Lukasz Mucha met een paar van zijn koeien. Ze zijn van een Pools ras waarvan er nog maar een paar duizend over zijn.

ReportagePolen

Als ecoboer Lukasz (45) zijn zelfgemaakte kaas aanbiedt, riskeert hij celstraf

Lukasz Mucha met een paar van zijn koeien. Ze zijn van een Pools ras waarvan er nog maar een paar duizend over zijn.Beeld Ekke Overbeek

Biologische landbouw moet veel belangrijker worden, vindt Brussel. In Polen gebeurt precies het omgekeerde. Vijftien jaar geleden was daar de kleinschalige landbouw nog groot, maar nu vechten de laatste eco-boeren om te overleven.

“Hiervoor kan ik twee jaar de gevangenis ingaan”, zegt Lukasz Mucha, terwijl hij een plankje met zelfgemaakte kaas en ham aanbiedt. “Wegens het illegaal in omloop brengen van voedsel.” Tot zes jaar geleden wonnen zijn kazen de ene onderscheiding na de andere. Toen kwam de fytosanitaire dienst. “Ze zochten overal problemen.”

In de ruimte waar een grote melktank staat, wijst de 45-jarige ecoboer op de vloer. Een paar tegels zijn gebarsten. “Ik moest onmiddellijk een nieuwe tegelvloer aanleggen. Maar in de Poolse wet staat niets over tegels, laat staan over gebarsten tegels.” Dan was er nog de indeling van de ruimtes. Die moest opeens anders. “Die was al jaren hetzelfde. Ik werd al jaren gecontroleerd en er was nooit een probleem.”

En dan de kaas zelf. Daar zat schimmel op, en dus werd honderd kilo rijpende kaas vernietigd, op kosten van boer Mucha. “Op die kaas hóórt schimmel te zitten. Maar zo’n inspecteur weet helemaal niets van kaasproductie.”

Zonder vergunning dreigt twee jaar cel

Mucha was ten einde raad en wilde beroep aantekenen, maar toen zei de inspecteur: “Wij kunnen van de ene dag op de ­andere de melkfabriek verbieden jouw melk af te nemen”. Een melkprocudent die zijn melk niet mag verkopen is binnen de kortste keren failliet. Dus dat was einde discussie. En het was het einde van zijn RHD, de Poolse afkorting voor boerendetailhandel. Een boer moet een RHD-vergunning hebben als hij meer dan één ei, of één liter melk zelf wil verkopen. Voor wie zonder RHD-vergunning iets verkoopt, dreigt twee jaar cel.

Lukasz Mucha is geen uitzondering. “Een kennis van mij hield haar boerendetailhandel een halfjaar vol”, vertelt hij. Zij kreeg meteen al een forse boete omdat ze eierdozen gebruikte die klanten meebrachten. De klanten zouden hierdoor volgens de inspectie niet de herkomst van de eieren kunnen vaststellen. “Compleet absurd, ze kwamen eieren zelf halen bij het kippenhok.” En zo verdwijnt de ene kleinschalige eco-producent na de andere.

Toen Polen in mei 2004 lid werd van de Europese Unie, was de landbouw in het grootste deel van het land kleinschalig. En niet alleen de landbouw zelf. Mucha: “Overal waren wel een lokale melkfabriek, een stokerij en een slachthuis. Daardoor konden kleine boeren hun producten kwijt.”

Zestien jaar later zijn bijna al deze bedrijfjes verdwenen. De sector is stevig in handen van de agro-industrie. Was Polen in 2004 nog bang te worden overspoeld door goedkoop voedsel uit West-Europa, het omgekeerde is gebeurd. Polen is nu een grote landbouwexporteur: de exportwaarde is ­verzesvoudigd, tot bijna 30 miljard euro in 2018. Dankzij miljardensubsidie uit Brussel is de landbouw grootschalig geworden en winstgevend. Dat wil zeggen, voor de grote spelers die zijn overgebleven.

Lukasz Mucha in de varkensstal. 'Als ik zes stuks naar de slacht breng, krijg ik 4,50 zloty per kilo (omgerekend 97 eurocent). Kom je met 250 stuks, dan krijg je 6 zloty per kilo.' Beeld Ekke Overbeek
Lukasz Mucha in de varkensstal. 'Als ik zes stuks naar de slacht breng, krijg ik 4,50 zloty per kilo (omgerekend 97 eurocent). Kom je met 250 stuks, dan krijg je 6 zloty per kilo.'Beeld Ekke Overbeek

De papieren boerenwerkelijkheid

Op papier zijn er nog steeds meer dan een miljoen boerenbedrijven in Polen, mensen die EU-subsidie per hectare land krijgen. Maar dat is een papieren werkelijkheid, weet Mucha. Hij illustreert dat met de varkensproductie. Varkens garanderen voor kleine Poolse boeren een basisinkomen. “Twintig jaar geleden waren er 600.000 à 700.000 bedrijven die varkens hielden. Nu zijn het er nog 100.000. Toen waren er ongeveer 25 miljoen varkens, nu nog 10 miljoen. Daarvan worden 7 à 8 miljoen aangevoerd uit Denemarken. Die varkens worden hier alleen snel vetgemest en geslacht.”

In Mucha’s gemeente bepalen drie grote landbouwbedrijven het landschap. “Boomwallen zijn verdwenen, vijvers gedempt, drassige grond is drooggelegd. Wat je ziet is koolzaad en graan zo ver het oog rijkt”, zegt de ecoboer, terwijl hij de wei in loopt. Zijn wei lijkt in niets op de grasmatten elders. De grond is oneffen, er groeien struiken, een keur aan veldbloemen en hier en daar een boom.

Zijn koeien komen nieuwsgierig aangelopen. Of eigenlijk koetjes; twintig stuks van een Pools ras waarvan er nog maar een paar duizend over zijn. Kalfjes blijven hier bij de moeder. Zijn lievelingskoeien mogen leven totdat ze een natuurlijke dood sterven. De anderen gaan naar de slacht als ze een jaar of vijftien zijn. “Ik moet tenslotte mijn gezin ook onderhouden.”

'Het probleem is de prijs’

Bij grootschalige veeteelt leeft een koe een paar jaar en produceert duizenden liters melk per maand. “Zo’n beest kan helemaal niet in zo’n wei lopen”, zegt Mucha. “Die zakt door haar poten.” Zijn koeien produceren veel minder melk, maar dat is niet het probleem, legt hij uit. “Het probleem is de prijs. Ik krijg 1,10 zloty, zo’n 23 eurocent, voor een liter melk. Die grote bedrijven krijgen 1,60 zloty per liter. Dat is discriminatie van de kleine boer.”

Hij geeft toe dat de schaal invloed heeft op de prijs, maar linksom of rechtsom zal de EU de kleine boer tegemoet moeten komen, als ze wil dat de Green Deal een succes wordt. “Op dit moment krijg ik 1600 zloty subsidie per koe (345 euro, EO) voor het in standhouden van dit Poolse ras. Maar als ik net als de grote producenten 1,60 zloty per liter melk zou krijgen, dan was ik beter uit zonder die subsidie”, rekent hij voor.

Met varkens is het net zo, vertelt hij, leunend tegen een hek waarachter een groep zwijnen in het zonnetje ligt. “Als ik zes stuks naar de slacht breng, krijg ik 4,50 zloty per kilo (omgerekend 97 eurocent). Kom je met 250 stuks, dan krijg je 6 zloty per kilo.” Zijn advies aan Brussel: creëer een richtlijn die bepaalt dat het verschil in aankoopprijs voor grote en kleine producenten niet meer dan een paar cent mag bedragen.

Nekslag voor de kleine boeren

Het had niet veel gescheeld of Mucha’s varkens waren geruimd. Niet omdat ze ziek waren, maar omdat er een wet in het Poolse parlement lag die het houden van varkens in de vrije lucht verbood, met als argument de varkenspest tegenhouden. “Dat zou de nekslag zijn geweest voor de overgebleven kleine boeren”, zegt Mucha, die overal hulp zocht. Hij kreeg nul op rekest bij de boerenbonden, bij het ministerie, bij politieke partijen; de enige die hem wilden hel-pen waren twee ecologische organisaties.

Het is en blijft een beetje onwennig. “Die ecologen vinden dat je helemaal geen vlees moet eten”, zegt de varkenshouder hoofdschuddend. Maar hij werd toch lid van Greenpeace. Deze exotische coalitie van kleine boeren en ecologen slaagde erin de wet tegen te houden. Eindelijk een overwinning op de almachtige bureaucratie.

“Aan elke regel uit Brussel voegen de Polen twee regels toe”, zegt de landbouwer boos. Die RDH-vergunning om je eigen producten te mogen verkopen, is bijvoorbeeld in Warschau bedacht. “Als je die aanvraagt, staat onmiddellijk de fitosanitaire inspectie bij je op de stoep.”

Brussel moet volgens hem zorgen dat het prijsverschil tussen grote- en kleine producenten wordt gecompenseerd, en onzinnige, nationale regelgeving verbieden. “Waarom moet er een ambtenaar tussen mij en mijn klant staan, als mijn bedrijf aan alle Europese normen voldoet?”

Maar hij maakt zich geen illusies. “Ze praten en praten, maar ondertussen verdwijnen de kleine boeren.” Ook zijn bedrijf, dat al honderd jaar in de familie zit, verdwijnt waarschijnlijk als hij ermee stopt. “Tegen die tijd dat die Green Deal van Brussel er is, zijn er geen kleine boeren meer over om ecologisch te produceren.”

Lees ook:

Green Deal dringt overal door, behalve tot de landbouw

Het EU-landbouwbeleid is als een tanker die niet van zijn koers is af te krijgen. Duurzame ambities dringen nauwelijks door tot deze sector - daarvoor is de landbouwlobby te sterk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden