Arbeidsmigranten

Ook in nieuw plan schendt Nederland rechten dakloze EU-migranten

Maarten van Ooijen, staatssecretaris van volksgezondheid, welzijn en sport, wil kortdurende, sobere opvang opzetten voor kansrijke dakloze migranten. Beeld ANP
Maarten van Ooijen, staatssecretaris van volksgezondheid, welzijn en sport, wil kortdurende, sobere opvang opzetten voor kansrijke dakloze migranten.Beeld ANP

Het plan van staatssecretaris Van Ooijen om daklozen uit EU-landen zoals Polen en Roemenië kortdurende, sobere opvang te geven, zit vol fouten. Dat zegt universitair docent Dion Kramer. ‘Het is juridisch broddelwerk.’

Jochem van Staalduine

Dakloze EU-migranten uit landen als Polen en Roemenië krijgen niet de opvang waar ze recht op hebben. Een nieuw plan van staatssecretaris Maarten van Ooijen (volksgezondheid, welzijn en sport) om kwetsbare EU-arbeidsmigranten van de straat te helpen, verbetert hun situatie iets, maar klopt juridisch gezien niet. Dat zegt universitair docent Dion Kramer van de Vrije Universiteit in Amsterdam, die gepromoveerd is op de rechten van EU-burgers.

Van Ooijen wil een kortdurende, sobere opvang opzetten voor dakloze migranten. Tijdens de coronacrisis vroeg de Tweede Kamer om een initiatief voor de opvang van dakloze EU-burgers uit bijvoorbeeld Portugal, Estland of Bulgarije. Zij verloren relatief vaak hun werk en belandden op straat. Snel opgetuigde noodopvang bood tijdelijk uitkomst, maar een oplossing voor de langere termijn ontbrak. In september werd het nieuwe plan gepubliceerd.

Na twee jaar zonder baan en huis dreigt ongewenst-verklaring

In het nieuw opgestelde beleid verdeelt Van Ooijen dakloze EU-migranten in drie categorieën. Een groep relatief fitte daklozen krijgt straks een slaapplek en gelegenheid tot douchen en internetten. Ook krijgen zij ondersteuning bij hun zoektocht naar een werkplek. Voorwaarde is dat de migrant in kwestie hooguit een half jaar geleden in Nederland werk heeft gehad.

Migranten met een minder recent werkverleden krijgen geringere ondersteuning. Een dakloze migrant uit Litouwen die tot twee jaar terug salaris ontving kan eventueel hulp krijgen, maar vaker zal de Nederlandse overheid hem stimuleren terug te gaan naar zijn geboorteland.

Zwerft diezelfde Litouwer meer dan twee jaar werkloos op straat, dan zoekt Nederland manieren om van hem af te komen. In het uiterste geval verklaart Nederland hem of haar ongewenst. Het achterliggende idee is dat de afstand van dakloze EU-migranten tot de arbeidsmarkt met de tijd groeit doordat ze verslaafd en verwaarloosd raken.

Curieuze juridische rechtvaardigingen

Tot nu toe lieten gemeenten migranten aan hun loket zelden of nooit toe in de opvang, tenzij ze konden bewijzen vijf jaar of langer in Nederland te werken. Van Ooijen erkent in zijn beleidsplan dat gemeenten veel fouten hebben gemaakt. “Het is goed dat nu duidelijk is dat EU-migranten überhaupt rechten hebben”, vindt universitair docent Kramer.

Desondanks krijgen dakloze EU-migranten ook bij het nieuwe plan niet de ondersteuning die ze volgens Europese afspraken verdienen, stelt hij. Kramer ziet een plan met curieuze juridische rechtvaardigingen. Zo schendt Van Ooijen de regels bij zijn indeling in drie categorieën.

Verliest een migrant onvrijwillig zijn baan, dan heeft hij recht op daklozenopvang, mits hij voldoet aan een aantal andere voorwaarden. En hoe lang geleden iemand zijn laatste baan had doet er niet toe, volgens EU-recht. Een voorbeeld: een Roemeen komt na anderhalf jaar zwoegen in een slachthuis op straat te staan. Hij raakt verslaafd en zwerft twee jaar van portiek naar portiek. Volgens EU-recht behoudt hij de cruciale status van werknemer voor onbepaalde tijd, waardoor Nederland hem zou moeten opvangen, helpen met afkicken en bijstand zou moeten verlenen. Van Ooijen stuurt hem in plaats daarvan terug naar Roemenië.

Onderscheid maken mag niet

Een andere onjuistheid is dat gemeenten niet verplicht zijn een migrant met een werknemersstatus ‘het recht op bijstand en opvang toe te kennen’. Gemeenten zouden een grote mate van beleidsvrijheid hebben om steunaanvragen af te wijzen. Dat klopt niet, zegt Kramer. Gemeenten mogen in dat soort situaties geen onderscheid maken tussen migranten en Nederlanders, legt hij uit. “Uit een recht volgt automatisch een plicht, in dit geval voor de gemeente.”

In een reactie laat een woordvoerder weten dat staatssecretaris Van Ooijen de drie categorieën invoert om zijn beleid beter aan te laten sluiten bij EU-regels dan nu het geval is. Hij spreekt van een “werkbare vertaling van EU-recht en jurisprudentie naar de praktijk”.

De vermeende beleidsvrijheid van gemeenten om rechten niet toe te kennen, onderbouwt hij met voetnoten, maar volgens universitair docent Kramer ondersteunen de genoemde wetsartikelen zijn punt niet. “Het is juridisch broddelwerk. Dit is cherrypicking in de EU-regelgeving en rechtspraak”, aldus Kramer.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (fondsbjp.nl) en Stichting Luis in de Pels.

Lees ook:

De Poolse Jaroslaw kwam naar Nederland om te werken, nu is hij dakloos en woont in een opberghok

De Pool Jaroslaw Tatarowicz heeft zijn intrek heeft genomen in een kelderbox. Daartegen optreden is ingewikkeld. Dakloze arbeidsmigranten uit de EU krijgen maar moeizaam toegang tot opvang en ondersteuning, en kunnen of willen vaak niet terug naar hun geboorteland.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden