null

Bijentuin

Stappenplan: zo trekt uw tuin meer bijen, hommels en vlinders

Beeld Colourbox

Loethe Olthuis, tuin-columnist voor Tijdgeest, heeft een doel dit jaar. Ze wil zorgen dat haar tuin meer bijen, hommels en vlinders trekt en tegelijk een geurparadijs wordt. Hoe pakt ze dat aan?

Loethe Olthuis

Eind februari. Vanuit mijn ­behaaglijke studeerkamer kijk ik uit op een huiverende voortuin. Storm striemt de sneeuwklokjes, de lila krokussen en hemelsblauwe sneeuwroem, ‘verwilderingsbollen’ die ik in het najaar in de grond heb ­gestopt. Het zijn zo’n beetje de enige lichtpuntjes, want alles druipt, er zijn eenden aan het badderen in de plassen op het grasveld en de dode bladeren in de borders zijn vergaan tot bruin slijm.

Lekker de tuin in? Nog even niet. Maar het is wel een goed moment om te bedenken wat ik dit jaar met mijn tuin wil doen.

Van aardappelveld tot tuin

Twintig jaar geleden kochten wederhelft Ronald en ik een twee-onder-een-kap in een Utrechts dorpje. Lelijke jarenzestigbouw met bruine schrootjes en nepkoperen deurklinken, maar met één enorme buitenkans: 1100 m² extra eigen grond. Goed, die lap bestond uit een kaal grasveld met drie schrale fruitbomen, een doodgespoten aardappelveld, een moestuintje zonder groenten en een geitenweitje met prikkeldraad eromheen, maar dat mocht de pret niet drukken.

Geleidelijk toverden we het landje om tot een weelderige, kleurrijke, niet altijd even gecontroleerde tuin. We wilden vooral inheemse bomen en struiken zoals berk, esdoorn, lijsterbes en vlier, al hebben we de bol­acacia’s die inmiddels geen bol meer zijn, laten staan. Met doorkijkjes, terrassen, beuken- en ­rozenbogen en een kruidentuin probeerden we de tuin spannend en verrassend te maken.

En omdat er niks leukers is dan eten uit eigen tuin, hebben we appel- en perenbomen geplant, net als bessen-, frambozen- en kweepeerstruiken. De stok­oude, zieltogende pruimenboom bleek na wat verwennerij ­kilo’s sappige vruchten te produceren. En de moestuin en groentekas voorzien ons nu de hele zomer lang van verse groenten. Al met al is het een heerlijke tuin.

Toch wil ik meer, misschien wel door al die berichten over het verlies aan biodiversiteit. Ik wil nog groener gaan! Niet letterlijk, want ik hoop dat er straks juist meer bloemen bloeien, zodat er ook meer bestuivers ­zoals bijen, hommels en vlinders in de tuin rondvliegen. Bijen en hommels, eigenlijk bijen met een vachtje, zijn ongelooflijk belangrijk.

Loethe Olthuis is journalist. Ze heeft ook een wekelijkse column in Tijdgeest, waarin ze tips geeft voor ­tuinieren zonder blaren of gifspuit.

null Beeld

Een voorliefde voor keurig

Naast de tamme honingbij zijn er nog 359 wilde bijensoorten die essentieel zijn voor het bestuiven van planten, ook voor onze voedselplanten. Zonder bijen en hommels geen bloemen, groenten, vruchten of zaden. Maar het gaat bedroevend slecht met de bij. Ruim de helft van de soorten is bedreigd, een aantal is zelfs helemaal uitgestorven. En de laatste paar jaar zijn zes van de 29 Nederlandse hommels verdwenen.

Hoe dat komt? Door gif, op akkers, in parken en ­tuinen. Door grootschalige monoculturen waar bijen niks te eten vinden. Inkrimping van natuurgebieden. Klimaatverandering.

Maar ook doordat er steeds meer natuur verdwijnt door bebouwing, doordat we alles verharden met asfalt en stenen en door onze voorliefde voor ‘onderhoudsvrij’ en ‘keurig’: denk aan alle tegeltuintjes. Volgens wetenschappers kunnen wilde bijen zich weer vermeerderen als we natuurgebieden, maar ook kleine stukken natuur, herstellen en met elkaar verbinden. Bijvriendelijke tuinen kunnen dus een verschil maken.

Naast dit grote doel wil ik ook een droom verwezenlijken: ik wil een geurtuin. Zo’n superromantische, waarin je om de zoveel stappen iets nieuws en verrukkelijks ruikt. Bloemengeuren, maar ook de geur van vers gras en bladeren maken me gelukkig, misschien wel door alle synthetische nepluchtjes die ons tegenwoordig omringen. Niet alleen je neus raakt daar afgestompt van. Als je eenmaal échte rozengeur hebt geroken, vermijd je voor altijd alle geursprays, -dispensers, -parels, -stokjes, geparfumeerde wasmiddelen, wasverzachters en andere stinkstofjes.

null Beeld Colourbox
Beeld Colourbox

Stap 1: Check je geurleveranciers

Kijk eerst eens welke geurleveranciers je al in je tuin hebt staan. Bij mij geuren in mei en juni de ­lelietjes-van-dalen, gouden en blauwe regen, boerenjasmijn en sering, allemaal heel populair bij bijen en hommels.

Daarna begint het rozenseizoen. Mijn rambler-klimrozen zorgen elk jaar voor een geurwaterval, maar gek genoeg zijn er meer niet-geurende dan geurende rozen. Ga dus eens letterlijk rondsnuffelen. Goed om te weten: bijen hebben niet zoveel aan heerlijk ruikende, gevulde rozen, omdat ze de nectar dan niet kunnen bereiken. Dus als je meer bijenrozen wilt, koop dan rozen met een open hart, keus genoeg.

Heb je misschien ook al geurende floxen en klimmende Toscaanse jasmijn in je tuin staan of heb je nostalgische lathyrus gezaaid, met de geur van schoon, in de zon ­gedroogd beddengoed? Met zulke geurbommen in je tuin ben je al aardig op weg naar een zoem- en geurtuin. Maar hoe verrukkelijk ook, dit zijn bijna allemaal gecultiveerde planten. En als je het écht goed wilt doen voor al die zoemers en fladderaars, zorg je vooral voor meer inheemse planten en bloemen in je tuin.

Stap 2: Kies voor inheems

Waarom inheems? Planten die hier thuishoren, bloeien precies op het moment dat insecten ze het hardste nodig hebben. Zo kunnen hommelkoninginnen en zandbijen, net uit hun winterslaap, in het vroege voorjaar snel energie opdoen met het stuifmeel van mannelijke wilgenkatjes. Sommige bijensoorten en bepaalde wilde planten zijn zelfs afhankelijk van elkaar, zoals de klimopbij en de klimop en de knautiabij met de beemdkroon. Bepaalde bloemen met diepe kelken, zoals vingerhoedskruid en smeerwortel, worden alleen bestoven door hommelsoorten met een extra lange tong.

Hoe kom je aan inheemse bloemen? Sommige wilde planten heb je misschien al, ze waaien gewoon je tuin binnen, maar er zijn ook kwekerijen die zijn gespecialiseerd in inheemse planten, hieronder vind je een handig lijstje.

Het belangrijkst is dat er vanaf de vroegste lente tot laat in de herfst wilde bloemen zijn waar bijen en hommels nectar en stuifmeel uit kunnen halen.

De geur van inheemse bloemen is soms heel subtiel. Geen probleem, als de bijen ze maar ruiken, wij mensen mogen er best wat moeite voor doen. Zo bloeien er nu in maart geel speenkruid, klein hoefblad, Maartse viooltjes en ­wilde gele sleutelbloemen. Pas als je op je knieën gaat, ruik je hun heerlijke geur.

Inheemse planten

Kwekerijen die inheemse planten verkopen:
De Heliant: deheliant.nl
De Hessenhof: hessenhof.nl
De Bijenkans: bijenkans.nl

Stap 3: Plant stinzenplanten

Geweldige nectar- en stuifmeel­leveranciers in het vroege voorjaar zijn de stinzenplanten. Dat zijn meestal bolgewasjes die oorspronkelijk van elders komen, maar al zo lang zijn ingeburgerd dat je ze wel inheems mag noemen.

Veel stinzenplanten geuren fantastisch. Denk aan sommige ­krokussen, lelietjes-van-dalen en geurende narcissen, zoals de ­romantische jonquille- en de ­poeticus-narcis. Ook wilde boshyacinten, de Engelse bluebells, ruiken hemels, maar let wel op: de Spaanse boshyacint lijkt er als twee druppels water op. Je kunt snuffelen wat je wilt, geen geur. Laat ik die nou net in mijn tuin hebben staan.

Vergif

De bijenstand gaat achteruit door het gebruik van pesticiden. Vooral de zogenaamde neonicoti­noïden werken als zenuwgif op bijen en andere ­insecten. In Europa zijn deze stoffen weliswaar verboden als landbouwgif, maar ze mogen nog wel gebruikt worden in bestrijdingsmiddelen voor particulieren, zoals insectensprays, mierenlok-­dozen, insectenkorrels, producten om kakkerlakken, vliegen en wespen te doden of vlooienbanden voor honden en katten. Neonicotinoïden zijn al giftig in heel kleine hoeveelheden. Koop zulke producten dus liever niet en check altijd het etiket: vermijd ze absoluut als er de neonicotinoïden imidacloprid, thiacloprid, of acetamiprid in zitten.

Stap 4: Ga voor geurende doorbloeiers

’s Zomers is er genoeg keus aan inheemse bijenbloemen. Sommige bloeien de hele zomer door en ruiken zoet en zwoel, zoals muurbloem, valeriaan en bitter-­zoete vlier. En vergeet de wilde kamperfoelie niet, die ’s avonds nachtvlinders en ook late bijen aantrekt. Let op, want gekleurde kweekvormen ruiken nauwelijks. Ik heb een geurende kamperfoelie naast mijn achterterras staan, maar laat hem ook eens over een pergola klimmen. Pak een stoel, ga zitten en geniet.

Gewone bloemen als paardenbloem, rode en witte klaver ruiken zacht en gaan door tot in de herfst. Daardoor zijn ze een soort bruin-brood-met-kaas voor veel insecten. Andere bijenplanten bloeien zelfs door tot de vorst, zoals klimop­bloemen, madeliefjes, geurend duifkruid en laatbloeiende salie.

Brandnetels

Brandnetels zijn niet interessant voor bijen. Ze geuren niet en hebben geen nectar of stuifmeel, maar andere dieren zijn er erg blij mee. Sommige vlinders zoals de atalanta, gehakkelde aurelia, dagpauwoog, het landkaartje en nachtvlinders als het brandnetelkapje leggen hun eitjes alleen op brandnetels. Wantsen, ­kevers en bladluizen ­lusten ook wel een hapje brandnetel en blijven dan van je rozen af. Woon je bij een bosrand? Nachtegalen en bosrietzangers nestelen tussen brandnetels.

Stap 5: Vergeet vooral de kruidentuin niet

Ook een aanrader: kruidenplanten! Mijn kruidentuin is ’s zomers een bedwelmend geurenlabyrint waar bijen prima de weg in vinden. Kruiden bloeien vanaf april tot en met september, rozemarijn bloeit al vanaf januari. Bepaalde munt- en tijmsoorten, marjolein en bieslook zijn inheems, maar kruiden zoals borage, dille, karwij, keukentijm, Marokkaanse munt en salie zijn hier ook al minstens honderden jaren. Ook lavendel doet het hier, met dank aan de klimaatverandering, steeds beter.

Hommels en bijen zijn ook gek op eetbare bloeiers, zoals uiensoorten en rucola. Uienbloemen ruiken naar honing met een vleugje ui: ­sieruien, maar ook wilde soorten als bieslook, daslook en slangenlook. Wilde rucola is een vaste plant met kleine, heerlijke geurende gele bloemetjes. Knip ze af en de bloei begint opnieuw.

null Beeld Colourbox
Beeld Colourbox

Stap 6: Maak een rommelhoekje

Wat kun je nog meer doen voor een zoem- en geurtuin? Maak een ­rommelhoekje met wilde bodembedekkers, struiken, kleine bomen en wat men onkruid noemt, zoals brandnetels. Het hoeft niet groot te zijn, anderhalve meter bij anderhalf is al fijn. In zo’n rommelhoekje kunnen allerlei dieren zich verschuilen: egels, insecten, padden, spitsmuisjes en vogels. Met wat simpele ingrepen wordt het ook een bijenparadijs.

Ik heb zelf ook zo’n hoek: het boshoekje achterin mijn tuin. Dat wil ik aanpakken voor mijn zoem- en geurproject, een flinke klus. Het is een wirwar van bramen met een verwilderde kronkelwilg en klimop en is in trek bij vogels en mijn tuin-egel. Dat wil ik graag zo houden. Als ik de braam inperk en er een gele kornoelje zet, is dat een verbetering. Kornoelje bloeit al begin maart met massa’s bijenlokkende bloemen. Of ze ook geuren? Niet veel, maar dat schijnt te variëren. Snuffel dus vooral als je er eentje koopt.

De wilg wil ik vervangen door een sporkehoutstruik. Sporkehoutbloemetjes zijn niet zo spannend en ruiken nauwelijks, maar spork fungeert als een soort voedselbank voor bijen en hommels, omdat hij van mei tot september blijft doorbloeien. Met een beetje geluk ­vliegen er bovendien volgend jaar citroenvlinders in mijn tuin, want sporkehout is de enige struik waar dat vlindertje eitjes op legt.

Tuinervaringen

Een tuin die goed is voor bijen en heerlijk geurt? Dat gaat me lukken. Al heb ik nog een hoop te leren én te ruiken. In mijn columns in Tijdgeest zal ik jullie regelmatig op de hoogte houden van mijn vorderingen. En laat me vooral ook weten wat jullie tuin­ervaringen zijn.

Reacties

Ook iets voor u, een bijen- en geurtuin? Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Lees ook:

Hoe kiest een bij een bloem om op neer te strijken? ‘Ze zien ­kleuren en contrasten die wij niet zien’

Bloemen die al hun zichtbare en verborgen charmes in de strijd gooien, bijen en hommels die perfect op hun lokroep zijn afgesteld: in de loop van miljoenen jaren ontstond een perfect samenspel tussen plant en dier. ‘Ze vliegen zichzelf helemaal dood.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden