Covering Climate Now Klimaatvraag

Antwoorden op de klimaatvraag

Wat weet jij van het klimaat? Test je kennis, met iedere dag een klimaatvraag. Het goede antwoord op eerdere vragen vindt u hier.

Trouw doet in aanloop naar de VN-klimaattop op 23 september in New York mee aan het internationale media-initiatief Covering Climate Now.

Vrijdag 20 september: Welke sector heeft in Nederland de meeste invloed op het klimaat?

Dit zou geen moeilijke vraag moeten zijn. Sinds jaar en dag prijkt de industrie bovenaan de ranglijst. Vorig jaar was de gehele sector goed voor ruim 57 miljoen ton broeikasgassen. Het gaat dan om ‘CO2-equivalenten’ – om broeikasgassen bij elkaar op te kunnen tellen wordt deze eenheid gebruikt.

De transportsector neemt de tweede plek in met ruim 35 miljoen ton. De landbouw droeg voor 27 miljoen ton bij terwijl de gebouwde omgeving goed was voor 24 miljoen ton.

Grote afwezige in dit lijstje is de elektriciteitssector: 45 miljoen ton in 2018. Het is altijd lastig om deze sector te duiden. De CO2 komt in de elektriciteitscentrale vrij, daar worden de kolen of het gas omgezet in stroom. Moet het dan niet de gebruiker van deze elektriciteit zijn op wiens conto de broeikasgassen worden bijgeschreven? Maar dan zou alles op het bord van de burger komen te liggen, zoals ook de methaan-uitstoot uit de landbouw.

Bovendien: in de toptien van grote CO2-uitstoters staan de vijf kolencentrales, plus de gascentrale in Velsen. En slechts vier bedrijven: Tata Steel, chemiecomplex Chemelot, de raffinaderij van Shell in Pernis en kunstmestfabrikant Yara Sluiskil. Maar goed, de kolencentrales gaan allemaal uiterlijk in 2030 dicht. De industrie daarentegen heeft van het kabinet de opdracht gekregen in dat jaar de uitstoot met een derde, oftewel 19 miljoen ton te hebben teruggebracht. Dat is voorwaar geen sinecure – sla de CO2 ondergronds op, schreef het kabinet doodleuk in het regeerakkoord – maar wie weet?

In 1990 was de jaarlijkse uitstoot van de industrie nog 30 miljoen ton groter. Die reductie werd gehaald met het terugdringen van de emissie van andere broeikasgassen, zoals methaan en lachgas. De pure CO2-uitstoot is de afgelopen dertig jaar nagenoeg gelijk gebleven.

Donderdag 19 september: Hoever moet je elektrisch fietsen om evenveel CO2 uit te stoten als bij een kilometer autorijden?

Bij deze vraag komt een boel ‘dat hangt ervan af’ kijken. Eerst die auto. Het maakt nogal uit of het om een energieslurper gaat of een zuinig karretje. Feit is dat bij de verbranding van één liter benzine bijna 2,4 kilo CO2 vrijkomt. Omdat er ook energie zit in de vervaardiging van benzine, levert het gebruik van één liter 2,8 kilo CO2 op. Een auto die 1 op 20 rijdt, produceert dus 140 gram CO2 per kilometer.

Nu die fiets. Volgens de Fietsersbond kun je, als je een beetje meetrapt, met een accu van 300 wattuur ongeveer 90 kilometer fietsen. Wie de accu het meeste werk laat doen, komt niet verder dan 35 à 40 kilometer. Laten we uitgaan van die 90 kilometer.

De accu moet geladen worden en daarbij gaat energie verloren – want de accu wordt ook warm. We hanteren een rendement van 75 procent en dat betekent dat er 400 wattuur aan het elektriciteitsnet moet worden onttrokken om een lege accu helemaal vol te laden.

Ten slotte: we gaan ervan uit dat het grijze stroom is. Wie groene stroom tapt, veroorzaakt helemaal geen CO2-uitstoot – als je tenminste alleen maar naar dat ene ritje kijkt. Bij de productie van grijze stroom komt gemiddeld 650 gram CO2 per kilowattuur vrij.

Combineer dit allemaal in de rekenmachine en dan blijkt dat de teller na ruim 48 kilometer fietsen op 140 gram CO2 staat.

Woensdag 18 september: Door welk effect stijgt de zeespiegel de komende eeuw het meest?

Dit is een vraag met vele valkuilen. Een geïnteresseerde lezer zou één valstrik moeten herkennen. Het Noordpoolijs drijft, en volgens de wet van Archimedes heeft het smelten van dit ijs geen effect op de zeespiegel. Een beetje misschien: doordat het ijs verdwijnt, wordt veel zonlicht niet meer weerkaatst en warmt het zeewater op. Dat zorgt indirect dus voor wat extra zeespiegelstijging.

Maar dan. Wie afgaat op de meest waarschijnlijke voorspellingen, noemt de uitzetting van de oceanen (doordat ze warmer worden) de belangrijkste factor. In zijn laatste overzichtsrapport uit 2013 schrijft het IPCC, het klimaatbureau van de VN, dat de zeeën in 2100 bij een streng klimaatbeleid naar verwachting 40 centimeter hoger staan dan aan het begin van deze eeuw. En 63 centimeter bij een ongeremde opwarming. De uitzetting is daarin de belangrijkste factor: 14, respectievelijk 27 centimeter. Alle andere factoren – het smelten van ijskappen en gletsjers – dragen slechts voor een paar centimeter bij.

Maar: al het smeltende ijs samen draagt meer bij dan de uitzetting. En belangrijker: de onzekerheden zijn erg groot. Voor het ergste scenario schat het IPCC bijvoorbeeld geen 63 centimeter, maar een waarde tussen 45 en 82 centimeter. Die grote onzekerheid zit ’em vooral in de ijskappen.

Sinds dat rapport uit 2013 hebben de ijskappen de wetenschappers al regelmatig verrast. Groenland lijkt veel sneller te smelten en de ijskappen schuiven in een onverwacht hoog tempo richting zee. Ook aan de andere kant van de wereld, op West-Antarctica met name, blijken de ijskappen een stuk minder stabiel dan gedacht.

Komende woensdag presenteert het IPCC een nieuw rapport over de oceanen. Wellicht blijkt dan al antwoord d niet meer het goede.

Dinsdag 17 september: Welke sector heeft in Nederland de meeste invloed op het klimaat?

Dit zou geen moeilijke vraag moeten zijn. Sinds jaar en dag prijkt de industrie bovenaan de ranglijst. Vorig jaar was de gehele sector goed voor ruim 57 miljoen ton broeikasgassen. Het gaat dan om ‘CO2-equivalenten’ – om broeikasgassen bij elkaar op te kunnen tellen wordt deze eenheid gebruikt.

De transportsector neemt de tweede plek in met ruim 35 miljoen ton. De landbouw droeg voor 27 miljoen ton bij terwijl de gebouwde omgeving goed was voor 24 miljoen ton.

Grote afwezige in dit lijstje is de elektriciteitssector: 45 miljoen ton in 2018. Het is altijd lastig om deze sector te duiden. De CO2 komt in de elektriciteitscentrale vrij, daar worden de kolen of het gas omgezet in stroom. Moet het dan niet de gebruiker van deze elektriciteit zijn op wiens conto de broeikasgassen worden bijgeschreven? Maar dan zou alles op het bord van de burger komen te liggen, zoals ook de methaan-uitstoot uit de landbouw.

Bovendien: in de toptien van grote CO2-uitstoters staan de vijf kolencentrales, plus de gascentrale in Velsen. En slechts vier bedrijven: Tata Steel, chemiecomplex Chemelot, de raffinaderij van Shell in Pernis en kunstmestfabrikant Yara Sluiskil. Maar goed, de kolencentrales gaan allemaal uiterlijk in 2030 dicht. De industrie daarentegen heeft van het kabinet de opdracht gekregen in dat jaar de uitstoot met een derde, oftewel 19 miljoen ton te hebben teruggebracht. Dat is voorwaar geen sinecure – sla de CO2 ondergronds op, schreef het kabinet doodleuk in het regeerakkoord – maar wie weet? In 1990 was de jaarlijkse uitstoot van de industrie nog 30 miljoen ton groter. Die reductie werd gehaald met het terugdringen van de emissie van andere broeikasgassen, zoals methaan en lachgas. De pure CO2-uitstoot is de afgelopen dertig jaar nagenoeg gelijk gebleven.

Maandag 16 september: Als Nederland al zijn energie uit zon of wind wil halen, hoeveel windmolens of zonnepanelen moeten er dan worden geplaatst? (antwoord d)

Vorig jaar verbruikte Nederland 3100 petajoule aan energie (1 petajoule is ongeveer 300 miljoen kilowattuur). Daarvan kwam 157 petajoule uit hernieuwbare bronnen, waarvan meer dan de helft biomassa betrof. Dan gaat het bijvoorbeeld om hout dat in centrales wordt verstookt.

Alle windmolens samen leverden in 2018 36 petajoule terwijl zonne-energie (elektriciteit en warmte) 13 petajoule voor haar rekening nam.

Een windmolen op zee heeft een vermogen van 8 megawatt. Dat levert hij zelden; soms waait het nauwelijks, of juist veel te hard. Gemiddeld levert zo’n windmolen ruim 0,1 petajoule per jaar, goed voor het elektriciteitsverbruik van tienduizend huishoudens. Om die totale 3100 petajoule te leveren, zijn zo’n 25.000 windmolens op zee nodig. Maar het Planbureau voor de Leefomgeving schat dat er in 2050 hooguit 10.000 windmolens op zee zouden kunnen staan.

Zonnepanelen dan? Een paneel heeft een jaaropbrengst van 150 kilowattuur per vierkante meter. Om daarmee aan de 3100 petajoule te komen is een oppervlak nodig van 6000 vierkante kilometer. Alle voor zonnepanelen geschikte daken in Nederland hebben samen een oppervlak van 400 vierkante kilometer.

Ook met wind en zon samen wordt het dus lastig om aan de huidige behoefte aan energie te voldoen. Het planbureau concludeerde een paar jaar geleden al dat voor het klimaatneutrale doel alle registers moeten worden opengetrokken. Dus ook biomassa, ook CO2 afvangen en opslaan. En vooral: besparen op energieverbruik.

Zondag 15 september: Als je de CO2-uit­stoot van Nederland wilt compen­se­ren door bomen te planten, over hoeveel hectare bos heb je het dan? (antwoord d)

Wie last heeft van vliegschaamte, kan zijn geweten zuiveren door de CO2-uitstoot te compenseren. Dan betaal je wat extra en van dat geld worden bomen geplant die net zo veel CO2 opnemen als door jouw aandeel in de vlucht is vrijgekomen.

Werkt het ook voor de totale CO2-uitstoot van Nederland? Die bedraagt ruim 160 miljoen ton per jaar – en met andere broeikasgassen zoals methaan meegerekend zo’n 200 miljoen ton ‘CO2-equivalenten’ per jaar. Een volwassen boom heeft grofweg 300 kilo CO2 vastgelegd.

Maar hoeveel neemt een bos per jaar op? Dat wisselt. Leg je een bos aan, dan groeit het in het begin langzaam. Dan komt de vaart erin, maar na een jaar of dertig is het bos volgroeid en neemt het nauwelijks meer CO2 op. Voor een Nederlands bos is de gemiddelde opname zeven ton CO2 per hectare per jaar. Als je het specifiek beheert om koolstof vast te leggen, kun je 10 tot 15 ton per jaar halen. Dus om die 200 miljoen ton te compenseren zou je veertien tot twintig miljoen hectare bos moeten aanleggen, vier tot vijf keer het oppervlak van Nederland.

In de tropen en met snelgroeiende soorten kan de jaarlijkse opname oplopen tot vijftig ton per hectare. Dus dan zou je met vier miljoen hectare, oftewel ruim één keer Nederland uit kunnen. Dat wil zeggen, dertig jaar lang. Als er niets aan de CO2-uitstoot wordt gedaan, moet daarna een nieuw, even groot bos worden aangelegd.

Groot kan de bijdrage van extra bossen dus niet zijn. Dat is nog los van de kosten. Die hangen af van grondprijs en onderhoud, en dan kom je gauw uit op 50 euro per ton CO2-besparing. Op de emissiemarkt betaal je voor een ton slechts 10 euro.

Vrijdag 13 september: Welk gas is het meest schadelijk?

In het klimaatdebat gaat het veelal over CO2, het gas dat vrijkomt bij de verbranding van olie of steenkool. Of over methaan, dat door koeien wordt uitgeboerd of uit veengebieden en rijstvelden opborrelt. Maar waterdamp neemt bijna twee derde van het broeikaseffect voor rekening. Niet doordat het zo’n krachtig broeikasgas is (die andere hebben per molecule een groter effect), maar vooral doordat er meer water in de atmosfeer zit dan die andere broeikasgassen. Toch komt waterdamp niet voor in alle klimaatplannen. Waarom niet?

De hoeveelheid water in de dampkring is niet direct gerelateerd aan menselijk handelen. Het water in de oceanen verdampt, komt in de atmosfeer terecht, waar een deel na een tijdje condenseert tot wolken, waar vervolgens neerslag uit valt die via de rivieren terugstroomt naar oceanen.

Als de temperatuur op aarde stijgt, neemt ook die hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer toe. Meteorologen hanteren als regel dat voor elke graad die erbij komt, de lucht 7 procent meer water kan bevatten. Omdat waterdamp een broeikaswerking heeft, versterkt het de opwarmende werking van andere broeikasgassen.

De aarde krijgt haar energie van de zon, vooral in de vorm van zichtbaar licht. De aarde warmt door die energie op en straalt warmte uit, in de vorm van infraroodstraling. De atmosfeer is zo goed als doorzichtig voor zichtbaar licht, maar sommige moleculen (zoals CO2) absorberen dat infrarode licht. Dat zenden ze direct in alle richtingen uit. Een deel van het infrarood wordt teruggestuurd naar het aardoppervlak. De aarde raakt daardoor haar warmte minder goed kwijt. Door dit natuurlijke broeikaseffect is de gemiddelde temperatuur op aarde niet -18 graden Celsius, maar +15 graden. Doordat de mens broeikasgassen aan de atmosfeer toevoegt, is daar de afgelopen eeuw één graad bijgekomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden