Pyter Terpstra (links) woont met zijn gezin op de boerderij. Hij nam het bedrijf over van Ale en Jos.

ReportageBoerenopvolging

Boerenopvolging als de kinderen niet willen: ‘Het is een oefening in vertrouwen en loslaten’

Pyter Terpstra (links) woont met zijn gezin op de boerderij. Hij nam het bedrijf over van Ale en Jos.Beeld Sjaak Verboom

Een boerderij gaat vaak over van ouder op kind, maar wat als de zoon of dochter daar niet op zit te wachten? Via ‘Boer zoekt boer’ kan een stoppende boer op zoek naar een opvolger buiten de familie. Óf je trekt die aardige voeradviseur aan zijn mouw, zoals Ale en Jos uit het Friese Scharnegoutum deden.

Boerin José – ‘Zeg maar Jos’ – Lemstra (64) weet nog hoe ze acht jaar geleden naar Pyter Terpstra (46) keek, de voeradviseur van een paar dorpen verderop, die bij een bezoekje aan hun boerderij ging kijken bij de koeien en kalfjes achterin de stal. Opeens zag ze het: verdorie, dat is echt een koeienman. “Iemand die hart voor de zaak heeft, die houdt van het vee, van tractorrijden: zo iemand noemen wij een echte koeienboer. Mijn man Ale en ik waren ondertussen achterin de 50 en we hebben geen kinderen. Dus af en toe kwam de vraag op: wat moeten we straks?”

Opeens leek Pyter Terpstra het antwoord te zijn op die vraag. Dus belde Ale Dikkerboom (67) Pyter op een zondagavond. Of hij die donderdagmiddag eens langs wilde komen. Na wat heen en weer geklets vroeg Ale op de man af: zou jij onze boerderij willen overnemen? Jos: “Dat was zó’n spannend moment. De boerderij zit al vier generaties bij mij in de familie. Ik moet er niet aan denken dat het hier ophoudt, en dat alle koeien dan weg moeten – dat lijkt me verschrikkelijk.” Ale: “Jos is één en al koeienmens.”

Op Ale’s vraag antwoordde Pyter: ‘Dat moet altijd doorgaan’. Een wat cryptische omschrijving om te zeggen dat hij dolgraag het bedrijf wilde overnemen. Jos  was ontzettend opgelucht. En? Ging ’s avonds de champagne open om het te vieren? Ale: “Neu, dat niet.” Korte stilte. “Maar we waren wel blij.”

Wakker liggen

Als er geen kinderen klaarstaan om de boerderij over te nemen, wordt ‘de opvolging’ een onderwerp voor de boer om van wakker te liggen. Want wat gaat er met de boerderij gebeuren als je tegen de zestig, zeventig loopt en het lijf niet meer kan werken? De misschien voor de hand liggende optie om de boel te verkopen – een boerenbedrijf is zomaar 1 tot 4 miljoen euro waard – staat niet alle boeren aan. Zij willen hun levenswerk liever voortgezet zien dan dat een investeerder een nieuwe bestemming zoekt voor de vrijgekomen hectares. Maar ja, waar vind je iemand die jou kan opvolgen? 

Een buiten-familiaire overname, zoals dat heet, is niet niks. Vaak werken stopper en opvolger nog jaren samen in een maatschap en wonen ze met elkaar op het erf; je moet het meer dan goed met elkaar kunnen vinden. Bovendien krijgt die ander zomaar een bedrijf in handen dat bij een verkoop miljoenen euro’s had opgeleverd. Een uitdagende oefening in vertrouwen, gunnen en loslaten.

Andersom is er een groep jonge boeren die weer om ándere redenen wakker ligt: zij hebben de ambitie om zelf een agrarisch bedrijf te runnen, maar komen niet uit een boerenfamilie. Hoe kom je dan aan een boerderij? Tenzij je de loterij wint, is het aanschaffen van een stuk land of het overkopen van een boerderij geen optie. Vaak zoeken jonge ambitieuze boeren daarom hun heil in Duitsland of Scandinavië, waar je door agrarische subsidies vaak wél aan de slag kunt als beginnend boer.

Aarden in Oost-Duitsland

Pyter Terpstra (46) paste tot acht jaar geleden perfect in dit plaatje. Al van kinds af aan heeft hij de ambitie om boer te worden. Hij komt uit een boerenfamilie, maar het melkveebedrijf van zijn grootouders werd overgenomen door zijn oom. Na een agrarische hbo-opleiding keek Terpstra rond in Oost-Duitsland, maar kon daar zijn draai niet vinden. “Ik was begin twintig en niet klaar voor zo’n stap. Het was daar best primitief en ik moest ondanks de subsidies toch nog een half miljoen meenemen. Dat valt niet mee.” Hij kwam in het advieswerk terecht. Als zzp’er was hij voeradviseur, maakte hij mestboekhoudingen en hielp hij een aantal boeren met melken.

Terpstra had zich er al bij neergelegd dat dit zijn leven zou zijn, totdat Ale hem die zondagavond belde. “Ik vermoedde niets, al was er een heel klein stemmetje in me dat zei: misschien gaat het wel dáárover. Ik wist dat er bij hen geen opvolger was.” Evengoed werd Terpstra overvallen door de vraag. “Het voelde heel onwerkelijk. Die boerderij waar ik als jongen op weg naar de middelbare school al langs fietste en waarvan ik dacht: goh, mooie boerderij – dat soort dingen vallen je op als je daarin geïnteresseerd bent. Dat dat nu van mij is, is… heel apart.” De vriendin van Pyter, Tineke van der Schaaf (44), moet lachen: “Ja, hij is een nuchtere, hoor!” Pyter: “Ja, oké goed, ik was superblij. Ik reed met zó’n smile naar huis.”

Dus zitten ze op deze vrijdagochtend gebroederlijk naast elkaar aan de koffie in de koeienstal: Ale en Jos aan de ene kant, Pyter en Tineke ernaast. Zonnestralen piepen fotogeniek langs de staldeuren, waarnaast 120 koeien onverstoorbaar hun gras staan te herkauwen. Sinds acht jaar werkt dit gezelschap met elkaar in een maatschap. Ale en Jos zijn officieel nog de eigenaren, maar zeggen ‘dat Pyter nu al de boer is’. Hij is het aanspreekpunt en bepaalt de koers van het bedrijf. Tineke helpt mee met melken, doet administratief werk en het huishouden. Ze heeft drie kinderen van bijna 15, 16 en 17 uit een eerdere relatie.

Pyter en Tineke werken sinds acht jaar met Ale en Jos in een maatschap.Beeld Sjaak Verboom

Als Ale en Jos de boel op een gegeven moment officieel overdoen, zal de taxatiewaarde van het bedrijf verrekend worden met de geleverde arbeidsuren van Tineke en Pyter over de afgelopen jaren. Vervolgens betalen zij Ale en Jos jaarlijks een bedrag, bij wijze van pensioen. Wanneer dat overnamemoment komt, daar hebben ze het nog niet over gehad. Jos: “Maar het is niet de bedoeling dat wij Pyter op ons tachtigste nog steeds voor de voeten lopen.”

Gebrek aan een opvolger is een urgent thema

Dat een stopper en opvolger elkaar zo spontaan vinden, gebeurt maar zelden. “Soms hoor je dat een jongen of meisje uit het dorp al jaren meehelpt op het bedrijf en er geleidelijk ingroeit, maar dat zijn uitzonderingen”, zegt Eke Folkerts. Ze is bestuurslid bij het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en bedrijfsovername is onderdeel van haar portefeuille. Het gebrek aan een opvolger is een urgent thema. In 2016 becijferde het CBS dat er op 15.000 van de 55.000 boerenbedrijven in Nederland geen opvolger klaarstaat. Recentere cijfers komen van de Wageningen University & Research (WUR). Die bracht in oktober een rapport uit waarin werd voorspeld dat 41 procent van de melkveehouderijen in 2030 is gestopt vanwege het ontbreken van een opvolger.

Dat lijkt misschien een natuurlijke oplossing voor de wens van de overheid om de veestapel te laten inkrimpen, maar zo simpel is het niet. Als er geen opvolger is, kopen agrarische buren vaak de grond op om hun bedrijf uit te breiden, of worden de fosfaatrechten aan een andere boer verkocht. Zo krijg je minder, maar wel grotere bedrijven en dat is juist níet wat de overheid wil. Die zet in op kleine, gemengde bedrijven die duurzamer gaan boeren.

Dat er in veel families geen opvolger klaarstaat, heeft deels te maken met veranderende en strengere regelgeving in de landbouw, denkt Folkerts. Ze hoort hoe ouders tegen de kinderen zeggen: ‘Doe maar niet, je krijgt er zoveel gedonder mee’. In plaats van dat de kinderen het bedrijf overnemen, laten de ouders zich uitkopen en zorgen dat alle kinderen met het geld een eigen huisje kunnen kopen – klaar is Kees.

Boer zoekt Boer

Toch blijft er volgens Folkerts altijd een clubje ‘vakidioten’ bestaan dat zich niet laat tegenhouden door regels en gedoe. Om die krachten in eigen land te houden én een oplossing te bieden voor het opvolgersprobleem, richtte de NAJK in 2011 het platform ‘Boer zoekt Boer’ op. Geïnteresseerden kunnen op de website een profiel aanmaken voor 75 euro; momenteel staan er 70 overdragers en 390 opvolgers geregistreerd. De NAJK weet niet of en hoeveel succesvolle overnames er zijn geweest; ze faciliteert enkel het platform.

Wel wil de NAJK Boer zoekt Boer in de toekomst anders inrichten: meer als een matchingsbureau waar een consultant persoonlijk op zoek gaat naar een passende match. Een tekstje op een online profiel blijkt namelijk wat summier voor de grootse beslissing die je op basis daarvan moet nemen. Folkerts: “Een overname is een complex proces dat je met elkaar aangaat, met emoties en verwachtingen van beide kanten. Het is niet zomaar iets; het is een match voor het leven.”

Pijn in het hart

In Scharnegoutum zijn beide partijen erg dankbaar voor hun overnameconstructie. Dat betekent niet dat het nooit lastig was. Zo verhuisden Jos en Ale drie jaar geleden van het grote boerderijhuis naar het kleinere huisje op het erf waar Jos’ moeder woonde tot ze overleed. Jos zag hoe Pyter en Tineke hun oude huis volledig verbouwden. “Ik houd wel van oud; lekker ouwe zooi, houten balken, dat vind ik gezellig. Nu is het gestript en helemaal nieuw opgetrokken. Dat deed wel een beetje pijn in het hart. Maar goed, het is nu hun huis en als je A zegt, moet je ook B zeggen.”

Andersom vond Tineke het best lastig om als ‘partner van’ haar weg te vinden op de boerderij. “In het begin werkte ik nog niet mee op het bedrijf. Toen was het wel zoeken naar welke ruimte ik in mocht nemen. Ik kan soms wat directer zijn, de anderen zijn wat rustiger. Ik ben zelf niet opgegroeid op een boerderij, terwijl Jos een boerin in hart en nieren is. In dat alles een balans vinden, is soms best lastig.”

Toch hebben ze geen spijt van hun beslissing. Sterker nog: Pyter vindt het uniek te noemen dat zulk soort mensen nog bestaan. “De belangrijkste voorwaarde voor een succesvolle overname is, denk ik, dat het je gegund wordt; dat voel ik hier ontzettend, dat ze het me gunnen.”

Voor Jos en Ale is er met de overname een last van hun schouders gevallen. Ale stelt dat het een keermoment in hun leven is geweest. “Het idee dat alles nu in goede handen is, dat we er niet altijd meer hoeven te zijn, dat geeft rust.” Jos: “En ik vind het ook mooi om te zien dat er opeens leven in de brouwerij is. De stallen zijn uitgebouwd, we zijn van 60 naar 120 koeien gegaan, mét jongvee. Al die actie, dat vind ik hartstikke mooi.”

Pyter en Tineke verwachten dat Ale en Jos voorlopig nog zullen blijven werken en niet snel van het erf vertrekken. “Zij horen hier”, zegt Pyter stellig. “Zij moeten hier tot het einde blijven, zo simpel is het.”

Lees ook: 

Het beginnen of overnemen van een biologische boerderij is haast onmogelijk. Hoe kan dat?

Dure landbouwgrond maakt de overname van biologische boerderijen vrijwel onmogelijk. Biodynamische geitenboerderij Hansketien werd ternauwernood gered.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden