Vogelsensor

Op goed geluk naar een nest klimmen hoeft niet meer: met de faunasensor kun je geen vogel missen

null Beeld Mart Veldhuis
Beeld Mart Veldhuis

KPN en Arcadis brengen samen een sensor voor nestkastjes op de markt, een hulpje voor ecologisch onderzoek bij bouwprojecten. Is dit het einde van het traditionele nestkastgegluur?

Remco van Veluwen

Hoog in de lucht, boven Nijmegen, vliegt een kleine zwarte schaduw. Zo hoog dat het amper te zien is. Maar Herman Bouman, ecoloog bij Arcadis, herkent het beestje direct aan zijn silhouet. Het is een gierzwaluw. “Die kun je herkennen aan de sikkelvormige vleugels. Dat is er een, ja. Honderd procent. Daar durf ik een hele goede fles wijn op te zetten.” Bouman werkt veel met beschermde vogelsoorten en staat buiten het restaurant waar hij zojuist een doorbraak presenteerde voor ecologisch onderzoek in de bouw. Een doorbraak waarbij hij een sleutelrol speelde.

Nederland moet de komende tien jaar 1,5 miljoen woningen duurzamer maken. De bouwsector dient daarbij rekening te houden met beschermde diersoorten zoals de vleermuis, de huismus en, inderdaad, de gierzwaluw. “Je moet de beestjes vooraf verhuizen en na de renovatie moeten ze ook weer een mooi plekje hebben”, zegt Bouman. Dat betekent veel monitoring en daarvoor zijn ecologen nodig. Maar Bouman en zijn collega-ecologen hebben hun handen vol. “We hebben gewoon een tekort aan mensen. Ecologen zijn ontzettend druk met veldwerk, soortenmanagement en ontheffingsaanvragen. Zodra al het papierwerk in orde is, moeten we het ook nog gaan begeleiden. Een ecoloog moet met een trappetje gaan kijken bij een nestkast, zit daar een beestje of niet? En als-ie naar binnen kruipt, komen er dan jongen? Als de ecoloog niet kan voldoen aan de ontheffing, dan moet de renovatie worden stilgezet en komt er een bouwstop.”

Je kunt nu 24 uur per dag vogels volgen

Daarom zocht Bouman naar een oplossing. “Ik dacht: dat moet toch efficiënter kunnen?” Na lang nadenken kwam hij op het toepassen van een bewegingssensor, voor de gelegenheid faunasensor gedoopt. Bouman laat het apparaatje zien: een doosje zo groot als een pak suiker. Het is een proefmodel, gebruikt in de net afgeronde pilot. Inmiddels is de uiteindelijke faunasensor verkrijgbaar, die een derde zo groot is. Bedrijven of particulieren die van de sensor gebruikmaken kunnen hun data inzien via een dashboard.

In wezen is het gebruik van bewegingssensoren niets nieuws, zegt Maurice Janssen Duijghuijsen, vicepresident Internet of Things bij KPN. “Nieuw is wel de toepassing: hier hebben we het over een waardevolle dienst, voor soortenmanagement en milieubeheer.” Ook dat is van maatschappelijk waarde, zegt hij.

Testopstelling van de faunasensor op een vleermuiskast Beeld
Testopstelling van de faunasensor op een vleermuiskast

Bouman gaat ondertussen door met het oplepelen van de voordelen. “Wat de sensoren registreren, kan je via internet op afstand uitlezen, de klok rond, 24 uur per dag.” Alle gegevens worden verzameld op een platform, informatie wordt daar onder andere in grafieken vertaald. “Op basis van de bewegingen die je daarin ziet, weet een ecoloog of er een huismus, een vleermuis of een gierzwaluw in het nestkastje zit, de aantallen die naar binnen en buiten gaan en ook of er jongen worden gevoerd.” Dat is enorm tijdbesparend, zegt Bouman. In plaats van dat een ecoloog bijvoorbeeld twintig kasten stuk voor stuk moet aflopen, is één blik op de computer genoeg om te weten waar de beschermde dieren zich precies ophouden. Bij zo’n klassieke ‘veldinspectie’ moet de ecoloog bovendien het geluk hebben dat de vogel in kwestie toevallig thuis is. “De trefkans daarvan is veel lager dan met dit systeem, dat alles registreert.”

Je weet ook of nestkastjes voor niets worden opgehangen

Bouman vermoedt dat veel nestkastjes sowieso voor niets worden opgehangen. Of dat klopt, is nu ook echt vast te stellen. Of waaraan de leegstand ligt, zegt Bouman. “Staat het kastje hoog, is het verkeerd aangebouwd, staat de zon er vol op, zit er een boom in de weg? Als je 100.000 sensoren hebt, als je veel informatie hebt, kan je daar veel van leren. En beter advies geven over het terugplaatsen van nesten”, legt Bouman uit. Het sensorsysteem is bovendien goedkoper dan camera’s. Het versturen van beelden kost bijvoorbeeld veel data, en de sensor werkt vijf jaar lang op een batterij. “Omdat het zo simpel is, heeft straks iedereen die de sensor kan opplakken op een nestkast de mogelijkheid om zoiets te installeren. Hoe mooi zou het zijn als iedereen die het milieu een warm hart toedraagt straks thuis zo’n sensor kan plaatsen?”

En, onderstreept Bouman: “Tot nu toe zat kennis over nesten vooral in het hoofd van die ene ecoloog die het nestje onderzocht. Of het belandde ergens op een blog. Nu is die informatie met iedereen te delen.” Een faunasensor gaat, vermoedt Janssen Duijghuijsen, zo’n 100 euro kosten. Inmiddels zijn er zo’n honderd geplaatst. “De kosten kunnen naar beneden als we de productie opschalen.” Hij zinspeelt ook op subsidies, want de natuur profiteert en is dat niet in ons aller belang? “Dit is wat ons betreft het startpunt van een samenwerking die breder gaat dan KPN en Arcadis, zodat heel Nederland er uiteindelijk voor zorgt dat we op een verantwoorde manier omgaan met beschermde soorten.” De sensor is verkrijgbaar. Bedrijven en particulieren die van de sensor gebruikmaken, kunnen de data zelf ook inzien via een dashboard op hun laptop.

Het systeem is niet perfect

Bij het Nioo, het Nederlandse Instituut voor Ecologisch Onderzoek, zijn ze enthousiast over de mogelijkheden van de faunasensor. “Deze toepassing is nieuw voor ecologen”, zegt Froukje Rienks, ecoloog van het Nioo. Het trappetje kan voorlopig echter nog niet worden opgeborgen in de schuur: de sensor maakt het traditionele ecologisch nestonderzoek niet overbodig. “Dit nieuwe systeem registreert alleen de aan- en afwezigheid van een dier”, plaatst Rienks kanttekeningen. “Je hebt dus geen informatie over de soort in het nestkastje of over het individu. Ook temperatuurmetingen en andere omgevingsgegevens ontbreken. Het is een vrij beperkte meting die je doet en kan niet alles vervangen. Maar het voordeel is de schaal: grote aantallen en dus veel gegevens. En als mensen hun eigen gegevens kunnen uitlezen via een dashboard, geeft dat ook veel meer betrokkenheid.”

Voor een wetenschapper is wel een andere insteek vereist, meent Rienks. “Dit zijn slechts drie soorten die juist voor de bouwsector van belang zijn, de vleermuis, de huismus en de gierzwaluw. In het vrije onderzoeksveld moet je aanvullend vaststellen om welke soort het gaat.” Er kan volgens Rienks ook een pimpelmees of een bonte vliegenvanger in een nestkast komen, maar dat zie je niet aan die activiteitengegevens. “En met andere sensoren kun je vogels individueel tracken, dat kan met deze sensor niet. Je hebt dan aanvullende technologie nodig en je moet goed nadenken over hoe je die inzet.”

Lees ook:

Zo maak je je huis aantrekkelijk voor vogels, vlinders en bijen

Houd rekening met de natuur in, rondom en in de buurt van het huis, dat is de boodschap van het manifest Bouwen voor de natuur. Kan dat ook in een bestaand huis? En hoe maak je dat zelf natuurinclusief?

Gezenderd en wel vliegt de vleermuis naar Engeland, maar het blijft oppassen voor windmolens

Zeven en een halve gram, schoon aan het haakje. Oftewel: net iets minder dan het gewicht van twee suikerklontjes. Dat is alles wat een ruige dwergvleermuis weegt. Om zo’n klein diertje dag in dag uit te kunnen volgen, moet je dus aardig wat hightech uit de kast trekken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden