Guusje Bonnema (WUR) en Marcel van Diemen (Vitalis) op een proefveld van plantenveredelaar Vitalis in Voorst, waar zij experimenteren met het planten van gewassen in stroken.

ReportageStrokenteelt

Waarom prei beter groeit tussen de bloemkool en de venkel

Guusje Bonnema (WUR) en Marcel van Diemen (Vitalis) op een proefveld van plantenveredelaar Vitalis in Voorst, waar zij experimenteren met het planten van gewassen in stroken.Beeld Herman Engbers

Wetenschappers en planten­veredelaars zoeken naar nieuwe rassen die de teelt van groente in stroken vooruithelpt. ‘Je moet een alternatief hebben voor de monocultuur.’

Jelle Brandsma

Marcel van Diemen zit op zijn knieën tussen een strook prei en een rij bloemkool. Hij graaft met zijn zakmes in de grond en al snel komt hij de wortels tegen van beide gewassen. “Ze worden heel lang en ze groeien naar elkaar toe”, zegt hij.

Van Diemen is plantenveredelaar bij Vitalis, een veredelingsbedrijf voor biologische rassen in het Gelderse Voorst. Het bedrijf probeert door onderzoek, selecteren en kruisen steeds betere zaden voor groenten te ontwikkelen. Waar Van Diemen graaft om de wortels ‘langer dan een meter’ te tonen, doet Vitalis samen met de Wageningen Universiteit onderzoek. Een paar dagen later zullen studenten van de Wageningen Universiteit grondmonsters gaan nemen om de wortels, schimmels, bacteriën en ander leven te analyseren.

De universiteit en het veredelingsbedrijf willen weten wat de wisselwerking is tussen diverse gewassen. Welke gewassen moet een boer naast elkaar zetten voor een optimaal resultaat? Het onderzoeksveld is verdeeld in stroken van elk ongeveer anderhalve meter breed. Op iedere strook wordt een ander gewas geteeld. Behalve prei en bloemkool staat er venkel, pompoen, sla en een mengsel van gras en klaver. Van ieder gewas staan er ook drie verschillende rassen.

Meer wetenschappelijke kennis is nodig

Guusje Bonnema, universitair docent in Wageningen, denkt dat de teelt van gewassen in stroken een grote toekomst heeft. “Dit principe werkt voor de biologische en de gangbare landbouw”, zegt zij. Een aantal boeren in Nederland werkt er al mee. Maar er is meer wetenschappelijke kennis nodig.

Bonnema en Van Diemen lopen naar een net van dun gaas dat tussen de planten is gespannen. “Hier zie je al één van de positieve effecten van strokenteelt”, zegt Van Diemen. “Wij vangen hier insecten en dat doen wij ook op een perceel verderop waar we in monocultuur alleen maar pompoenen hebben staan. Bij de stroken met diverse gewassen treffen we vijf keer zoveel insecten aan als een stuk verderop.” Veel insecten zijn belangrijk, vult Bonnema aan. “De natuurlijke bestrijders van plaaginsecten in het gewas kunnen in de strook ernaast zitten. Dat is de beste manier om ziektes te bestrijden.”

Marcel van Diemen laat zien hoe de wortels van twee stroken gewas in elkaar groeien.  Beeld Herman Engbers
Marcel van Diemen laat zien hoe de wortels van twee stroken gewas in elkaar groeien.Beeld Herman Engbers

Nog een paar andere voordelen somt Bonnema op. “Als je een ziekte hebt in bijvoorbeeld de prei blijft de schade beperkt tot één strook. De andere gewassen daarnaast fungeren als een buffer en de ziekte springt niet naar een andere strook prei even verderop. We weten ook al dat de totale opbrengst van een perceel in stroken in het algemeen hoger is dan bij een monocultuur. Er wordt effectiever gebruik gemaakt van de voedingsstoffen in de bodem. Tenslotte is duidelijk dat de biodiversiteit verbetert. Op land met strokenteelt zitten meer insecten, meer vogels. De ecologische functies in de bodem zijn beter. Door verschillende gewassen, heb je ook meer leefomgevingen waar insecten graag zitten. Als een stuk land waar één gewas staat wordt geoogst, hebben dieren daar niks meer te zoeken, maar bij strokenteelt kan een dier altijd wel weer ergens anders uit de voeten.”

‘Je bent zes jaar bezig met selecteren, kruisen en selecteren voordat je een nieuw ras hebt’

Deze positieve effecten zijn gebaseerd op praktische ervaring en op eerder wetenschappelijk onderzoek. Het onderzoek van Bonnema moet duidelijk maken hoe het komt dat prei mogelijk goed gedijt naast kool, maar misschien niet naast venkel en dat het ook nog eens verschilt per ras van een soort gewas.

Bonnema: “Welke gewassen en rassen combineren goed en is er een genetische oorzaak voor de manier waarop planten op hun buren reageren? Wij nemen monsters en verzamelen zoveel mogelijk data over eigenschappen van planten. Bij veredeling selecteer je de beste planten en die ga je kruisen. Daarna selecteer je opnieuw en ga je weer kruisen. Als je meer informatie hebt, kan je beter selecteren. Dit is urgent want de landbouw moet verduurzamen. Je bent zes jaar bezig met selecteren, kruisen en selecteren voordat je een nieuw ras hebt. We moeten dus snel reageren.”

null Beeld Herman Engbers
Beeld Herman Engbers

Van Diemen: “Ik zit nog met mijn handen in de grond en ik ruik en ik proef de groente. Maar de nieuwe generatie, de wetenschappers in Wageningen, verzamelt data, bruikbare gegevens waarmee wij kunnen werken. Ik krijg een grafiek van de groeikracht van de plant. Dat is natuurlijk een hele goede aanvulling op wat ik zelf zie. Ik kijk naar de opbrengst, naar de kwaliteit en naar de smaak. Maar met extra gegevens van Wageningen kan ik beter een plant selecteren waarmee ik ga kruisen, waarvan ik stuifmeel op de stamper van een andere plant breng. Ik wil zoveel mogelijk kennis.”

Op zoek naar veerkrachtige rassen

Het kan zijn, zegt Bonnema, dat sommige rassen die nu worden gebruikt al geschikt zijn voor strokenlandbouw, maar hoogstwaarschijnlijk is er veel verbetering mogelijk omdat er nooit eerder op teelt in stroken is geselecteerd. “Er zit zoveel genetische variatie in rassen dat selecteren en kruisen werkt. Maar hoe het gaat werken en hoe het zo effectief mogelijke kan, dat is nog de vraag.”

“We zijn op zoek naar de meest veerkrachtige rassen”, legt Bonnema uit. “Vroeger was landbouw ook strookachtig. Het gebeurde op kleine stukjes grond en er werden oude rassen gebruikt die nog steeds bestaan. Die hebben zeker goede eigenschappen, maar zijn niet altijd geschikt in de huidige tijd omdat ze mogelijk te klein zijn, de smaak niet meer populair is of omdat ze makkelijk ziek worden. Misschien zijn oude rassen beter onder de grond en dan kruisen we die met moderne rassen en gaan we de beste combinatie selecteren. We gaan niet terug naar oude rassen, maar zoeken het beste van twee werelden.”

Teelt in kleinere stroken lijkt minder praktisch voor een boer. Niet voor niks zijn de percelen de afgelopen decennia steeds groter geworden. Op die manier kan een boer met grote machines efficiënt het land bewerken en oogsten. Volgens Bonnema is dit relatief. De hogere opbrengst, minder ziektes, minder of geen bestrijdingsmiddelen, meer biodiversiteit, een kwalitatief beter product betekent vooruitgang. Van Diemen: “Boeren die er al mee werken zijn inventief. Zij ontwikkelen nieuwe machines voor dit type landbouw.”

Gezonde gewassen op een gezonde bodem

De teelt in stroken is volgens Van Diemen onderdeel van de vernieuwing in de landbouw. “We lopen tegen een probleem op. Op de vruchtbare gronden in de Flevopolders was de opbrengst en de kwaliteit van de groente in de eerste jaren na de drooglegging fantastisch, maar die loopt nu terug. Bij de biologische landbouw gebeurt dat niet. Daar worden geen chemische bestrijdingsmiddelen gespoten en de boeren brengen door andere bemesting meer organische stof in de grond waardoor het bodemleven zich kan ontwikkelen. Ik ken een gangbare boer die dat ontdekte bij de biologische buurman en die pakt het nu anders aan. Biologische landbouw heeft invloed, maar ongeacht het landbouwsysteem is strokenteelt een manier om om gezonde gewassen te telen op een gezonde bodem.”

Bonnema: “Los van wat boeren zelf kiezen; er zullen er ook strengere regels van de overheid komen. Je moet een alternatief hebben voor de monocultuur waar de huidige landbouw mee werkt.”

Lees ook:
Zo kan Nederland eruitzien met meer natuur

Adviezen over minder stikstof en verandering van de landbouw roepen de vraag op wat dat betekent voor het ruimtegebruik in Nederland. Natuurrijk Nederland heeft al een plan.

Kleine akker, grote inkomsten? Deze microfarmers geloven dat het kan

Kun je een inkomen verdienen met een groentekwekerij van slechts een halve hectare groot? Gosse Haarsma en Sjoukje Dijk proberen het op hun microfarm It Griene Libben.

Volgens hoogleraar Liesje Mommer is de Wageningen Universiteit nu ook klaar voor een ‘groene omslag’

Decennialang legde de Wageningen Universiteit de wetenschappelijke bodem onder de intensieve landbouw, maar nu wil het kenniscentrum de ‘groene omslag’ aanjagen. ‘Biodiversiteit introduceren in het landbouwsysteem is de enige manier om het tij te keren’, zegt hoogleraar Liesje Mommer.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden