Bomen nieuwe bron van inkomsten voor Staatsbosbeheer

Het Nunspeetse bos. ©BRAM PATRAEUS

Geen gekwetter van vogels, maar het geluid van zagen en krakende takken in het bos. Staatsbosbeheer moet bezuinigen en boort een nieuwe bron van inkomsten aan: bomen. De komende jaren wordt er meer gekapt. Dat levert geld op en is goed voor het bos.

Een grote oogstmachine met reusachtige wielen en een grijper pakt de bomen in het Nunspeetse bos beet en legt ze in twee seconden op hun kant. De rook van de ronkende motor kringelt ondertussen uit het pijpje bovenop de machine. Het tafereel doet denken aan de tekenfilmserie 'Beestenbos is boos' van begin jaren negentig, waarin de dieren vluchten voor de angstaanjagende machines die het bos verwoesten.

Hoewel het kappen van bomen er ingrijpend uitziet, is dit scenario juist het tegenovergestelde van hoe Staatsbosbeheer met het bos en zijn bewoners omgaat. Van te voren hebben beheerders en deskundigen een plan uitgestippeld voor de kap. Elke boom wordt nauwkeurig gecontroleerd op dieren, nesten en het belang voor de flora.

Als de harvester het bos in komt rijden, heeft de machinist een schema bij zich met informatie over alle bomen. Bram van de Nagel zit al elf jaar op de oogstmachine. "Ik vind het leuk om te doen, omdat ik ook weer nieuwe bomen zie teruggroeien", vertelt hij. Van de Nagel pakt zijn kaart erbij. "Kijk, dit zijn SB's, de spechtenbomen waar ik niet aan mag komen." Voor de zekerheid zijn die exemplaren ook nog afgezet met een lint van Staatsbosbeheer.

Vriendelijke oogstmachine
Omdat al het hout dat Staatsbosbeheer produceert het FSC-keurmerk heeft, moet ook de oogstmachine voldoen aan de eisen voor verantwoord bosbeheer. De machine is lang niet zo onvriendelijk als hij eruit ziet. Zo loopt het gevaarte op biologische olie en is er een reserve brandstofleiding die de olie meteen terugpompt als de andere leiding lekt. Op die manier komt geen druppel olie op de bosgrond.

De komende vijf jaar zal de harvester vaker te zien en te horen zijn in de bossen. Staatsbosbeheer gaat namelijk meer kappen om meer inkomsten te krijgen en om het bos te verjongen. Dat moet twee tot vier miljoen euro per jaar extra opleveren. Op dit moment verdient de organisatie negen miljoen euro aan houtproductie. De aanvullende inkomsten zijn hard nodig, omdat het het rijk tientallen miljoenen dreigt te bezuinigen op de bijdrage aan Staatsbosbeheer.

Meer houtproductie is mogelijk, omdat er de afgelopen jaren meer bos is gegroeid dan gekapt. Het overschot van oude bomen die niet meer groeien, gaat de organisatie nu oogsten. De kap zal niet plaatsvinden in natuurbossen als het Drents en Friese Woud of in bossen die een cultuurhistorische waarde hebben. De bomen komen uit de bossen die nu al houtoogst en recreatie als functie hebben.

Kaal veld
Beheerder van de Noord-Veluwe Jan Bruggeman staat op een stobbe, het overblijfsel van een afgekapte boom. Achter hem ligt een kaal veld dat is omringd door hoge bomen. "Vier jaar geleden waren hier de douglassparren kaprijp. Ze groeiden niet meer, dus hebben we dit perceel geveld", legt Bruggeman uit. Hier en daar schiet alweer wat groens uit de grond. "Er komt vanzelf weer jong bos voor terug. De grove den, berk en douglas groeien hier spontaan." De zaden voor die soorten komen van bomen die om de vlakte heen staan, van de zaadbomen. "Over twintig jaar zijn deze boompjes weer bruikbaar om bijvoorbeeld houten platen van te maken en over veertig jaar is het echt zaaghout en voor meerdere doelen bruikbaar."

Een andere manier van kappen is het uitdunnen. Daar is de oogstmachine nu op een perceel verderop mee bezig. De te kappen bomen hebben een fluorescerende oranje stip gekregen. De moederbomen blijven staan en krijgen meer ruimte om verder te groeien. Een grote zaag komt te voorschijn uit de grijper en zaagt de stam in gelijke stukken. Het is een chaos van takken en stukken boom op het perceel. "Straks ruimen we alle grove stukken op. Dan is er weer ruimte voor begroeiing. Een paar takken blijven liggen. Die verrotten weer en worden humus", zegt beheerder Bruggeman.

Staatsbosbeheer begint alleen aan de kap als er een afnemer is voor het hout. "De klant belt op en zegt welk hout hij nodig heeft en welke maat", vertelt Bruggeman. "Wij gaan dan het bos in om te kijken of we zo'n boom hebben staan."

Planken voor tafels en stoelen
Houtzagerij Hengeveld in het Gelderse Stroe is één van de klanten van Staatsbosbeheer. Hier ondergaat de boomstam met bast en al, een metamorfose. De medewerkers maken van de stam planken in alle soorten en maten voor tafels en stoelen. Ook leveren ze dikke balken voor de renovatie van oude boerderijen.

De geur van hout komt je tegemoet bij het oplopen van het erf. Wonda Hengeveld trekt de metalen deur van de loods open. Gehoorbeschermers zijn daar geen overbodige luxe. In de klemmen ligt een meterslange boomstam. Ogenschijnlijk soepel glijdt de stam langs een vlijmscherpe zaag. De bestuurder van de machine zit in een geluidsdempende kamer en stuurt met een soort joysticks de bank waar de boom in ligt behendig langs de zaag. "Om de vijf uur moeten we de zaag vervangen, omdat hij dan bot is. Dan wordt hij in een andere machine weer geslepen", legt Hengeveld uit.

De zagerij is sinds 1991 een familiebedrijf. Onlangs hebben Louis en Wonda Hengeveld het bedrijf overgenomen van Louis' ouders. "Wij zijn in verhouding een wat kleinere zagerij", vertelt Wonda. Hoewel de stapels planken en stammen op het terrein anders doen vermoeden, is hier geen sprake van massaproductie. De opdrachten die het bedrijf aanneemt geven de zagerij een ambachtelijk karakter. "Wij leveren hout voor specifieke projecten zoals het renoveren van een boerderij. Het is de bedoeling dat het een duurzame bestemming heeft en daar in ieder geval vijftig jaar kan blijven", zegt Louis.

Zelfs voor afvalhout is een afnemer. Een grote metalen slurf spuugt houtsnippers vanuit de fabriekshal in een container. Deze zijn bedoeld voor een Duits energiebedrijf dat het hout gebruikt om te stoken. Zo levert elke centimeter van de gekapte boom iets op, van humus tot meubel tot openhaardhout.

Staatsbosbeheer als beschermer
Eind negentiende eeuw werd Staatsbosbeheer opgericht in opdracht van de regering. De organisatie moest zorgen voor nieuwe bomen voor de houtproductie in het ernstig ontboste Nederland. Uiteindelijk kon Nederland niet meer concurreren met de grotere houtproducerende landen. Langzamerhand is de taak van Staatsbosbeheer verschoven naar het beschermen en onderhouden van de beboste natuur. Op dit moment heeft de beheerder ruim negentig duizend hectare in bezit. Ruim de helft daarvan is bedoeld voor houtoogst.

Door meer hout te produceren gaat Staatsbosbeheer terug naar zijn wortels. Dat moet bovenop de gebruikelijke negen miljoen euro nog eens twee tot vier miljoen extra opleveren. Het gaat om zo'n vijftig vrachtwagens met hout per dag. Het meeste hout komt van de douglasspar, lariks en grove den.

Hout in Nederland
Elke Nederlander gebruikt per jaar een kuub hout voor papier, openhaardhout, meubels of muziekinstrumenten. In totaal heeft ons land 360.000 hectare bos. Dat zijn ruim een half miljoen voetbalvelden. Om in de houtbehoefte van iedereen te voorzien, is twee keer de oppervlakte van Nederland nodig vol met bos. Het meeste hout komt nu uit Scandinavië, Duitsland en Noord-Amerika. Slechts zeven procent van het gebruikte hout, komt uit Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden