Collectiebeheerder Steven van der Mije met een doosje rietzangers met stokje, bedoeld om ze zonder aanraken te kunnen oppakken.

Reportage Naturalis

Antilopes en bijen komen in Leiden uit de kast

Collectiebeheerder Steven van der Mije met een doosje rietzangers met stokje, bedoeld om ze zonder aanraken te kunnen oppakken. Beeld Inge Van Mill

De nieuwbouw van Naturalis Biodiversity Centre biedt meer ruimte voor de circa 42 miljoen objecten. Een ontdekkingstocht door de collectie. 

Ze zien er wat stoffig uit, de zeven kolibrietjes en twaalf rietzangers in hun doosjes. Stoffig en sneu, zo met stokjes in hun kont, bedoeld om ze zonder aanraken te kunnen oppakken. Ook de 13.000 akkerhommels ogen niet direct vief en fris. Nee, dan de Javaanse tijger die je kloek en oplettend vanaf de bovenste plank lijkt te beloeren.

“Deze olifant komt net uit de vrieskist. Een rondgang met collectiebeheerder Steven van der Mije door de wetenschappelijke collectie van Naturalis Biodiversity Centre is een ontdekkingstocht. Ook voor Van der Mije: “Vooral onze grote skeletten hebben decennialang onbereikbaar achter in de kasten van het depot elders in Leiden gestaan. Ze komen nu eindelijk letterlijk uit de kast. Zoals deze grote antilope uit Zuid-Afrika. In de eerste helft van de 19de eeuw door apotheker Van Horstok naar Nederland toegestuurd. Per zeilschip! En hij stuurde ook nog een walvis mee.”

De ouderdom is het beest aan te zien. De vacht toont kale plekken. Een dichtgestopt enorm gat verdoezelt de oude schotwond. Het beroerde velletje is voor wetenschappers geen probleem, vertelt de collectiebeheerder. Daaraan valt toch niet zoveel te zien. Wel aan het skelet. “En dan vooral aan de afzonderlijke botten. Reconstrueren tot één geheel heeft geen nut. Zo’n skelet slopen de wetenschappers toch als ze bijvoorbeeld schouderbotten precies willen opmeten. Een eenmaal gedemonteerd skelet zetten we dan ook niet meer in elkaar. En nieuwe zoogdieren bewaren we gewoon in een doos of kist. Zoals die van die olifant.”

Van hommel tot spons

De ingrijpende verbouwing en nieuwbouw van Naturalis Biodiversity Centre leverde niet alleen een nieuw en groter museum op, maar vooral ook meer en betere ruimten voor de 150 Naturalis-wetenschappers en 200 gastmedewerkers én de wetenschappelijke collectie. Een collectie van naar schatting 42 miljoen objecten. Van hommel tot spons, van neushoorn tot vlo en van haaientand tot eucalyptus. 42 miljoen objecten opgeborgen in tienduizenden laden, in stellingkasten en op sokkels en – tijdelijk – in de vrieskist.

Grote skeletten zijn uit de kast gehaald. Beeld Inge Van Mill

Tientallen spreeuwen, allemaal van één soort, 20.000 wilde bijen, 6 karbouwen, 24.000 zweefvliegen en 60.000 takjes. “En het erge is”, glimlacht Van der Mije, “we blijven maar verzamelen. Op dit moment alleen al duiken onze onderzoekers op de Antillen naar sponsen, garnalen en koralen, verzamelen anderen insecten in Bhutan, worden bomen in de jungle van de Amazone en West-Afrika onderzocht en zo zijn er nog wel wat voorbeelden te geven.”

Een enorme collectie en doorlopend speuren naar nieuwe aanwinsten. Wat heb je eraan? Veel, heel veel, haast Van der Mije op te merken. “Neem alleen al onze zoektochten naar nieuwe soorten. Op dit moment zijn wereldwijd twee miljoen planten en dieren beschreven. Wat naar schatting 13 procent is van het totaal aantal soorten op aarde. De overige 87 procent is dus onbekend. Onbekend maakt onbemind en daarmee onbeschermd. Dat alleen al is reden om meer te willen weten.”

Resistentie tegen virussen

Om nieuwe soorten te vinden, is reizen overigens lang niet altijd nodig. Dankzij de nieuwe technieken, waaronder DNA-onderzoek, zouden volgens de collectiebeheerder binnen de bestaande collectie naar schatting minimaal 30.000 nieuwe soorten te ontdekken kunnen zijn. Tijd ontbreekt om eigen onderzoekers speciaal hieraan systematisch te laten werken. “Maar onlangs nog werd binnen onze hazencollectie een nieuwe soort gevonden.”

Wetenschappelijke nieuwsgierigheid en het beschermingsaspect ten spijt, is voor velen het directe maatschappelijke nut aansprekender. Nieuwe (of oude) soorten – en dan met name de in het wild gevonden soorten – kunnen nieuwe medicijnen opleveren, analoog aan de ontdekking van penicilline. Of in te kruisen resistenties tegen ziekten: “Zo zoekt een onderzoeker met DNA-techniek in onze oudste tomatenplant (1542-1544) naar genen die betere resistentie tegen bijvoorbeeld virussen kunnen opleveren. Voor de tulpenveredeling proberen we resistentie-genen tegen een aantal virussen te vinden in onze oude tulpenverzameling.”

Er wordt onderzoek gedaan naar de manier waarop insecten als overbrenger van ernstige ziekten als malaria of knokkelkoorts optreden en ook de 60.000 stukjes hout blijken nuttig. Met enige regelmaat treft de douane een container hout aan die ze niet vertrouwt. Illegaal hout bijvoorbeeld of grenen dat voor hardhout moet doorgaan. “Wij krijgen dan een monster, prepareren dit en vergelijken het onder de microscoop met onze collectie.”

Negentiende-eeuwse Zuid-Afrikaanse antilope ‘met een beroerd velletje’. Beeld Inge Van Mill

Gif voor conservatie

De oude collectie kan ook de gevolgen van klimaatverandering, veranderd landgebruik en vulkaanuitbarstingen zichtbaar maken en daarmee voor toekomstvoorspellingen én waarschuwingen zorgen. Van der Mije loopt naar een oud, krakkemikkig skelet van een rund vol kleine gaatjes. “Door de grootte van de botten of de samenstelling van de botten van dit dier uit India te vergelijken met een dier van nu uit hetzelfde gebied, zou je kunnen afleiden of de bodem, en daarmee de vegetatie, is veranderd. Een armere grond geeft geringere afmetingen. Daar gaan eeuwen overheen. Je kunt beter kijken naar de veranderingen bij mestkevers die hun poep eten. Die vermenigvuldigen zich sneller en evolueren daarmee snel.”

42 miljoen dieren, planten, fossielen en stenen, elk met hun, eigen nut. Voer voor onderzoekers. Ze duiken graag het depot in. Liefst zonder gevaar te lopen. En dat vraagt nogal wat. Om dieren en planten te conserveren en vooral gevrijwaard te houden van knagende kevers, larven, schimmels en andere parasieten, gebruikten collecteurs en preparateurs vroeger met kwistige hand arsenicum, kwik, blauwzuur en formaldehyde. Uiterst giftige stoffen die nog steeds kunnen uitdampen. Potentiële gevaarlijke stoffen worden uitgebreid geanalyseerd. Wordt een te hoog gehalte gemeten, dan mag niemand de ruimte in totdat de lucht is geschoond.

Giftige middelen worden nu niet meer toegepast. Klimaatbeheersing en behandeling van de vloeren met insecticiden – “ook vliegende insecten landen op enig moment” – maar vooral de diepvriesbehandeling moeten aantasting voorkomen. Alle dieren die uitgeleend zijn geweest aan buitenlandse musea of onderzoekers, gaan bij terugkomst twee weken de vriezer in, net als nieuwe planten en dieren. Van der Mije dwaalt nog even verder. Langs dozen met roggeneieren, een partij smaragdhagedissen, een Indiaase koe en een kast vol vogelnesten. Tot een medewerker meldt dat er weer een vrieskist is uitgeruimd. Twee struisvogels, 300 kevers, zestien konijnen en twee karbouwen. “Mooi. Die zijn weer op honk.”

Lees ook: 
Het nieuwe Naturalis moet ook twijfelaars naar binnen lokken

Het natuurhistorisch museum in Leiden gaat na een grondige metamorfose dit weekend weer open. Unieke dinoskeletten moeten ook de ‘museumtwijfelaars’ binnenlokken. 

Overleden olifant Kito moet een icoon worden van het nieuwe Naturalis

Dit is de Afrikaanse olifant Kito. Eerder dit jaar overleed hij in de Tsjechische dierentuin Dvur Kralove, die de grootste collectie Afrikaanse dieren van Europa bezit. Dankzij een snelle actie van het Mondriaan Fonds krijgt Kito een tweede leven in het natuurhistorisch museum Naturalis in Leiden. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden