jelle's weekdier

Bochelvliegjes zijn geen lieverdjes

Een bochelvlieg Beeld Paul Beuk

Toen ik zondag naar het onvolprezen radioprogramma ‘Vroege vogels’ luisterde, kwam daar plotseling een groep dieren voorbijgevlogen waar ik echt nog nooit van gehoord had: bochelvliegen.

Ik geef het maar ruiterlijk toe en het zal vast meer over mij zeggen dan over die kleine vliegjes. Of heeft u allemaal nog nooit van bochelvliegen gehoord? Wel van bocheldansvliegjes dan? Of van paddestoelmuggen, steltmuggen, lansvliegen en bladvliegen? Want die vlogen ook via de ether mijn oor binnen, gelukkig niet letterlijk, maar in de vorm van een interview met Paul Beuk, conservator van het Natuurhistorisch Museum Maastricht.

Kalkgrasland

Al deze insectjes zijn dit jaar door hem verzameld in de ENCI-groeve, de grote groeve in de Sint-Pietersberg waar jarenlang kalk werd gewonnen ten behoeve van de cementindustrie, maar die tegenwoordig door Natuurmonumenten wordt herontwikkeld tot natuur- en recreatiegebied. In het kader daarvan is een deel van de voormalige groeve ingericht als kalkgrasland, een voedselarm landschapstype dat de laatste tijd nogal zeldzaam geworden is en dat zich onder andere kenmerkt door een rijke flora en insectenfauna. 

Het ligt er nu drie jaar. Om te zien of dat rijke insectenleven er ook inderdaad voorkomt, heeft men een insectenval geplaatst. Rondvliegende insectjes komen dan via een ingenieus fuiksysteem terecht in een grote pot die is gevuld met alcohol, om daarin tegelijkertijd te worden gedood en geconserveerd. Eens per week wordt de pot opgehaald en vervangen door een nieuwe; de inhoud wordt daarna overgebracht naar het museum, waar Beuk zich aan de identificatie van de gevangen diertjes wijdt.

Opsteker

Tot zijn verbazing – en ook die van Natuurmonumenten – bleek dat er maar liefst tweehonderd insectensoorten waren gevangen, waarvan dertig nieuw voor Nederland en twee zelfs überhaupt nieuw voor de wetenschap. Een ongelooflijk resultaat en bovendien een opsteker in deze voor insecten toch zo sombere tijden.

Bochelvliegen zijn kleine tot piepkleine vliegjes met een bolle rug. Denk maar aan de maat van de kleine fruitvliegjes die boven uw fruitschaal hangen om aan te geven dat u eindelijk die peren eens moet opeten. Bochelvliegen – er bestaan meer dan vierduizend soorten – zijn tussen een halve en zes millimeter klein. 

De allerkleinste is een soort die in Thailand leeft en Euryplatea nanaknihali wordt genoemd; het beestje is maar 0,4 millimeter groot. Mind you: dat is minder dan een halve millimeter, maar desondanks is het een compleet insect met een zenuwstelsel, spieren, ogen, monddelen, een spijsverteringskanaal en nog veel meer – en dat ­allemaal in nog geen halve millimeter weggewerkt.

Het bochelvliegje dat nu in de ENCI-groeve is aangetroffen, behoort tot het geslacht Menozziola en is geen lieverdje. Hij parasiteert op reuzenmieren en wel door op de kop van de mier eitjes af te zetten, waarna de daaruit voortkomende larfjes de mierekop binnendringen en die langzaam van binnenuit opeten. Na verloop van tijd loopt de mier als een zombie rond, waarna zijn kop eraf valt en de volgende generatie bochelvliegjes prijsgeeft. Er is nu nog één probleempje: de betreffende reuzenmier is in de buurt van de ENCI-groeve nog nooit waargenomen. Maar hij moet er dus wel zijn.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt. Lees hier eerdere afleveringen van Jelle’s Weekdier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden