Ton Denters op zoek naar Stadsflora in Utrecht.

ReportageStadsflora

Bijzondere planten spotten? Tussen de stoeptegels zit meer dan je denkt

Ton Denters op zoek naar Stadsflora in Utrecht.Beeld Werry Crone

Bijzondere plantensoorten staan niet alleen in natuurgebieden, maar verrassend vaak als onkruid tussen de straatstenen. De doorsnee stedeling begint deze ‘gewildgroei’ steeds meer te waarderen, merkt Ton Denters, schrijver van de nieuwe Stadsflora van de lage landen.

Recht voor een voordeur in de stad Utrecht knielt urbaan ecoloog Ton Denters om van dichtbij een plant te bekijken die bijna in bloei komt. “Als je goed kijkt zie je de vlammende rode punten bij de bloemhoofdjes, daarom heet hij de gevlamde fijnstraal. Die Nederlandse naam heb ik bedacht.” Denters is Nederlands grootste kenner van stadsplanten en bracht al eerder een determinatiegids uit. Nu schreef hij de ‘Stadsflora van de lage landen’, die mensen ook moet stimuleren om zelf op zoek te gaan naar bijzondere flora in de stenen jungle. Utrecht is een van de 26 steden in Nederland en Vlaanderen die in de Stadsflora staan beschreven, steeds vergezeld door een wandelroute die door Denters werd uitgezet.

Muurleeuwenbek, veel te vinden in de Utrechtse binnenstad. Het is in de 17e eeuw als decoratief plantje uit het Middellandse Zeegebied gehaald. Beeld Werry Crone

Bij een rij arbeiderswoningen verderop komen her en der plukken kleurige bloemen tussen de stoep en de voorgevel naar boven. Denters herkent muurfijnstraal, kogelduizendknoop en gele helmbloem. “Dit is wat je steeds vaker in steden ziet. Mensen tolereren wildgroei rond hun huis en vinden het vaak juist mooi. Je ziet ook wel eens dat als de gemeente langskomt, mensen met krijt instructies erbij schrijven als ‘hier niets verwijderen, tuinreservaat’.” Bij alle planten die we tegenkomen weet Denters een verhaal te vertellen. “Die ­gele helmbloem is in de middeleeuwen al in Nederland terechtgekomen, het is eigenlijk een rotsplant uit Midden-Europa. Die muurfijnstraal maakte de oversteek uit Mexico, is eerst in Zuid-Europa ingeburgerd geraakt en vandaaruit in Nederland terechtgekomen. En de kogelduizendknoop wordt veel in hanging baskets gebruikt en is daar ooit uitgevallen. Tuinvlieders noemen we dat, soorten die uit tuinen en plantenbakken zijn weggelopen.”

Gele helmbloem, een rotsplant uit de zuidelijke Alpen. In 1840 aangetroffen in Maastricht ‘op een zeer ouden muur’, daarna volgde Utrecht in 1842.Beeld Werry Crone

En zo wordt de Nederlandse flora, en vooral die van de stad, steeds verrijkt met nieuwkomers. Dat gebeurt ook steeds sneller. “Vroeger gingen alle floristen naar Deventer, daar was een overslagterrein waar altijd gekke planten groeiden doordat er zaden meekwamen met vrachten uit alle continenten”, herinnert Denters zich. “Maar waar er ooit eens in de twintig jaar een nieuwe soort werd ontdekt in nederland, zijn dat er nu vijf of zes per jaar.” De komst van nieuwe soorten heeft, naast het toegenomen verkeer over de wereld, te maken met klimaatverandering. Dat is vooral in de stad te merken. “In de stad is het warmer en vochtiger”, legt Denters uit. “Daarmee landt driekwart van de nieuwe soorten in de stad. Je vindt hier soorten van rond de Middellandse Zee, uit Afrika, Azië, Midden-Amerika, noem maar op.”

Overblijvende ossentong met muurfijnstraal.Beeld Werry Crone

Denters heeft het bij deze soorten niet over exoten, maar gebruikt liever de term neofiet of nieuwkomer. “Het woord exoot heeft een ­negatieve associatie, alsof het een gevaar vormt. In de praktijk brengt 5 procent problemen met zich mee. Wat je er ook van vindt, ze tegenhouden is ondoenlijk. Tenzij we de klimaatverandering weten tegen te gaan, zijn dit toch de soorten die onze biodiversiteit gaan meebepalen in de toekomst. De natuur ­beweegt gewoon mee met het klimaat. En die planten moeten we koesteren, in een warmer klimaat is groen in de stad nog belangrijker. En wat op straat staat, is toekomstbestendig.”

Dat de flora van Nederland altijd al verrijkt werd door toedoen van de mens, blijkt uit het veelvuldig voorkomen van de muurleeuwenbek langs de route. De soort werd in de Middeleeuwen al naar Delft gehaald, valt in het boek van Denters te lezen. De grachtmuren in Utrecht tonen meer muursoorten, zoals steenbreekvaren en muursla. “Muurflora is botanisch erfgoed”, zegt Denters, “maar was in de jaren tachtig bijna verdwenen, onder andere doordat de harde voegen niet meer geschikt waren. Nu worden restauraties en nieuwe muren vaak muurplantvriendelijk aangelegd, dus met een zachte mortel waarop planten kunnen leven. Amersfoort is bijvoorbeeld ook heel rijk aan muurflora, in mijn boek heb ik daar een hoofdstuk aan gewijd. Maar in veel andere steden is het nog gangbaar om planten van de muur te verwijderen, helaas.”

De bleekgele droogbloem heeft een ommezwaai gemaakt: van zeldzame duinsoort tot gevierde stadsplant. In de jaren negentig ontdekte ze de stad, op het moment dat de soort in vochtige duinvalleien haar dieptepunt had bereikt.Beeld Werry Crone

Ook op een rustig woonerf zijn tal van overhoekjes waar planten hun kans schoon zien, waaronder veel paarse klokjes. “Dit zijn verschillende Campanula-soorten. Bij het tuincentrum betaal je er 3 euro voor, maar je kunt ze ook van straat halen”, aldus Denters. En dat gebeurt, blijkt enkele minuten later. Om de hoek is een bewoonster bezig kleine plantjes voorzichtig uit de voegen te trekken. “Ik ben op zoek naar Campanula’s”, meldt ze nota bene. “In het tuincentrum zitten ze vol systemische bestrijdingsmiddelen, dat wil ik niet. Bij de verwilderde planten zijn die er hopelijk uit.” In dezelfde straat ziet Denters iets wat hem interesseert. “Even mijn camera pakken, deze zet ik op waarneming.nl.”

Rapunzel Phyteuma scheuchzeri, een nieuwe stoepplant. Van huis uit een rotsplant uit Midden-Europa, nu nog een curiosum, in Utrecht.Beeld Werry Crone

Het blijkt driebladvetkruid, een recente nieuwkomer afkomstig van groene daken. “Dit soort vetplantjes zie je steeds meer, ze waaien gemakkelijk van de sedumdaken en groeien op straat verder.” Menig florist ergert zich groen en geel aan dit soort onnatuurlijke introductie van nieuwe soorten. Toch zijn er ook floristen die wel warm worden van een leuke nieuwe exoot, weet Denters. Hij loopt naar een voor hem bekende plek, bukt bij een fiets en haalt voorzichtig een stengel onder de trapper vandaan. “Dit is een rapunzelsoort uit Midden-Europa, voor Nederland echt een bijzondere soort. Zoals je onder vogelaars zogenoemde twitchers hebt die op bijzondere soorten jagen, heb je onder floristen ook mensen die speciaal voor dit soort curiosa naar deze plek komen.”

Overblijvende ossentong uit het warme Zuidwest-Europa, eerst sluimerend in onze steden, nu explosief uitbreidend, omdat de plant profiteert van toenemende stedelijke hitte.Beeld Werry Crone

Denters slaat een smal straatje in, een soort hofje met een minigracht van twee meter breed met aan weerszijden volop groen langs het water en tegen de huizen. Soms in potten, soms groeiend vanuit de bestrating of de kademuur. “Dit is heel typerend, hier lopen tuin en wildgroei een beetje door elkaar. Hieraan zie je dat mensen wildgroei steeds meer gaan waarderen en het een plek geven in het straatbeeld. Dat is maar goed ook”, vindt Denters. “Ze verlevendigen onze directe omgeving en maken onze steden meer regenbestendig. Nu al zijn onze steden de nieuwe hotspots voor biodiversiteit.”

Gevlamde fijnstraal, afkomstig uit Zuid-Amerika, waaiert sinds 1996 over onze steden uit. De term ‘gevlamde’ verwijst naar de roodgetipte omwindselblaadjes van de bloem.Beeld Werry Crone

Stadsflora van de Lage Landen
Ton Denters
Fontaine Uitgevers. Paperback, 448 pagina’s, 34,99 euro (tot 16 juni 27,50 euro)

Lees ook: 

Ga op zoek naar bijzondere stoepplanten

Ook bijzonder dicht in de buurt is genoeg groen te beleven. Sarah-Mie Luyckx keek aandachtig naar beneden en ontdekte met een planten-app allerlei soorten stoepplanten.

Wat weet beter hoe die ene plant heet: het boek of de app?

Ga een willekeurig natuurgebied in en je stuit op iemand starend naar zijn smartphone. Er wordt ge-sms’t, geappt, gebeld, gegoogeld en gemapt. En nu ook gedetermineerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden