Runderen in een al jaren met rust gelaten wei bij Vaals: een voorbeeld van extensieve landbouw.

AnalyseStikstofalgebra

Waarom Landbouw en Financiën steggelen over de gevolgen van het stikstofbeleid voor veehouders

Runderen in een al jaren met rust gelaten wei bij Vaals: een voorbeeld van extensieve landbouw.Beeld Roger Dohmen

Het leeuwendeel van de veehouders zal met de huidige stikstofplannen ofwel moeten stoppen, ofwel zijn bedrijfsvoering om moeten gooien. Dat blijkt uit berekeningen van het ministerie van financiën. Maar die cijfers behoeven wel wat relativering.

Lukas van der Storm

Het ministerie van landbouw, natuur en visserij (LNV) wil veel te veel miljarden euro's uitgeven aan een grootscheepse herinrichting van het platteland. Terwijl het nog maar de vraag is of dat echt zo veel bijdraagt aan het terugbrengen van de stikstofuitstoot. Die rode lijn loopt door een groot aantal ambtelijke documenten die minister Sigrid Kaag (financiën) dinsdag naar de Tweede Kamer stuurde.

Dat deed ze op verzoek van Kamerleden Caroline van der Plas (BBB) en Pieter Omtzigt. Zij sloegen aan op een eerder verhaal in NRC: daaruit bleek dat de stikstofcrisis volgens stukken van het ministerie van financiën voor een kleine 12 miljard euro te bezweren zou zijn. Amper de helft van de 24 miljard euro die het kabinet er uiteindelijk voor reserveerde.

De nu vrijgegeven stukken roepen het beeld op van twee steggelende ministeries. Financiën wilde als schatkistbewaker vooral zo effectief mogelijk handelen, via gerichte uitkoop van veehouderijen die de natuur het meest belasten. Het plan van het ministerie van LNV is breder, maar dus ook duurder. Veel geld gaat naar boeren die gaan extensiveren: zij moeten meer in harmonie met de natuur en met minder dieren per hectare werken. Bij Financiën zijn ze daar erg kritisch op. Het is de vraag of al die extra miljarden wel in verhouding staan tot de natuurwinst die dit oplevert.

11.200 stoppende boeren

Het huidige kabinet kiest uiteindelijk voor het duurdere LNV-plan. Bij Financiën blijven ze ook na die keuze kritisch op het dure stikstofbeleid. Vanwege de kosten, die nog wel eens veel hoger dan 24 miljard zouden kunnen uitvallen. Maar ook omdat het nog veel ingrijpender is voor een nog groter aantal boeren. Met de huidige kabinetsaanpak zouden er 11.200 veehouders moeten stoppen. En nog eens 17.600 boeren zullen moeten extensiveren, zo staat in een tabelletje in een stuk dat Financiën afgelopen voorjaar opstelde.

Dat zijn nogal forse cijfers die onmiddellijk weer tot nieuwe onzekerheid en frustratie in de agrarische sector leiden. De cijfers van Financiën roepen echter vooral ook veel vragen op: voor de 11.200 stoppers met name of dat cijfer werkelijk zo opzienbarend is. Nederland telde in 2020 nog ongeveer 33.000 veehouderijen. De stikstofplannen hebben 2030 als deadline. Dat zou betekenen dat ongeveer een derde van de veeboeren in tien jaar tijd zou stoppen.

Dat klinkt ingrijpend. Maar het is óók grotendeels in lijn met de economische ontwikkeling van de afgelopen decennia. Sinds 2000 is het aantal veehouders grofweg gehalveerd. Het aantal dieren bleef ongeveer gelijk: bedrijven werden dus twee keer zo groot. Die daling gaat over het algemeen vrij constant en gestaag, met zo’n drie procent per jaar. De laatste jaren vlakte die wel iets af.

Voor in elk geval een groot deel van die 11.200 stoppende bedrijven ligt in feite toch al in de rede dat ze er ook zonder stikstofbeleid mee ophouden, bijvoorbeeld vanwege gebrek aan perspectief of opvolger. “Met beleid versnel je dat proces wel”, legt landbouweconoom Petra Berkhout van Wageningen University & Research (WUR) uit. Vaak zorgt een uitkoopregeling ervoor dat een veehouder besluit nú te stoppen, in plaats van dat hij het nog twee of drie jaar uitzingt. “Dat is ook de kritiek die je op uitkoopregelingen kunt hebben: steek je dan niet heel veel geld in iets dat van nature al zou gebeuren?”

Minder dieren? Geen soja meer?

Opzienbarender is dat de ambtenaren van Financiën 17.600 veehouders zien extensiveren. Dat is bijna de gehele resterende sector, die zonder de 11.200 stoppers nog uit zo'n 22.000 veeboeren zou bestaan. Maar wat is extensiveren in dit verband precies? Gaat het dan altijd om minder dieren per hectare? Telt een varkenshouderij die geen soja meer uit andere werelddelen haalt ook mee? Dat soort vragen beantwoordt het tabelletje niet.

Dat maakt het lastig om het cijfer op waarde te schatten. Zeker omdat het in de hele verdere stikstofalgebra een vreemde dissonant is. De grote massa aan bedrijven moet in dit plaatje extensiveren en zal dus per saldo dieren inleveren. Een behoorlijke groep stoppers heeft überhaupt geen vee meer. Dat valt haast niet te rijmen met het door het kabinet genoemde percentage van 30 procent waarmee de veestapel zou krimpen - dat percentage zou dan ook veel hoger kunnen liggen.

Het lijkt reden te meer om het staatje van Financiën op zijn eigen merites te beoordelen. Als een eigen vingeroefening, die misschien zelfs wel bedoeld was om de onhaalbaarheid van de LNV-plannen aan te tonen. En dus niet als een serieuze indicatie hoeveel boeren er precies overblijven en omschakelen.

Lees ook:

Biologische melkveehouder Klaas de Lange: Met hetzelfde aantal koeien op meer land kon ik blijven boeren

Al in 1986 maakte melkveehouder Klaas de Lange uit het Overijsselse dorp Nederland mee wat de melkveehouders in heel Nederland nu ervaren: hij liep met zijn bedrijf tegen de grenzen van de natuur aan.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden