Windmolens van in het in aanbouw zijnde windpark Hollandse Kust Zuid.

AnalyseLiberalisering

Nederland wilde een vrije energiemarkt – met alle risico's van dien

Windmolens van in het in aanbouw zijnde windpark Hollandse Kust Zuid.Beeld ANP

Heftige prijsschommelingen horen bij de energiemarkt, waarschuwde de Energieraad toen Nederland die markt vrijgaf. Nu het misgaat, is de overheid gedwongen om op te treden.

Hans Nauta

De overheid grijpt in op de energiemarkt, twintig jaar nadat die werd vrijgegeven voor commerciële aanbieders. Er komt een prijsplafond waardoor de overheid miljarden euro’s gaat meebetalen aan de energierekening van huishoudens. Zo wordt voorkomen dat ‘wanbetalers’ in de winter worden afgesloten. Ook moeten energiebedrijven weer vaste energiecontracten gaan aanbieden.

Verder denken politici en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) na over manieren om consumenten beter te beschermen, bijvoorbeeld bij het faillissement van een energie-aanbieder. Afgelopen jaar bleek dat klanten dan hun voorschot kwijtraken en overgeleverd zijn aan een concurrent die hoge tarieven oplegt. De teugels worden waarschijnlijk aangetrokken.

Wat heeft de liberalisering van de energiemarkt betekend? “Een belangrijk gevolg is dat iedereen op zijn zolderkamer een energiebedrijf kan beginnen”, zegt Dirk-Jan Wolfert, oprichter van de Vastelastenbond, een consumentenorganisatie die diensten levert aan 150.000 klanten. “Wat heb je nodig? Een bedrijfsnaam. Een afdeling administratie. Je moet via een callcenter contact met de klant kunnen onderhouden en klachten afhandelen.”

Verder moet je geld in kas hebben om de periode tussen uitgaven en inkomsten te overbruggen. “Vervolgens koop je stroom op de grootverbruikersmarkt en werf je klanten. Heel ingewikkeld is dat allemaal niet”, zegt Wolfert. Hij beschrijft de eisen die toezichthouder ACM aan nieuwe toetreders stelt voordat ze een vergunning krijgen.

In Arnhem kreeg je stroom van de sponsor van Vitesse

De energiemarkt voor huishoudens kent dus een lage drempel, en dat was ook de bedoeling toen de markt op 1 juli 2004 werd vrijgegeven. Vanaf die dag mochten leveranciers door het hele land gaan leveren aan wie zij wilden, en konden consumenten zelf een leverancier uitkiezen. Drie jaar eerder was dat al zo voor groene stroom, nu ook voor grijze.

Een schoorsteen van de Nuon kolencentrale Hemweg 8.  Beeld ANP
Een schoorsteen van de Nuon kolencentrale Hemweg 8.Beeld ANP

Voordien bepaalde je postcode wie de stroom leverde. In Arnhem kreeg je bijvoorbeeld elektriciteit van nutsbedrijf Nuon, tevens sponsor van de lokale voetbalclub Vitesse, en in 2009 overgenomen door het Zweedse Vattenfall.

Hoe lager die drempel, hoe meer de markt in beweging zou komen, was de gedachte. Dat klopte ook, momenteel zijn er tientallen aanbieders van energie. “Maar het is te lang te gemakkelijk gebleven om een energiebedrijf te beginnen”, zegt Wolfert. “Toen er voldoende concurrentie was, hadden ze dat traject veel strenger moeten maken. Een stuk of zeven leveranciers zijn inmiddels failliet gegaan, en dat heeft veel ellende aangericht.”

Maximale keuzevrijheid

Een consument heeft weinig aan dat ruime aanbod, nu in de energiecrisis ook de prijsvechters duur zijn geworden. “Jarenlang was maximale keuzevrijheid het credo voor energiecontracten”, zei minister Rob Jetten van energie zondag in de Abel Herzberglezing. “Dat leidde in Nederland tot lagere prijzen, maar nu de wereldmarkt onder druk staat, wordt de consument opgezadeld met variabele prijzen en nul komma nul voorspelbaarheid.”

De ACM las het succes van de vrije markt af aan het aantal overstappers. Als er veel mensen van energieleverancier wisselen, laat dat zien dat de markt functioneert. Dankzij een welkomstkorting konden klanten goedkoper uit zijn, en als je wilde opstappen, dan verbrak je een contract gemakkelijk door een geringe opzegvergoeding te betalen. Of de liberalisering daadwerkelijk voor lagere prijzen heeft gezorgd, is moeilijk met zekerheid te zeggen, stelt Wolfert. “Daarvoor zou je moeten weten wat er gebeurd was zonder liberalisering.”

Wel zag hij de service snel verbeteren. “Je zat niet langer vast aan je energiebedrijf, maar kon zomaar naar de concurrent. Energiebedrijven hebben in de eerste jaren flink geïnvesteerd in hun dienstverlening.”

Klanten kregen ook te maken met cowboys, bedrijven die met agressieve marketing klanten binnenhalen. Laatst kreeg Budget Thuis een boete van 1,8 miljoen euro van de ACM voor het misleiden van consumenten bij de telefonische verkoop van energiecontracten.

Twintig jaar lang deed de markt zijn werk en zag de bijsturende overheid geen ongelukken gebeuren. Ook al vond de politieke partij SP altijd wel dat de energiemarkt ontspoorde, en dat topmannen op deze markt ten onrechte hoge inkomsten opstreken.

Het werd donker in Californië

Waarom werd de markt vrijgegeven? De Europese Unie staat voor een vrij verkeer van diensten en goederen, en daarom moest er ook een grote, grensoverschrijdende energiemarkt komen. Die zou efficiënter zijn.

Nederland ging daarin mee. Wel vreesde de Tweede Kamer voor Amerikaanse toestanden toen het in 2001 over de liberalisering van de energiemarkt sprak. Letterlijk, want de Amerikaanse deelstaat Californië had een jaar eerder een enorme stroomcrisis voor de kiezen gekregen, enkele jaren na privatisering van de markt. Het licht ging uit doordat energieproducenten de prijzen kunstmatig hoog hielden. Het bedrijf Enron was een spil in deze crisis en ging in 2001 failliet door boekhoudfraude.

Door overstromingen in Limburg viel vorig jaar de energievoorziening tijdelijk uit. Beeld Joris van Gennip
Door overstromingen in Limburg viel vorig jaar de energievoorziening tijdelijk uit.Beeld Joris van Gennip

De Amerikaanse crisis zorgde er indirect voor dat de Nederlandse netbeheerders niet werden geprivatiseerd, anders dan minister van economische zaken Annemarie Jorritsma wenste. Tennet, beheerder van het hoogspanningsnet, is eigendom van de Nederlandse staat, en de aandelen van de regionale netbeheerder Enexis zijn bijvoorbeeld in handen van provincies en gemeenten. Vorig jaar viel bij Enexis de stroom 17 minuten uit en het gas 75 seconden, vooral door de overstromingen in Limburg.

Drie pijlers: betrouwbaar, betaalbaar en schoon

De voorbije decennia is het Nederlandse net betrouwbaar gebleken. Naast betrouwbaarheid zijn betaalbaarheid en duurzaamheid pijlers van de energiesector. Alle drie zijn in het geding nu de wereldwijd groeiende vraag naar energie, de droge zomer, problemen met Franse kerncentrales en de Oekraïne-oorlog voor een energiecrisis hebben gezorgd.

De toevoer van gas, waarmee elektriciteit wordt opgewekt, staat onder druk. De schaarste zorgt voor problemen met de betaalbaarheid. En het extra gebruik van kolencentrales maakt de energie op korte termijn niet schoner. Anderzijds is de vraag naar zonnepanelen flink toegenomen en willen Nederland en de EU de sector sneller gaan verduurzamen.

Prijsschommelingen horen erbij

Heftige prijsschommelingen horen bij de energiemarkt, waarschuwde de Energieraad toen Nederland de liberalisering van de markt doorvoerde. “Bij elektriciteitstekorten zullen marktprijzen zeer sterk stijgen”, schreef deze Nederlandse raad van deskundigen in 2003 in het rapport Energiemarkten op de weegschaal.

“Jaren met relatief lage gemiddelde prijzen en een relatief lage frequentie van prijspieken (...) zullen worden afgewisseld door jaren met een hoge frequentie van prijspieken en hogere gemiddelde prijzen”, schreef de raad in 2004 in het rapport Behoedzaam Stroomopwaarts.

Dat komt doordat elektriciteit een bulkproduct is met eigenaardige eigenschappen, wat gevolgen heeft voor de markt. Je kunt het niet gemakkelijk opslaan, zoals je graan of aardolie in pakhuizen of silo’s bewaart. Ook is transport over langere afstanden beperkt mogelijk; je brengt in Nederland opgewekte elektriciteit niet zomaar naar Spanje.

De prijs heeft maar weinig invloed op de vraag: huishoudens zullen stroom en gas voor verwarming gebruiken totdat het letterlijk onbetaalbaar wordt, zoals in de huidige crisis.

Risico’s aan de productiekant

De kans was reëel dat het ideaalbeeld van een sterk competitieve Europese elektriciteitsmarkt niet zou worden gerealiseerd, schreef de raad, die op risico’s wees aan de productiekant. “Op korte termijn zijn de prijseffecten voor consumenten positief, terwijl de langetermijneffecten een minder positief beeld laten zien.”

Energiebedrijven zullen geen kapitale investeringen doen als er onvoldoende zekerheid is dat de opgewekte elektriciteit gedurende langere tijd tegen hogere prijzen kan worden verkocht. “De markt neigt vanzelf naar krapte”, schreef de raad.

Bedrijven bouwen niet zomaar reservecapaciteit voor het geval zich ooit een maatschappelijke of geopolitieke crisis aandient. Als er een crisis ontstaat, is de kans groot dat de overheid moet optreden als crisismanager. Bijvoorbeeld door belangrijke energiebedrijven financieel bij te staan als ze kunnen omvallen, zoals nu in Europa gebeurt. Of door burgers te helpen met hun energierekening.

Verder waarschuwde de raad in 2005 dat Europa zijn positie op de gasmarkt scherp moest bewaken. De EU vertrouwde op het goedkope Russische gas dat via pijpleidingen naar Europa kwam. Maar door de opkomende markt voor vloeibaar gas en door de toenemende concurrentie in Azië, zou Europa op de lange termijn achter het net kunnen vissen.

Die voorspelling is uitgekomen. Die groeiende vraag naar LNG vanuit Azië was vorig jaar een belangrijke oorzaak van de stijgende gasprijzen. De gastankers voeren naar het oosten.

De overheid moet leveringszekerheid waarborgen

Coby van der Linde was als lid van de Energieraad betrokken bij dat gasrapport en momenteel is ze directeur van Clingendael International Energy Programme (CIEP). Vorig jaar schreef ze in een opinieartikel in Het Financieele Dagblad dat de problemen op de gasmarkt zich al jaren geleden aankondigden. Juist in een marktsysteem moet de overheid leveringszekerheid waarborgen. Waarom koos Nederland voor kortetermijncontracten, nu de winning in Groningen terugviel? Bij stijgende prijzen zou dat veel geld gaan kosten. Ook onderhield Europa de relaties met leveranciers zoals Rusland en Qatar slecht, vond ze.

Prof. dr. Coby van der Linde Beeld Patrick Post
Prof. dr. Coby van der LindeBeeld Patrick Post

“Ik geloof erg in energiediplomatie”, zegt Van der Linde nu. “Als je zoals Europa voor energie netto afhankelijk bent van invoer, moet je goede banden onderhouden met je leveranciers. Laat blijken dat je samen een toekomst hebt. Zeg niet, we willen nu graag je gas hebben, tegen de laagste prijs, en over tien-twintig jaar stoppen we er helemaal mee. Zorg dat je leverancier ook een toekomst heeft, door bijvoorbeeld samen te investeren in wind- en zonneparken en waterstoffabrieken in het Midden-Oosten. Andere landen zoals China en Japan, die afhankelijk zijn van energie-invoer, denken wel aan de lange termijn. Ten onrechte ziet Europa de wereld als een supermarkt waar je kunt halen wat je nodig hebt.”

De energiemix moet schoner worden, het gebruik van fossiele brandstoffen moet snel worden verminderd. “Maar we zitten nu in de tussenfase en het is heel lastig om die goed te managen en schokken te voorkomen”, zegt Van der Linde.

De markt neemt de duurzame afslag

Een belangrijke verandering sinds die rapporten van de Energieraad is de snelle opmars geweest van schone energie. Inmiddels zorgt de markt voor nieuwe windparken op de Noordzee.

Zou het goed zijn als energie weer een publieke zaak wordt? Olof van der Gaag, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), illustreert zijn antwoord met enkele percentages. “Twintig jaar geleden had Nederland 1,5 procent duurzame energie. Publieke energiebedrijven zijn dus bepaald geen garantie voor verduurzaming. Sinds tien jaar neemt het aandeel duurzaam snel toe, dus met goed overheidsbeleid kunnen private bedrijven zeer snel verduurzamen. Dit jaar komen we op zo’n 14 procent, en in 2030 wordt 75 procent van de elektriciteit opgewekt met zon en wind.” Tot de leden van NVDE behoren energiebedrijven zoals Eneco, Fastned en Shell.

Voordat die duurzame energieprojecten draaien, moet er wel veel hardware worden geïmporteerd, zoals de zonnepanelen uit China, die vol metalen zitten waarover Europa niet zomaar beschikt. Van der Gaag: “Het is belangrijk om ook daarin onafhankelijker te worden en grondstoffen op een duurzame manier veilig te stellen. Recycling is gelukkig heel goed mogelijk en betekent in feite ‘upcycling’. Door technische verbeteringen kan de nieuwe generatie zonnepanelen of batterijen, gemaakt van gerecyclede onderdelen, alweer veel beter presteren.”

Een groot voordeel is dat Nederland in 2030 veel minder afhankelijk is van de invoer van energie, zegt Van der Gaag. “Als de windmolen of het zonnepaneel er eenmaal staat, is de productie 25 jaar lang vrijwel gratis. Bij productie op basis van kolen, gas en olie heb je juist hoge terugkerende kosten, zoals nu met het dure gas.”

Hetzelfde geldt voor consumenten. Van der Gaag: “Als ze energie opwekken met zonnepanelen, op het dak van een goed geïsoleerd huis met een warmtepomp, zijn ze onafhankelijker van de ontwikkelingen op de energiemarkt”.

Lees ook:

Nu klimaatdoelen behaald moeten worden blijkt de liberalisering van de energiemarkt achteraf toch niet zo handig

Overheden hebben hun energiebedrijven, ooit een nutsfunctie, gesplitst en verkocht. Nu zoeken ze juist regie, om de klimaatdoelen te halen. Was de liberalisering wel zo slim?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden