Presentator, cabaretier, schrijver en hardloper Dolf Jansen (Utrecht, 11 augustus 2022).

InterviewDolf Jansen

Optimist Dolf Jansen over verduurzaming: Verandering is de enige weg

Presentator, cabaretier, schrijver en hardloper Dolf Jansen (Utrecht, 11 augustus 2022).Beeld Werry Crone

Er zijn heel veel gedragsveranderingen nodig om klimaatverandering te beperken. Maar mensen zijn allergisch voor het idee dat ze niks meer mogen, ziet Dolf Jansen. Vanaf zaterdag schrijft hij een column in Trouw.

Hans Nauta

Dolf Jansen is een doorgewinterde optimist, eentje in hart en nieren. Daarbij hoort dat hij problemen onder ogen ziet, en oei, dat zijn er momenteel nogal wat. Het was misschien wel makkelijker om een optimist te worden dan er nu een te blijven.

Op een felgroen vouwfietsje komt hij aangereden, stipt op tijd. Jansen leeft bij de minuut en die controle over de dag maakt het mogelijk om zo productief te zijn als hij is. Jansen is onder meer presentator van het radioprogramma Spijkers Met Koppen, cabaretier, hardloper, spreker, schrijver en columnist. Dat laatste vanaf zaterdag ook wekelijks in deze krant op de pagina’s Duurzaamheid & Economie.

“Er is zoiets raars gebeurd met de discussie over het klimaat”, zegt Jansen in Zindering, het restaurant van de stadsschouwburg van Utrecht. Door de ramen op de eerste verdieping zie je de stad daadwerkelijk zinderen. De bomen op het plein houden zichzelf nog in de plooi, maar eronder liggen stedelingen als gevallen bladeren, in de schaduw.

Vastgebeten in een mening

“Een deel van ons probleem, als bewoners van de aarde en als samenleving, is dat de standpunten zo verhard zijn. Veel mensen die niet geloven in klimaatverandering, of in de invloed van de mens erop, of in het klimaatbeleid, hebben zich zo vastgebeten in hun mening, dat ze die niet meer loslaten. Wat er ook gebeurt.

“Als je besloten hebt om er niet in te geloven, hoe lees je dan de krant? Een derde van de artikelen raakt aan de opwarming van de aarde, of het nu over leefbaarheid, natuur, boerenprotesten of vluchtelingenstromen gaat. Hoe kijk je naar de Europese bosbranden in het journaal? Ik kan daar op geen enkele manier bij.”

Daaruit volgt een vraag die hij zelf opwerpt. “Hoe ga je de mensen die zich verzetten toch meekrijgen, op zo’n manier dat de maatschappij niet ontwricht raakt, zoals bij de boerenprotesten? Democratie werkt denk ik alleen als je doet wat de meerderheid wil, maar de minderheid zo goed mogelijk meeneemt in beslissingen en beleid. Er zijn heel veel gedragsveranderingen nodig, maar mensen zijn allergisch voor het idee dat ze niks meer mogen. Voor dat dilemma is niet zomaar een oplossing.”

Een ongelofelijke shitshow

Door de lobbykracht van grote oliebedrijven, Big Oil genoemd, is het wereldwijde klimaatbeleid dertig jaar vertraagd, zei Jansen laatst op Radio 1, geraakt als hij was door de documentaireserie Big Oil versus the world. Nog meer vertraging in de afbouw van fossiele brandstoffen kan rampzalig zijn voor de mensheid, zeggen de wetenschappers van IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties.

Komt de kentering nog op tijd? Dat is de grote vraag. Jansen: “Ik spreek weleens wetenschappers die de wanhoop nabij zijn. Ook bij jongeren merk ik soms gelatenheid: wat we doen, maakt niet uit zolang de kolencentrales doorstoken.

“Big Oil wist dat het verbranden van fossiele brandstoffen een grote invloed heeft op het klimaat. Er dan mee doorgaan is misdadig. Deze bedrijven hebben de wetenschap verdacht gemaakt en politici beïnvloed. Dat kun je lobbyen noemen, maar ook corruptie.

“Het gevolg is dat we in een ongelofelijke shitshow zijn beland. We moeten in hoog tempo beleid gaan voeren en veel mensen keren zich daartegen. ‘Want er is niks aan de hand. Want ik luister niet naar de overheid en ik hang mijn Nederlandse vlag ondersteboven. Want het is een complot’.”

Dat wantrouwen wordt gevoed door populistische politiek, zegt Jansen. “Populisten gaan niet uit van de realiteit en kunnen daarom van alles beweren: er is geen stikstofcrisis, er is geen klimaatcrisis. Die kloof ga ik in mijn column niet dichten. Maar ik ga er wel over schrijven.”

Oog voor positieve ontwikkelingen

Jansen spreekt razendsnel, maar ook ingetogen waardoor hij een zekere rust uitstraalt. Hij zegt zich grote zorgen te maken over waar het naartoe gaat, en denkt daarbij aan zijn zoon en dochter, twintigers.

Tegelijkertijd wijst hij op allerlei dingen die wel gebeuren. “Ik zie zoveel initiatieven en projecten, groot en klein, van particulieren, organisaties en bedrijven die zich met verduurzaming bezighouden. Als spreker ontmoet ik ondernemers die weten dat dat niet anders kan. En ze verdienen er nog geld mee ook.”

Als ambassadeur van Oxfam Novib ontmoet Jansen veel mensen die in beterschap geloven. De Nederlandse ontwikkelingsorganisatie wil onder meer een einde maken aan ongelijkheid, aan belastingontwijking door multinationals en aan de achtergestelde positie van vrouwen.

Per saldo blijft hij daarom optimistisch. “Dat ben ik ook van nature. Bij persoonlijke tegenslag en bij de grote thema’s probeer ik het positief in te zien. Dat geloof in een betere wereld heb ik gewoon nodig.”

Je kunt hopen dat een ander het beter krijgt

Hoop is de mooiste emotie, zei Jansen in 2017 in een Vrijheidscollege ter gelegenheid van 4 en 5 mei. Hij leerde het gevoel kennen op de achterbank van de katholieke Martelaren van Gorcum-kerk in Amsterdam. Daar hoopte hij vooral dat de preek niet te lang zou duren. Maar hij leerde ook dat je kunt hopen dat een ander het beter krijgt.

Jansen is niet verbonden aan een kerk of religie. Wel put hij soms uit Bijbelverhalen waarvan hij de symboliek waardeert. Zo kun je de huidige transitie vergelijken met een reis door de woestijn, zegt hij. “Het is zwaar, je weet niet precies waar je uitkomt, maar de bestemming kan best eens meevallen.” Zijn nieuwe oudejaarsvoorstelling, Flitsbezorgd, gaat over de transitie, het onderweg zijn en de angst voor het vreemde.

Ook is popmuziek een belangrijke inspiratiebron. Zo maakte The Promised Land van de Amerikaanse rockzanger Bruce Springsteen in 1978 veel indruk op de toen vijftienjarige Jansen. Daarin verlangt een automonteur naar een beter leven.

“Het beloofde land ligt natuurlijk niet in het Midden-Oosten”, zegt Jansen. “Het gaat om dít land, alleen dan op zo’n manier dat iedereen fijn kan leven, zijn plek en zijn vrijheden heeft. En die vrijheden kennen ook hun beperkingen.

“De vrijheid om vier keer per week een stuk vlees op de barbecue te gooien en drie keer per jaar te vliegen voor weinig geld, bestaat niet meer. Het intensieve agrarische systeem, het per containerschip aanvoeren van meuk die in landen ver weg is gemaakt, is ook niet vol te houden. Ik zie geen andere weg dan verandering. Maar dat is niet wat veel mensen willen horen.”

Het Ierse gras is groener

Ook Ierland is een beloofd land. Jansen is een halve Ier en had best een hele willen zijn. Hij verwijst graag naar die wortels. Zo is het boek Waar het gras altijd groener is een liefdesverklaring aan dat tweede moederland waar hij een huis heeft gekocht. Op sociale media wordt hem verweten dat hij wekelijks naar Ierland vliegt. “Welnee, voor het laatst was ik daar drie jaar geleden.” Om het rijtje af te maken: hij heeft geen rijbewijs, kiest vaak voor de trein en eet geen vlees.

Dit jaar heeft hij een prentenboek vertaald van de Ierse illustrator en schrijver Paddy Donnelly. In Het meer dat verdwijnt onderzoekt het meisje Meara waarom het meer steeds leegloopt. Het is een boek over het wonderbaarlijke Ierse landschap, de eigenzinnige mensen, over mythes en klimaatverandering.

Sociale ongelijkheid

Jansens moeder kwam van de Ierse westkust. In de Kazernestraat in Amsterdam, tussen het Tropenmuseum en Artis, plofte wekelijks de regionale krant uit Ierland op de mat. Grampa stuurde die op, en ook Dolf Jansen las de Clare Champion.

Jansens vader, inmiddels overleden, kwam uit Vollenhove in Overijssel. “Stád-Vollenhove zei hij altijd. Mijn vader had de hogere hotelschool gedaan, werkte in restaurants en zorgde er later voor dat de raad van bestuur van ABN Amro te eten had.” In de beginjaren van Spijkers met Koppen maakte Jansen wekelijks een grap over Overijssel. “Mijn vader had een hekel had aan alles wat hij links noemde. Maar ik wist dat hij toch naar Spijkers luisterde, omdat ik erin zat.”

In de jaren tachtig verdiepte Jansen zich in goed en kwaad: hij studeerde rechten en criminologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Dat zijn Ierse grootvader politiecommissaris was, had daar weinig mee te maken. “Het verband is eerder dat mijn Nederlandse oma rechten heeft gestudeerd in de jaren twintig. Dat vond ik stoer.”

Interessant aan die studie vond hij dat afwijkend of strafbaar gedrag vaak niet voortkomt uit de slechtheid van de mens. “Het maakt verschil dat je sociaal gezien een moeilijk leven hebt, dat je geen zeven maar twee vinkjes hebt. Sociale ongelijkheid kan tot gevolg hebben dat mensen in crimineel gedrag verzeild raken.”

Podium, microfoon, camera

Zijn afstudeerfeest was de eerste gelegenheid waarbij hij met Hans Sibbel als duo optrad, en van 1990 tot 2006 maakten Lebbis en Jansen samen theaterprogramma’s. De verlegenheid uit zijn jeugd was zomaar verdwenen. “Hoe? Geen idee. Behalve dat ik het podium meteen al een fijne plek vond en genoot van de mensen die lachten en reageerden. Podium, microfoon, camera, heerlijk.”

Kent hij wel stress voor een deadline? Jansen levert voortaan elke donderdagavond de column in die zaterdag in Trouw staat. “Geen stress. Wel voel ik op zo’n dag dat er een idee moet gaan ontstaan. Ik sta open voor indrukken en details, als ik een stukje ga hardlopen of de krant lees. Googelen naar een onderwerp heb ik nooit gedaan.

“Ik geloof in inspiratie, maar ga er niet op zitten wachten. Liever dwing ik mezelf tot ideeën door achter het scherm te gaan zitten en te beginnen. Ik vind het leuk als de column minimaal twee associaties heeft die afwijken van het onderwerp. Die voor de lezer grappig of krankzinnig, maar ook logisch zijn.”

Dat associatieve brein blijft functioneren. Ook al is hij bijna zestig. “Nou, bijna ... wel het huisje bij het schuurtje laten, zou mijn vader zeggen. Pas in juni is het zover. Maar inderdaad, ik ben in mijn zestigste levensjaar. Dankzij het hardlopen kan ik fysiek en mentaal veel aan. Ik geloof niet dat mijn hoofd er minder fris op wordt.”

Hij noemt zichzelf nu een beleefde jongen van 59. “Een jongen, ja. Op geen enkele manier zie ik mijzelf als een meneer van 59. Dat klinkt eerder als een foutje van het systeem.”

Onderdeel ­van iets groters

Een vaste waarde in zijn werk, die ook zal terugkeren in de column, is het besef van de gedeelde verantwoordelijkheid. “Samen zijn we onderdeel van iets groters. Dat is altijd de basis geweest, sinds ik vanaf mijn veertiende nadenk over politiek. Je kunt een grote mond hebben, cynisch zijn of de vlag ondersteboven hangen, maar je bent onderdeel van iets groters en daarmee heb je je te verhouden.

“Dus ja, ik geloof dat het uitmaakt of je wel of geen vlees eet, hoe vaak je vliegt, en hoeveel meuk je aanschaft. In ons gedrag zit zoveel wat niet per se nodig is. Ook zonder al die dingen kun je welvarend en rijk en gelukkig zijn. Daar zit een deel van de verandering.

“En dat betekent ook dat er veranderingen plaatsvinden die je liever niet zou hebben. Maar de noodzaak tot verandering ontkennen, dat is de zwaartekracht ontkennen. Dat is doen alsof de zon niet schijnt. De aarde zegt op een gegeven moment: het is klaar.”

Vanaf deze maand speelt Dolf Jansen zijn voorstelling Flitsbezorgd. Zie dolfjansen.com.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden