AnalyseKweekvlees

Nederland geeft ’s werelds grootste subsidie aan kweekvlees. Wanneer ligt het in het schap?

Kweekvleesfeestje. Beeld Cellulaire Agricultuur Nederland
Kweekvleesfeestje.Beeld Cellulaire Agricultuur Nederland

Zestig miljoen euro stelt de overheid beschikbaar voor de ontwikkeling van gekweekte hamburgers en kaas uit een bioreactor. Maar krijgt Nederland zo ook zijn oude koploperspositie terug?

Maarten van Gestel

Tussen de miljarden voor het nationale Groeifonds die het kabinet vorige maand verdeelde onder initiatieven die de economische groei van Nederland moeten bevorderen, valt één investering in het bijzonder op. 60 miljoen euro werd onder voorwaarde gereserveerd voor ‘cellulaire agricultuur’, technologieën waarbij het kweken van cellen centraal staat, met de grootste focus op het kweken van dierenvlees. Nederland werd twintig jaar geleden de bakermat van onderzoek naar kweekvlees, en in 2013 presenteerden Nederlandse wetenschappers de eerste volledig gekweekte hamburgertjes. Vlees kunnen eten zonder dode dieren, dat was en is de belofte. Goed voor klimaat, dierenwelzijn, natuur en mogelijk zelfs voor het voorkomen van zoönosen en pandemieën.

Maar inmiddels lijken andere landen Nederland voorbij te streven. Hoewel twee van ’s werelds beste kweekvleesbedrijven – Mosa Meat en Meatable – in Nederland zitten, duurt het vanwege Europese regelgeving nog zeker een paar jaar voordat gekweekt vlees hier daadwerkelijk te koop zal zijn. Ondertussen werden in Singapore al gekweekte kipnuggets geserveerd, timmert ook Israël met kweeksteakboerderijen aan de weg en krijgen Amerikaanse katten binnenkort gekweekt ‘muizenvlees’ op hun bordje.

De 60 miljoen van de Nederlandse overheid is ’s werelds grootste subsidie van een land aan kweekvleestechnologie tot nu toe, en moet Nederland weer vooraan in de kweekvleesrace brengen. Maar gaat dat lukken? Negen vragen en antwoorden.

Wat is kweekvlees ook alweer precies en hoe wordt het gemaakt?

De naam zegt het al: kweekvlees is dierenvlees gemaakt door het kweken van cellen in plaats van het doden van dieren. De grondlegger voor kweekvlees was arts en onderzoeker Willem van Eelen, die zich na de dood van zijn vrouw ging toeleggen op stamcelonderzoek en daarna op de potentie daarvan voor voedsel. Simpel uitgelegd: bij een levende koe kost het jaren en veel voeding voordat een stamcel is uitgegroeid tot een koe die je slacht. Bij kweekvlees wordt zo’n stamcel afgenomen van een levende koe en in een bioreactor gestoken – een soort groot bierbrouwvat – waar het eveneens eiwitten ‘gevoerd’ krijgt. Binnen enkele weken kan het dan tot evenveel vlees uitgroeien. Van Eelen overleed in 2015. Zijn dochter Ira van Eelen is nu een van de kernspelers en woordvoerder van het consortium van bedrijven, onderzoekers en universiteiten dat de groeifondsmiljoenen binnenhaalde.

In 2013 presenteerden Nederlandse wetenschappers in Londen als primeur enkele kweekvleesburgertjes aan de wereld. Is de technologie sindsdien veel verbeterd?

Ja, zegt Van Eelen. “Allereerst kostten die eerste drie burgertjes bij elkaar destijds nog een kwart miljoen om te maken. Het was toen vooral een manier om te laten zien dat de technologie werkt.” Door innovatie en ontwikkeling zijn die kosten inmiddels veel lager, en lijkt de toekomst waarin kweekvlees voor rendabele tarieven gemaakt en verkocht kan gaan worden nabij.

Daarnaast kampte de kweekvleestechnologie in 2013 nog met enkele fundamentele problemen. Een van de voornaamste kritiekpunten was dat het kweekvlees nog voeding nodig had dat uit bloed van ongeboren kalfjes werd gewonnen. “Het was alsnog niet diervrij.” De grote winst van de afgelopen jaren, legt Van Eelen uit, is dat het kweekvleesbedrijven is gelukt is om plantaardige groeimiddelen voor de cellen te maken.

De wetenschappers die de burger in 2013 presenteerden, zijn later het bedrijf Mosa Meat gestart. Woordvoerder Tim van de Rijdt beschrijft de vooruitgang. “Vlees bestaat eigenlijk uit twee onderdelen: spieren en vet. De burger van toen was nog puur van spier gemaakt, waardoor het nog een vrij droge burger was.” Mosa Meat zegt ‘bijna’ klaar te zijn met de ontwikkeling van producten die echt identiek zouden zijn aan dierlijk vlees.

Als de technologie zo opschiet, waarom ligt het dan nog niet in de winkel?

Als Mosa Meat – dat zich specialiseert in rundvlees – en Meatable – dat zich tevens toespitst op varken – hun producten klaar hebben, moeten de Europese voedsel- en warenautoriteiten zich erover gaan buigen. Aangezien kweekvlees in Europa nog niet te koop is, en voedselveiligheidsregels streng zijn, moeten de bedrijven een dossier inleveren voor de Europese novel food-procedure. Op dit moment werken de bedrijven hard aan die dossiers. Als er van Europa geen aanvullende vragen komen, duurt die procedure ongeveer twee jaar. Van Eelen: “Maar de kans lijkt mij aanzienlijk dat er wel vragen zullen komen.”

De voornaamste reden dat een restaurant in Singapore al wél gekweekte kipnuggets serveerde, is dat de Aziatische stadstaat tijdens de coronapandemie geconfronteerd werd met extreme voedselafhankelijkheid van andere landen. “Zij proberen nu van alles om onafhankelijker te worden”, zegt Daan Luining, mede-oprichter en onderzoeksdirecteur van Meatable. “Bijvoorbeeld door het versnellen van wetgeving rondom kweekvlees.” Dit geldt ook voor Israël, ook een van de wereldwijde kweekvleeshotspots.

Het feit dat Europa zo’n streng keuringsproces heeft, is volgens Van Eelen een goede zaak. “Dat schept vertrouwen voor de consument.” Tegelijkertijd leidt dat lange keuringsproces ertoe dat bedrijven hun dossiers pas indienen als ze zeker zijn van de producten die ze op de markt willen brengen. Luining: “Want als je daarna alsnog een aanpassing doorvoert in je productieproces, dan moet je de hele procedure weer opnieuw beginnen.” Mosa Meat wil het dossier dit jaar nog indienen bij de Europese autoriteiten; Meatable verwacht het begin volgend jaar te kunnen doen.

In 2013 presenteerde hoogleraar Mark Post de eerste kweekvleesburger ter wereld, inmiddels is hij CEO van het Limburgse Mosa Meat. Beeld PA
In 2013 presenteerde hoogleraar Mark Post de eerste kweekvleesburger ter wereld, inmiddels is hij CEO van het Limburgse Mosa Meat.Beeld PA

Wat gaat er met die 60 miljoen van de Nederlandse overheid gebeuren?

Het groeifondsgeld was aangevraagd door een nieuw opgezet consortium met daarin onder meer Mosa Meat, Meatable, de TU Delft, Wageningen Universiteit en multinationals zoals Unilever en DSM. Hoewel geen overheid ter wereld eerder een grotere financiële bijdrage aan ‘cellulaire agricultuur’ leverde, is het bedrag tegelijkertijd veel lager dan de gevraagde 285 miljoen. Het Groeifonds is bedoeld voor initiatieven die uiteindelijk economische groei voor Nederland zullen betekenen, en op dit moment is de economische waarde van kweekvlees nog te onzeker, oordeelde de Groeifondscommissie.

Toch kan die 60 miljoen veel gaan betekenen voor Nederland, denkt Van Eelen. “Het geld is bedoeld voor drie dingen: onderwijs, onderzoek, en opschaling.” Biologiestudenten die zich willen specialiseren in kweekvlees kunnen op dit moment in Nederland op niet veel plaatsen terecht. Dat merken de bedrijven ook: van Mosa Meat komt ongeveer 60 procent van de 140 werknemers niet uit Nederland. Met het geld hopen de TU Delft en de Wageningen Universiteiten modules op te zetten. “Je wil dat Nederlandse studenten hierop gaan promoveren, zodat hier een kennisgebied ontstaat.” Volgens Van Eelen is dit ook van groot belang om ervoor te zorgen dat bedrijven als Mosa Meat en Meatable op termijn niet naar het buitenland vertrekken.

Meer geld voor onderzoek moet ervoor zorgen dat de Nederlandse kenniseconomie ook qua kweekvlees voorop kan lopen. Het consortium wil in Delft daarnaast een soort fabriek bouwen die kan worden gehuurd door kweekvleesstartups uit Nederland en buitenland. “Qua wetgeving kan je niet zomaar een fabriekje beginnen waar je vlees mag kweken”, zegt Cindy Gerhardt, verantwoordelijk voor die opschaling. “We merken dat er behoefte is aan een gedeelde plek waar ook jonge bedrijfjes met hun eigen apparatuur aan het werk kunnen.”

Het geld gaat dus naar cellulaire agricultuur en niet alleen naar kweekvlees. Wat is het verschil?

Cellulaire agricultuur is een breder werkveld waar kweekvlees onderdeel van uitmaakt. Een andere belangrijke technologie waar nieuwe bedrijven op inzetten, is ‘precisiefermentatie’: een proces waarbij gisten en bacteriën geprogrammeerd worden om zonder dierlijke cellen toch van alles te kunnen maken. De bekendste Nederlandse speler is Those Vegan Cowboys, het nieuwe bedrijf van de oprichters van De Vegetarische Slager. Via die precisiefermenatie willen ze melk en kaas maken. “Je vervangt de koe dan als het ware met een bioreactor,” zegt Gerhardt. “Je stopt er gras in, waar eiwit inzit, en daar komt dan melk uit.”

Het kweken van cellen kan daarnaast voor van alles worden gebruikt. Eiwitten kunnen zo gekweekt worden dat ze efficiënter zijn voor veevoer, en ook kostbare producten zoals vanille kunnen in principe in een laboratorium gemaakt worden. Nederland heeft startups die zich bijvoorbeeld richten op het kweken van kaviaar, zalm-eiwitten, maar ook op het kweken van wol, bont, en leer.

Terug naar kweekvlees. Wanneer ligt het in de supermarkt? En hoe duur is het straks?

De eerste kweekvleesproducten in restaurants en de supermarkt zullen bestaan uit ‘gehakt’-achtig vlees, zoals worsten en burgers, omdat die relatief het makkelijkst te maken zijn. De eerste gekweekte rundvleeshamburgers van Mosa Meat zouden over een jaar of drie in de schappen kunnen liggen. “Op dat moment zal het qua prijs vergelijkbaar zijn met een mooi stuk vlees dat je bij de slager koopt”, zegt Van de Rijdt. Meatable hoopt meer in de prijsklasse van ‘normaal vlees’ te beginnen. Beide bedrijven benadrukken dat het kweekvlees aanvankelijk relatief duur zal zijn, maar na productverbetering en opschaling uiteindelijk goedkoper kan worden dan het goedkoopste supermarktvlees nu is.

Maar gaan consumenten dat vlees uit een laboratorium daadwerkelijk eten of blijft er een psychologische barrière?

Moeilijk te zeggen. De groeifondscomissie uit wel zorgen over de ‘de acceptatie door de consument.’ Maar de leden van het consortium zeggen dat er in de laatste jaren veel is veranderd. “In 2013 was kweekvlees sciencefiction”, zegt Van de Rijdt. Maar uit recent marktonderzoek blijkt dat 70 tot 90 procent van de consumenten mogelijk weleens kweekvlees zou willen proeven. Van Eelen denkt dat beeldvorming daarbij belangrijk is. “Als mensen continu het beeld van rood vlees op een petrischaaltje zien, is het niet aantrekkelijk. Als ze het eindproduct zien wel.” Volgens haar zijn beelden vanuit een slachthuis overigens evenmin aantrekkelijk.

Stel dat kweekvlees een succes wordt: wat zou dan de winst voor klimaat en milieu zijn?

Hier verschillen de opvattingen over. Stel dat consumenten over twintig jaar minder ‘echt’ rund- en varkensvlees eten omdat ze deels zijn overgestapt op gekweekte hamburgers en steaks, dan zou dat een aanzienlijke klimaatwinst kunnen opleveren. Wereldwijd zou het goed zijn om ontbossing tegen te gaan, daarnaast zou het in Nederland bijvoorbeeld de uitstoot van methaan en ammoniak sterk kunnen terugdringen, wat opwarming van de aarde remt en goed is voor de natuur.

Tegelijkertijd is ook het kweken van vlees in bioreactors een proces dat veel energie kost, wat ook kritiek oogst. Zo becijferde de Universiteit van Oxford in 2019 dat kweekvlees niet noodzakelijk beter is voor het klimaat dan echt vlees. Vanuit de kweekvleeswereld kan dat onderzoek echter op grote kritiek rekenen. “De onderzoekers keken naar de hoeveelheid energie die we in de komende duizend jaar voor kweekvlees nodig zouden hebben”, zegt Van de Rijdt. “Maar de onderzoekers rekenden daarbij met dezelfde energiemix als nu.” Van de Rijdt en zijn consortiumpartners halen juist een onderzoek aan van CE Delft, dat in 2020 becijferde dat gekweekt rundvlees 92 procent beter zou zijn voor het klimaat. “De voorwaarde is wel dat de bioreactors draaien op groene energie.”

Tegenwoordig zijn er veel meer vleesvervangers te koop dan in 2013, waaronder veel die de smaak van echt vlees redelijk goed nabootsen. Is er nog wel behoefte aan gekweekte hamburgers?

Dat is een valide vraag, zegt Van Eelen. Zij is zelf lang carnivoor geweest, eet al lange tijd geen vlees meer en vindt veel plantaardige vleesvervangers uit de supermarkt lekker. “Tegelijkertijd ben ik een van de weinige mensen in Nederland die kweekvlees ook echt geproefd heeft. En dat is toch echt vlees. Niets ten nadele van plantaardige producten, maar voor veel mensen blijft er toch een soort craving naar echt vlees over.”

Van de Rijdt van Mosa Meat denkt dat de huidige groei van de verkoop van vleesvervangers uiteindelijk gunstig zal uitpakken voor kweekvlees, omdat het een deur heeft opengezet. “De wereldwijde vleesconsumptie is enorm. In Nederland zijn veel mensen flexitariër. Plantaardige burgers hebben mensen nieuwsgierig gemaakt. Maar veel mensen willen niet helemaal naar plantaardige voeding overstappen. Op hen richten wij ons product.” Ook volgens Van Eelen zullen consumenten over tien jaar in de supermarkt voor de keuze staan tussen ‘nepvlees eten’ of ‘vlees eten’ of ‘dood dier eten.’ “Ik weet niet precies wat de verdeling dan zal zijn, maar ik denk dat weinig mensen dan nog steeds het liefst voor dood dier kiezen, zoals nu nog wel vaak het geval is.”

Lees ook:

Als we 1 op 5 biefstukjes minder eten, halveert dat de ontbossing

Wereldwijd 20 procent minder rundvlees eten halveert de ontbossing, stellen wetenschappers. Alleen: is dat haalbaar?

Denemarken ontwikkelt als eerste land ter wereld een klimaatlabel voor supermarktproducten

Een groene A voor havermelk en een rode E voor rundvlees uit Brazilië. Consumenten willen wel klimaatvriendelijker eten, maar weten vaak niet wat de impact van producten is. Dus ontwikkelt Denemarken nu als eerste land een ‘door de staat gecontroleerd’ klimaatlabel.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden