Bittere boosheid in Dordrecht om uitstoot giftige stoffen

Dordtenaar Ted van der Vlies at jarenlang vergiftigde producten van zijn moestuin. Beeld Werry Crone

In Dordrecht en omstreken lopen de gemoederen rond de uitstoot van giftige stoffen door het bedrijf Chemours steeds hoger op.

Als Ted van der Vlies (69) vroeger in zijn moestuin een rijpe vijg zag, dan ging die, hup, zijn mond in. Dat deed hij met alle vruchten die in zijn tuin in Sliedrecht groeiden. Hij stopte daar acuut mee toen bleek dat die vruchten besmet waren met giftige stoffen. Een recente test wees uit dat bij hem per liter 157,8 microgram van de stof PFOA in zijn bloed zit. Van der Vlies staat nu, tot zijn verdriet en bittere boosheid, bekend als de 'giftigste man van Sliedrecht'.

De boosdoener kan Van der Vlies, als hij een beetje zijn best doet, vanuit zijn huis zien. Schuin aan de andere kant van de Merwede ligt in Dordrecht het complex van chemiefabriek Chemours, dat tot voor kort DuPont heette. In de fabriek wordt teflon gemaakt, een belangrijk bestanddeel van anti-aanbaklagen in pannen, maar bijvoorbeeld ook van pizzadozen en kabels.

Tot 2012 stootte het complex via de schoorsteen en via het water de afvalstof PFOA uit, een zuur dat onder meer licht toxisch is, moeilijk afbreekbaar is en zich in het lichaam ophoopt. In 2012 plaatste de EU deze fluorverbinding op de lijst van 'zeer zorgwekkende stoffen' en was het verboden om deze stof nog langer uit te stoten. Op dat moment kwam de fabrikant opeens met een alternatief: GenX. Deze stof lost in water op en verlaat het lichaam na ongeveer een dag. Chemours kreeg van de provincie Zuid-Holland een vergunning om deze afvalstof te lozen.

Moderne milieu-affaire

Alles leek goed te gaan totdat in de zomer van vorig jaar uit RIVM-onderzoeken bleek dat de kou helemaal niet uit de lucht was. Omwonenden en zeker ook werknemers waren aan meer dan de advieswaarde van PFOA (de Engelse afkorting van perfluoroctaanzuur) blootgesteld. Uit proeven op dieren bleek dat deze stof kanker kan veroorzaken. Bovendien was het de vraag of GenX wel minder schadelijk dan zijn voorganger was. Het was het startschot voor een moderne milieu-affaire.

Milieuchemicus Jacob de Boer, hoogleraar aan de VU en hoofd van de afdeling Milieu en Gezondheid, leeft met de omwonenden en oud-werknemers mee. Deze mensen zijn volgens hem terecht bezorgd. Hij vindt dat verschillende overheden hen in het verleden te weinig hebben beschermd en te gemakkelijk vergunningen hebben afgegeven.

Hij laat zich niet verleiden tot de uitspraak dat er in Dordrecht sprake is van een grof milieuschandaal. "Maar je kunt wel zeggen dat Chemours stoffen uitstoot die je niet in het milieu moet willen. Het is ook niet nodig. Chemours moet GenX afvangen en aan een bonafide afvalverwerker meegeven. Dat kost natuurlijk geld, maar dan verhoog je de prijs van teflon, of je neemt genoegen met wat minder winst."

Vorig jaar besloot De Boer om eens in de omgeving rond de fabriek te kijken naar de aanwezigheid van de fluorstoffen in gras en bladeren. Hoewel de uitstoot van PFOA al vijf jaar geleden gestopt is, troffen De Boer en medewerkers die stof, naast GenX, nog steeds aan. "Ik heb bewoners aangeraden om even terughoudend te zijn met het eten van groente en fruit uit hun tuinen", zegt De Boer. Het RIVM doet nu onderzoek naar de aanwezigheid van die stoffen in fruit, het rapport wordt in februari volgend jaar verwacht.

Gezond uit eigen tuin

Van der Vlies denkt al te weten wat de uitslag is. Tien jaar geleden werd bij de oud-marktkoopman leukemie geconstateerd en hij legt een verband tussen die ziekte en het eten uit de tuin. Met zijn vrouw Marga woont hij nu 45 jaar aan de rivier, letterlijk onder de rook van Chemours. Zijn vrouw had 89 microgram PFOA per liter in haar bloed. "Dat verschil komt doordat zij anders leefde dan ik. Als ik in de tuin werkte, liep ik voortdurend te eten. Daar heb ik nu wel spijt van."

Zijn tuin van tien bij ongeveer veertig meter staat vol met vruchtenstruiken en -bomen. Bessen, bramen, kruisbessen, peren, appels, pruimen, vijgen. Aan het eind staat een kas met tomaten. Vooral nadat hij de diagnose hoorde at Van der Vlies er volop van. "Ik gooide mijn leven over een andere boeg. Ik wilde puur gezond gaan leven door bijvoorbeeld het eten van veel fruit en groente uit eigen tuin. Dit jaar heb ik alles laten staan, het is door de vogels opgegeten."

Als in het weekend of vakantie kinderen en kleinkinderen in de tuin waren, deden die dat ook. "Ik moedigde hen aan. Eet jongens! Lekker gezond! Zij genoten van de appels. Daar voel ik me natuurlijk schuldig over, want zij hebben daardoor ook gif binnengekregen."

Van der Vlies leeft in onzekerheid en is boos. "Op wie? Tja, op wie niet? De verantwoordelijken bij Chemours natuurlijk, maar ook op de overheid die jaar in jaar uit de vergunning aan Chemours heeft verstrekt. En waarom hebben politici uit deze regio niet wat meer zitten opletten?"

Drinkwater

Bestuurders en raadsleden uit de betrokken Drechtsteden zijn inmiddels wel wakker. Deze zomer trokken zij massaal naar een hoorzitting over de Chemours-vergunningen bij de provincie Zuid-Holland. Daarnaast waren de problemen met de chemiegigant al vier keer onderwerp van debat in de Tweede Kamer. Uiteindelijk is in een motie uitgesproken dat de Kamer af wil van de uitstoot van zogeheten persistente stoffen.

Inmiddels zijn ook drie waterbedrijven hyperalert nu kort geleden bleek dat het GenX, dat zo makkelijk in water oplosbaar is, in grote delen van Zuid-Holland in het drinkwater zit. De waarden zijn weliswaar zeer laag en lijken vooralsnog niet schadelijk voor de volksgezondheid, maar één ding is volgens de waterbedrijven zeker: het hoort er niet in en het moet er zo snel mogelijk uit.

De kwestie rond het water geeft volgens milieuchemicus De Boer aan hoe knullig overheden met vergunningen kunnen omgaan. "De provincie gaf dus een vergunning af voor het lozen van GenX op de Merwede, maar ze bellen niet naar het waterbedrijf dat even verderop een drinkwaterinlaatpunt heeft. Daar komen ze er pas een paar jaar later achter."

Dat omwonenden en oud-werknemers hun ziekten aan de gifstoffen van Chemours wijten, is volgens De Boer logisch. Zo is Jenny van Ballegooijen ervan overtuigd dat haar man Theo (1957), die vanaf de jaren zeventig tot 2010 in verschillende fabrieken van DuPont werkte, doodziek is van PFOA. De klachten dateren al van 1990. Telkens komen er in zijn ogen ontstekingen op, hij is vaak duizelig en heeft bijna geen spierkracht meer.

"Jarenlang stonden de artsen voor een raadsel", zegt Jenny, "maar wij weten nu wel beter." Bij de voormalige werkgever kreeg zij geen poot aan de grond, die ontkenden elke betrokkenheid. Daarom richtte zij de actiegroep Stichting C8-Dordt op (C8 is een andere aanduiding voor PFOA), die nu met hulp van advocaten het bedrijf aansprakelijk wil stellen voor de gezondheidsschade.

Beperkte slaagkans

Het zal volgens milieuchemicus De Boer nog niet meevallen om in individuele gevallen een directe link te leggen tussen aandoeningen en het contact met PFOA. "Asbest leidt bijvoorbeeld tot een specifieke kanker in de longen, dat is duidelijk. Met PFOA ligt dat veel ingewikkelder. Dat moet je aantonen met epidemiologisch onderzoek onder minstens duizend mensen. Dat is heel veel werk, het is kostbaar en heeft een beperkte slaagkans."

Advocaat Eric Meijer is positiever over de kans op succes bij de rechter. Hij wijst op de zaak in het Amerikaanse Parkersburg, West-Virginia, waar DuPont eveneens een fabriek heeft staan die teflon produceert en werkt met PFOA. In 2015 wees een rechter een schadevergoeding toe van 1,6 miljoen dollar aan een vrouw die nierkanker had. Inmiddels hebben 3500 mensen zich daar aangemeld voor een gezamenlijke claim.

Eric Meijer, maker van de website C8claim.nl waar mensen zich kunnen aanmelden, is overigens niet de enige letseladvocaat die actief klanten werft voor een aansprakelijkheidsprocedure. Inmiddels hebben minstens vijf kantoren hier advocaten op gezet, omdat zij denken dat hier wat te halen valt.

Dordtenaar Hans van der Slot heeft gekozen voor advocaat Meijer. Als hij zou willen, kan hij vanuit zijn huis een steen gooien naar chemiebedrijf Chemours in industriegebied Staart. Lange tijd had hij geen enkel probleem met zijn 'buurman'. "Het was een schone industrie van een goede, moderne Amerikaanse werkgever met geld zat, althans dat dachten we."

Onzekerheid

Inmiddels denkt actievoerder Van der Slot daar 'een tikkie' anders over. "We zijn van de ene in de andere verbazing gevallen. Overal zat het opeens, tot in het drinkwater aan toe." Aanvankelijk vonden hij en andere omwonenden namens wijkcomité Merwedepolder bij overheden moeilijk ingang voor hun zorgen. DuPont is met duizend werknemers een belangrijke werkgever in de regio.

Dat tij is gelukkig redelijk gekeerd. "De bestuurders zien nu wel de ernst van de situatie in, maar de vele vragen blijven." Aan de gedeputeerde milieuzaken van de provincie Zuid-Holland overhandigden zij deze zomer een brief met 58 vragen. "We wachten nu nog op een antwoord", zegt Van der Slot honend.

Milieuchemicus De Boer begrijpt dat de onzekerheid een last voor betrokkenen is. Wat hem bovendien stoort, zijn verschillende signalen die hij rond het bedrijf opvangt. Zo ontdekte hij onlangs dat Chemours ook een vergunning heeft om per jaar 48 kilo PFIB te lozen. "Dat is een strijdgas, net zoals mosterdgas. Dat mag helemaal niemand maken. Ik heb daarover naar het ministerie geschreven en kreeg te horen dat dit een instabiele stof is die in de lucht snel uit elkaar valt en dan verder niet gevaarlijk is. Maar wat als het een keer een grotere hoeveelheid is en de wind verkeerd staat?"

Iets anders is de kwestie rond de lycra-productie in Dordrecht waarbij tientallen vrouwen miskramen kregen omdat zij in contact kwamen met de stof DMAc. "Het staat in de literatuur: hou dit bij vruchtbare vrouwen weg! Ik kan me niet voorstellen dat ze dit bij een chemiebedrijf niet geweten hebben. Toch lieten ze die vrouwen daar werken. Dat schept een beeld van het bedrijf."

Dat geldt eveneens voor de recente naamswijziging, van DuPont naar Chemours. "Ik ben nauw betrokken geweest bij zaken rond brandvertragers en in die branche zag je hetzelfde toen de druk groter werd. Ze zullen het zelf niet toegeven, maar het maakt op mij de indruk dat zij het bedrijf in Dordrecht afsplitsen om mogelijke schadeclaims tot die dochteronderneming te beperken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden