AnalyseStikstofuitstoot

Wie zijn die zeshonderd piekbelasters? Het kabinet mag een antwoord formuleren

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

Wie zijn de 500 à 600 piekbelasters die stikstofcrisismanager Johan Remkes aan banden wil leggen? En wat zijn straks hun opties nog? Op die prangende vragen zal het kabinet vrijdag in elk geval het begin van een antwoord moeten geven.

Lukas van der Storm

Ze gaan al maanden gretig rond in discussies over stikstof: twee verschillende lijstjes met de honderd grootste uitstoters in Nederland. In het ene prijkt Tata Steel in IJmuiden bovenaan, met Schiphol op nummer 2. In die lijst is geen boer te bekennen. In de tweede tophonderd, die overigens door isolatiebedrijf Rockwool wordt aangevoerd, staan juist wél 90 veehouderijen.

De status van beide lijsten is hetzelfde. Ze zijn opgesteld door het ministerie van landbouw als antwoord op vragen uit de Tweede Kamer, die wilde weten wat nou eigenlijk de grootste stikstofbronnen zijn. De lijst met Tata Steel brengt daarbij de industriële stikstofoxiden (NOx) in kaart. De versie met veel veehouders richt zich op de uitstoot van ammoniak (NH3), met mest als allergrootste bron.

Piekbelasters

Maar is een van die lijsten ook het startpunt van de 500 à 600 piekbelasters waar stikstofcrisismanager Johan Remkes over sprak? Nee, is het korte antwoord. De term ‘piekbelasters’ wordt vaker gebruikt, maar meestal niet voor de grootste uitstoters. Hij is doorgaans van toepassing op bedrijven die voor de meeste stikstofneerslag – ofwel depositie – op beschermde natuur zorgen. Dat zijn niet één op één dezelfde bedrijven: ligging maakt een groot verschil. Een klein bedrijf vlakbij natuur kan piekbelaster zijn, een grote uitstoter ver van Natura 2000-gebieden juist niet.

Maar zelfs met dat in gedachten kunnen er grote verschillen zijn in het definiëren van piekbelasters. Zo kun je kijken naar de stikstofneerslag op de hectare die een bedrijf het meeste belast. Die methode is ongunstig voor relatief kleine uitstoters die op een klein stuk natuur heel veel stikstof deponeren.

Stikstofprofessor Jan Willem Erisman keek vorig jaar op een andere manier naar piekbelasters. Hij bracht in kaart in welke gebieden het terugbrengen van de stikstofuitstoot het grootste effect heeft op de natuur. Uit die analyse kwam bijvoorbeeld dat het saneren van bedrijven aan de westkant van de Veluwe veel resultaat oplevert. Bedrijven liggen daar vlakbij het grote Gelderse natuurgebied. En hebben door hun ligging middenin het land vaak ook nog stikstofinvloed op andere beschermde gebieden.

Een boerderij en weilanden in de Gelderse Vallei, een van de gebieden waar de stikstofuitstoot fors naar beneden moet. Beeld ANP
Een boerderij en weilanden in de Gelderse Vallei, een van de gebieden waar de stikstofuitstoot fors naar beneden moet.Beeld ANP

Remkes: weer andere definitie

Remkes stelt in zijn rapport wéér een andere kijk op piekbelasters voor. Hij redeneert juist vanuit de ontwikkelingen die hij op korte termijn mogelijk wil maken. Zo wil Remkes snel stikstofruimte creëren om zo’n 2500 zogenoemde Pas-melders (Programma Aanpak Stikstof) aan een vergunning te helpen. Dat zijn bedrijven die geen natuurvergunning nodig hadden, maar sinds het vonnis dat de stikstofcrisis ontketende met terugwerkende kracht toch wél. Zij zijn daardoor nu in feite illegaal in bedrijf. Ook wil Remkes een aantal urgente woningbouwprojecten aan een vergunning helpen.

Remkes heeft per gebied gekeken hoeveel stikstofruimte er nodig is voor die Pas-melders en woningen. Die ruimte wil hij creëren door grote uitstoters in dat specifieke gebied weg te nemen. Het aantal van 500 à 600 piekbelasters volgt ook vanuit die gedachte. De uitstoot van zoveel bedrijven is nodig om de vergunningen voor Pas-melders en woningen juridisch hard te compenseren, schat Remkes in.

Met die benadering komt Remkes weer op andere piekbelasters uit. Want rondom de Veluwe zijn relatief weinig Pas-melders. Juist omdát de natuur daar zo dichtbij is, hadden veel bedrijven daar altijd al een vergunning nodig. In Noord-Brabant is het aantal Pas-melders het hoogst, gevolgd door Overijssel. Daar zullen volgens de aanpak van Remkes dus de meeste piekbelasters aan banden moeten worden gelegd.

Duivel in de details

De details van het plan zijn nog niet uitgewerkt; Remkes zaaide daarover de afgelopen dagen zelf verwarring. Hij suggereerde op tv bij Buitenhof dat er een lijst met piekbelasters zou zijn. Daar kwam hij later van terug. Want wie piekbelaster is, ‘zal afhankelijk zijn van nog te maken keuzes door het kabinet’, onderkende Remkes.

Die keuzes kunnen veel verschil maken. Want als het kabinet de denklijn van Remkes volgt, maakt het nogal wat uit of binnen een gebied de grootste uitstoters worden aangewezen of juist de bedrijven met de hoogste depositie. Ook wordt uit het rapport van Remkes nog niet duidelijk wanneer ook industriële bedrijven als piekbelaster kunnen gelden. En of het dan nog verschil maakt of er twee, tweehonderd of twintigduizend mensen bij een bedrijf werken.

Uitkoop als laatste optie?

Ook spannend is hoe het verdergaat als bedrijven eenmaal als piekbelaster zijn aangewezen. Remkes benadrukte al meermaals dat zij niet per definitie weg hoeven. Ook het aanpassen van hun bedrijfsvoering of investeren in innovatie zijn mogelijkheden. Ook ziet hij verhuizing in plaats van uitkoop als optie; uitkoop zou pas in beeld komen als minder ingrijpende maatregelen niet mogelijk blijken.

Maar tegelijkertijd benadrukt Remkes ook zijn grote haast: het streven is om de piekbelasters binnen een jaar aan te pakken. Dat roept de vraag op hoe realistisch de ‘lichtere’ opties werkelijk zijn. Een dure nieuwe stal met minder uitstoot is er niet van de een op de andere dag. En een intensief bedrijf wordt niet bij toverslag extensief.

Het kabinet zou ook kunnen kijken naar bedrijven die toch al van plan waren te bewegen. Door zich in te schrijven voor een stoppersregeling – als die straks dan echt definitief en aantrekkelijk genoeg wordt. Of door hun bedrijfsvoering om te gooien. Dan ligt echter weer in de rede dat dat niet precies de piekbelasters zijn waar Remkes mee gerekend heeft. En dat er weer méér bedrijven nodig zijn om hetzelfde effect te bereiken. Want, zo schrijft hij in zijn rapport: ‘hoe minder gericht de benadering wordt, hoe meer ondernemingen het betreft’.

Lees ook:

Uitkopen piekbelasters geen goede, maar een noodzakelijke oplossing, aldus een bezwaarde Remkes

Het kabinet zou binnen één jaar de 500 à 600 bedrijven met de grootste stikstofinvloed op de natuur moeten laten stoppen. Alleen zo is de juridische impasse op korte termijn te doorbreken, concludeert stikstofcrisismanager Johan Remkes.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden