Natuurherstel

Het zal jaren duren, maar de natuur gaat stikstofreductie zeker merken

Dronefoto van koeien in de wei bij een melkveehouderij aan de rand van natuurgebied Het Wierdense Veld in Twente. Beeld ANP / Vincent Jannink
Dronefoto van koeien in de wei bij een melkveehouderij aan de rand van natuurgebied Het Wierdense Veld in Twente.Beeld ANP / Vincent Jannink

Een bontgekleurd kaartje van Nederland houdt de boeren in de greep: hoeveel stikstof moet waar worden gereduceerd? Vooral de aangekondigde krimp van de veestapel, met soms wel meer dan de helft van de dieren, is een gevoelig punt. Vier vragen over de ratio achter het stikstofbeleid.

Rob Buiter

Wat schiet de natuur ermee op als de veestapel krimpt?

Stikstof vermest en verzuurt de natuur. Een heel klein deel van de planten – grassen, brandnetels, bramen – vaart wel bij overbemesting, maar de overgrote meerderheid van de planten legt het af bij een stikstofoverschot.

Ook bomen als de eik hebben last van de verzuring. Bij een eik horen driehonderd verschillende soorten specifieke insecten die samen met de boom achteruitgaan. Op de zandgronden van bijvoorbeeld de Veluwe komen ook steeds minder bosmieren voor, wat door ecologen geweten wordt aan de verzuring en de vermesting. Dat werkt weer door naar miereneters als spechten, waaronder de bijzondere draaihals.

Een ander beroemd slachtoffer is het korhoen, dat door ‘vergrassing’ van de heide en daardoor een gebrek aan insecten voor de jongen is verdwenen. De verzuring zorgt ook voor kalkgebrek in de natuur, waardoor jonge mezen op de Veluwe soms al in het nest hun pootjes breken.

Het korhoen verdween van de Veluwe door de vergrassing van de heide – een gevolg van het hoge stikstofgehalte daar.  Beeld Koos Dijksterhuis
Het korhoen verdween van de Veluwe door de vergrassing van de heide – een gevolg van het hoge stikstofgehalte daar.Beeld Koos Dijksterhuis

Ondanks flinke reducties uit het verleden komt twee derde van alle reactieve, ofwel schadelijke, stikstof die in Nederland wordt uitgestoten en weer uit de lucht valt, nog steeds uit de landbouw. Bij die landbouw is dus ook nog steeds de grootste winst voor de natuur te behalen.

De opgave om stikstof terug te dringen is gekoppeld aan de ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Hoe dichter bij de natuur, hoe meer er gereduceerd moet worden. Zou het probleem niet beter beheersbaar zijn wanneer al die natuur op één of twee plekken geconcentreerd zou zijn?

“Dat is een illusie”, benadrukt Wim de Vries, hoogleraar milieusysteemanalyse aan de Wageningen Universiteit. “Ammoniak kan zich over honderden kilometers verspreiden. De hoeveelheid stikstof die via ammoniak uit de lucht komt, dus de depositie, is weliswaar hoger dicht bij een bron, maar per saldo ligt er gewoon een deken over heel het land en zelfs over heel Europa. Je kunt je dus afvragen of zo’n gedetailleerde kaart wel een slimme aanpak is.

“Misschien was het beter geweest om te zeggen: overal moet de veehouderij ten minste 25 procent reduceren, wat met technische maatregelen en zonder reductie van de veestapel goed te doen is. Vervolgens leg je een extra opgave bij de bedrijven en de gebieden die de grootste uitstoot hebben. Want laten we wel wezen, we hebben nu eenmaal wel democratisch afgesproken dat we in 2030 de helft van de uitstoot eraf zullen halen. Dan is het ook logisch dat sommige gebieden meer moeten doen en andere minder.

“Bedenk ook dat stikstof maar één van de grote problemen is waar we mee te kampen hebben. Het gaat óók om klimaatverandering en óók om de waterkwaliteit. We zouden die problemen veel meer in samenhang moeten aanpakken, in plaats van nu die eenzijdige focus op stikstofuitstoot vlak naast erkende Natura 2000-gebieden”, vindt De Vries.

Zal de natuur echt reageren op het terugdringen van de stikstofuitstoot?

De coronacrisis heeft laten zien dat reductie vrijwel direct te meten is. Toen iedereen noodgedwongen thuis moest werken, registreerden de ‘stikstof-satellieten’ vrijwel direct minder stikstofoxiden – voornamelijk afkomstig van het verkeer – in de lucht. “Maar de reactie van de natuur kan wel even op zich laten wachten”, stelt De Vries.

Aan de rand van Wageningen volgt emeritus hoogleraar natuurbeheer Frank Berendse samen met collega’s al tientallen jaren een serie proefveldjes. Na het terugdringen van de stikstofuitstoot in de jaren negentig – een prestatie die voor een groot deel op het conto van de landbouw kon worden geschreven – zagen Berendse en collega’s al vrij snel verschillende planten terugkeren tussen de monoculturen van grassen. “Maar voordat de natuurgebieden de overmaat aan stikstof en de bijbehorende problemen echt kwijt zijn, daar zullen vele jaren overheen gaan”, waarschuwt De Vries.

Iets minder dan de helft van de stikstof die hier neerdaalt, komt uit het buitenland. Heeft het dan wel zin om hier zoveel ingrijpende maatregelen te nemen?

“We exporteren viermaal zoveel stikstof als dat we importeren”, nuanceert De Vries. “Stikstof is daarmee een internationaal probleem, met een hoofdrol voor grote uitstoter Nederland. Natuurlijk moeten andere landen ook hun steentje bijdragen. Maar aan de Europese onderhandelingstafel kunnen we pas een vuist maken als wij zelf eerst ook een stevige bijdrage leveren. Per hectare zijn wij nog steeds de grootste uitstoter in Europa.”

Lees ook:

Boeren moeten snel technische, financiële en psychologische hulp krijgen

Hoogleraar stikstofproblematiek Jan Willem Erisman is een van de prominentste experts op het gebied van stikstof en gaf talloze adviezen aan de overheid. Het kabinetsplan volgt zijn denklijn. Hoe kijkt hij aan tegen de gepresenteerde plannen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden