ReportageWaterbeheer

Water lozen in zee is zonde, daar kunnen we nog van alles mee

Het natuurgebied Markiezaat bij Bergen op Zoom.  Beeld Erik de Jonge / Brabants Landschap
Het natuurgebied Markiezaat bij Bergen op Zoom.Beeld Erik de Jonge / Brabants Landschap

Vanaf de Brabantse Wal vloeien miljoenen liters water naar de Westerschelde, om daarna uit te spoelen in de Noordzee. Jammer. Dat water kan beter worden benut, voor de natuur bijvoorbeeld. Maar hoe?

Onno Havermans

Het is een wonderlijke situatie. Bij de stuw aan de Brugweg in Bath, gemeente Reimerswaal in het meest oostelijke puntje van Zeeland, stroomt het water uit twee brede geulen onder twee kanalen door naar de Westerschelde, die uitstroomt in de zee. Het is een doordacht systeem, onderdeel van de Deltawerken die het zuidwestelijke deel van Nederland beschermen tegen overstromingen.

Maar hiermee gaan wel vele liters bruikbaar zoet water verloren. “We laten per jaar gemiddeld dertig miljoen kuub zoet water wegstromen uit ons gebied en doen er niks mee”, zegt Edwin Arens van waterschap Brabantse Delta. Samen met de Zeeuwse buur Scheldestromen gaat het waterschap de kleinere stromen vanaf de Brabantse Wal in kaart brengen om te kijken of en hoe dit water kan worden gebruikt.

Voor de natuur, roept Erik de Jonge van natuurorganisatie Brabants Landschap meteen. Hij ziet grote kansen om zowel de natuurwaarden als de waterkwaliteit in het relatief nieuwe natuurgebied Markiezaat, onder Bergen op Zoom, te verbeteren. In dit moerasgebied achter de Oosterschelde broeden en foerageren honderden vogelsoorten, die steeds meer last hebben van droogte en algengroei die het afgesloten Markiezaatsmeer vertroebelt. Het relatief schone kwelwater van de stuwwal kan in meerdere opzichten een oplossing zijn, zegt De Jonge.

Ook de landbouw wil water

Maar ook vanuit de landbouw is belangstelling. “We hebben een netto regenoverschot in Zeeland, maar de neerslag valt in pieken, het meest in de winter. Lang niet altijd als de boeren en de natuur water nodig hebben”, vertelt Marieke van den Broeke-Lammers van waterschap Scheldestromen. “Onttrekken vanuit grondwater en sloten voor beregening is op veel plaatsen geen optie door zoute kwel van de zee.”

Daarnaast is het water van de Brabantse Wal misschien geschikt als aanvulling op de drinkwaterwinning. En ten slotte is ook verbetering van de waterkwaliteit in het hele uitstroomgebied een optie. Het project Water tussen Wal en Schelde van het samenwerkingsverband Zuidwestelijke Delta onderzoekt de mogelijkheden en kijkt gericht naar natuur, landbouw, drinkwater en waterkwaliteit. De provincies Zeeland en Noord-Brabant doen mee, net als drinkwaterbedrijf Evides en natuurorganisatie Brabants Landschap.

De Brabantse Wal loopt van Steenbergen via Halsteren naar Bergen op Zoom (dat zijn naam eraan dankt: een zoom is een hoge steilrand in het landschap) en dan naar Woensdrecht, Hoogerheide en Ossendrecht. De wal is mede gevormd door rivier de Schelde en markeert een scherpe overgang tussen de West-Brabantse zandgronden en dieper liggende Zeeuwse kleipolders.

null Beeld Fadi Nadrous
Beeld Fadi Nadrous

30 miljoen kubieke meter zoet water

Het regenwater dat op de zandige bodem valt, stroomt omlaag, vormt sprengen, kreken, geulen en beken. Aan de lagere kant, ten zuidwesten van Bergen op Zoom, komt ook zoet kwelwater omhoog, dat zich bij de stroompjes voegt. Alles bij elkaar dus dertig miljoen kubieke meter zoet water per jaar, dat naar de Westerschelde stroomt.

Eeuwenlang was die snelle afvoer naar zee heel gewoon. Nederland is erop ingericht, als de delta waarin de grote rivieren Rijn, Maas en Schelde uitmonden in de Noordzee. Delen van het land liggen meters lager dan de zee, overtollig water van hogere delen moet rap kunnen doorstromen om die lagere delen droog te houden.

Maar inmiddels hebben enkele droge zomers en de voelbare gevolgen van de klimaatverandering de kijk op het water gekanteld. Daar komt nog een groeiende behoefte aan drinkwater bij. Nederland moet het zoete water langer vasthouden, om te gebruiken als dat nodig is.

Loofbos, rietoevers, droge schorren

De Jonge ziet vooral het kwelwater bij Bergen op Zoom als een grote kans voor het Markiezaat, dat Brabants Landschap verder wil laten ontwikkelen tot een gevarieerd moeras-ecosysteem, met loofbos, rietoevers, ruige en droge schorren, drassige oevers en open water, dat aantrekkelijk is voor steltlopers, kustbroedvogels, moeras- en struweelvogels.

Het gebied is ontstaan in 1984 door de aanleg van de Markiezaatskade en later de Oesterdam, die de vaarroute van het Schelde-Rijnkanaal moesten vrijwaren van de getijden in de Oosterschelde. Het zoute water is inmiddels verzoet, maar het Markiezaat heeft nog wel een groot waterkwaliteitsprobleem, zegt De Jonge. “Zowel op het gebied van Natura 2000 als van de Kaderrichtlijn Water is een grote stap te maken.”

Daarbij spelen de vele vogelsoorten die hier broeden en eten een grote rol. “Je hebt hier veel grondbroeders, zoals plevieren, kluten, scholeksters en lepelaars, die broeden op droogvallende slikken. Bij droogte blijven dat geen eilanden in het meer, waardoor vossen en marters de nesten kunnen leegroven. Vooral bij de lepelaar, die hier een van de grootste kolonies in Nederland heeft, zien we het broedsucces teruglopen. En lepelaars zijn heel gevoelig, als die niet succesvol broeden is dat al snel einde kolonie.”

Er zijn veel lepelaars in natuurgebied Markiezaat. Zij broeden op droogvallende slikken.   Beeld Erik de Jonge / Brabants Landschap
Er zijn veel lepelaars in natuurgebied Markiezaat. Zij broeden op droogvallende slikken.Beeld Erik de Jonge / Brabants Landschap

Troebel water door algen

Een tweede probleem is de voedselrijkdom van de bodem, die zorgt voor algengroei in het meer waardoor het water snel vertroebelt. “Dat is funest voor zichtjagers als futen en duikeenden die, het woord zegt het al, onder water duiken en op zicht naar voedsel jagen.”

Ook het afstromende water van de Brabantse Wal is niet altijd van goede kwaliteit, beseft De Jonge. “Maar het kwelwater dat zuidelijk grenst aan het Markiezaat is relatief schoon. Het lijkt haalbaar om dat weer in het Markiezaat te laten afstromen en er vóór het broedseizoen het meer mee aan te vullen, waardoor de slikken niet droogvallen. Met dat extra water verbetert ook de waterkwaliteit.”

Ten slotte ziet De Jonge mogelijkheden voor de grote groepen vogels, zoals wulpen, grauwe ganzen en eenden, die foerageren in de randzone rondom het meer. Als we het water daar eerst vasthouden, is dat goed voor de vogels, maar verbetert de bodem mogelijk ook de kwaliteit ervan. Om dat te bereiken moeten we kreken als de Agger beter doorspoelen en weer in verbinding stellen met het Markiezaat, zodat er een natte verbindingszone ontstaat.”

Een onnatuurlijk waterpeil

De Agger stroomt een paar kilometer verderop, aan de andere kant van snelweg A4. “Voor de aanleg van de snelweg zijn stroomopwaarts diverse kreken afgesloten”, zegt Marieke van den Broeke van waterschap Scheldestromen. “Herstel kan helpen het water beter te beheren en te sturen. Je hebt hier nu een onnatuurlijk waterpeil, dat kunstmatig lager staat in de winter, ten behoeve van de landbouw. Terwijl je het water dan juist wilt vasthouden voor de zomer.”

In de droge zomer van 2018 is zoet water gehaald uit het spuikanaal van het Volkerak-Zoommeer, vertelt Edwin Arens. “Dat zouden we vaker kunnen doen, die zoetwaterbuffer is er.” Maar een natuurlijk peilbeheer is beter voor de natuur, zegt Van den Broeke. “Door bijvoorbeeld het aanleggen van natuurvriendelijke oevers ontstaat meer ruimte voor een hoger winterpeil. Daardoor wordt een flexibeler, natuurlijker peilbeheer mogelijk. Meer watervolume, waterdiepte en ook een goede doorstroming komen de waterkwaliteit ten goede. Het peilbeheer wordt ook anders als we extra waterlopen aantakken. We moeten uitzoeken welke hoeveelheden dan goed zijn, en wat de landbouw kan hebben.”

De vraag is alleen of het opvangen en aftakken van dat afstromende water geen negatieve effecten heeft stroomafwaarts. Vanaf de Bathse brug wijst Arens naar de Woensdrechtse kil en de Ossendrechtse kil, die allebei langs het Schelde-Rijnkanaal stromen. Op de plek waar ze samenkomen zijn de sifons geplaatst waardoor het water naar de stuw stroomt. “Hier is het water waarschijnlijk al te veel vervuild om als drinkwater te kunnen dienen.”

null Beeld Erik de Jonge / Brabants Landschap
Beeld Erik de Jonge / Brabants Landschap

De hoofdaders van het gebied

Maar de twee killen (de Brabantse naam voor kreken of geulen) zijn van groot belang voor de Kaderrichtlijn Water (KRW). “Het zijn de hoofdaders van dit gebied”, zegt Arens. De toevoer naar die hoofdaders verminderen door eerder af te takken, brengt de kwaliteit in gevaar en daarmee de KRW-doelen die Nederland toch al niet lijkt te gaan halen. Van den Broeke: “Maar het achterliggende doel is niet de KRW halen, maar een goede waterkwaliteit”.

Daarbij mogen keuzes om het afstromende water te gebruiken niet negatief uitpakken voor al bestaand gebruik in het gebied, legt Arens uit. “Wat we ook bedenken, het moet geen problemen veroorzaken. Als je het voor de een goed doet, is dat dan ook goed voor de ander?” Water tussen Wal en Schelde begint daarom met een jaar van onderzoek, voordat er daadwerkelijk wordt ingegrepen. “We hebben sowieso een jaar nodig om ook de seizoensinvloeden te monitoren.”

Kaderrichtlijn Water

Het grond- en oppervlaktewater in Europa moet vanaf 2027 schoon en gezond zijn, zo is in 2000 vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water. De chemische verontreiniging moet flink afnemen en planten, vissen en andere waterdieren moeten kunnen leven en bewegen in rivieren, meren, kanalen en sloten waar ze van nature voorkomen. Aanvankelijk moesten de doelen al in 2015 zijn bereikt. Ook na twee keer uitstel gaat Nederland het waarschijnlijk niet halen, erkende minister Mark Harbers van infrastructuur en waterstaat half april in een brief aan de Tweede Kamer.

Lees ook:

Hoe houden we dat regenwater vast? ‘In Spanje gebruiken ze elke regendruppel vier keer’

Nederland is goed in water wegwerken en tegenhouden, niet in vasthouden. Toch is gedegen waterbeheer hard nodig nu de droogte weer toeslaat.

‘Wacht niet op een volgende watersnood maar zoek het hogerop’

Kunnen we nog in de Randstad blijven wonen of moeten we naar hogere delen van het land verhuizen? ‘Het is niet verstandig om te blijven bouwen op de manier waarop we dat altijd deden’, zegt deltacommissaris Peter Glas.

Advies: De natuur moet overal worden versterkt, ook in steden en landelijk gebied

Overal moet natuur zijn, voor iedereen. Alleen dan is de achteruitgang van natuur en biodiversiteit te stoppen en te herstellen, adviseert de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur woensdag.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden