Interview Wadden

122 dagen te gast bij de vogels van Rottumerplaat

Scholeksters. Beeld Aaldrik Pot en Nicolette Branderhorst

Vier maanden zaten vogelwachters Aaldrik Pot en Nicolette Branderhorst op het onbewoonde Rottumerplaat. Ze werden er heen en weer geslingerd tussen euforie en boosheid. ‘Wij mogen er ook zijn, maar in hoeverre mag dat ten koste gaan van andere levende wezens?’

Thuis, in het bosrijke Norg, staat prominent een schaal op tafel. Daarin de bruinviswervel, noordkrompen, eikapsels van verschillende roggen en het rugschild van een zeekat, die Aaldrik Pot en Nicolette Branderhorst vonden terwijl ze afgelopen zomer aan het werk waren.

Sinds 1980 stationeert Staatsbosbeheer elk broedseizoen twee vogelwachters in de dienstwoning achter de hoge ligusterheg op Rottumerplaat. Zij inventariseren flora en fauna, ruimen vuil, publiceren over hun ervaringen en weren ongewenste bezoekers.

Mensen mogen Rottumerplaat niet op; het eiland is een veilige basis voor zeehonden en vogels. Pot zat dichtbij het vuur voor deze klus, waarvoor altijd veel animo is; hij werkt bij Staatsbosbeheer als provinciaal adviseur Drenthe. Een tijdelijke functiewijziging voor hem, vier maanden onbetaald verlof voor haar en ze konden op avontuur.

Lange dagen

Vogelwachter op Rottumerplaat zijn, betekent hard werken en lange dagen maken. Vanaf het moment dat de Harder, het inspectieschip van het ministerie van LNV, hen eind maart op het zand afzette, bepaalde het getij 122 dagen lang hun dagindeling. Alleen bij laagwater, als de meeste vogels op de drooggevallen wadbodem foerageren, konden ze eropuit.

Gewone en grijze zeehonden. Beeld Aaldrik Pot en Nicolette Branderhorst

Soms was het uren lopen over het strand of door de kwelder. Sovon Vo­gelonderzoek vroeg of ze wilden meewerken aan een landelijk scholeksteronderzoek, de Vlinderstichting vroeg ze om naar de heivlinder te kijken en ‘nu jullie er toch zitten’, vroeg de Zoogdiervereniging, ‘wil je eens kijken of er er bosmuizen op Rottumerplaat voorkomen?’ De beproefde pindakaas-lokmethode leverde niets op, waarmee bewezen geacht mag worden dat deze soort op dit waddeneiland niet voorkomt. Het aantal zoogdieren staat daarmee op drie: gewone en grijze zeehond en konijn.

‘Terug naar Rottumerplaat’ heet het boek dat Pot en Branderhorst op basis van hun dagboekaantekeningen maakten. Uitgeverij De Kleine Uil, 240 p. € 29,95. De auteurs schenken een deel van hun opbrengst aan goede doelen ten gunste van Wadden- en Noordzee.
Een overzicht van hun lezingen over Rottumerplaat staat op www.natuurspoor.com. Op www.boswachtersblog.nl/rottum de blogs uit hun vogelwachtersperiode.

138 soorten

Dat is een fors contrast met het aantal vogelsoorten – ze telden er in vier maanden tijd 138, van roodborst tot zeearend – en vooral de massaliteit waarin die soorten voorkomen. Pot: “Alleen al van kleine mantelmeeuw en zilvermeeuw broeden er kolonies van naar schatting vierduizend paren. Op de toren naast ons onderkomen zaten we eerste rang om de scholeksters op de puindammen ruzie te zien maken om de beste broedplekken. Onderwijl vlogen duizenden rosse grutto’s voor onze neus rond. Die massaliteit is magisch.

“Half juli kwamen de eerste bonte strandlopers alweer terug uit hun broedgebieden in Noord-Scandinavië en IJsland. Eerst een stuk of tien, de dag erna een honderdtal, nog een dag later een paar duizend. En dan moet je niet denken: daar ga ik morgen eens goed voor zitten, want dan kunnen ze weer vertrokken zijn.”

Wandelend eiland

Dynamiek is een constante op het eiland. “Na een paar dagen oostenwind zie je nieuwe duintjes ontstaan, het hoogwater strijkt ze plat, een week later zijn ze er weer.” Door wind en golven verandert het eiland voortdurend van vorm en ondertussen wandelt het gestaag naar het oosten. Je kent het landschap hooguit voor een paar dagen, schrijft Pot in het boek ‘Terug naar Rottumerplaat’.

Leven en dood liggen dicht naast elkaar. Branderhorst: “Daar moet je tegen kunnen. Een aanhoudende noordwestenwind en daardoor een verhoogd tij spoelde alle nesten van de kokmeeuwen en visdieven op de kwelder weg. Van de dertig broedende paartjes schol-eksters die we intensief volgden, zijn maar vier jongen groot geworden. Nesten verdwenen in het water, stoven onder het zand of de kuikens werden door de meeuwen opgegeten.”

Geploeter

Ze zagen een jonge noordse stern bijna verdrinken omdat zijn donspak nog niet waterdicht was. “Dat geploeter konden we niet aanzien, we hebben hem op het droge getrokken. De natuur moet op Plaat zijn gang kunnen gaan, maar op dat moment telde dat voor ons even niet.”

Eikapsel grootoogrog (links) en stekelrog (midden en rechts). Beeld Aaldrik Pot en Nicolette Branderhorst

De vogelwachters voelden hoezeer ze te gast waren bij de vogels en overpeinsden dagelijks hun verhouding tot de natuur. Pot: “Tellen, nesten nummeren, eieren wegen en opmeten betekent per definitie verstoring. Als de vogels opvliegen, laten ze eieren of kuikens achter. Die koelen af én zijn een makkelijk prooi voor meeuwen of kraaien. Het was een dagelijks dilemma want ons werk is ook nodig.”

Drooggevallen bootje

Met het weren van bezoekers hadden de vogelwachters het niet druk. Eén keer maar zagen ze een drooggevallen bootje liggen, zegt Branderhorst. “Om daar te komen hadden we dwars tussen driehonderd zeehonden door gemoeten. Dat had meer verstoring opgeleverd dan dat bootje.”

Tijdens hoogwater verwerkten ze hun gegevens en schreven ze aan hun wekelijkse blog. Vooral Pot voelt de drang om te delen. “Ik wil dat mensen het belang begrijpen van een rijke Waddenzee. De natuur is zo fascinerend en je wordt er, gratis en voor niks, een blijer mens van. Dat gun ik iedereen.”

Naast de euforie over de vogels en de dynamiek van stormen en stuivend zand was er ook die andere, zwarte, kant. Ze maakten hun lezers deel­genoot van de rommel die elke nieuwe vloed op het strand uitbraakt en wat dat hen deed. Branderhorst: “Er lagen bizarre hoeveelheden visnetten, touw en kratten op het strand en veel van de rotzooi van MSC Zoe die nog in zee ronddoolt. En het bleef maar komen. We werden er boos en verdrietig van. In de eerste vier weken vulden we bijna zes big bags vol troep.”

Ruimte innemen

Ze besloten het los te laten. Het ruimen veroorzaakte te veel onrust voor de vogels, bij wie ze tenslotte te gast waren. “Dat gevoel overheerste sterk,” zegt Pot. “Wij mensen maken deel uit van de natuur, wij mogen er ook zijn. Maar in hoeverre mag dat, met al onze economische en recreatieve activiteiten, ten koste gaan van andere levende wezens?

“Daar merkten we hoe het is als de mens niet het grootste deel van de ruimte inneemt en realiseerden we ons hoe we op andere plekken dieren en planten in de allerlaatste hoekjes hebben weggedrukt. Om de natuur te beschermen hoeven we niet per se meer te doen, we zouden vooral meer moeten laten.”

Zeehond aangevreten door zeearenden. Beeld Aaldrik Pot en Nicolette Branderhorst

Lees ook: 

Overleven op een onbewoond eiland
Vogels tellen, olievaten opruimen, kitesurfers wegjagen. Dat zijn zo’n beetje de belangrijkste bezigheden van Tim en Henk, die de lente en de zomer doorbrengen op Rottumeroog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden