Een helikopter strooit schelpgruis uit voor het bekalkingsproject van de heide en bossen van De Ginkel.

OnderzoekUitstoot

Als deze 25 boeren stoppen, lijkt de stikstofcrisis voorbij. Maar zo simpel is het niet

Een helikopter strooit schelpgruis uit voor het bekalkingsproject van de heide en bossen van De Ginkel.Beeld ANP

Om uit de stikstofcrisis te komen moeten grote vervuilers in de veehouderij gericht worden uitgekocht. Sommige produceren zestig keer meer stikstof dan de gemiddelde veehouder, blijkt uit onderzoek. De regering hoopt dat ze vrijwillig zullen stoppen.

“Hier liep vorige week nog een sloot”, zegt Robert Ketelaar, landschapsecoloog van Natuurmonumenten, terwijl hij op kaplaarzen door het Korenburgerveen in Gelderland loopt. “De provincie heeft hier een veeboer uitgekocht en we hebben de bovenste twintig centimeter van de grond moeten verwijderen. Je wilt niet weten hoeveel kunst- en varkensmest hier in de vorige eeuw allemaal op het land is gegooid.”

Inmiddels is het maaisel uit het gebied over de grond gestrooid en grijpt de natuur haar kans. “Soms is het sluiten of verplaatsen van een veehouderij noodzakelijk om de natuur te herstellen”, zegt Ketelaar. In het Korenburgerveen had dat een gunstig effect.

Hoe anders is het in het Speulderbos, een natuurgebied van Staatsbosbeheer in het noordwesten van de Veluwe, waar stuwwallen met eiken, beuken en berken overgaan in akkers, heide en graslanden. Een mooi gezicht, maar schijn bedriegt, waarschuwt Arjan Snel, hoofd van Staatsbosbeheer Gelderland. De biodiversiteit gaat hier hollend achteruit. Bramenstruiken en brede stekelvarens zijn overal te zien, paddestoelen staan er nauwelijks.

Lapmiddelen

Een heideveld in het aangrenzende Sprielderbos ligt er kaal bij. Vorig jaar is het veld gechopperd: de vegetatie en een deel van de bovenste humuslaag zijn verwijderd. De bovenste laag was zo zuur als azijn en is weggehaald om ruimte te bieden aan de planten die minder stikstof aankunnen. In het Sprielderbos kunnen de boswachters alleen nog de schade beperken: chopperen, maaien en mineralen toevoegen. De gemeente Ede ging begin deze maand zelfs zo ver om een helikopter in te zetten om gedurende twee weken meer dan duizend ton kalkhoudend schelpengruis over de Veluwe uit te strooien. Het zijn lapmiddelen en dure maatregelen bovendien, volgens de boswachter van Staatsbosbeheer. “We plakken pleisters.”

Terwijl de boswachter rondloopt over de Veluwe, scharrelen op vijftig meter afstand van het internationaal beschermde Natura 2000-gebied 24.000 kalkoenen rond, in vier schuren, zonder ammoniakfilters. Op het dak een roestige, metalen kalkoen die de windrichting aangeeft. Tezamen zijn de dieren verantwoordelijk voor een reusachtige hoeveelheid stikstofneerslag op kwetsbare natuur: zelfs meer dan de gehele, landelijke snelheidsverlaging tot 100 kilometer per uur heeft opgeleverd. De enige stikstofmaatregel die het kabinet er in anderhalve jaar doorheen heeft gekregen en waar alle automobilisten van Nederland aan bijdragen, wordt ieder jaar overtroffen door één kalkoenboerderij in Ermelo.

In het Gelderse dorpje Otterlo zijn de voormalige sportvelden van SV Otterlo overwoekerd. Er zou gebouwd worden, maar dat gaat in verband met de stikstofcrisis voorlopig niet door.  Beeld Koen Verheijden
In het Gelderse dorpje Otterlo zijn de voormalige sportvelden van SV Otterlo overwoekerd. Er zou gebouwd worden, maar dat gaat in verband met de stikstofcrisis voorlopig niet door.Beeld Koen Verheijden

Dat blijkt uit berekeningen van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico, op basis van de vergunningenregisters van provincies en gegevens over ruim negentienduizend veehouderijen. Het resultaat is een lijst van topvervuilers; agrarische bedrijven wier uitstoot relatief de meeste schade veroorzaken en daarmee andere activiteiten, zoals de bouw van woningen, in het gebied blokkeren.

Ten zuiden van het verzuurde Speulderbos, aan de andere kant van de Veluwe, in het Gelderse dorpje Otterlo, liggen de voormalige sportvelden van SV Otterlo. Door de weelderige begroeiing beginnen die ook wat weg te krijgen van een wilde vlakte. De dichtgetimmerde kantine van de club is overwoekerd en aan het hek hangt een roestig slot. Zo’n 65 gloednieuwe woningen en een dorpshuis met uitzicht op het bos hadden hier moeten staan; een project dat volgens de oorspronkelijke planning begin dit jaar afgerond had moeten worden. De stikstofproblematiek gooide echter roet in het eten waardoor de gemeente nooit een natuurvergunning heeft kunnen krijgen. Nu ligt het terrein er verwaarloosd bij.

Kaart van de meest vervuilende bedrijven. Beeld Sander Soewargana
Kaart van de meest vervuilende bedrijven.Beeld Sander Soewargana

Een stuk levendiger is het verderop, op het terrein van een kalverbedrijf. Uit de met zonnepanelen bedekte stallen klinkt veelstemmig geloei. Een doorrekening van de emissiegegevens van dit bedrijf leert dat het met zeven ton ammoniakuitstoot per jaar en enkele tientallen meters afstand tot de Veluwe, behoort tot een van de grootste veroorzakers van stikstofneerslag. De neerslag op de Veluwe is (met ruim 83.000 mol per jaar) zelfs meer dan zeshonderd keer hoger dan de stikstofruimte die de 65 Otterlose woningen en het dorpshuis nodig hebben, namelijk 130 mol per jaar. Dat betekent dat dit bedrijf per dag meer stikstofneerslag op de Veluwe veroorzaakt dan het stilgelegde woningbouwproject zou veroorzaken in een jaar tijd.

Dit soort rekensommen zijn ongebruikelijk. Informatie over de daadwerkelijke stikstofuitstoot van veehouderijen zoals die van de kalverboer is niet openbaar, in tegenstelling tot die van niet-agrarische bedrijven zoals fabrieken en energiecentrales. Wel registreren de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Limburg beperkte gegevens uit digitale vergunningen. Daaruit blijkt dat een kleine groep veehouderijen voor onevenredig veel stikstofneerslag zorgen. Deze grote vervuilers hebben altijd twee dingen gemeen: ten eerste komt uit hun stallen relatief veel ammoniak, omdat ze veel dieren houden, of ouderwetse stallen hebben of een combinatie daarvan. Ten tweede liggen ze dicht tegen een kwetsbaar natuurgebied, meestal niet meer dan een paar honderd meter.

In de kritieke zone

Het is sinds 2002 niet meer toegestaan om een intensieve veestal op minder dan 250 meter van een beschermd natuurgebied te bouwen. Toch bevinden zich nog altijd meer dan achthonderd veebedrijven in die kritieke zone. Daarvan behoren er 25 tot de tien procent grootste uitstoters van ammoniak in Nederland. Daar hebben die bedrijven zelf geen schuld aan; ze zaten al dicht op een natuurgebied voordat het verboden werd. Wel zijn veel bedrijven sinds het verbod in 2002 nog uitgebreid. De helft van deze piekbelasters heeft in de afgelopen tien jaar nog een nieuwe vergunning ontvangen.

De gevolgen zijn ingrijpend: zo neemt een varkensbedrijf op een ongelukkige locatie net naast het Brabantse natuurgebied ‘Kempenland-West’ net zoveel ruimte in als dat de bouw van 3700 woningen zou doen. Een kalverhouderij in Elspeet overschrijdt in zijn eentje al ruim twee keer de toegestane hoeveelheid stikstofneerslag op het naastgelegen stukje heide.

Hoe kunnen veehouderijen op zo’n korte afstand van een natuurgebied blijven bestaan en op sommige plekken ook nog uitbreiden? Een deel van de verklaring zoemt dag en nacht op de servers van het RIVM. Wie in Nederland activiteiten uitvoert waarbij stikstof vrijkomt, krijgt vroeg of laat te maken met RIVM-rekenprogramma

Nieuwe landingsbaan

‘Aerius’. Doorrekening met dit programma is een verplicht onderdeel van de Wet Natuurbescherming. Of je nu een nieuwe landingsbaan aanlegt, een woonwijk bouwt of een stal uitbreidt: Aerius berekent hoeveel van de vrijgekomen stikstofuitstoot neer­dwarrelt op kwetsbare natuur en zo schadelijke verzuring veroorzaakt.

Voor een bouwproject gaat dat ongeveer zo: per machine vul je de coördinaten in van de locatie, het brandstofverbruik, de gebruiksduur, de cilinderinhoud en één van de honderd emissieklassen volgend uit het bouwjaar, brandstoftype en vermogen van de machine in kwestie. Nadat je elke hijskraan, aggregaat of ander werktuig hebt ingevoerd klik je op ‘Bereken’.

Verbazingwekkend snel geeft Aerius (dat berekeningen uitvoert voor 250 duizend punten in het Nederlandse landschap) de neergedaalde stikstof per jaar, met een nauwkeurigheid van een tienduizendste van een gram en rekening houdend met lokale omstandigheden zoals de gemiddelde windrichting en de ruwheid van het terrein waarop de stikstof zal neerdalen.

Schijnzekerheid

In de afgelopen jaren mochten grote vervuilers uitbreiden en renoveren, zolang ze met Aerius konden aantonen dat de stikstofneerslag op het natuurgebied per saldo niet zou toenemen. Een hele extra stal kan op deze manier bijvoorbeeld gecompenseerd worden met een nieuw, ammoniak-zuiverend luchtfilter in een bestaande stal. Maar de Rijkscommissie die vorig jaar door minister Schouten werd gevraagd om Aerius te beoordelen, beoordeelde de methodiek van het computerprogramma als ‘niet doelgeschikt’ voor gebruik in de vergunningverlening. Wat blijkt: Aerius is té precies. De berekeningen die de basis vormen voor vergunningen, bieden volgens de commissie ‘schijnzekerheid’.

Dat komt doordat het rekenprogramma je de mogelijkheid geeft om een uiterste grens op te zoeken met een theoretische precisie waar de praktijk zich om allerlei redenen niet aan houdt, zoals bijvoorbeeld bleek in 2018, toen Wageningen Universiteit luchtzuiveringssystemen van stallen in de praktijk testte. Het rendement op papier, eerder vastgesteld door een Duitse boerenorganisatie, bleek in de praktijk meer dan een kwart te optimistisch. Dus ging de natuur er alsnog op achteruit.

Ook het regeringsbeleid ‘Programma Aanpak Stikstof’ (Pas) werd mede mogelijk gemaakt door Aerius, waarmee beleidsmakers precies uitrekenden tot hoever ze maximaal konden gaan. De gevolgen in de praktijk deden er niet toe, tot het onverbiddelijke oordeel van de hoogste rechter op 29 mei 2019. Sindsdien geldt: de natuur mag absoluut niet meer verslechteren. Met het rekenprogramma in de hand probeert het kabinet echter nog steeds ‘vrijvallende stikstofruimte zo efficiënt mogelijk in te zetten’, aldus minister Schouten.

Uitkopen

Het adviescollege stikstofproblematiek van Johan Remkes adviseerde een jaar geleden om de ‘grote uitstoters’ in een bufferzone rond natuurgebieden uit te kopen om hun stikstofuitstoot weg te nemen. Minister Schouten presenteerde begin deze maand inderdaad een nieuwe uitkoopregeling, speciaal voor zware uitstoters.

Maar die is nadrukkelijk vrijwillig. Ook voor de provincies, die deze regeling moeten uitvoeren, is vrijwilligheid cruciaal bij de omgang met potentiële deelnemers, zegt een woordvoerder van het Interprovinciaal Overleg. “Alleen al het benaderen van piekbelasters voor de regeling kan een gevoel van onvrijwilligheid veroorzaken.”

De provincie Limburg noemde afgelopen januari in haar ‘Aanvalsplan Stikstof’ het uitkopen van zware belasters weliswaar een ‘quick-win’, maar heeft de start van die aanpak inmiddels naar volgend jaar verschoven. De provincie Overijssel vindt uitkopen ‘geen zinvolle benadering’ en zal zich voorlopig niet richten op individuele bronnen van stikstofvervuiling, laat een woordvoerder weten. Gelderland richt zich wel op de piekbelasters, bijvoorbeeld met een uitkoopregeling voor de kalverhouderij waarvoor boeren zich tot 1 december kunnen inschrijven – vrijwillig.

Uitstootruimte

Het kabinet vertrouwt ondertussen op de onlangs geopende ‘stikstofmarkt’. Een stoppende varkensboer kan sinds oktober vorig jaar in steeds meer provincies de ‘uitstootruimte’ in zijn vergunning verkopen aan bijvoorbeeld een woningbouwproject of aan een andere veehouder die wil uitbreiden. Niemand weet echter precies hoe dit ‘extern salderen’ zal uitpakken, en per provincie verschillen de spelregels ervoor. Zo laat de provincie Gelderland geen verkoop van uitstootrechten toe maar enkel verhuur. Dit vanwege zorgen om het ‘ongecontroleerd opkopen van agrarische bedrijven’. Overijssel staat verkoop wel toe, vanwege de ‘enorme behoefte’ aan nieuwe bouwvergunningen. Noord-Brabant ziet het als ‘een van de weinige beschikbare opties’.

Volgens Johan Vollenbroek van milieuorganisatie MOB, die het stikstofbeleid met succes aanvocht bij de Raad van State, kan de aanpak van piekbelasters niet langer wachten. “Dit is een van de eerste dingen die het kabinet zou moeten doen. Verduurzamen is niet genoeg, die bedrijven moeten daar echt weg.”

Met medewerking van Madelon de Goffau en An da Silva. Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en het Lira Auteursfonds Reprorecht. Een nadere verantwoording van de onderzoeksmethode is te lezen op www.platform-investico.nl

Lees ook:

Alleen de stikstofuitstoot verminderen? ‘Nee, stikstof én fosfor moeten tegelijkertijd omlaag’

De stikstofaanpak is te eenzijdig voor de natuur. Ook de concentratie fosfor in de bodem moet omlaag, blijkt uit Utrechts onderzoek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden