Vogelwaarneming

Wéér een nieuwe soort voor Nederland: de zeldzame Sardijnse grasmus is eindelijk door de ballotage

Sardijnse grasmus, uiterst zeldzaam, ontdekt door Johanna van Dillen-Staal in de duinen bij Den Helder.  Beeld Jan van der Laan
Sardijnse grasmus, uiterst zeldzaam, ontdekt door Johanna van Dillen-Staal in de duinen bij Den Helder.Beeld Jan van der Laan

Wie een nieuwe vogelsoort denkt te hebben gezien, komt daar niet zomaar mee weg. Maar uiteindelijk is de Sardijnse grasmus van Johanna van Dillen-Staal officieel ‘aanvaard’.

Rob Buiter

Eigenlijk was Johanna van Dillen-Staal nog helemaal niet zo’n doorgewinterde vogelaar. Zo eentje die aan één donsveertje genoeg heeft om een sijs van een barmsijs te onderscheiden. Maar toen ze vijftien jaar terug begon met vogelen had ze wel vrijwel direct een nieuwe soort voor Nederland op haar naam staan. “In de buurt van Den Helder had ik een langstaartklauwier ontdekt”, vertelt ze. “In diezelfde duintjes zag ik dit voorjaar ineens een vogel in de top van een kale vlierstruik zitten die heel erg op een Provençaalse grasmus leek. Hij was binnen een paar tellen ook weer weg, maar voor de zekerheid meldde ik hem wel op waarneming.nl en in de appgroep van onze vogelwerkgroep. Toen collega-vogelaar Jan van der Laan even later aankwam met een goede camera en de vogel kwam ook weer terug, schreeuwde die het bijna uit: ‘Sardijnse! Sardijnse!’ Ik bleek dus wéér een nieuwe soort voor Nederland te hebben gevonden”

Maar dan begint het pas. Wie in Nederland een extreem zeldzame vogel denkt te zien, misschien zelfs wel een nieuwe soort voor ons land, die krijgt met de ‘CDNA’ te maken. De Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna is een achtkoppig gezelschap dat zich buigt over iedere vermeende waarneming van een vogel die in de afgelopen drie decennia minder dan twee keer per jaar werd gezien.

“De geweldige foto’s die vogelaar Jan van der Laan had gemaakt van de vogel, maakten dit geval relatief gemakkelijk”, vertelt de secretaris van de commissie, ecoloog Vincent van der Spek. Maar toch was daarmee de kous niet meteen af. “Op de Balearen komt nog een vergelijkbare soort voor, die je moet uitsluiten. En een bijzondere vogel kan altijd nog ontsnapt zijn uit gevangenschap”, zo verduidelijkt Van der Spek, “Zo’n ‘escape’ herken je bijvoorbeeld aan een speciale ring om één van de poten. Maar ook als een vogel niet is geringd, kan het nog steeds een ontsnapt tam exemplaar zijn, wat je soms aan het gedrag kan zien, al ligt dat bij deze soort niet voor de hand”, aldus Van der Spek. “Bij een soort als de Ross’ gans moet je daar wél alert op zijn. Die wordt veel als kooivogel gehouden, maar zou ook vanuit Amerika op de trek kunnen verdwalen.” En tamme vogels, die komen niet in de boeken.

Uren puzzelen op een lastige determinatie

Die spreekwoordelijke boeken hebben overigens geen juridische status. Toch is het werk van de CDNA wel degelijk meer dan muggenzifterij door collega-vogelaars. Van der Spek: “De acht leden van onze commissie mag je wel echte deskundigen noemen. We vinden het allemaal geweldig om úren op een heel lastige determinatie van een bijzondere vogel te puzzelen, want sommige soorten zijn heel lastig op naam te brengen. Er zijn heel veel soorten die sprekend op elkaar lijken. Ook kijken we of we op basis van hun verenkleed kunnen bepalen hoe oud een vogel is, en of het een mannetje of vrouwtje is.”

De CDNA werkt onder de hoede van de Nederlandse Ornithologische Unie en de Dutch Birding Association. Daarmee is het werk van Van der Spek en collega’s ook nu al niet zonder gevolgen. “De wetenschappelijke literatuur en organisaties als Sovon Vogelonderzoek houden bijvoorbeeld rekening met onze officiële lijsten van Nederlandse vogels en waarnemingen. En die waarnemingen zeggen in de loop der jaren ook echt wel iets. Zo zijn op deze manier ooit de eerste waarnemingen van bijeneters of bladkoningen vastgelegd. Nu zijn dat soorten die al vrij gewoon zijn geworden, maar als je wilt weten wat bijvoorbeeld de relatie met de verandering van het klimaat is, dan wil je toch ook weten sinds wanneer en met hoeveel die vogels ooit in ons land zijn verschenen. Wij leggen de eerste patronen vast van soorten die om wat voor reden dan ook in opkomst zijn.”

Sommige vogelaars maken er behoorlijk werk van, voor ze een waarneming bij de commissie indienen. Zo werkt een vogelaar die in 2019 een horusgierzwaluw denkt te hebben gezien boven Schiermonnikoog, op dit moment aan een stevig dossier. Die verre neef van onze eigen gierzwaluw hoort normaal in zuidelijk Afrika thuis, dus een waarneming boven de Wadden zou zacht gezegd uniek zijn en bovendien een nieuwe soort voor Europa. Van der Spek: “Ik kijk erg uit naar dat dossier. Veel gierzwaluwen lijken sprekend op elkaar en dit zou een waanzinnige waarneming zijn. Er is weinig zo leuk als helemaal in de kleinste details van vogelkenmerken duiken. Dan gaat het bijvoorbeeld om een wit vlekje dat er wel of niet is of om de verschillen in lengte of vorm van een veertje.”

Niet over één nacht ijs

Ook de commissie zelf gaat niet over één nacht ijs. “We hebben meerdere stemrondes, waarbij we met een zogenoemde Delphi-methode werken. Daarbij worden de argumenten van alle acht de experts in de commissie gewisseld. De eerste stemronde is blind, zodat we elkaar nog niet beïnvloeden. Uiteindelijk moeten we in maximaal vier stemrondes tot een oordeel komen: klopt de determinatie en is het een wilde vogel?”

De suggestie dat zijn commissie een verkapte ‘soortenpolitie’ zou zijn, die beoordeelt of een waarneming wel ‘echt’ is of niet, werpt Van der Spek verre van zich. “Wij doen niets meer en niets minder dan kijken of een waarneming hard genoeg is te maken om in het archief te worden opgenomen. De commissie bestaat al meer dan een halve eeuw. Over nog een halve eeuw, als er een nieuwe, nu nog niet eens geboren generatie vogelaars en commissieleden is, moeten de waarnemingen van nu nog steeds staan als een huis. Zelf heb ik bijvoorbeeld ooit een goudlijster zien langstrekken op een trektelpost in de duinen. We waren met zes man, maar destijds nog zonder digitale camera’s of goede lenzen. Voor onszelf weten we dat we die goudlijster hebben gezien, al was het bewijs niet hard genoeg om ’m op de officiële lijst met waarnemingen opgenomen te krijgen. De lol was er voor ons nauwelijks minder om.”

Toch weet hij dat andere vogelaars daar wel eens anders over kunnen denken. “Het kan voor sommige vogelaars echt niet leuk zijn als hun waarneming niet wordt erkend.” Johanna van Dillen-Staal prijst zich ondertussen gelukkig dat ‘haar Sardijn’ wel is erkend en als nummer 529 is toegevoegd aan de soortenlijst van Nederlandse vogels. “Het enige waar ik van baal is dat ik hem niet zelf herkende. Ik zal nu dus op zoek moeten naar mijn derde nieuwe soort voor Nederland en die dan wél zelf op naam brengen voor iemand anders dat doet.”

Lees ook:

Natuurmeldpunt moet zin en onzin scheiden – en gekke bekken voor lief nemen

Het aantal mensen dat waarnemingen van dier- en plantensoorten invoert op Waarneming.nl nam afgelopen jaren een enorme vlucht. Er zitten foutieve meldingen tussen. ‘Dat baart ons wel zorgen.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden