Thijs Devlin en Marieke Priester van stichting Wildopvang Avolare in Doorweth bij een zwaan die aan het herstellen is van een wond op zijn kop.
 Beeld Koen Verheijden
Thijs Devlin en Marieke Priester van stichting Wildopvang Avolare in Doorweth bij een zwaan die aan het herstellen is van een wond op zijn kop.Beeld Koen Verheijden

ReportageWildopvang

In dit dierenziekenhuis is plek voor zieke egels, zwanen, vossen én de patatkraai

Avolare is de eerste van wellicht een nieuwe generatie wildopvangcentra. Niet meer in de achtertuin bij een gedreven vrijwilliger, maar een complex met dierenziekenhuis en educatief centrum gebouwd van duurzame materialen.

Louël De Jong

Vanaf de provinciale weg N225 naar Doorwerth is wildopvang Avolare al te zien: een mooi houten complex aan de rand van het bos. Ernaast, op de oprit, staat een eigen dierenambulance. Het biobased gebouw is indrukwekkend. In april 2022 was de opening, directeur Thijs Devlin is sindsdien twaalf kilo afgevallen. Niet vanwege de stress, maar vooral door de afstanden die hij aflegde op het terrein.

Hij werkte zeven dagen per week, vijftien uur per dag, waarbij hij dagelijks 18 kilometer liep. Het hoorde bij de opstartfase, hij grinnikt erom, dit jaar hoopt hij het kalmer aan te kunnen doen. Tegelijk opent Avolare in 2023 pas écht haar deuren, momenteel worden groepen vrijwilligers opgeleid door Devlin, manager Marieke Priester en dierenarts Nouki Smeur.

Dierverzorgers moeten hier wat meer skills bezitten dan in een reguliere opvang aangezien Avolare ook een eigen dierenziekenhuis heeft. Devlin: “In de operatiekamer gelden bijvoorbeeld strikte hygiëneprotocollen. Ook hebben we een eigen apotheek en röntgenapparatuur waardoor we te maken hebben met allerlei wetgevingen. Die kennis en kunde is allemaal te leren. Wat we vooral belangrijk vinden is een goeie instelling. Avolare is gestoeld op idealisme. Je werkt hier vóór het dier. Niet met het dier.”

Het gaat daarbij om wilde vogels - van kleine zangvogels tot roofvogels – en kleine wilde zoogdieren zoals egels, eekhoorns, dassen en vossen. De zieke en gewonde dieren worden opgevangen, verzorgd en weer teruggezet in hun natuurlijke omgeving. Daarnaast wordt tijdelijk onderdak geboden aan ontheemde, exotische huisdieren, zoals papegaaien en slangen.

Gewond door menselijk toedoen

Ruim 80 procent van de dieren die binnenkomt, is gewond of ziek door menselijk toedoen. Daarom is er naast een zorgvleugel en royale binnen- en buitenverblijven een educatief bezoekerscentrum. Dat is vrij toegankelijk (open vanaf dit voorjaar) en geeft een inkijkje in het leven van Nederlandse wilde dieren. “We willen de wereld een beetje mooier maken door de harmonie tussen de mens en zijn natuurlijke omgeving te herstellen.”

Momenteel verblijven er veel egels in wildopvang Avolare. Door de droge zomer konden ze minder insecten vinden en zijn ze met lage reserves in winterrust gegaan. Beeld Koen Verheijden
Momenteel verblijven er veel egels in wildopvang Avolare. Door de droge zomer konden ze minder insecten vinden en zijn ze met lage reserves in winterrust gegaan.Beeld Koen Verheijden

Want de botsing tussen mens en dier is zelden kwaadwillendheid, weten ze bij Avolare. “Het gaat om dingen als de heg snoeien op het moment dat er jonge vogels in nesten zitten, robotgrasmaaiers die ’s nachts het gazon doen en egels aan stukken rijden, dieren die verstrikt raken in afval en honden die worden losgelaten in een gebied waar reekalfjes liggen. Het is vaak onwetendheid. We willen het begrip voor de natuur vergroten en daarmee diervriendelijk gedrag.”

Stress verminderen

Maar de zorg moest ook beter. Wilde dieren zijn enorm stressgevoelig. Wordt een vogel of das door verschillende mensen onderzocht en vervolgens vervoerd naar een dierenkliniek, dan bezwijken veel dieren alleen al daaraan. Avolare heeft een dierenarts in huis, alles gebeurt op één locatie. “Het is geen waardeoordeel ten opzichte van andere opvangcentra, dat wil ik benadrukken, ook daar is veel kennis, alleen hadden wij de middelen om het anders aan te vliegen. Dankzij een royaal startbudget kunnen we het anders doen.”

Dat geld kwam van initiatiefnemer en filantroop Gert-Jan Nefkens, die Devlin op een bijzonder moment in zijn leven ontmoette. Al jaren had Devlin – die als kind al gewonde uilen en egels in huis haalde - een duidelijke visie en droom voor een wildopvang. En in de tijd dat hij biologie studeerde in Wageningen, las hij een artikel over Nefkens die de wens had de eerste van een nieuwe generatie dierenopvangcentra in Nederland te bouwen, met meer capaciteit en kunde.

Wildopvang Avolare vangt kleine zangvogels op, maar ook roofvogels als buizerds. Beeld Koen Verheijden
Wildopvang Avolare vangt kleine zangvogels op, maar ook roofvogels als buizerds.Beeld Koen Verheijden

Nefkens werkte als vrijwilliger op de dierenambulance en merkte dat hij de dieren steeds langer, soms wel anderhalf uur, in zijn bus had omdat steeds meer opvangcentra hun deuren moesten sluiten - dat was rond 2009 toen de wetgeving rond wildopvang strenger werd. Devlin herkende zijn droom in deze plannen, maar hij werd ziek en alles stond stil.

Gelijke missie

Net toen hij zijn leven weer oppakte, vond hij een gewonde kat en belde de dierenambulance. Toevallig had Nefkens dienst, zo raakte het tweetal aan de praat. Er was een klik én eenzelfde missie. Nefkens wilde de wereld iets cadeau doen, Devlin had de kennis en ervaring met wilde dieren, Avolare was geboren.

Althans, het idee, want er volgden flinke tegenslagen - van omslachtige vergunningaanvragen tot de corona- en stikstofcrisis. De gevonden locatie bleek midden in een Natura 2000-gebied te liggen. Het was een van de ruim 18.000 bouwprojecten in Nederland die stil kwamen te liggen. Maar was de eerste die tóch verder kon, omdat gekozen werd voor houten skeletbouw.

Op een andere locatie werd prefab het merendeel voorbereid, waardoor de bouw ter plekke minder intensief en zwaar was. Zo kon er gewerkt worden met elektrische hijskranen en graafmachines. “De moddervlakte die dit was voor de bouw, is nu een groene oase aan het worden. Met alleen al buiten 150 verblijven. We zijn gestart in de luwte, dit jaar gaan de mensen ons echt leren kennen. Daar hebben we veertien jaar naartoe gewerkt.”

Roofvogels uitdagen

Een van de buitenverblijven is een enorm onderkomen voor roofvogels. Hoe moest dat eruitzien? Voorbeelden waren er niet. Wel wisten ze dat de vogels bewegingsvrijheid nodig hebben tijdens hun revalidatie omdat ze anders te veel verzwakken. Devlin zocht het internet af en kwam uit in Dubai, waar veel oliesjeiks een roofvogel houden als statussymbool.

Hij zag enorme, ronde volières in donutvorm. Het bleek essentieel dat roofvogels het einde van de volière niet zien. Anders zien ze het nut van vliegen niet. De uitdaging ligt om de hoek, in het onbekende. Daarom heeft het verblijf ook hier een organische vorm, met bocht erin. Zo vliegen de dieren tijdens hun herstel kilometers aaneen. Twee dagen geleden heeft Devlin nog een genezen buizerd uitgezet, de mooiste die hij ooit zag.

Momenteel zijn er niet veel dieren in huis. Het is laagseizoen. Wel komen veel egels nu in de problemen omdat ze met te weinig reserves de winterrust zijn ingegaan, wat weer alles te maken heeft met de droge zomer en insecten die daardoor dieper in de grond zaten. “Maar vanaf april wordt het druk. We rekenen straks op tienduizend dieren per jaar, in het hoogseizoen zijn dat er driehonderd per dag. Al zal de schaalvergroting in fases gaan.”

Gewonde zwaan

Dan wordt het gesprek onderbroken omdat Priester melding krijgt van een gewonde zwaan met een dobber in z’n poot. Of ze de dierenambulance kunnen assisteren? Devlin zegt toe vanmiddag tijd te hebben. “Voor lastige vangacties moet je kennis van het betreffende dier hebben, op de dierenambulance krijgen ze vooral te maken met huisdieren.”

In een van de binnen-bassins verblijft een andere gewonde zwaan. Het tweetal wil kijken hoe het met de hoofdwond is. Via een hygiënesluis lopen we op gedesinfecteerde kaplaarzen langs de operatiekamer, röntgenapparaten en een laboratorium met microscopen.

In een speciale ruimte staan twee vriezers: een met kadavers om af te voeren, een met kadavers voor onderzoek. Die zijn bestemd voor Wageningen Universiteit en de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, bijvoorbeeld voor onderzoek naar hazenpest.

Patatkraai

In een van de witte hokken op de intensive care zit een ‘patatkraai’. Priester: “Die noemt men zo omdat ze door te eenzijdig voedsel, veel te veel zetmeel, een slecht verenkleed hebben en niet meer kunnen vliegen. Kraaien en kauwen zijn ontzettend slim, die wandelen zo een snackbar binnen en wachten bij een stoplicht op rood zodat ze rustig op de weg voedsel kunnen pikken.”

Door eenzijdige voeding zijn de vleugels van deze 'patatkraai' verzwakt geraakt. Beeld Koen Verheijden
Door eenzijdige voeding zijn de vleugels van deze 'patatkraai' verzwakt geraakt.Beeld Koen Verheijden

“Deze kraai at waarschijnlijk vooral friet. Het is dan een vicieuze cirkel: ze kunnen niet meer vliegen, dus blijven ze in de stad en eten alleen mensenvoedsel. Onder narcose trekken wij alle slechte slagpennen eruit zodat er hopelijk een sterk, nieuw verendek groeit.”

De gewonde zwaan is nog jong. Verstoten door zijn ouders om zelfstandig te worden. Dat gaat er ruw aan toe volgens Devlin, maar de verwonding komt waarschijnlijk door een aanrijding. “Jonge zwanen zijn nog wat onhandig. Tijdens de winter leven ze vaak samen in groepen, dat zijn een soort studentenhuizen in weilanden. Wat chaotisch allemaal. Deze kwam meer dood dan levend binnen, en kijk nu, de wond geneest prachtig. Het is niet meteen een medisch circus hier, vaak kunnen dieren goed herstellen met alleen wat pijnstillers en rust.”

Hoewel Avolare (met dieren uit heel Gelderland en iets daarbuiten) een mooi startkapitaal had, is het nu ook grotendeels afhankelijk van fondsen, sponsoring en giften. Er zijn gemeenten en provincies die wat bijdragen, eenduidig is dat niet. Toch zou het volgens Devlin mooi zijn als er meer dierenopvangcentra zoals Avolare zouden komen. Geprofessionaliseerd, met alles in huis.

Ethische kwestie

Is wildopvang wel noodzakelijk? Regelt de natuur het niet organisch zelf? Met die discussie is hij bekend: “Die tachtig procent van de dieren die door menselijk toedoen in de problemen komt, wordt vooral in de menselijke omgeving gevonden. Een dier dat in het bos gewond raakt of erg ziek wordt, sterft daar ook. Die zien wij hier niet. Het zijn de spechten die tegen het raam vliegen en de jonge vogeltjes die kinderen mee naar huis nemen, die we binnenkrijgen.”

“En de vossen die woonwijken inkomen omdat ze worden gevoed door mensen - met de beste bedoelingen. Voor mij is het een ethische kwestie: door ons – de mens – is het dier in de problemen gekomen. Daarom is het onze morele plicht ze te helpen. Bovendien hebben dieren in nood simpelweg recht op hulp. Dat staat in de wet.” En zo stappen ze in hun ambulance, op weg naar de gewonde zwaan met dobber in z’n poot.

Lees ook:

Het is razend druk door de storm met verzwakte vogels

Wildopvang De Fûgelhelling in Ureterp zit vooral door de storm vol met verzwakte vogels. ‘We steken alleen energie in kansrijke vogels. Een vogel die een vleugel mist of een breuk heeft die niet kan helen, moeten we euthanaseren.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden