ReportageTableau vivants

Van Tongeren en Sinke zien de kunst in een nieuw leven voor dode dieren

Grote taferelen van dode dieren opgezet en opgesteld zoals op oude schilderijen van jachttaferelen te zien is. Beeld Patrick Post
Grote taferelen van dode dieren opgezet en opgesteld zoals op oude schilderijen van jachttaferelen te zien is.Beeld Patrick Post

Dode dieren krijgen bij het kunstenaarsduo Van Tongeren en Sinke een bijzonder nieuw leven. Taxidermie, met een knipoog naar de tableau vivants uit vervlogen tijden.

Monica Wesseling

Wie niet beter weet denkt in de winkel van Malle Pietje te zijn beland. Sokkels, glazen stolpen, antieke kasten, rollen ijzerdraad, houtwol en piepschuim waar je ook kijkt. En dieren. Heel veel dieren. Dood. Als skelet, half of helemaal opgezet. Een hoefdier zonder kop, een hoopje botten, de huid van een onduidelijke vogel.

Op een plank een tafereel met een bananeneter op een penseeloorzwijn vergezeld door een knobbelzwaan, mandarijneend en kuifhoender; een tafereel als op een 17de-, 18de-eeuws schilderij van d’Hondecoeter of Frans Snyder.

En dwars door dit alles lopen twee mannen. De een met een schetsboek, de ander ‘mimiekend’ bij een skelet van een, zo te zien, jonge giraf.

De winkel is geen winkel, maar het atelier van de twee ‘taxidermie-kunstenaars’ Ferry van Tongeren en Jaap Sinke. Een bijzondere combinatie: de een gefascineerd door de natuur, de ander door ambachten als kappers, chirurgen, schilders en beeldhouwers. Samen op zoek naar de esthetiek van de natuur, van dode dieren. Niet zo maar opgezette dieren, maar altijd in een ‘kunstige’ opstelling.

Van Tongeren: “Het gaat ons er niet om de natuur, de dieren waarheidsgetrouw af te beelden. Kunst, oftewel een artistieke verbeelding zijn voor ons leidend. Werk vol spanning met ruimte voor de verbeelding van de toeschouwer.”

“En al zeker geen hertenkoppen of hele wilde zwijnen als jachttrofeeën; voor ons saaie objecten zonder spanning. We vinden sowieso het gebruik van dieren uit het wild onbespreekbaar. Het is ook onnodig. Zowel bij kwekers als in de dierentuinen gaan heel veel dieren dood die je – opgezet – een nieuw leven kunt geven”, voegt collega Sinke toe.

Rondleidend door de ietwat bevreemdende ruimte, legt het tweetal, na de toch wel erg abstracte inleiding, hun bevlogenheid en werk wat beter uit. “Eigenlijk zijn we gewoon twee kunstenaars die met opgezette dieren spannende objecten maken. De dieren zijn echt, de composities artificieel.”

Een opgezette uil.  Beeld Patrick Post
Een opgezette uil.Beeld Patrick Post

En inderdaad. De glazen bak met daarin een python met een secretarisvogel in zijn bek is nogal absurd. De dieren leven in verschillende gebieden. Even onrealistisch is het plateau met penseeloorzwijn, bananeneter, kuifhoen, knobbelzwaan en mandarijneend. De dieren kunnen elkaar in het echt nooit tegenkomen. De poema op een sokkel blijkt al even ‘vrij naar de natuur’. Het dier is glanzend zwart geverfd terwijl een echte poema gevlekt is. Twee skeletten van aapjes lijken, elk in hun eigen vitrinekast, met elkaar te praten en een pinguïn in een glazen stolp; het is allemaal imaginair. Alleen de opgezette krokodil oogt vrij natuurlijk, zij het dat hij hoog in de lucht wiebelend aan vier touwen hangt.

Beweging in verstarring

“Alles dat je hier ziet is nog niet af. De poema krijgt nog een poemaskelet naast zich en op de python wil ik nog wat tropische vlinders plaatsen”, vertelt Sinke.

Steeds meer wordt duidelijk dat het de mannen gaat om vorm, kleur, om beweging in verstarring, verbeelding, ach alles wat kunst kunst maakt.

Staande bij het half-beklede skelet van een klein varken leggen de mannen uit hoe ze werken. Met in hun achterhoofd alle attributen als stolpen, kasten, vitrines en oude vogelkooien én de inhoud van de vriezer vol kadavers begint het grote brainstormen. Sinke schetst, Van Tongeren becommentarieert en “uit de chaos ontstaat een idee”.

Dan is het tijd om de dieren naar hun hand te zetten. De benodigde kadavers worden ontdooid waarna Van Tongeren het vlees kneedt zodat het in de juiste houding staat, dus de pose zoals op de schets verbeeld. Sinke: “Altijd in een beweging die bijna suggestief, surrealistisch is. Een waarbij je eigenlijk niet begrijpt wat er gebeurt.”

Is de houding eenmaal perfect dan meet Van Tongeren het dier tot in de finesses minutieus op. Vervolgens wordt het kadaver gevild. “Moet je natuurlijk niet al te lang mee wachten. Na een dag of twee begint het vlees wel een beetje te stinken”, zegt Van Tongeren met een lichte glimlach. Vlees en skelet gaan naar de destructor. Met onder meer houtwol, schuim, hout en kapok als nieuwe binnenkant wordt de lege huid weer een dier.

Dode dieren opgezet en opgesteld zoals op oude schilderijen van jachttaferelen te zien is. Beeld Patrick Post
Dode dieren opgezet en opgesteld zoals op oude schilderijen van jachttaferelen te zien is.Beeld Patrick Post

Van Tongeren: “In gevechtsscènes moet je de spieren kunnen zien rollen. Met een laag klei op kapok of houtwol kun je spieren namaken; de beweging erin brengen.” De dieren worden – al dan niet in interactie – op een sokkel, in een kast of vogelkooi dan wel op een plateau geplaatst.

Compositie en verbeelding

Lopend door de rommelige ruimte – “we zijn net verhuisd” – wordt meer en meer duidelijk dat het de mannen absoluut niet om de werkelijkheid gaat. De zwarte poema blijkt dus geverfd, een flamingo danst te uitdrukkelijk en drie slangen zijn wel erg innig verstrengeld. “Werkelijkheid maakt ons niets uit. Het gaat om de compositie en de verbeelding.”

Kopers

De kunstwerken van Darwin, Sinke & Van Tongeren zijn niet direct voor de wat minder bedeelden. Een compositie van 70.000 euro is geen uitzondering. Kopers zijn andere kunstenaars, interieurbedrijven en particulieren. En musea. Zo staan op de huidige tentoonstelling Vogelpracht in het Teylers museum twee kunstwerken van het tweetal.

Zeker niet altijd, maar af en toe wil het tweetal – dat samen het Haarlemse bedrijf Darwin, Sinke & van Tongeren vormt – een duidelijke boodschap uitzenden.

Zoals de bijna naargeestig zwartgeblakerde skeletten van een jong giraf, miereneter en hoefdier die samen met nog te prepareren andere dieren de tentoonstelling The remains of the 1900 London convention moet vormen. De conventie had als doel dieren te beschermen; de uitvoering ervan werd volgens het tweetal een debacle. Ook het museum voor ‘endangered species’ dat ze ooit hopen te realiseren, moet een regelrecht statement zijn.

Sinke: “Maar eerst willen we iets met dinosaurussen gaan doen. We kwamen in contact met een buitenlandse paleontoloog die meldde nog wat dinosaurussen over te hebben en daar samen met ons wel iets mee doen wil. Nog geen idee wat het wordt. Komt vanzelf.”

Langzamerhand heeft het tweetal genoeg van het praten óver en wil het duidelijk weer aan de slag. Sinke pakt een schets op met daarop een interactie tussen een stekelvarken, flamingo en twee ratelslangen en verdwijnt in eigen gedachten. Van Tongeren loopt weg om de dieren uit de vrieskist op te vissen.

Doodse stilte rest.

Lees ook:

Sophie Kiela is Nederlands kampioen dieren prepareren

Gun uw ijsbeer, houtsnip, toerako, huiskat of konijn een tweede leven. Sophie Kiela, nationaal kampioen taxidermie, zet ze op. Voor thuisgebruik of voor een interieurbeurs.

Fred de Ruiter schreef een boek over natuurhistorische collecties in Nederlandse musea. Saai? Allerminst

Zijn markante kop, met die flamboyante snor en modieuze bril, omlijst door licht krullend grijs haar, weerspiegelt de gedistingeerde Rotterdamse topambtenaar die hij zo lang is geweest. Maar eenmaal aan de praat, met twinkelende ogen, verandert Fred de Ruiter (72) in een jongetje dat telkens weer iets anders ontdekt in zijn langzaam uitdijende verzameling. Hij schreef een boek over natuurhistorische collecties in Nederlandse musea.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden