Muralmuurtjes in Zeeland, daar groeien hele bijzondere mossen en korstmossen op.

ReportageBiodiversiteit

Het water hielden ze niet tegen, maar voor de natuur werden deze Zeeuwse muurtjes alsnog waardevol

Muralmuurtjes in Zeeland, daar groeien hele bijzondere mossen en korstmossen op.Beeld Arie Kievit

Het water tegenhouden, daarin faalden de Zeeuwse muraltmuurtjes. Nu blijken ze toch waardevol, als hotspot voor mos en korstmos. “Voor kleine insecten is dit een geweldig bos.”

Frank Straver

Vanaf de dijk bij het Zeeuwse dorp Scherpenisse (Tholen) is het uitzicht schilderachtig mooi. De witte molen, ‘De Korenbloem’, schittert tussen de wuivende bomen en grassen door in de zomerzon. Rode daken maken het kleurpallet compleet. Toch werpen Sam Janse (41) en Naomi Oostinga (24) hun blik omlaag. Daar zien de medewerkers van Landschapsbeheer Zeeland een kunstig tafereel waar het uitzicht over Scherpenisse niets bij is. Op het licht-betonnen muurtje bovenop de dijk, een van de historische zogeheten muraltmuurtjes in Zeeland, is een gevlekt scala aan kleuren te bewonderen. Van donkergroen en diepblauw tot kleine spikkels okergeel en oranje. Als we het dan toch met kunst vergelijken, komt Gustav Klimt er het dichts bij in de buurt.

Oostinga heeft een loepje in haar hand. Om alle mossen en kortmossen die hier groeien goed te kunnen bekijken volstaat het blote oog niet. “Je kunt alles pas echt goed zie met een vergrootglas, maar liever nog onder de microscoop”, zegt ze terwijl ze een handboek over mossen aan haar arm meetorst. Landschapsbeheer Zeeland heeft, samen met vrijwilligers, in kaart gebracht welke soorten mos en korstmos groeien op de honderd jaar oude muraltmuurtjes. Ze kwamen tot 25 soorten. “Dat is best al leuk voor een jonge biotoop van een eeuw oud”, zegt Janse. In totaal zijn er 624 soorten te vinden, volgens de laatste ramingen, maar dat zijn soorten die al duizenden jaren konden groeien. “We hebben geen nieuwe mossen of korstmossen ontdekt, maar de combinatie van aangroei maakt de biotoop op de Zeeuwse muurtjes uniek”, zegt Janse.

Voor kleine insecten is dit een bos

Op de korrelige, donkere begroeiing kruipt een gifgroene rups. “Een lindepijlstaart”, weet Oostinga. Die toekomstige vlinder kruipt rustig door de mossen heen. De begroeide muraltmuurtjes bieden plek aan allerlei insectensoorten, ontdekten ze bij Landschapsbeheer Zeeland. “Springstaarten, kelderpissebedden, zwartkoppen, de dwergspektor”, zo somt Oostinga wat voorbeelden op. Zo zijn er veel meer kruipertjes, vaak piepklein, voor wie het goed toeven is tussen de mossen en korstmossen. “Voor kleine insecten is dit een geweldig bos”, zegt Janse. Dat trekt ook weer vogels aan en zoogdieren. Omdat de muraltmuur bij Scherpenisse bijna één kilometer lang is, biedt het aan begroeiing meer dan een losse boom of een hekwerk, waar ook mos en korstmos op kan groeien.

Gelobde citroenkorst. Beeld Arie Kievit
Gelobde citroenkorst.Beeld Arie Kievit

“Even over die twee, mos en korstmos…”, zegt Janse. “Dat zijn dus totaal andere dingen.” In een lesje biologie vat hij soepel nog eens samen dat mos goed groeit bij vochtig weer, een beetje zoals aanslag op tuintegels, terwijl kortmost goed gedijt bij droogte. “Korstmos is helemaal geen mos, dus van die naam klopt niet zoveel”, zegt hij. Het is de combinatie van begroeiing, een symbiose tussen diverse soorten, die het totaalplaatje uniek maakt. “Het zijn chemische fabriekjes”, zegt Janse terwijl hij door de knieën zakt en wijst op wollige vlekjes. Externe factoren moeten daar ruimte voor bieden. “Het zoutgehalte, ammoniak, stikstof, daar moet een goede balans in bestaan.”

Dat de muraltmuurtjes, waarvan Zeeland er nog enkele tientallen heeft staan, daarin slagen geeft ze volgens Landschapsbeheer Zeeland waarde voor de natuur. Dat is maar goed ook, want de opdracht die ze oorspronkelijk hadden, het water tegenhouden, vervulden ze niet. Bij de watersnoodramp in 1953 spoelde het water met het grootste gemak onder de muren door. Daarmee bleken de muurtjes bovenop dijken, na de stormvloed va 1906 ontworpen door waterbouwkundige Robert de Muralt, een technische mislukking. Een deel werd gesloopt, sommige muurtjes werden met beton volgestort. Om wat resterende muraltmuurtjes, die reiken tot de hoogte van je middel, te behouden kreeg een deel officieel de monumentale status. Deze hier in Scherpenisse niet. “Daar ijveren we ook niet voor”, zegt Janse. “Liever stimuleren wij de bescherming ervan door de waarde, zowel historisch als voor de natuur ervan uit te dragen.”

Mos checken op je mobieltje

Met een lespakket laat Landschapsbeheer Zeeland basisschoolkinderen ontdekken wat er allemaal groeit en bloeit bij de muraltmuurtjes. “Dat past prima in een biologiepakket. Van dichtbij kunnen ze van alles bekijken en de soorten mos checken op hun mobieltje.” Dat vinden kinderen net zo leuk als vogels bedijken of krabben zoeken, is zijn overtuiging. Zo’n uitje naar een muraltmuurtje draagt bij aan natuureducatie, denkt Oostinga. “Als de ouders met een hogedrukspuit of anti-alg aan de slag gaan in de eigen tuin, vraagt een kind zich toch eerder af: is dat nou wel nodig?”

De namen van de begroeiing, die zijn ook dankbaar te gebruiken in lesverband. Vaak zijn het nogal letterlijke omschrijvingen van de uitstraling of de kleur van de soorten. “Vliegenstrontjes, kauwgummos, boerenkoolmos, sinaasappelkorstmos, gelobte citroenkorst.” Oostinga en Janse vinden die namen allemaal zo treffend, dat ze zelf geen betere opties bedachten bij het categoriseren van de Zeeuwse mossen en korstmossen. Dat deden ze niet allemaal zelf.

Onbekend met natuurwaarde van aangroei

Eén medewerker van het team nam het meeste speurwerk voor zijn rekening. Hij kroop, in zijn uppie, de volledige muraltmuur af om in kaart te brengen wat erop groeit. Wandelaars spoedden zich bezorgd naar hem toe. ‘Meneer, gaat het wel met u?’, vroegen die. Dat is wel tekenend voor de onbekendheid met de natuurwaarde van aangroei op een muurtje, vindt Janse. “Een gemiddelde wandelaar loopt hier straal aan voorbij.” Dat de muurtjes, hoog en tussen gras en bomen, een beetje verscholen staan draagt niet bij aan hun bekendheid. Met vrijwilligers houdt Landschapsbeheer Zeeland woekerende grassen in toom, zodat de muur in elk geval zichtbaar blijft. “Dat is ook goed om verstikking tegen te gaan”, zegt Oostinga.

Het toeval wil dat er net een medewerker met een snerpende handmaaimachine begint te snoeien. Oostinga en Janse schrikken daar niet van. De gemeente weet wel dat de muurtjes van belang zijn. “Er is gelukkig nooit iemand geweest die de staalborstel erop wilde zetten om het even netjes schoon te maken”, lacht Janse. Dat zou een nachtmerrie zijn, zoals kunstwerken in musea die door overijverige schoonmakers werden weggegooid of afgesopt. Al te voorzichtig met de aangroei op de muraltmuur omspringen is ook weer niet nodig, weet hij.

Gelobde citroenkorst . Beeld Arie Kievit
Gelobde citroenkorst .Beeld Arie Kievit

Niet kapot te krijgen

Bij aanvang van het interview zit Janse samen met Oostinga bovenop het muurtje de verslaggever op te wachten. Is dat wel zo handig, bovenop een uniek ecosyteem gaan zitten? “Het kan tegen een stootje”, verzekert Janse. Sterker nog, gaat hij verder, bij experimenten in de ruimtevaart blijkt dat sommige korstmossen vrijwel niet kapot te krijgen zijn. “Ze worden bevestigd aan de buitenkant van een raket. De hevige luchtdruk, straling en extreme temperaturen doet ze weinig. In tegenstelling tot het ruimtehondje Lajka bleek korstmos prima te kunnen overleven in een buitenaardse omgeving. “De astrobiologie wil op basis daarvan leren hoe wij mensen in de ruimte zouden kunnen overleven”, weet Janse. “Over korstmos valt nog zóveel te ontdekken.” Daarom bevreemdt het hem dat er nooit een leerstoel is opgericht die enkel en alleen op korstmos gericht is. Internationale congressen zijn er wel, maar de wetenschap die onderzoek doet naar korstmos wordt wat Janse betreft te gemakkelijk onder de noemer ‘botanie’ ondergebracht.

Onbekend maakt onbemind, denkt Janse. “Onderzoekers kijken toch liever naar gewassen of dieren, die veel ontwikkeling laten zien. De korstmos en mos op de muraltmuurtjes groeit slechts 0,1 millimeter per jaar. Feitelijk treffen de onderzoekers, behalve veranderende kleurstellingen, dus steeds nagenoeg dezelfde begroeiing aan. Toch kunnen ze blijven turen, naar alle details en patronen. “Dit tref je alleen aan in Zeeland”, zegt Oostinga. “Dat is toch gaaf? Dit moet behouden blijven.”

Hoop op herstel

Wereldwijd dreigen een miljoen soorten te verdwijnen. De biodiversiteitstop in Kunming, China, moet komend voorjaar de weg wijzen naar herstel. In Nederland is de stand van zaken dramatisch, maar er is ook hoop. Trouw gaat in de twaalf provincies op zoek naar hoe het beter kan. Vandaag: Zeeland.

null Beeld

Lees ook:

In dit tempo is Nederland binnenkort wereldkampioen soortenverlies

De biodiversiteit in Nederland staat er beroerd voor. De urgentie om de dalende trend van soortenverlies om te buigen is groot, juist hier. Maar er is hoop. ‘We zitten volop in een omslag.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden