetten van Europese natuurhistorische musea, om ook in de toekomst op dit terrein meer samen te werken. 

“We hebben nu heel veel balgen, geprepareerde vogels, waarvan ieder exemplaar vaak uitvoerig is beschreven. Maar door Life Apex kunnen we daar allerlei data aan toevoegen. Zeker voor toekomstig onderzoek is dat waardevol.” De vogels die voor Life Apex worden gebruikt, worden ook tot balg verwerkt.

Lees ook: 

Nog steeds te veel gebruik van landbouwgif, kabinetsbeleid faalt

Het kabinet besloot vijf jaar geleden dat boeren en tuinders fors minder gif mogen gebruiken. Er blijkt nog te weinig veranderd.

Nederlands oppervlaktewater scoort een dikke onvoldoende

De kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland lijkt goed, maar schijnt bedriegt. Sloten, beken, vijvers, grachten en kleine plassen zijn vervuild en goed toezicht is er niet, aldus Natuur & Milieu.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden