null Beeld Dick Boschloo
Beeld Dick Boschloo

TuinierenLoethe Olthuis

Als je plantjes volwassen ambities krijgen, laat ze dan eerst ‘afharden’

Komt er al wat op van de zaaisels? Bij mij springen de zonnebloemen bijna hun eierdozen uit: ik ga ze toch maar ‘verspenen’, in aparte, grotere potjes zetten tot ze naar buiten kunnen. Sommige zaadjes zijn zo minuscuul dat je ze gemakkelijk te dicht op elkaar zaait, zoals ik, een tikje ongeduldig, met mijn leeuwenbekjes heb gedaan. Niet erg, maar het betekent wel dat ik ze nog een keertje uit elkaar moet peuteren en in kleinere plukjes oppotten. Mijn pompoenen, lathyrus, basilicum en Oost-Indische kers zijn ook boven de grond, maar dat zijn stoere jongens die straks gemakkelijk uit te planten zijn.

Als je plantjes volwassen ambities krijgen – dat wil zeggen: minstens twee ‘echte’ blaadjes – kun je ze nog niet hup, zomaar in de tuin of op je balkon zetten. Ze moeten eerst wennen aan de buitenlucht. Dat heet, heel spartaans, ‘afharden’. Oké, dat afharden is een beetje gedoe, maar als je het niet doet, is al je zaaiwerk voor niks geweest en zie je je baby’s buiten verschrompelen. En áls ze eenmaal zijn afgehard, hoef je weinig meer te doen dan een goeie plek voor ze zoeken en ze af en toe wat water geven.

Een paar uur buiten

Je doet het zo. Zet de potjes, als het minstens 15, 16 graden is, overdag een paar uur buiten, op een beschutte plek en niet in de volle zon. Elke dag iets langer.

’s Avonds gaan de plantjes weer naar binnen: niet vergeten, want het kan tot in mei nog vriezen. Een weekje volhouden en dan kun je ze met zacht weer eindelijk uitplanten.

Zonnebloem-zaailingen Beeld Loethe Olthuis
Zonnebloem-zaailingenBeeld Loethe Olthuis

De meeste zomerbloeiers, op vlijtige liesjes na, houden wel van een slokje zonlicht. ‘In de volle zon’ heet dat, op een plek waar ’s zomers minstens vijf uur per dag direct zonlicht komt. Een beetje beschutting waarderen ze ook, vooral als ze wat hoger worden. Zet bijvoorbeeld geen zonnebloemen pal op de wind: ik spreek uit ervaring.

Rankende planten als lathyrus, blauwe winde en Oost-Indische kers vinden het fijn als ze zich ergens aan vast kunnen houden. Dat hoeft geen speciaal rekje zijn, al is een stukje kippengaas altijd handig, dat zie je straks niet meer. Een klimplant, struik, hoop stenen of ruwe schutting werkt ook als ‘klimhulp’. Zo verdwijnt mijn zelfgetimmerde, foeilelijke compostbak elke zomer onder een wolk Oost-Indische kers-bloemen.

Weetje

Of je plant een zonaanbidder is, weet je soms al door de naam. Denk aan alles met ‘goud’ (goudsbloem, goudlelie), ‘gulden’ (guldenroede), ‘zon’ (zonnebloem, zonnehoed, zonneroosje) of beginnend met ‘hel-‘, zoals helianthus, de vaste zonnebloem, helenium of zonnekruid en heliopsis of zonneoog: helios is Grieks voor ‘zon’.

Loethe Olthuis geeft wekelijks tips om te tuinieren zonder blaren of gifspuit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden