Vliegend hert. Beeld Getty Images
Vliegend hert.Beeld Getty Images

Jelle's WeekdierVliegend hert

Het tij lijkt in Nederland te keren ten gunste van de vliegende herten

Jelle Reumer

Het is een jaar of tien geleden dat ik wandelend in de westelijke Haute-Vienne in Frankrijk een groot bruin ding zag liggen. Het had de maat van een klein drolletje maar bleek een dode kever. Een enorme kever met vervaarlijke uitsteeksels aan de kop. Er zijn van die dieren die je nog nooit in het echt hebt gezien maar toch meteen herkent. Dit was er zo een. Het was een vliegend hert, hoewel dit exemplaar niet meer vloog. Hij was dood.

Ik heb het puntgave lijkje meegenomen en het staat sindsdien bij mij thuis opgeprikt en met gespreide vleugels mooi te zijn in een klein houten sigarenkistje. Het is een mannetje, geen bijzonder groot exemplaar met zijn bijna 6 centimeter lengte (ze kunnen wel 9 centimeter lang worden), maar daarom niet minder indrukwekkend. Hij heeft een vleugelspanwijdte van 8,5 centimeter. Sindsdien heb ik nog wel meerdere exemplaren gezien, gelukkig ook levend.

De omgeving waar ik mijn dode kever vond was een bosrijk gebied, met wouden vol grote, oude en ook dode bomen; vooral eiken, maar ook veel tamme kastanjes. Het is de habitat waar vliegende herten zich thuis voelen, want hun larven hebben voor hun ontwikkeling oud, rottend en beschimmeld hout nodig. Dat is in ons zo aangeharkte en opgepoetste land minder uitbundig aanwezig dan daar in Frankrijk.

Ooit waren ze uiterst zeldzaam

Maar het tij lijkt hier te keren ten gunste van de vliegende herten. Nature Today publiceerde een interessante grafiek van het aantal waarnemingen in ons land. Tot de eeuwwisseling waren ze uiterst zeldzaam. Daarna steeg het aantal waarnemingen tot enkele honderden per jaar, maar vanaf 2018 zien we een snelle stijging. Vorig jaar waren er al meer dan 1700 exemplaren gespot. Wel is de verspreiding vooralsnog beperkt tot Zuid-Limburg, de Veluwe en enkele kleinere bosgebieden, zo zien we op de webpagina van de Werkgroep vliegend hert. Er wordt een relatie gelegd tussen de toename en de droogte van de laatste jaren, die ervoor heeft gezorgd dat veel eiken zijn doodgegaan en staan af te takelen. Ze zijn daarmee een voedselbron voor de hertenlarven geworden.

Vliegende herten (Lucanus cervus – dat cervus is ook de Latijnse naam voor het edelhert) zijn de grootste kevers van ons land. Het zijn bladsprietkevers en daarmee familie van meikevers, junikevers en neushoornkevers. Het zijn geen kleintjes, de leden van deze familie, en ze zijn eenvoudig herkenbaar aan hun antennes. Aan het eind van de sprieten bevindt zich een serie parallelle flapjes, als de blaadjes van een minuscuul boekje. Het is alsof de kever je tegemoet treedt met in elke hand een klein boekje.

We zien in ons land steeds vaker insecten en andere soorten, ook planten, die tot voor kort in zuidelijker streken vertoefden. Denk aan de zuidelijke boomsprinkhaan, de wespspin, de eikenprocessierups. Met de jaren verschuift hun verspreidingsgebied naar het noorden. Meestal heeft dat te maken met klimaatverandering, maar in het geval van de vliegende herten ligt het eerder aan de toegenomen hoeveelheid dood hout. Hoewel ook dat dankzij de droogte van de laatste jaren uit klimaatverandering voorkomt.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden