Botswana wil minder olifanten, dus de vluchtelingen moeten terug

Olifantentelling vanuit de lucht in Botswana. Beeld AP

De belangrijkste olifantenlanden in Zuidelijk Afrika willen populaties gaan managen. Dat betekent onder meer verspreiding over natuurparken in de vijf landen, en het is maar de vraag of de olifanten daar zin in hebben.

Olifanten zijn de iconen van de natuurbescherming. Toch spraken vijf Zuidelijk Afrikaanse landen afgelopen week in Botswana serieus over het ruimen van grote aantallen olifanten en over de trofeejacht en de verkoop van ivoor. Botswana, met een populatie van circa 130.000 olifanten, wil het aantal dikhuiden fors terugbrengen naar de omvang van vóór het jachtverbod uit 2014. Zestigduizend olifanten zou het ‘natuurlijk aantal’ zijn. 

Olifant versus boer

Ingrijpen is nodig, vindt Botswana, omdat mens en dier elkaar steeds meer in de weg zitten. Olifanten, op zoek naar water en voedsel, eten gewassen van boeren en zijn een gevaar voor mensen. In die confrontatie vallen er regelmatig doden – vooral mensen. Dus wil de president van Botswana Mokgweetsi Masisi, na een grote enquête onder de bevolking, maatregelen nemen. Met verkiezingen in zicht biedt dat bovendien kansen voor zijn partij, die er niet al te rooskleuring voorstaat.

In Zimbabwe, Namibië, Zambia en Angola, waarvan de presidenten en regeringsleiders dinsdag bijeen kwamen in het stadje Kasana van gastland Botswana, bevindt zich twee derde van de 400.000 nog in het wild levende Afrikaanse olifanten.

Keith Lindsay doet al dertig jaar onderzoek naar olifanten. Hij was in het verleden ook adviseur van het ministerie van milieu in Botswana. Hij ziet de conferentie als een ordinaire poging om de enorme hoeveelheden ivoor te kunnen verkopen die nu nog liggen opgeslagen. Ivoor dat afkomstig is van olifanten die een natuurlijke dood zijn gestorven. De verkoop is in het kader van het internationale CITES-verdrag ter bescherming van bedreigde flora en fauna verboden.

Wereldmarkt

De vijf landen in Zuidelijk Afrika willen hiervan af, zo is nu duidelijk geworden. Het geld dat ze hiermee verdienen, willen ze investeren in het managen van de olifantenpopulaties. Veertien andere Afrikaanse landen met kleinere olifantengroepen zijn mordicus tegen. Dat leidt tot spanning binnen het Elephant Protection Initiative (EPI), waarin alle olifantenlanden zijn verenigd. Barnaby Philips van de EPI praat als een diplomaat, maar is duidelijk: “Handel in ivoor is niet goed voor olifanten.”

Linsday kan die redenering wel volgen. Hij wijst erop dat de ivoormarkt een wereldmarkt is. Die zou een impuls krijgen als er toch weer grote partijen ivoor verkocht mogen worden. “Het zou meteen een extra stimulans zijn voor stropers omdat er dan weer legaal verkocht kan worden.”

De botsing tussen olifanten en boeren is overigens wel reëel, vindt Keith Somerville, die het boek Ivory schreef en een groot kenner is van deze dieren. “Zo gauw het regenseizoen voorbij is slopen olifanten alles: bomen, struiken en gewassen van boeren. Alle vegetatie is weg en er blijven grote kaal gevreten vlaktes over.”

Volgens Somerville verdienden dorpen vroeger aan jachtvergunningen. Het vlees werd als voedsel gebruikt en het ivoor verkocht. Nu is dat weggevallen door de beschermde status van de dieren en worden de akkers verwoest. Somerville snapt dan ook dat Botswana de gereguleerde jacht weer wil toestaan, evenals de verkoop van ivoor. “Maar het ruimen van tienduizenden olifanten gaat niet gebeuren. Dat is zeer schadelijk voor het toerisme.” En die branche is de op een na grootste economische sector.

Olifantroutes

De vijf landen spraken dan ook over het veilig verbinden van de negentien natuurparken in al die landen. “De oude olifantenroutes moeten hersteld worden, dan kunnen olifanten zich weer over een veel groter gebied  verspreiden”, zegt Somerville. Zo’n gebied is circa 525.000 vierkante kilometer, zei de president van Botswana, ongeveer het oppervlak van Frankrijk. Dat lijkt een zinvolle aanpak. Olifanten hebben de laatste jaren hun toevlucht gezocht tot het veilige Botswana en deels ook Zimbabwe.

Want in Angola heerste jarenlang een bloedige burgeroorlog. Het arme gebied in het oosten is nog steeds onveilig. Olifanten worden er geschoten als voedsel. Er liggen volgens Somerville veel landmijnen. “Olifanten kunnen die ruiken. Maar dat snuffelen aan landmijnen kost olifanten bij ontploffing een deel van hun slurf.” In Zambia is ook veel gejaagd op olifanten.

Olifanten communiceren met elkaar over grote afstanden door te stampen op de grond of met laagfrequente bromtonen. Zij weten van elkaar waar het veilig is, vandaar de trek naar Botswana en Zimbabwe – met in het eerste land een over-populatie tot gevolg. Ook het veilig maken voor olifanten van Angola en Zambia stond op de agenda van de vijf landen in Zuidelijk Afrika. Maar daar is de afgelopen decennia vaker over gesproken. 

Geheugen

Als het zou lukken om veilige routes en parken te creëren is er nog het probleem om de olifanten weer over een groot gebied te verspreiden. Olifanten hebben een olifantengeheugen en daarin staat gegrift dat Angola en in mindere mate Zambia gevaarlijk zijn. Het kan heel lang duren voordat olifanten die gebieden weer vertrouwen en er weer heen gaan.

Ondertussen neemt de confrontatie tussen olifanten en mensen in Botswana almaar toe. Lindsay ziet daarvan  ook de mens als oorzaak. “Mensen woonden van oudsher in een klein stukje van Botswana. Olifanten over het hele gebied. Nu schuiven mensen op naar het noorden, waar ze nooit waren. Daar beginnen ze met landbouw en dat geeft ellende.” Dat probleem speelt eigenlijk in heel Afrika, meent hij.

“Uiteindelijk zijn het een paar duizend olifanten van de 130.000 in Botswana die botsen met mensen. Zoek daar oplossingen voor. Ruimen van olifanten is geen oplossing, dat geeft ook veel stress bij die dieren en dat is nog gevaarlijker.”

Lees ook:

Vijf Afrikaanse landen tekenen voor grootste natuurreservaat ter wereld.

Ministers uit Angola, Botswana, Namibië, Zambia en Zimbabwe hebben in 2012  hun handtekening gezet onder het verdrag dat de vorming van het grootste internationale natuurreservaat ter wereld mogelijk maakt. 

Olifanten communiceren stampvoetend

Als een olifant zijn poot neerzet, spitsen mensen de oren. Klaarblijkelijk doen andere olifanten dat ook. Ze gebruiken hun teennagels om boodschappen op te vangen, die soms over afstanden van meer dan dertig kilometer zijn verzonden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden