Boeren met liefde voor natuur

Ardy en Ivanka de Goeij, boer en boerin op Hoeve Stein. ‘We maaien in de natuurzones maar één keer per jaar en pas na de bloeiperiode.’ Beeld Werry Crone

Het is nog een proef: grond van Staatsbosbeheer wordt gepacht door boeren. Op een deel daarvan laten die de natuur haar gang gaan. Tot tevredenheid van beide partijen. Hoeve Stein bouwt mee aan een natuurvriendelijke agrarische sector.

De zwaluwen schieten als straaljagers door de stal van boerderij Hoeve Stein. Vrolijk kwetterend vliegen de vogels tussen de koeien door, die stoïcijns liggen te wachten totdat ze de weide in ­mogen. In de hoek liggen koeien die onlangs jongen hebben gekregen. Tussen de volwassen beesten door hupsen de twee pasgeboren kalfjes stumperig over het stro. Hun moeder heeft een momentje voor zichzelf onder een van de koeborstels. De stal van Ardy en Ivanka de Goeij in Oukoop, zo’n tien kilometer van Gouda, is opvallend ruim. Boven de polder hangen diepgrijze stapelwolken die op knappen staan.

Een paar jaar geleden verruilde het echtpaar De Goeij de traditionele ligboxenstal voor een vrijloopstal. Om verder te verduurzamen en de overstap naar biologisch te maken, kozen De Goeij en zijn vrouw voor dit moderne verblijf waarin het melkvee meer ruimte heeft. En niet alleen wat ruimte betreft gaan de beesten erop vooruit. Ze kunnen nu ook te allen tijde op comfortabel stro liggen. De ondergrond van zaagsel en rubber behoort tot het verleden.

Het is een van de vele stappen die boeren moeten zetten om te verduurzamen. Ook het gebruik van natuurmaaisel en een stop op kunstmest en bestrijdingsmiddelen kleurden het bedrijf van De Goeij groener. “Stro halen we ook van dichterbij, uit Zeeland. Voorheen kwam het uit Frankrijk”, vertelt Ardy de Goeij terwijl zijn hond op drie poten – auto-ongeluk als pup – om hem heen hinkelt. “We doen ook aan warmteterugwinning via de melkinstallatie en het staat op de planning om zonnecellen op de stallen te installeren.”

Dankzij deze maatregelen kreeg natuurboerderij Hoeve Stein een paar jaar terug het predicaat biologisch. Maar sinds juni dit jaar gaat De Goeij nog een stapje verder. In samenwerking met Staatsbosbeheer doet de 47-jarige boer aan natuurinclusieve landbouw, een ­manier van boeren waarbij rekening wordt ­gehouden met de natuur en de biodiversiteit op het perceel van de boer.

Voor niets gaat de zon op

Tachtig procent van de boeren wil verduurzamen, bleek eerder dit jaar uit de enquête van deze krant onder ruim 2200 Nederlandse agrariërs. Staatsbosbeheer merkt ook dat boeren de overstap willen maken naar een duurzamere en minder intensieve manier van werken.

Maar voor niets gaat de zon op. Wie minder vee op zijn grond laat grazen, levert in op zijn omzet. Daar zit geen enkele agrariër op te wachten. Daarom begon Staatsbosbeheer in juni een experiment om boeren te helpen bij het overschakelen naar natuurinclusieve landbouw, zonder daarbij een rendabele bedrijfsvoering in de weg te zitten. Uiteindelijk moeten veertig agrarische ondernemers aan het project gaan meedoen. De Goeij en zijn vrouw bijten het spits af.

Tegenprestatie

Het idee is dat een boer meer grond vergaart door die te pachten van Staatsbosbeheer. Als tegenprestatie belooft de boer bij zijn werkzaamheden meer rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit op zijn landbouwgrond te vergroten. Zo snijdt het mes aan twee kanten. De natuur wint terrein op het perceel van de boer, in de buurt van de natuurgebieden van Staatsbosbeheer, en de boer zelf hoeft niet in te leveren op zijn inkomen. Hij kan immers met dezelfde hoeveelheid vee blijven werken, maar dan verspreid over een groter gebied.

Voor De Goeij behelst de deal met Staatsbosbeheer dat hij nu over 186 hectare grond beschikt. “Daarvan is 106 hectare van onszelf en 80 van Staatsbosbeheer”, vertelt De Goeij. Volgens de contractvoorwaarden mogen de koeien van het echtpaar 155 hectare bestieren en is de resterende 31 hectare het domein van moeder natuur. Daarnaast mag het vee alleen van 1 mei tot half oktober de percelen van Staatsbosbeheer betreden, om vogels niet te storen in het broedseizoen, en mag er slechts een beperkte hoeveelheid – eigen – mest worden gebruikt. “En een gedeelte maaien we pas na 15 juni, zodat de weidevogels rustig kunnen broeden.” Behalve de zwaluwen die door de stal fladderen, vlogen er dit jaar ook grutto’s, kievieten en scholeksters over de polder bij Hoeve Stein.

“In de praktijk houdt het dus in dat we minder aan beweiding doen: evenveel koeien, maar op een groter oppervlak”, vertelt

De Goeij. “Op bepaalde stroken komt geen vee. In die zones laten we de natuur ongestoord haar gang gaan.”

Zo zijn er op het land van De Goeij stroken waar alleen maar riet groeit en langs de kant van de sloten ontluiken onder meer orchideeën, ratelaren en rolklavers. De Goeij: “We maaien in de natuurzones maar één keer per jaar en pas na de bloeiperiode. Daarna drogen we de planten en gebruiken we die als strooisel op het land.”

Planten en kruiden die welig tieren, vogels die er vrolijk op los broeden, allemaal winst voor Staatsbosbeheer. Maar wat wint de boer ermee? Op het eerste gezicht klinkt het alsof de boer veel dingen moet en weinig mag. Alsof de regie over de eigen grond uit handen wordt gegeven. Waarom dan toch meedoen met het project? Volgens De Goeij is dat een vanzelfsprekendheid.

“Wij waren al een biologisch bedrijf, dus we hoefden niet heel veel te veranderen om ook aan de voorwaarden van natuurinclusieve landbouw te voldoen. Bovendien is dit een Natura 2000-gebied. Dus toen de vraag van de provincie kwam of we wilden meedoen aan het project, hoefde ik niet lang na te denken.”

Gijzeling

Een voorliefde voor de natuur lijkt op de korte termijn de belangrijkste motivatie voor deelname aan het project, denkt Conny Clazing, programmacoördinator natuurinclusieve landbouw bij Staatsbosbeheer. “Het initiatief trekt met name boeren aan die zelf iets met natuur hebben”, zegt ze aan de telefoon. “De ondernemers moeten er zelf heil in zien. Er komt vrijwilligheid bij kijken om mee te doen aan het project. Deelname voltrekt zich op basis van intentie en vertrouwen.”

Van gijzeling van de grond van de boer is geen sprake. Wel monitort een externe controleur hoe het met de natuur op het land van de boer gaat om te kijken of het experiment ook echt iets oplevert voor boer en natuur. Inmiddels is Staatsbosbeheer met vijf andere gegadigden in gesprek. “Ze zijn enthousiast om mee te doen”, zegt Clazing.

Voor Staatsbosbeheer is de belangrijkste ­reden om grond te verpachten aan boeren dat die goed in staat zijn om dit type land te beheren. Clazing: “Het gaat niet om bossen, maar vooral om natuurgraslanden. Die kunnen goed ingepast worden in de agrarische bedrijfsvoering.” Van financiële beweegredenen is volgens Clazing geen sprake. “Uiteraard zijn er wel pachtinkomsten, maar het project is niet ontstaan vanuit een geldmotief.”

Extra marge

Voor De Goeij is dat anders, althans op de lange termijn. “Ik verwacht dat er wel een keer een extra vergoeding komt voor boeren die ­natuurinclusief werken.” Het is kortom niet enkel welwillendheid wat de klok slaat. Voor een liter biologische melk vangt een melkveehouder nu gemiddeld tussen de 10 en 15 cent meer per liter dan voor reguliere melk. Maar of er ooit zo’n extra marge voor natuurinclusieve melk komt, staat niet vast.

Voor nu zit de winst met name in de prijs van de grond en de terreinvergroting. Clazing: “Het is voor een boer dankzij dit project mogelijk om meer grond te pachten tegen een relatief lage prijs. Want landbouwgrond is nu eenmaal een stuk duurder om te pachten dan ­natuurgrond. Daarnaast ben je als boer een stuk flexibeler, omdat je meer grond hebt en dus je activiteiten kunt verplaatsen naar andere kavels, bijvoorbeeld als er sprake is van droogte.”

De koeienstal van Hoeve Stein. Die trekt ook schoolreisjes en bedrijfsuitjes. Beeld Werry Crone

Schoolreisjes

De relatie tussen Staatsbosbeheer en Hoeve Stein ontstijgt die van louter pachter en verpachter. Er is een loopbrug aangelegd die vanaf een wandelpad dat over het weiland loopt, uitkomt op een hoog gelegen platform in de vrijloopstal. Van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds kunnen wandelaars ongestoord naar binnen lopen om een kijkje te nemen in de stal. Aan de wand hangen informatieve teksten over de manier waarop De Goeij en zijn vrouw de natuur in hun werk betrekken, met foto’s van bloeiende bloemen en woekerende planten.

“We hebben hier ook wel eens excursies”, vertelt De Goeij terwijl hij de modder van zijn laarzen sproeit met een waterspuit. In samenwerking met de boswachters en andere gidsen ontvangen De Goeij en zijn vrouw onder meer schoolreisjes en bedrijfsuitjes. “Hier vertellen we ze alle ins en outs van het bedrijf en over hoe we de natuur betrekken in ons werk. Daarna gaan ze op pad door het gebied met een gids van Staatsbosbeheer.”

Wie mazzel heeft, ziet naast koeien en een uitgestrekt graslandschap ook veel weide­vogels en wild groeiende flora. “Of een ringslangetje”, grijnst De Goeij terwijl hij op een foto aan de wand in de stal wijst. “Daar stond mijn jongste zoon laatst opeens mee in zijn handen.”

Lees ook:

Klimaatdoelen? Deze boeren halen ze nu al

Wat voor hun collega's nog toekomstmuziek is, doen koeienboeren in de Achterhoek al: werken met aandacht voor de natuur én daardoor meer verdienen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden