Reportage Energie

Bewoners van een oersaaie flat in Gotenburg geven het pand een duurzame make-over

Flat in Gotenburg zonder (links) en met zonnepanelen. Beeld Annika Söderlund

Zweden telt talloze jarenzestigflats, maar zoals kollektivhus Stacken zijn er maar weinig. Met dank aan de bewoners, die het heft in eigen hand namen. 

In het noordoosten van de stad Gotenburg, nabij het eindpunt van de tramlijn, staat tegen de bosrand een rij nagenoeg identieke flatgebouwen. Negen stuks van ieder acht verdiepingen, in onmiskenbaar jarenzestigstijl.

Toch valt een van de panden uit de toon. De laatste in de rij, op Teleskopgatan 2. In tegenstelling tot de vaalwit en beige façades van de andere gebouwen, is deze spiegelend zwart. Kom dichterbij en zie dat de hele gevel – alle zijden van het stervormige pand, plus het platte dak – bedekt is met een behang van zonnecellen.

Het zonnepanelenhuis is niet het geesteskind van een visionaire jarenzestigarchitect die zijn pragmatische ontwerpen beu was. Nee, het pand heeft recentelijk een transformatie ondergaan, geïnitieerd door de bewoners, die hun omhulsel beu waren geworden.

Een miljoen betaalbare appartementen 

De jarenzestigflats verrezen als onderdeel van het Zweedse ‘miljoenprogramma’, toen de toestroom van arbeidsmigranten, zo’n halve eeuw geleden, leidde tot subiete woningnood. De regering nam zich voor binnen het tijdsbestek van een decennium een miljoen betaalbare appartementen bij te bouwen. Het besluit leidde tot het ontstaan van compleet nieuwe wijken, doorgaans aan de rand van de stad, met het soort dertien-in-een-dozijnflats zoals die in deze buurt, Bersjön.

Maar het bouwproject bleek omvangrijker dan de woningvraag. Halverwege de jaren zeventig stond een fors deel van de pas geleverde appartementen leeg. De toenmalige eigenaar van Teleskopgatan 2, de woningbouwvereniging Göteborgshem, zag kans voor een experiment. Als we nou eens de appartementen op de vijfde verdieping doorbreken en die vervangen door een gemeenschappelijke keuken, eetzaal en kinderopvang, dachten ze. Dan maken we van dit hele pand een woongroep.

Zo geschiedde. In 1980 namen de eerste huurders hun intrek in kollektivhus Stacken (de stapel) en al spoedig waren alle 35 appartementen in het collectief gevuld. Toen rond de eeuwwisseling de eigenaar van het gebouw af wilde, besloten de bewoners een ‘coöperatieve huurdersrechtvereniging’ op te richten. De vereniging nam het bezit van het pand over, en de circa zestig bewoners werden allen lid van het coöperatief. Voortaan zouden ze gezamenlijk beslissen over het reilen en zeilen van hun Stacken.

Kollektivhus Stacken in 1979 Beeld kollektivhus Stacken

Saamhorigheid

Er kwam een democratisch gekozen bewonersbestuur, dat zich ging bezighouden met de grote vraagstukken en toekomstplannen. In het teken van de saamhorigheid – en het drukken van de maandelijkse lasten – ontstonden verschillende werkgroepen. Elk lid van de woongroep werd geacht wekelijks drie uur gemeenschappelijk werk te doen: in de tuingroep, de schoonmaakgroep, de cafégroep, de communicatiegroep, de oppasgroep.

Een clubje bewoners richtte de elektriciteitsgroep op. De leden zouden zich gaan buigen over het energiegebruik en mogelijke energiebesparing, in de hoop de rekeningen wat te verlagen – en milieuwinst te boeken.

Met instemming van het bestuur huurde de arbeidsgroep een energie-consultant in. Die leverde een bescheiden rapportje over mogelijkheden voor energiebesparing: betere isolering van de vliering en een zogeheten heat recovery ventilation: een ventilatiesysteem met warmteterugwinning. Hierbij wordt de warmte die de bewoners voortbrengen – onder meer door lichaamstemperatuur – afgevangen en gebruikt om de verse lucht in het ventilatiesysteem mee te verwarmen.

“Toen ik een jaar of tien geleden naar Stacken verhuisde, was net het hrv-systeem geïnstalleerd en was een bedrijf bezig de dakverdieping te isoleren”, herinnert inmiddels ex-bewoner Dan-Eric Archer zich. Archer, zelf opgeleid in energiesysteemtechniek, sloot zich als vanzelfsprekend aan bij de werkgroep energie.

Elke beslissing democratisch

Maar de energiegroep wilde méér. Al snel na de recente ingrepen, vatten ze het plan op voor een grootscheeps project. Dit zou het hele aangezicht van Stacken veranderen en het jarenzestigpand transformeren in een passivhus, een ‘passief huis’. Ongekend voor zo’n ouderwetse flat, en ook nog op initiatief van de bewoners.

De voorschriften voor ‘passieve bouw’ behelzen een energiebesparing van 90 procent ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerp (of 75 procent van reguliere nieuwbouw), het gebruik van interne warmtebronnen, bijvoorbeeld door zo’n hrv-systeem, de isolering van alle buitenwanden, de vervanging van de vensters.

Kortom: een ingrijpende klus, en een zonder precedent. Daar kwam nog bij dat elke beslissing democratisch moest worden genomen. Het in zee gaan met een passief-huisadviseur, die de klus begrootte. Het inhuren van een architect – een vriend van Archer (‘geen corruptie, echt niet, hij had gewoon het beste bod’) – die alle tekeningen tot op de laatste schroef maakte.

Riskant

Uiteindelijk was het Archer die met het idee kwam om de hele buitenzijde met zonnecellen te bekleden. “We moesten de nieuwe isolatielaag toch ergens mee bedekken. Ik vond een spotgoedkope lading zonnecellen bij een Duitse tussenhandelaar die tweedehands panelen verkoopt. Ze waren van een bedrijf geweest dat onlangs over de kop was gegaan, maar waren nog ongebruikt. En het kostte evenveel als gangbaar bedekkingsmateriaal.”

De geldvraag was niet eens de moeilijkste. Ze kregen zo een lening bij een bank. Bovendien ontvingen ze zo’n derde van het totaalbedrag à 12,5 miljoen Zweedse kronen, zo’n 125 duizend euro, in subsidies. De regio, de nationale energie-autoriteit, de natuurbescherming: allemaal maakten ze graag deel uit van dit grensverleggende project.

Veel ingewikkelder bleek het vinden van een aannemer. “We hebben wel 35 bedrijven gevraagd”, zegt Archer. “Maar er zijn zo veel bouwprojecten gaande. De meesten zaten volledig volgeboekt.” Anderen vonden de klus te riskant; niemand die dit immers eerder had gedaan.

Rechtszaak

Ten langen leste vonden ze toch een aannemer bereid. Het contract werd in mei 2016 getekend. “Vijf maanden zou het gaan duren. Dat werd anderhalf jaar.” En niet conflictloos: de woongroep was ontevreden over de kwaliteit, heeft een deel van het werk zelf over moeten doen. Ze weigerde de hele rekening te betalen, wat uitmondde in een rechtszaak. Archer haalt zijn schouders op: dat heb je nu eenmaal, met projecten van deze omvang en aard.

Maar het resultaat mag er wezen: de energie nodig voor de verwarming van het pand is, sinds de nieuwe ramen, isolatie en het hrv-systeem, afgenomen met 90 procent. De opgewekte zonnestroom staat gelijk aan 90 procent van het jaarlijkse energieverbruik.

“Zelfs de minderheid van de bewoners die altijd tegen het passiefhuisproject gestemd heeft, is nu toch trots”, vertelt Archer.

Is Stackens voorbeeld te repliceren? “Zeker”, aldus Archer. “Iedereen zou dit moeten doen.”

Zweedse burgerinitiatieven werken aanstekelijk

Vleesloze maandagen op school, voedselcollectieven, of gratis je fiets laten repareren. Aan burgerinitiatieven geen gebrek in Zweden. Het land ‘scoort hoog op het gebied van milieubewustzijn dankzij een maatschappijbreed streven naar duurzaamheid’, aldus de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso). De officiële website van Zweden rept zelffeliciterend over een ‘geïnformeerd publiek dat zich maar al te zeer om milieuvraagstukken bekommert’. Als onderbouwing van deze stoutmoedige uitspraak wordt gewezen op een enquête van de Standard Eurobarometer uit 2015, waaruit zou blijken dat 26 procent van de Zweden klimaatverandering hoog op zijn zorgenlijstje heeft staan, vergeleken met het schamele Europese gemiddelde van 6 procent.

Maar een volk dat de huidige klimaaternst onderschrijft, hoeft nog niet naar dat inzicht te leven. Welke vorm neemt de Zweedse milieubetrokkenheid aan? Lokale burgerinitiatieven zijn er in ieder geval genoeg. Denk bijvoorbeeld aan de vleesvrije maandag die veel (basis)scholen hebben ingesteld, doorgaans geïnitieerd door de leraren- of ouderraad. Ook komen er steeds meer leencafé’s, zoals Cykelköket (de fietskeuken) in Gotenburg, waar je kosteloos je fiets kan repareren. Er bestaat een scala aan voedselcollectieven, waarbij groepen burgers gezamenlijk voedsel verbouwen of lokaal inkopen. Sommige regio’s kennen een ­lopende schoolbus, wat inhoudt dat kinderen, begeleid door een wisselouder, in rij-opstelling de tocht van huis naar school te voet in plaats van per motorvoertuig afleggen.

Daadkracht

Volgens politicoloog Simon Matti aan de Luleå Universiteit gaan dit soort kleinschalige, individu-gedreven initiatieven hand in hand met lokaal beleid. “Burger-engagement vereist zowel praktische als politieke daadkracht”, aldus Matti. Die twee zijn, volgens hem, nauwelijks los van elkaar te zien. “Je kan als individu wel een fietsgroepje oprichten, maar dat schiet weinig op als de infrastructuur daarvoor ontbreekt.”

Wat is Matti’s kijk op deze groene burgerinitiatieven? “Laten we eerlijk zijn: wat tweehonderd bewoners van een of andere Zweedse gemeente doen, is niet bepalend voor de uitkomst van het klimaatprobleem.” Maar, hij erkent ook: je moet ergens beginnen. “Idealiter wordt zo’n initiatief naar een hoger plan getild. Die vleesloze maandag verspreidde zich bijvoorbeeld vliegensvlug van school naar school en van gemeente naar gemeente. Sommige scholen besloten uiteindelijk helemaal geen vlees meer te serveren.”

Ook een voorbeeld als Greta Thunberg kan niet onbenoemd blijven. Dat is, zegt Matti, een burgerinitiatief pur sang. Ze begon op eigen houtje haar ‘Vrijdagen voor de toekomst’, de dag waarop ze uit klimaatprotest staakte. Haar initiatief groeide uit tot landelijke manifestaties en wekelijkse scholierenstakingen. Met haar volharding en boodschap kreeg Thunberg op den duur een internationaal platform, bij de VN, de EU, de klimaattop in New York. “Sociale normen zijn een krachtig instrument”, zegt Matti. “Gedrag werkt aanstekelijk. De symbolische uitwerking is vaak sterker dan het effect op het klimaat.”

Lees ook: 
Een flat zonder aardgas? Geen sinecure

Alle Nederlandse woningen moeten, uiterlijk in 2050, van het gas af. Dus ook flatgebouwen. Dat blijkt lastiger en duurder om te regelen dan voor rijtjeshuizen en vrijstaande woningen.

Stappenplan voor gasvrij wonen

De Groningse gaskraan sluit in 2030. Miljoenen huizen moeten over op andere, schone energie. Dat levert vragen en problemen op. Een nieuwe studie biedt de eerste, prille antwoorden en oplossingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden