Studenten van de Has Hogeschool in Den Bosch maken zich op voor een confrontatie met landbouwminister Henk Staghouwer. Beeld Maikel Samuels
Studenten van de Has Hogeschool in Den Bosch maken zich op voor een confrontatie met landbouwminister Henk Staghouwer.Beeld Maikel Samuels

ReportageDen Bosch

Jonge boeren vragen zich af: ‘Wat is mijn perspectief?’

Zien de boeren van morgen nog toekomst in de nieuwe stikstofplannen? Veehouderijstudenten in Den Bosch hebben naast onbegrip en zorgen ook een sprankje hoop.

Maarten van Gestel

Vlak voor het einde van de les, nadat de pakweg vijfentwintig veehouderijstudenten zich twee uur lang intensief hebben voorbereid op het aanstaande bezoek van landbouwminister Henk Staghouwer, staat Sam op en loopt hij naar het whiteboard. Dat staat vol met vragen van de negentien- en twintigjarige studenten over de stikstofplannen van het kabinet. ‘Waarom niet eerst boeren laten stoppen die willen stoppen?’ en ‘Jullie zeggen dat de consument gaat bijdragen. Hoe gaan jullie dat realiseren?’

Maar voor Sam staat de belangrijkste vraag nog niet op het bord. De negentienjarige zoon van een Gelderse melkveehouder – korte broek, met fleurig overhemd en blonde kuif – schrijft op het laatste stukje vrije ruimte. ‘Het is mijn droom om het bedrijf thuis over te nemen. Door jou wordt die droom heel onzeker. Waarom toch??’

Tijdens het schrijven valt een medestudent hem in de rede met de vraag of het wel slim is om de minister aan te vallen. “Dat is nou precies de bedoeling”, antwoordt Sam.

Waarom de veehouderij wel en KLM niet?

De vragen op het bord zijn exemplarisch voor wat leeft onder de ongeveer tweehonderdvijftig studenten veehouderij aan de Has Hogeschool in Den Bosch. De Has is van oudsher dé boerenschool van Noord-Brabant, een provincie die zwaar wordt getroffen door de stikstofplannen van het kabinet. Jonge boeren in opleiding vrezen voor hun toekomst.

Ronald Sol, docent en coördinator studentenzaken aan de veehouderijopleiding, kijkt in stilte naar de vraag die Sam op het bord heeft geschreven. Al twee uur lang probeert hij de studenten aan te moedigen om vooral constructieve vragen voor de minister te bedenken.

Student Jan de Jong. Beeld Maikel Samuels
Student Jan de Jong.Beeld Maikel Samuels

“Ik vind deze vraag eigenlijk een hele mooie”, zegt hij uiteindelijk. “We kunnen hele concrete vragen stellen over de plannen, zoals: waarom de veehouderij wel en KLM niet? Maar dit kan ook.” Sol, die eerder voor het ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit werkte, richt zich tot zijn klas. “Je ziet dat de houding naar de agrarische sector is veranderd. Van waardering, naar acceptatie, naar tolerantie. Ik snap dat jullie denken: ik wil gezien en gehoord worden en mijn droom waarmaken.” Wanneer de landbouwminister hier komt, benadrukt de docent, moet Sam deze vraag absoluut stellen. “Dit gaat over jullie toekomst.”

‘Het is bij politici van dit niveau nooit zeker’

Dat uitgerekend Staghouwer in Den Bosch is uitgenodigd om met studenten in gesprek te gaan, is geen toeval. Het was stikstofminister Christianne van der Wal die de beruchte stikstofbrief schreef, en landbouwminister Staghouwer die met een ‘perspectiefbrief’ kwam voor de landbouwsector. Als onderdeel in de reeks ‘College Boer’ kunnen de bezorgde Bossche studenten hem volgende week alles vragen, ook over de nogal vage plannen waar Staghouwer in de Tweede Kamer al mee werd geconfronteerd.

“We merken op de opleiding dat de stikstofplannen hard zijn aangekomen”, zegt docent Sol op vrijdagochtend, nog voordat de studenten het klaslokaal zijn binnengekomen. “De studenten zijn duidelijk geraakt, ik heb één van hen zien huilen.” Volgens Sol is de woede voelbaar op de hogeschool, en hebben studenten vooral veel vragen. “Wat is mijn perspectief? Kan ik straks nog boeren?”

In groepjes komen de studenten binnendruppelen. Jan – de enige uit Limburg – wordt vandaag twintig en heeft een vlaai meegenomen. Een medestudent richt zich met Brabants accent meteen tot de docent. “Ik heb die Kamerbrief gelezen”, zegt hij over de vijftig pagina’s tellende ‘perspectiefbrief’ van Staghouwer. “Maar oeh! Da’s een werk. Ik ben tot pagina vijftien gekomen.”

De meeste studenten aan de Has Hogeschool komen uit Brabant, veel van hen groeiden op op een veehouderij en willen het familiebedrijf overnemen. Beeld Maikel Samuels
De meeste studenten aan de Has Hogeschool komen uit Brabant, veel van hen groeiden op op een veehouderij en willen het familiebedrijf overnemen.Beeld Maikel Samuels

“Hoe zeker is het eigenlijk dat-ie komt?”, vraagt Sam als bijna iedereen in de kring zit, over de geplande komst van de minister. “Deze week, met die protesten, hebben politici veel dingen afgezegd.” Sol zegt dat het bij politici van dit niveau eigenlijk nooit honderd procent zeker is. “Je weet het pas echt als ze er zijn.” Maar, verzekert Carla Schonenberg, docent marketing en ethiek op de opleiding en ook aanwezig bij deze sessie, in het ergste geval kan de klas de vragen voor de minister opschrijven en later alsnog laten beantwoorden.

Een stal bouw je niet voor vijf jaar

Het gros van de studenten komt uit Brabant, veel van hen groeiden op op een veehouderij. Veel studenten willen het familiebedrijf overnemen. “Wie vindt het spannend om het over te nemen?”, vraagt Sol. Slechts enkele handen gaan omhoog. “Wij allemaal toch”, zegt één studente zacht.

Sol vertelt de studenten wat het plan is voor de komende twee uur. Eerst met zijn allen bepalen wat de studenten in de toekomst nodig hebben om te kunnen boeren, dan bekijken wat minister Staghouwer in zijn Kamerbrief stelt, en dan kritische vragen formuleren.

Wat leren de jonge veehouderijstudenten op school?

Hoewel de Has in 1947 begon als boerenvakschool, is de hogeschool nu breder opgezet, met achttien hbo-opleidingen rondom agro, food en leefomgeving, zoals milieukunde en toegepaste biologie. Veehouderijstudenten worden opgeleid om ofwel een boerenbedrijf te runnen, ofwel om later als deskundige aan het werk te gaan in de agrarische wereld. De studenten krijgen bijvoorbeeld vakken over diervoeding, bodemgebruik en weidegang.

Volgens docent Sol is het curriculum ‘constant in ontwikkeling’, maar de stikstofplannen van het kabinet hebben nog niet tot plannen voor verandering in de lesstof geleid. Studenten worden niet ineens aangemoedigd om later minder koeien te gaan houden. “Maar we brengen studenten wel in contact met visies over verschillende verdienmodellen en houderijsystemen. Zoals boeren die er wat anders bij doen, een minicamping ofzo.”

De veehouderijstudenten zijn geen timide werkgroepclubje, blijkt al snel. “We hebben een langetermijnvisie nodig”, zegt Wim, één van de weinige studenten zonder zachte g, die ook bij de boerenprotesten in Stroe aanwezig was. “Een stal bouw je voor twintig of dertig jaar, niet voor vijf jaar.” Angelique maakt zich zorgen over geld. “We willen allemaal duurzaam en biologisch, maar wie gaat dat betalen?” Een andere jongen zegt dat hij vooral waardering wil vanuit de overheid. “Dat hoeft niet eens financieel, maar dat je soms een compliment krijgt en niet altijd het pispaaltje bent.”

Waar gaat het nu eigenlijk om?

In de klas neemt al snel de verontwaardiging over de stikstofplannen de overhand. Deels dragen de studenten daarbij dezelfde argumenten aan als boeren bij de protesten. Zo is er kritiek op de rekenmethodes die de plannen ondersteunen, en zou er te weinig echt gemeten worden in de natuur. (Ter verificatie: de stikstofplannen zijn wel degelijk gebaseerd op een groot aantal metingen in de natuur.) Ook klinkt het verwijt dat de boeren extra getroffen worden. De transportsector zou er goed vanaf komen. Soms klinken er echo’s van theorieën die onder boeren rondgaan, zoals dat het kabinet boeren wil wegjagen om bouwgrond te vergaren. “De overheid moet een eerlijk verhaal vertellen naar de burger”, zegt een tenger blond meisje in een zwart T-shirt. “Ze zeggen dat het gaat om stikstof, maar het begint erop te lijken dat het om de grond gaat.”

Ondanks hun woede proberen de veehouderijstudenten zich constructief op te stellen. “Ik zag veel boeren in Stroe alles ontkennen”, zegt Wim. “Dat vind ik dom, om heel hard te roepen: het hele stikstofprobleem is niet waar. Ik geloof ook niet dat het allemaal waar is, maar dit is wat de overheid vindt, en je moet wel in gesprek blijven met de overheid. Dan komt er vanzelf een oplossing.”

Sciencefiction voor Oegandese boeren

Na een rumoerig uur waarin veel kritiek klinkt en zorgen, legt student Wilco de vinger op de zere plek. “Het probleem is veel groter”, zegt hij. “We willen allemaal heel veel consumeren, en tegelijkertijd van alles voor het klimaat doen. Die twee dingen gaan absoluut niet samen.”

“Moet niet het hele agrofoodsyteem op zijn kop worden gezet?”, oppert docent Sol. Een blonde jongen die tot dan toe niets heeft gezegd, begint nerveus te lachen. “Succes ermee.” Andere studenten zien het ook niet direct voor zich. Hoe ze – in Sols woorden – niet alleen zouden kunnen ‘verbeteren’, maar ‘betere dingen kunnen doen’, een beetje zoals de auto-industrie, die op dit moment een omslag naar elektrisch rijden maakt.

Toch klinkt er op sommige momenten ook een sprankje hoop. Daniëlle (19) met lang bruin haar en een bril, vertelt dat er onlangs een man uit Oeganda op de melkveehouderij van haar ouders was om te zien hoe Nederlandse boeren werken. Sol herkent het verhaal. Hij was zelf ooit in Oeganda en liet daar filmpjes zien van de Nederlandse landbouw. Voor de Oegandese boeren was het een soort sciencefiction.

“Misschien geldt dat ook voor Nederlandse boeren over veertig jaar. Als ze filmpjes zouden zien van ons nu”, zegt Ido. “Misschien denken we nu: we worden die kant op geschopt, de overheid is knettergek. Maar kijken we over veertig jaar terug en denken: dat we het zo deden was helemaal niet wijs.”

Wilco Vink Beeld Maikel Samuels
Wilco VinkBeeld Maikel Samuels

‘Ik heb een plan A, en ga niet uit van een plan B’

Naam: Wilco Vink (19)
Komt uit: Wijngaarden, vlak bij Sliedrecht
Ouders: melkveebedrijf

“Ik heb een hele fijne jeugd gehad. Mijn ouders waren altijd thuis. Ik had heel veel vrijheid. Als kind gaf ik de kalfjes melk. Je groeit op met de boerderij, en ik heb altijd de wens gehad om het bedrijf over te nemen.

“Door de stikstofplannen maak ik me zorgen. Op dit moment heb ik geen perspectief. Ook heb ik het gevoel dat er een steeds grotere scheiding ontstaat tussen de stad en het platteland. Mensen in de stad weten te weinig over hoe het leven op het platteland is. Dat kan ik ze ook niet kwalijk nemen, want ze komen er zelf niet vandaan.

“Ik mis een langetermijnvisie bij de overheid. Elk kabinet heeft weer een andere visie en maatregelen waar we aan moeten voldoen. Maar ik geef niet op. Zonder langetermijnvisie van de overheid, word ik waarschijnlijk geen boer. Wat ik dan wel zou doen, weet ik niet. Ik heb een plan A, en ga niet uit van een plan B.”

Jan de Jong Beeld Maikel Samuels
Jan de JongBeeld Maikel Samuels

‘Zelf melkkoeien houden is mijn ultieme droom’

Naam: Jan de Jong (20)
Komt uit: Obbicht, vlakbij Sittard-Geleen
Ouders: vader is veearts

“Ik snap het idee achter de stikstofplannen wel, en denk ook dat verandering goed is. Maar kleine stappen zijn beter. Zeventig procent is een hele grote stap. Ik ben er niet tegen, maar de stap is wel erg groot.

“Ik kom zelf niet van een boerderij. Mijn vader is veearts, en van kleins af aan kom ik wel in aanraking met het agrarische. Ik ging als kind vaak mee op pad.

“Mijn ultieme droom is om zelf met melkkoeien aan de slag te gaan. Dat is vooral hier op de opleiding gegroeid. Geen megabedrijf, maar een klein- of middenbedrijf. Niet biologisch, maar wel met net zoveel aandacht voor dierenwelzijn en natuur. Ik denk niet dat je als boer alles uit je koeien moet willen halen.

“Eerlijk gezegd denk ik niet dat ik daadwerkelijk boer zal worden. Dat was ook al zo voor de stikstofcrisis. Waar haal ik vier of vijf miljoen vandaan om een bedrijf op te bouwen? Een baan in het agrarische beleid zie ik ook wel voor me. Maar die keuze om geen boer te worden, heb ik nog niet zo hard gemaakt. Het blijft mijn droom.”

Daniëlle Verdoold Beeld Maikel Samuels
Daniëlle VerdooldBeeld Maikel Samuels

Naam: Daniëlle Verdoold (19)
Komt uit: Giessenburg, bij Gorinchem
Ouders: melkveebedrijf

“Mijn vader zei altijd: ‘Als je mensen leert kennen, dan ga je met dieren werken.’ Ik vind die uitspraak wel kloppen. Ik heb geen leuke tijd gehad op de basisschool. Vandaar dat ik een connectie heb opgebouwd met de koeien bij ons op het bedrijf. Het klinkt misschien raar, maar het voelt als een vertrouwensrelatie. We hebben een paar koeien waar ik een hele goede band mee heb, zoals Roosje. Die komt altijd een aai halen bij me.

“In ons gebied moet de uitstoot met zevenenveertig procent omlaag. Van tweehonderd koeien terug naar honderd, dus. Dat is een grote verandering. Mijn vader maakt zich veel zorgen, maar daar heeft hij het niet continu over. We zijn in dat opzicht een typisch boerengezin: over gevoelens praten we niet zoveel.

“Het is mijn droom om later het bedrijf over te nemen, thuis of bij mijn vriend. Ik wil later sowieso werkzaam zijn in de agrarische sector. Ik denk na over mijn toekomst, want ik zie in dat ik door belemmeringen van de overheid misschien geen boer kan worden. Als het echt niet anders kan, dan word ik misschien adviseur. Maar we moeten er als boeren samen voor gaan zorgen dat we straks allemaal een toekomst hebben.”

De volledige namen van de studenten zijn bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:

In Nederland zijn boeren een beetje heilig

Zichtbaar en zeer invloedrijk als ze waren, wisten de boerenbedrijven lang rigoureuze ingrepen als de stikstofmaatregelen te voorkomen. De plattelandsidylle staat nu onder druk, maar is waarschijnlijk nog niet uitgewerkt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden