Nieuws Duurzaamheid

Bouwprojecten worden minder vaak en minder grondig getoetst op risico’s voor het milieu

De kolencentrale van Nuon aan de Hemweg in Amsterdam. Voor de bouw of uitbreiding van bijvoorbeeld energiecentrales is minder vaak een milieu-effectrapportage nodig. Beeld Hollandse Hoogte / Berlinda van Dam

De regels voor milieu-effectrapportages zijn afgezwakt. Als gevolg daarvan worden steeds minder milieurapporten gemaakt. Bovendien zijn ze van slechte kwaliteit.

Nederlandse gemeenten en provincies zijn soepeler geworden in het afgeven van vergunningen voor grote bouwprojecten zoals fabrieken, mestverwerkers of windmolens. Steeds minder wordt daarbij getoetst wat de gevolgen zijn voor milieu, gezondheid en natuur. Het aantal opgestelde milieu-effectrapportages (mer) is in tien jaar tijd meer dan gehalveerd. Dat blijkt uit onderzoek van Investico, platform voor onderzoeksjournalistiek, voor De Groene Amsterdammer en dagblad Tubantia.

Tientallen grote projecten, zoals een mestverwerker in Oss, een olieraffinaderij in Pernis en een biomassacentrale in Diemen, konden recentelijk doorgang vinden zonder dat er een milieu-effectrapportage was opgesteld.

De mer, ingevoerd in de jaren tachtig, is juist bedoeld om het milieu te betrekken bij de besluitvorming over plannen en projecten, en aantasting van het milieu te voorkomen. Tussen 2010 en 2017 heeft de Nederlandse regering de regels voor de rapportage meerdere keren versoepeld. Dat gebeurde vanwege de economische crisis. Om de economie aan te jagen, moesten vergunningen sneller worden verstrekt. ‘Stroomlijning van het proces’ van de mer moest ervoor zorgen dat nieuwe projecten eerder van de grond kwamen.

Minder vaak verplicht

In de praktijk betekent dit dat een milieu-effectrapportage minder vaak verplicht is. Bij de aanleg van een windmolenpark bepaalt nu het aantal turbines of er een milieurapport moet worden gemaakt. Bij de verbreding van een snelweg ligt het aan de lengte van het tracé.

Wel kan een gemeente, provincie of het Rijk de initiatiefnemer van een bouwproject verzoeken om toch een milieu-effectrapportage op te stellen. In de praktijk gebeurt dat zelden, blijkt uit het onderzoek van Investico. Gemeenten vrezen dat het publiceren van een mer burgers uitnodigt om bezwaarprocedures te starten. Ook missen leden van de gemeenteraad, die over bijvoorbeeld een nieuwe fabriek moeten beslissen, vaak de kennis om een gedetailleerde rapportage goed te beoordelen.

Voor dat laatste is er de onafhankelijke Commissie voor de milieu-effectrapportage, die milieurapporten toetst op hun kwaliteit. Het aantal rapporten dat de commissie ter beoordeling kreeg voorgelegd, daalde van 265 in 2010 naar 144 in 2018. Als gevolg daarvan daalde het aantal vaste medewerkers van de commissie van 51 naar 31. De kwaliteit van de getoetste rapporten bleek ondermaats: zeven op de tien rapportages bevatten onjuistheden of zijn onvolledig.

Overheden zijn niet langer verplicht om een rapportage voor te leggen aan deze commissie. Als zij het wel doen, moeten zij sinds 2014 zelf de kosten daarvan betalen, ruim twintigduizend euro per toetsing. Voorheen betaalden de ministeries van economische zaken en van infrastructuur en waterstaat deze kosten.

Verwachte schade door stikstof

In een milieu-effectrapportage moet een vergunningaanvrager beschrijven welke effecten zijn bouwproject zal hebben op natuur, milieu en gezondheid. In de Crisis- en herstelwet van 2010 is bepaald dat er afzonderlijk aandacht moet worden besteed aan de stikstofneerslag die een project veroorzaakt. Als het bouwproject plaatsvindt in de buurt van een beschermd natuurgebied geldt dat de toestand in het gebied niet mag verslechteren. 
Om dat te beoordelen konden vergunningaanvragers zich tot voor kort baseren op de Programmatische Aanpak Stikstof. Deze methode is door het Europese Hof en de Raad van State echter ongeldig verklaard. Het gevolg is dat veel bouwprojecten nu stilliggen, omdat onduidelijk is wat zij de gevolgen zijn voor de hoeveelheid stikstof in de natuur.

Lastiger bezwaar maken

Nu vergunningaanvragen voor bouwprojecten veel minder vaak vergezeld gaan van een milieu-effectrapportage wordt het voor burgers ook lastiger om bezwaar te maken tegen mogelijke schade die het project toebrengt aan het milieu. Daarvoor moeten ze naar de rechter. 

Volgens lokale milieuorganisaties waarmee Investico sprak, is de praktijk dat rechters dan verlangen dat de verwachte milieuschade wordt aangetoond met een expertrapport van een professioneel adviesbureau. Zo’n advies is voor bezorgde burgers of kleine milieugroepen erg kostbaar. Daar komt bij dat in de Crisis- en herstelwet van 2010 is bepaald dat alleen milieuorganisaties of direct aanwonenden bezwaar kunnen maken tegen een milieuvergunning. Een willekeurige bezorgde burger wordt niet als partij erkend.

Dat de kosten van het toetsen van een milieu-effectrapportages nu voor rekening van de gemeente of de provincie komen, is volgens Niek Ketting, voormalig Eerste Kamerlid voor de VVD en tot 2014 voorzitter van de Commissie voor de milieueffectrapportage, ‘een platvloerse bezuiniging’ van het Rijk. In de afzwakking van de milieuwetten ziet Ketting ‘een totale veronachtzaming van de zachte waarden van de maatschappij, zoals milieu en leefomgeving.’

Lees ook:
Het kaartenhuis is ingestort. Wat nu met het stikstofprobleem?
Wat ging er mis bij de Nederlandse aanpak van stikstof? En hoe moet het verder nu allerlei bouwprojecten niet toegestaan zijn?

Drie grote projecten lamgelegd: het stikstofvonnis krijgt steeds meer gevolgen
Geen bredere A27, geen industrieterrein op vliegbasis Twente, geen windmolens in Delfzijl: het ‘stikstofvonnis’ van de Raad van State krijgt steeds meer gevolgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden