Botanist Karst Meijer weet van geen ophouden: de teller staat op 150.000 planten

Karst Meijer en onderdelen van zijn Herbarium Frisicum. Met de hulp van zeven vrijwilligers bergt hij het plantenmateriaal op dezelfde wijze op. Beeld Reyer Boxem

Ooit was het verzamelen en drogen van planten een populaire hobby. Botanist Karst Meijer weet van geen ophouden. Inmiddels staan er in zijn herbarium 150.000 stuks, dankzij een nieuwe donatie uit Brazilië.  

In een voormalig klaslokaal van de oude ­basisschool in Wolvega buigt Karst Meijer zich tussen stapels gedroogde planten over zijn nieuwste aanwinst. Vorige maand arriveerde een doos uit São Paolo. Gevuld met vijfhonderd enveloppen, in keurige rijen, met een etiket op elke envelop. In elke envelop zit een mos uit het Amazoneregenwoud. De mossen brengen het aantal planten in zijn herbarium op dik 150.000 schat hij.

In het Herbarium Frisicum, de grootste particuliere plantenverzameling van Nederland en misschien wel van de wereld, zijn de planten netjes opgeborgen. Op grote herbariumvellen geplakt, voorzien van soortnaam, vindplaats en -datum. De vellen zitten in mapjes en de mapjes liggen op stapels op legplanken, voorzien van aanwijzingen als: “Cruciferae 51 t/m 60”en “Compositae 102 t/m 109”. De nummers corresponderen met de nummers in de Flora Europaea, een vijfdelig standaardwerk waarin alle inheemse vaatplanten van Europa beschreven staan. Cruciferae zijn kruisbloemigen, een grote plantenfamilie, en Compositae zijn composieten – samengesteldbloemigen – een nóg grotere familie, waarvan de paardebloemen lid zijn. Meijer (62) is ’s werelds paardebloemenexpert. Hij raakte rond zijn twintigste geïnteresseerd in planten en liet er geen gras over groeien. Hij werd hovenier en kende weldra de hele flora uit zijn hoofd. Hij stortte zich op moeilijk te onderscheiden soorten, zoals paardebloemen en bramen. In zijn herbarium heeft hij zo’n vijfhonderd soorten bramen en ruim duizend soorten paardebloemen.

“Planten zijn er vooral in de zomer”, vertelt Meijer. “Om ook ’s winters met planten bezig te kunnen, legde ik een herbarium aan. Ik ontfermde me over herbaria uit nalatenschappen, die anders in de vuilnisbak zouden belanden. Ik noemde mijn verzameling Herbarium Frisicum, Fries Herbarium, omdat ik in Friesland woonde en daar begon met verzamelen. Toen ik een keer op televisie kwam, kreeg ik zo veel herbaria, dat ze mijn zolder uitgroeiden. Vier jaar geleden kon ik deze school huren.’

De verzameling bevat ook een Xylarium met ruim 250 houtsoorten. Beeld Reyer Boxem

In veel van de herbaria die Meijers ‘bewaarschool’ krijgt, zitten de planten in albums van ‘De Bruin’ uit de jaren 1930, of ‘K. Siderius’ uit de jaren 1900. Toen waren herbaria een populaire hobby. Ze zijn allemaal welkom bij ­Meij­ers, mits voorzien van vindplaatsen en ­

-data. Met de hulp van zeven vrijwilligers bergt hij ze vervolgens allemaal op dezelfde wijze op. Op standaardpapieren, met speciale, smalle plakbandjes van linnen, want aan gewoon plakband kleven allerlei bezwaren. Het beschadigt de planten, het wordt bruin en laat na een tijdje los. “Kijk”, zegt Meijer, terwijl hij een map opent. “Deze zitten keurig in plastic showmappen, maar dat is niet goed, ze moeten kunnen ventileren. Als er vocht bijkomt, moet dat eruit kunnen.”

Papiervisjes

Andere gevaren zijn zonlicht en ongedierte. Vandaar dat alle ramen verduisterd zijn met affiches, waarop planten en bomen staan. Iedere aanwinst gaat eerst een paar dagen in de vriezer, om mogelijk ongedierte te doden. “Je weet nooit wat je in huis haalt”, vertelt de plantenman. “Ik heb meegemaakt dat de papiervisjes alle kanten op renden. En ik heb ook eens een tas vol planten geopend, waar een muis uitsprong.” Papiervisjes, mijten, kevertjes en andere liefhebbers van papier en droge planten kunnen desondanks met iedere bezoeker meeliften. Vandaar dat Meijer de hele collectie jaarlijks een tijdje in de vriezer stopt.

Zakjes met mossen uit het Amazonegebied, van Instituto de Botânica, São Paulo. Beeld Reyer Boxem

Sommige herbaria zijn zo mooi, dat Meijer ze niet standaardiseert, maar in hun oorspronkelijke vorm bewaart. Hij toont een stapel van elf dikke mappen uit de nalatenschap van Louis Meijer, geen familie. In de map ‘Zachte witbol t/m Gagel’ zitten tientallen grassen. Louis Meijer plakte steeds twee pagina’s aan elkaar, sneed er aan één kant een venster uit en plakte daar de plant achter een doorschijnend velletje. Ernaast staat in prachtig handschrift de plant beschreven, soms geïllustreerd met zelfgemaakte foto’s.

Een van zijn bijzonderste herbaria vindt Meijer het ‘Joodse herbarium’. Dat heet niet zo vanwege het religieuze of etnische karakter ervan en evenmin omdat het planten uit Israël betreft. “Deze planten zijn vanaf 1940 verzameld door twee Joodse onderduikers van een jaar of vijftien, in Wassenaar. Ze struinden door de duinen, waar nu het pretpark Duinrell ligt. De laatste planten zijn gedateerd in 1943, toen hield het ineens op. Ik vrees dat ze zijn gepakt en vermoord.” De gedroogde duinplanten zaten tussen een partij bladmuziek die Meijer van een Joodse familie in Amsterdam erfde. Meijer weet niet hoe de verzamelaars heten. “Daar is tot in Israël naar gezocht door het Joods Historisch Museum. Niet gevonden.”

Apothekers

Een ander bijzonder herbarium is het Duitse apothekersherbarium uit de negentiende eeuw. “Kijk, de plantnamen staan er niet bij, want dit was examenmateriaal voor studenten. Ze moesten alle geneeskrachtige en giftige planten kennen.”

Bladen met onder meer een van Meijers favoriete soortgroepen: de paardebloemen. Beeld Reyer Boxem

Kom daar nu eens om. Biologen en hoveniers hoeven als student geen soorten meer te leren, die zoeken ze wel op. “Tegenwoordig gaat het minder om uiterlijke kenmerken en meer om DNA. Hier ligt een DNA-databank van jewelste, en daar maken wetenschappers gebruik van”, vertelt Meijer. “Ook kun je uit oude planten concluderen dat een soort op een plek voorkwam, wat in het natuurbeheer relevant is. Maar los van het gebruiksnut vind ik het belangrijk om de plantenverscheidenheid, die in de natuur zo hard aan het verdwijnen is, tenminste in gedroogde vorm nog bewaren.”

Veel particuliere, museum- en universiteitsherbaria zijn naar Naturalis gegaan, in Leiden, dat een nog veel grotere verzameling heeft. Maar Naturalis weigert vaak aangeboden herbaria en vanuit de hele wereld weten mensen Meijer te vinden. Behalve planten, met inbegrip van een zogenoemd Xylarium met ruim 250 houtsoorten, kreeg Meijer ook collecties paddestoelen en korstmossen. En zeldzame plantenboeken en wetenschappelijke publicaties, in allerlei talen, ook Russisch en Chinees. Van de Rijksuniversiteit Groningen komt een wand vol ladenkasten. Daarin bewaart Meijer zijn mossen, gesorteerd op vindplaats.

Zeeherbarium van David Landsborough, Schotland, 1854. Beeld Reyer Boxem

Dat alle officiële herbaria van Nederland in Leiden zijn samengebracht, vindt de plantenkenner riskant. “Een brandje en alles gaat verloren”, zegt hij. “Daarom heeft het Instituto de Botânica uit Brazilië mij die vijfhonderd Amazonemossen gestuurd. Niet omdat ze ervan af wilden, maar als reserve-verzameling voor als er in São Paolo iets misgaat.” Hij opent een envelopje, en zegt erbij dat het zelfgevouwen ‘convoluten’ zijn, zonder plakstroken, ideaal voor gedroogde mossen. Op het etiket staat Fissidens scavisus, en erin zit een pluk mos die leken al snel de wenkbrauwen doet fronzen. Gelukkig is de doos met al die zakjes gedroogd spul probleemloos de grenzen gepasseerd.

Het Herbarium Frisicum is te bezoeken op afspraak via Herbarium Frisicum, zie herbarium­frisicum@gmail.com

Lees ook:

De paardebloem kleurt de velden niet meer geel, zoals vroeger

Slechts in enkele weilanden rollen paardebloemen nog hun traditionele, gele tapijten uit. Hun teloorgang baart botanici zorgen, maar het Workumer Nieuwland is een bloemrijke enclave.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden