Nederland gaat vanaf 2025 1,8 miljard euro per jaar klimaatsteun geven aan ontwikkelingslanden om zich te wapenen tegen (de gevolgen van) klimaatverandering.

Klimaatsteun

Nederland verhoogt klimaatsteun aan ontwikkelingslanden: is dit ‘eerlijk delen’?

Nederland gaat vanaf 2025 1,8 miljard euro per jaar klimaatsteun geven aan ontwikkelingslanden om zich te wapenen tegen (de gevolgen van) klimaatverandering.Beeld REUTERS

Nederland voert de klimaatsteun voor ontwikkelingslanden op naar 1,8 miljard euro vanaf 2025. Is dit de ‘fair share’ voor de 100 miljard die rijke landen al jaren beloven?

Maarten van Gestel

Nederland gaat zijn klimaatsteun aan ontwikkelingslanden opvoeren tot 1,8 miljard euro per jaar. Dat was in 2021 1,25 miljard. Ook verdubbelt de regering het geld voor internationale klimaatadaptatie; beschermingsmaatregelen tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals dijken. Voor de bescherming van tropisch regenwoud verdubbelt het kabinet zijn uitgave naar 50 miljoen euro. Ook ambities om ontwikkelingslanden te helpen met de energietransitie verdubbelen, naar het doel om 100 miljoen mensen in 2030 toegang te geven tot hernieuwbare energie. Dit alles presenteren klimaatminister Rob Jetten (EZK) en minister van ontwikkelingssamenwerking Liesje Schreinemacher (BuZa) vrijdag in Nederlands eerste rijksbrede Internationale Klimaatstrategie.

De bekendmaking van de klimaatplannen komt in aanloop naar de VN-klimaattop, die in november in Egypte zal plaatsvinden. Eén van de hete hangijzers zal de verantwoordelijkheid van rijke, vervuilende landen zijn jegens ontwikkelingslanden die juist te kampen hebben met de gevolgen van klimaatverandering. De bedragen die Nederland vastlegt waren deels al aangekondigd en zijn gebaseerd op afspraken van eerdere klimaattoppen, zoals vorig jaar in Glasgow. Nederland zegt hiermee te voldoen aan zijn fair share in de honderd miljard dollar die rijke landen jaarlijks aan klimaatsteun voor ontwikkelingslanden beloven, hoewel hier volgens deskundigen vraagtekens bij te plaatsen zijn.

Ministers Jetten en Schreinemacher over 1,8 miljard klimaatsteun aan ontwikkelingslanden. ‘Dit zet druk op andere Westerse landen.’

Met de klimaattop minder dan een maand verwijderd, presenteert Nederland zijn eerste overkoepelende internationale klimaatstrategie. Het doel: vertrouwen terugwinnen van ontwikkelingslanden. Maar dat is geen makkelijke opgave.

Koploper in adaptatie

“De aangekondigde strategie is een stap in de goede richting, maar nog lang niet genoeg”, zegt Margaretha Wewerinke-Singh, universitair docent publiekrecht aan de Universiteit Leiden, en gespecialiseerd in klimaatrechtvaardigheid.

Het feit dat verschillende ministeries voor het eerst met één overkoepelende strategie komen voor internationale klimaatsteun is ‘absoluut goed nieuws’, zegt Wewerinke-Singh. “Dit is het meest ambitieuze plan op dit gebied tot nu toe van de Nederlandse overheid.” Ook vindt ze het hoopvol dat Nederland vergeleken met andere landen relatief veel inzet voor adaptatie, het beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering, naast het geld voor mitigatie, bedoeld om de opwarming van de aarde af te remmen, zoals met hernieuwbare energie. “Adaptatie is lang het ondergeschoven kindje geweest, mede omdat het voor rijke landen minder een kwestie van eigenbelang lijkt. Het is mooi om te zien dat Nederland een koploperspositie wil innemen.”

Bertram Zagema van Oxfam Novib denkt daarbij dat het bedrag van 1,8 miljard euro klimaatsteun per jaar inderdaad de fair share binnen de beloofde 100 miljard dollar (102 miljard euro) kan zijn. “Als je kijkt naar het bruto binnenlands product, dan maakt Nederland ongeveer 2 procent van de rijke landen uit.” Wewerinke-Singh zet vraagtekens bij die fair share, als je naast het bbp ook de historische uitstoot (en daarmee verantwoordelijkheid) van Nederland meerekent.

Privaat geld wordt meegeteld in de 1,8 miljard

Zagema en Wewerinke-Singh hebben meer kritiek op de plannen. Zo is slechts de helft van de 1,8 miljard overheidsgeld, en bestaat de andere helft uit private investeringen, die ‘gemobiliseerd’ worden vanuit de 900 miljoen overheidsgeld. Denk aan een privaat windenergieproject dat mogelijk wordt doordat de Nederlandse overheid een land steunt voor het bereiken van voldoende netcapaciteit. Volgens Zagema is het binnen de ‘vage’ VN-afspraken toegestaan om privaat geld op deze manier mee te nemen, maar het is volgens hem ‘niet in de geest’ van de oorspronkelijk bedoeling van de 100 miljard klimaatsteun. Veel andere rijke landen rekenen dat private geld eveneens mee, maar vaker met tien of twintig procent, en zelden met de helft, zoals Nederland doet.

Binnen die 900 miljoen euro private steun, een getal dat overigens op schattingen berust, is daarnaast niet duidelijk hoeveel gaat naar bescherming tegen klimaatverandering. “Dat is jammer, aangezien Nederland juist hiermee pronkt koploper te zijn.”

De Nederlandse Internationale Klimaatstrategie maakt meer geld vrij om ontwikkelingslanden te helpen bij het bestrijden van klimaatschade.  Beeld Thijs van Dalen
De Nederlandse Internationale Klimaatstrategie maakt meer geld vrij om ontwikkelingslanden te helpen bij het bestrijden van klimaatschade.Beeld Thijs van Dalen

Geen woord over ‘losses and damages’

Een ander kritiekpunt gaat over het gebrek aan plannen voor vergoedingen voor klimaatschade die landen nu al ondervinden, bijvoorbeeld door droogtes of overstromingen. Deze discussie over losses and damages zal naast adaptatie en mitigatie waarschijnlijk een hoofdrol spelen op de klimaattop in Egypte. Onlangs maakte Denemarken als eerste landelijke overheid ter wereld bekend 13 miljoen euro aan vergoeding te betalen voor dit soort klimaatschade, nadat Schotland en Wallonië vergelijkbare initiatieven hadden genomen. Wewerinke-Singh: “Dat Nederland in deze ambitieus bedoelde strategie met geen woord rept over klimaatschade, is een gemiste kans en beneden de maat”.

De belofte van honderd miljard dollar aan klimaatsteun per jaar vanuit rijke landen, geldt voor elk jaar in de periode 2020 tot 2025. Nederland zegt er dus in 2025 aan te zullen voldoen. Wetenschappers en NGO’s zijn het er over het algemeen over eens dat de honderd miljard te weinig is voor wat ontwikkelingslanden in feite nodig hebben, en ook waar ze recht op hebben, kijkend naar de vervuilende activiteiten van landen zoals Nederland.

Op de klimaattop in Egypte zal voorbesproken worden hoe rijke landen ná 2025 op een eerlijke manier klimaatsteun kunnen geven aan ontwikkelingslanden. Het principe ‘de vervuiler betaalt’ zou hier volgens Wewerinke-Singh leidend moeten zijn. Zij hoopt dat Nederland een voortrekkersrol neemt bij het ontwikkelen van een rechtvaardig financieringssysteem, gebaseerd op hoeveel geld daadwerkelijk nodig is. In de Internationale Klimaatstrategie noemt Nederland als inzet voor de klimaattop vooral om kennis en kunde over water in te blijven zetten, maar wordt nog niet gesproken over zo’n financieringssysteem.

Lees ook:

Ministers Jetten en Schreinemacher over 1,8 miljard klimaatsteun aan ontwikkelingslanden. ‘Dit zet druk op andere Westerse landen.’

Nederland presenteert zijn eerste overkoepelende internationale klimaatstrategie. Het doel: vertrouwen terugwinnen van ontwikkelingslanden. Maar dat is geen makkelijke opgave.

Rijke landen maken beloftes aan ‘klimaatkwetsbare’ landen al jaren niet waar

Westerse landen hebben over de afgelopen twee eeuwen het overgrote deel van alle broeikasgassen uitgestoten, en betalen nog steeds niet voor die schade.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden