ReportageVogelen

Minder baarden, meer sociale media: de vogelaar gaat met de tijd mee

Vogelaars op excursie naar de Marker Wadden. Rechts met camera Debby Doodeman Beeld Sarah-Mie Luyckx
Vogelaars op excursie naar de Marker Wadden. Rechts met camera Debby DoodemanBeeld Sarah-Mie Luyckx

Vogelaars: dat zijn toch alleen maar oudere mannen met baarden in groene jassen? Verwoed vogelaar Debby Doodeman deed onderzoek naar haar collega-vogelaars en werd verrast door de resultaten. Ze deelt ze in een nieuw boek.

Sarah-Mie Luyckx

Vogelaars vormen een bont gezelschap. Zo heb je: ‘twitchers’, die alles uit hun handen laten vallen zodra er een uniek exemplaar is gesignaleerd. Er zijn ‘larofielen’, liefhebbers van de ruim honderd meeuwensoorten. Ook heb je ‘determinatiefreaks’, die eindeloos neuzelen over de kleinste details van bijvoorbeeld de hop, ‘waar anderen gillend afhaken’. Debby Doodeman komt in haar recent verschenen boek over de liefhebberij op liefst 27 archetypes van vogelaars. Je kunt de hobby dus op allerlei manieren uitoefenen, stelt de auteur, waarmee ze nog meer adepten in het kamp hoopt te lokken.

Voor Doodeman (39) is vogels waarnemen het stadium van de vrijetijdsbesteding allang voorbij, vertelt ze met enige spijt. Sinds 2009 runt ze haar vogelexcursiebedrijf Fogol en doet ze veldwerk voor advies- en ingenieursbureaus. Ondertussen maakte ze een aantrekkelijk ogende, bont geïllustreerde uitgave over de hobby. Vogelen gaat gepaard met een hardnekkig clichébeeld: het stereotype van de bebaarde senior met groene kaplaarzen, dito kleur parka en de onvermijdelijke verrekijker om de nek.

Ruim zestig procent had géén baard

Of dat nog altijd klopt, wilde de Doodeman weten. Daarom begon ze zeven jaar geleden in eigen kring een onderzoek (niet wetenschappelijk verantwoord, wel met behulp van een CBS-medewerker, die op eigen titel bijdroeg) onder bijna 1200 vogelaars. Dat mondde uit in het bewuste boek, dat ze met hangen en wurgen schreef, omdat in de avonduren tikken nou eenmaal niet haar ding is.

Op de kop af 1004 vogelaars beantwoordden de vragen. Van hen bleek 28 procent vrouw. Ook enigszins verrassend was de uitslag van de hamvraag: ruim 60 procent van de mannelijke vogelaars bleek géén baard te hebben. Daarbij ging het gros niet gekleed in een groentint: slechts 9 procent, tegenover 29 procent liefhebbers van zwarte kledij, 23 procent blauwliefhebbers en 9 procent die in bruin/beige gekleed ging.

De wereld is inmiddels behoorlijk divers, constateert Doodeman. Belangrijk is volgens haar de komst van sociale media. Vogelaars kunnen hierdoor vogelfoto’s en -feiten met elkaar delen zonder te hoeven toetreden tot vogelwerkgroepen, die van oudsher veelal worden bevolkt door donkergroen geklede baardmannen. Daarbij verschijnen er de laatste paar jaar duizelingwekkend veel vogelboeken (‘Mijn kast puilt uit’) en apps die de hobby opstuwen in de vaart der volkeren.

De ‘coronavogelaars’

De auteur stipt in haar boek ook de ‘coronavogelaars’ aan, naar wie ze tot haar spijt wegens tijdgebrek geen nader onderzoek meer kon doen. Dat de pandemie het aantal ornithologische liefhebbers heeft doen toenemen, lijkt aannemelijk. ‘Begin 2021 deden meer mensen dan ooit mee aan de Nationale Tuinvogeltelling’, schrijft ze. 165.000 om precies te zijn, tegen 91.000 een jaar eerder.

Bovendien treft Doodeman de coronavogelaars op haar excursies. Over belangstelling daarvoor geen klagen. Vooral de Fogol-tochten naar de Marker Wadden zijn populair, mede dankzij het feit dat het gloednieuwe natuurgebied sowieso een trekker is. Deze zonnige meidag – met afvaart vanuit Enkhuizen – is het dek van zeilschip Schuttevaer dan ook afgeladen vol. De gemiddelde leeftijd ligt tamelijk hoog. “Er zouden ook steeds meer jongeren zijn gaan vogelen”, zegt Doodeman, die al van kindsbeen af in de ban is van alles wat vliegt en fladdert, “maar daar zie ik nog geen bewijs voor.”

Vaak al vogelaar voor je zestiende

Waarom worden mensen vogelaars, vraagt ze zich in haar boek af. Er zijn diverse redenen te bedenken: de genen, de plek waar je opgroeit, het favoriete tijdverdrijf van vrienden en bekenden. Ook de sekse kan een rol spelen. Testosteron heeft invloed op de interesses. Hoe meer van dit mannelijke hormoon, des te groter de fascinatie voor ‘objecten’. Daarbij zijn jongens gemiddeld genomen meer beloningsgericht: de verklaring dat mannen over het algemeen langer, vaker en intenser met de hobby bezig zijn dan vrouwen.

Het boek bevat een aandoenlijke jeugdfoto van de auteur als achtjarige met een jonge, uit de bek van de kat geredde merel op haar hand. Liefst de helft van de ondervraagde vogelaars bleek zich al vóór de zestiende verjaardag tot de hobby te hebben bekeerd. Doodeman houdt het voor haarzelf op een filosofische verklaring. Ze citeert de Britse bioloog en natuurfilmer David Attenborough: ‘Ik ken geen kind dat niet gefascineerd is door de natuur’. “Mogelijk worden we allemaal als natuurliefhebber annex vogelaar geboren”, stelt de schrijfster, “maar raken velen in de loop der tijd die interesse kwijt. Ik reken mezelf tot de groep bij wie dat niet het geval is.”

In Nederland valt genoeg te vogelen

Eenmaal op de Marker Wadden worden de excursiedeelnemers op hun wenken bediend. Een vogel die op het verlanglijstje van veel vogelaars staat (een ‘wenssoort’) wordt veelvuldig gespot: het baardmannetje – een toepasselijke vogel in het kader van dit verhaal. Liefst 75 keer (‘een record’) laat de koddige zangvogel met de zwarte bakkebaardjes zich die middag zien dan wel horen, behendig balancerend op de rietstengels. Ook onder meer baltsende bontbekplevieren, rietgorzen, bruine kiekendieven en zelfs twee jonge flamingo’s zijn van de partij. ‘Een eldorado’, klinkt het regelmatig uit de monden van de deelnemers.

In Nederland valt genoeg te beleven om een leven lang te kunnen vogelen, stelt Doodeman, die in haar boek ook een hoofdstukje wijdt aan wat er in quarantainetijd allemaal boven haar ‘normale nieuwbouwwoning’ te genieten viel. Hoogtepunt bleek de buizerdtrek: in drie dagen tijd telden zij en haar vriend vanuit de tuin 634 exemplaren.

Kort voordat de pandemie losbarstte, was ze net terug uit Nieuw-Zeeland, waar ettelijke kiwi’s en albatrossen werden waargenomen. Zo komen we op wat ze als een omissie in haar boek beschouwt: veel vervuilende vliegkilometers maken voor je liefhebberij, ofwel het onderwerp duurzaamheid. Van een vogelreiziger genaamd Wietze wordt vermeld dat hij 26 landen aandeed. Doodeman: “Daar had ik meer over moeten vragen, dat is een gemiste kans. Maar toen ik aan mijn onderzoek begon, speelde dat nog nauwelijks.”

Debby Doodeman: Vogelaars, (nooit) uitgevogeld. KNNV Uitgeverij; €22,50.

Lees ook:

Als 13-jarig werd Arjan Dwarshuis gepest om zijn vogelobsessie. Nu is hij de Freek Vonk van de vogelaars

De afgelopen jaren nam het aantal hobbyvogelaars explosief toe. De twee voornaamste oorzaken: de coronacrisis en de aanstekelijke Arjan Dwarshuis (35), zeg maar de Freek Vonk onder de vogelkijkers. Wie is de man achter De Vogelspotcast en wat drijft hem?

Bioloog Remco Daalder (61) wilde voor zijn zestigste duizend vogelsoorten zien

Bioloog en vogelaar Remco Daalder (61) besloot dat hij voor zijn zestigste verjaardag ten minste duizend vogelsoorten moest hebben gezien. Het resultaat is een vermakelijk boek over een wel erg vreemd type: de soortenjager.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden