Bonte knaagkever. Beeld Gilles San Martin

Jelle's weekdier Bonte knaagkever

Bonte knaagkever, de vijand van de torenspits

Het is een aanblik die menige stad in ons land siert: een toren uit de zeventiende eeuw met een bekroning van kunstig vormgegeven overdrevenheid. Kolommetjes en pilaartjes, randjes en richels, een bolle ui, dakkapelletjes met geschilderde luikjes, een kroon en een met bladgoud beklede haan of kerstboompiek op de top. Voorbeelden: de Munttoren, de Zuiderkerk en de Oude Kerk in Amsterdam, de toren van het stadhuismuseum van Zierikzee, de Lange Jan in Middelburg en zijn naamgenoot in Amersfoort, de stadhuistoren van Bolsward.

En zo nog tientallen, allemaal net even anders en getuigend van enige protserigheid. De constructie, afgezien van het bakstenen ondergedeelte van de toren, is van hout. Eikenhout, dikwijls bekleed met een leigrijze zinken beplating die qua kleur goed rijmt met eventuele hardstenen elementen in de lagere delen van het gebouw. Dat eikenhout is een prima bouwmateriaal voor zulke torenbekroningen en mits goed geconserveerd kan het eeuwen meegaan.

Maar soms gaat het mis. Dan komen er kleine bezoekertjes die niet door de schoonheid van de constructie worden gelokt maar door de eetbaarheid ervan. Knaagkevers. Die lusten eikenhout alsof het gevulde speculaas is. Het werd de stadhuistoren van Bolsward fataal. De toren zou gerestaureerd worden, maar al bij de inspectie bleek dat het hout er slechter aan toe was dan gedacht.

Het is ook moeilijk waarneembaar. De knaagkevers eten het hout van binnenuit op, de buitenkant laten ze met rust. En dan is het geheel ook nog met zinken plaatwerk bekleed en op tientallen meters hoogte gelegen. Er is geen trap. De dakkapelletjes die in het topje van de Bolswarder stadhuistoren vlak onder de ui zitten, zijn dan ook niet bestemd om te worden geopend. Het zijn follies, decoratieve maar nutteloze versiersels van waaruit niemand ooit naar buiten tuurt.

De torenspits bleek er dusdanig slecht aan toe dat hij er door een gigantische hijskraan af is getild en op de grond gezet. Men was bang dat anders de zwaartekracht voor een slordiger oplossing zou zorgen.

Achter hun fraaie naam gaan destructieve beestjes schuil

De schuldige van dit Friese drama is de bonte knaagkever, of eigenlijk de larven ervan. Achter de fraaie wetenschappelijke naam Xestobium rufovillosum, die refereert aan de beharing van de volwassen kevertjes, gaat een destructief beestje schuil. Bonte knaagkevers worden zeven millimeter lang, hun larven die in hout leven en er zich mee voeden, worden ruim een centimeter groot. De witte en gekromde maden zijn zacht van buiten, maar bezitten desondanks het vermogen om het keiharde eiken kernhout op te eten en te verteren. Al kauwend werken ze zich een weg door balk of plank.

Na hun verpopping knagen de kevers zich een gangetje naar buiten en verlaten via een gaatje het hout waarin ze leefden. Alleen aan dat gaatje en het fijne zaagsel dat daaruit komt sijpelen, is de aanwezigheid van de diertjes vast te stellen, maar dan is het feitelijk al te laat. Dan is de torenspits, het molenwerk of de eiken scheepshuid reeds aangetast en rest een dure restauratie. In Bolsward moet men het voorlopig even met een onthoofd stadhuis doen.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden