Smakelijk genen

Met de gentechnologie heeft de veredelaar ongekende mogelijkheden in handen gekregen. Hij kan naar believen bruikbare genen in zijn producten bouwen. Vraag is of de consument die wil slikken. In de aanloop naar het maatschappelijk debat over gentechnologie en -voeding, scharen we ons aan tafel en laten de culinaire hoogstandjes van de wetenschap opdienen. Derde gang: Maïssoep met brood.

Hans Armee

Het in cultuur brengen van graan is wellicht de belangrijkste materiële voorwaarde geweest voor de ontwikkeling van onze beschaving. Brood is daarvan de culinaire uitingsvorm, en na al die duizenden jaren nog steeds een wijdverbreid voedingsproduct.

Van maïs wordt gezegd dat het de belangrijkste bijdrage is van de Nieuwe Wereld aan onze voeding. Na tarwe is maïs tegenwoordig de meest verbouwde graansoort, die tot in snacks wordt verwerkt. Brood en maïs behoren tevens tot de voedingsproducten die regelmatig met gentechnologie zijn bewerkt. Broodverbeteraar, dat ervoor zorgt dat brood luchtig wordt en het deeg steviger en minder plakkerig, bevat enzymen waarvan het grootste deel is gefabriceerd met gentechnologie.

Maïs is op soja na het bulkgewas dat het vaakst met behulp van gentechnologie is veranderd. In de VS betreft het ruim een kwart van de commerciële maïsoogst. In Europa - waar nauwelijks nog gentech-oogsten zijn binnengehaald - is bij veldproeven maïs het meest gebruikte akkerbouwgewas (27 procent).

Bt maïs heet een veel voorkomende soort gen-maïs. Bt staat voor Bacillus thuringiensis. De ingebrachte genen van deze bacterie zorgen ervoor dat de maïsstengel zelf het gif produceert dat dodelijk is voor de Europese maïsboorder, een schadelijk insect. Dat scheelt de boer een hoop gespuit met insecticiden en levert de samenleving milieuwinst op. De Bt-methode is vanwege de verwachte milieuvoordelen veel gebruikt - naast maïs bijvoorbeeld in aardappels (coloradokever) en katoen (katoenbolworm) - maar is ook om-streden. Volgens de critici - de milieubeweging en sommige wetenschappers - is het probleem bij dat ingebrachte gen dat het constant aanstaat. De gifproductie is daarmee veel hoger dan normaal en treft niet alleen het bedoelde insect, maar ook andere voor maïs onschadelijke insecten. Op de langere duur kan dat verstoringen van ecosystemen teweegbrengen. Voorts is er bij een hoge gifproductie het risico behoorlijk dat insecten resistent worden tegen dat gif. De Bt in de maïsstengel werkt dan niet meer.

De ironie wil dat ook de biologische landbouw, die niets van gentechnologie wil weten, werkt met dit natuurlijke gif maar in veel kleinere mate en gedoseerd. Mocht de Bt in de reguliere landbouw inderdaad leiden tot resistente insecten, dan verliest ook het gif dat de biologische boer gebruikt zijn effect. Voor de milieubeweging is dat een belangrijk punt, want zij beschouwt de biologische landbouw als hét alternatief voor de agrarische gentechnologie.

De controverse rond de Bt-maïs is een van de vele over de milieurisico's van de gentechnologie. Dat is bij uitstek het terrein waarover een groeiende schare wetenschappers twijfels heeft. Veel meer dan over voedselveiligheid. Die discussie is inmiddels beslecht door de in Europa verplichte etikettering van voeding als er meer dan één procent aan gentech-ingrediënten in is verwerkt.

Dr. Harry Kuiper, hoofd veiligheid en gezondheid van voedsel van het Rijks keuringsinstituut voor de land- en tuinbouw (Rikilt), herinnert zich nog goed hoe hij een kleine tien jaar geleden al in discussie ging met het bedrijf dat de eerste transgene tomaat op de markt wilde brengen. ,,Dat ging met name over de schadelijkheid van Bt. Zij vonden dat niet nodig, extra onderzoek, het is immers een natuurlijke resistentie, zeiden zij. Maar ik stelde voor toch literatuuronderzoek te doen. Het bleek niet zo veilig te zijn. In het algemeen zag het bedrijfsleven toen geen problemen. Het verloopt toch gladjes, was de houding. Sommige toetsen vond men overbodig. Ik kon dat vanuit hun optiek wel begrijpen; extra onderzoek kost geld en tijd.''

Recente literatuurstudies laten zien dat er nog steeds nauwelijks wordt onderzocht op milieurisico's van genetisch veranderde gewassen. Ook niet op milieuvoordelen overigens, terwijl daar wel regelmatig naar wordt verwezen. Een Amerikaanse studie van eind vorig jaar beschrijft dat in de VS slechts vier procent (7 miljoen dollar) van de overheidsbudgetten voor onderzoek naar gentechnologie in de landbouw wordt besteed aan milieuvoordelen en -risico's. Dat steekt nogal magertjes af bij de grote hoeveelheid commerciële gentech-oogsten in de VS die nu ongeveer een kwart (28 miljoen hectare) van het totale landbouwareaal van de VS omvatten. Van de grote multinationals op dit gebied hoeft geen actie naar milieurisico's te worden verwacht omdat financiële prikkels daartoe ontbreken, stelt dezelfde studie droogjes vast.

In Nederland deden vorig jaar vier biologen/genetici van Plant Research International, een aan Wageningen Universiteit verbonden instituut, onderzoek naar milieurisico's van genetisch veranderde planten. Projectleider dr. Ries de Visser: ,,In de afgelopen tien jaar is men met moleculaire kennis van planten een heel eind opgeschoten. Genoeg om ze genetisch te veranderen over soortgrenzen heen. Maar dat is slechts een klein onderdeel. Over het functioneren van planten, de interacties met andere organismen, hun me-tabolisme (omzetting van meststoffen in eiwitten en vitaminen) weten we nog heel weinig. Door dat gebrek aan kennis van de ecologie, fysiologie en biochemie van de plant zelf, kunnen ingrepen in erfelijk materiaal voor onverwachte gevolgen zorgen, ook voor het milieu. Daarvan bestaan voorbeelden.''

De Visser vindt niet dat zijn collega's uit de moleculaire biologie al te lichtzinnig omspringen met het gebrek aan kennis van milieurisico's. ,,Nee, het professionele blikveld verschilt. Bij commerciële bedrijven zijn vaak moleculaire biologen in dienst en die zien vooral het proces. Zij hebben een selectieve belangstelling. De risico's voor het milieu worden niet of nauwelijks bekeken.'' Op grond van zijn bevindingen pleit hij voor grote terughoudendheid bij de introductie van genetisch veranderde gewassen en veel meer onafhankelijk onderzoek.

Gentechnoloog Kees Noome van zaadveredelaar Advanta, voor 50 procent onderdeel van de multinational Astra Zeneca, erkent dat planten ingewikkelde organismen blijken, die de zo gehoopte vaart uit het gentechnologisch onderzoek halen. ,,Dat klopt. Onze ervaring is dat je hoogstens in een paar gevallen met slechts een gen iets kunt bereiken, een herbicide-resistentie bij voorbeeld. De ontwikkelingen zijn ook veel langzamer gegaan dan we hadden verwacht. Dat was een teleurstelling.''

De zaadveredelaars in Europa kennen nu grote problemen omdat de gentechnologie hier pas op de plaats maakt. Advanta heeft daardoor in de afgelopen jaren nog geen genzaadje verkocht, maar piekert er niet over om te stoppen. ,,Nee, we hebben ooit een lijstje gemaakt met problemen in de klassieke veredeling en in veel gevallen biedt gentechnologie de oplossing.'' En die milieurisico's? ,,Er is nog geen onderzoek geweest waaruit blijkt dat er werkelijk gevaren dreigen. Noch voor de voeding noch voor de veldproeven. Maar kennelijk hebben we dat niet goed uitgelegd. Een garantie van 100 procent veiligheid zoals nu wordt geëist kan niet. Dat lukt nergens mee. Ik geef toe, soms is het te snel gegaan. Zo vanuit het laboratorium op de markt. Dat kan niet. Ik pleit voor het gedoseerd opschalen van veldproeven. Steeds een beetje meer. En als er dan vlinders doodgaan door die aangepaste gewassen, nou dan stoppen we. Wij willen zulke nadelen ook niet. Dat is tegenwoordig commercieel helemaal niet meer interessant.''

Harry Kuiper van het Rikilt vindt dat langzaam opschalen van veldproeven een goed idee. ,,Maar er moet dan wel regelmatig gecontroleerd worden, met name tijdens het proces. Dat is ook belangrijk om de verontrusting bij publiek weg te nemen.'' Kuiper kan zich die onrust voorstellen. ,,Gentechnologie is een nieuwe techniek, niet vergelijkbaar met enige andere techniek. We zijn nu, door dat overhevelen van vreemde genen, soortgrenzen aan het overschrijden. Ik weet dat het kan en ben er niet bang voor. Maar als je weinig weet van het inbrengen van genen van andere organismen, dan kan het je verontrusten. We sleutelen tenslotte aan de fundamenten van het leven. Zoiets moet je goed uitleggen. In de wetenschap is inmiddels een hoop veranderd. Men is het debat aangegaan met de samenleving. Daar moeten we ook aan bijdragen, anders moet je thuisblijven.''

Voorzitter prof. Evert Jacobsen van de Commissie genetische modificatie (Cogem), die de minister van milieu adviseert over de toelaatbaarheid van veldproeven, gaat de discussie met de samenleving graag aan. ,,We gaan een grens over met deze technologie. Dat hebben wij als wetenschappers als geen ander geweten. Al in de jaren zeventig hebben wij dat ter sprake gebracht. De overheid was er nog helemaal niet mee bezig. Het maatschappelijk debat, dat het kabinet nu o touw zet, moet in die leemte voorzien.''

,,Dat verhaal over die overschrijding van soortgrenzen is overigens relatief. Een mens en een chimpansee hebben voor 99 procent dezelfde genen. Maar ik zou niet willen beweren dat de mens een chimpansee is. Een gen bepaalt dus niet de soort. Overigens breng je met klassieke veredeling bij planten ook vreemd DNA in. Ik wil graag de discussie aan met de samenleving. In onze commissie hebben ethici al een plaats gekregen. Ik hoop dat het maatschappelijk debat straks de gentechnologie in zijn nieuwe, maatschappelijk verantwoorde context laat zien. En als die samenleving verontrust is, betekent dat meer onderzoek, vooral achtergrondonderzoek. Want natuurlijk moeten er vragen worden gesteld.''

,,Te veel gaat te kort door de bocht. Moleculair biologen denken dat ze de wereld kunnen veranderen, dat ze alles kunnen. Maar ze kennen maar een detail, hebben geen idee van het grotere kader en wat dan? Het gaat mij om bepaling van de effecten van gentechnologie voor het milieu. Ik wil de risico's goed in kaart brengen. De politiek moet dat verder afwegen.''

Noome van zaadveredelaar Advanta, ook lid van de Commissie genetische modificatie, ziet niets in die maatschappelijke context voor de gentechnologie binnen de Cogem. ,,De Cogem moet op louter wetenschappelijke gronden de risico's aangeven. Het publiek, hobbyisten dus, moet niet tot de Cogem toetreden. Dat vind ik geen verstandige ontwikkeling. Uiteindelijk is het aan de politiek om alle voor- en nadelen af te wegen. Daar zijn politici voor ingehuurd.''

Kuiper en De Visser dringen vooral aan op een integrale wetenschappelijke aanpak om alle risico's af te dekken en te bezien in hun onderlinge samenhang. De Visser: ,,Dat ligt zo voor de hand, maar hoewel steeds meer wetenschappers daarvan rekenschap geven gebeurt het gewoon niet. Dat zie je wel vaker bij nieuwe technieken.'' Kuiper: ,,Nee die brede aanpak is er nog steeds niet. De tests worden nog steeds allemaal afzonderlijk uitgevoerd. Er worden geen dwarsverbanden gelegd.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden