De Waalbrug bij Nijmegen

ReportageRivieren

Het slijten van rivierbodems is een sluipend gevaar met grote gevolgen

De Waalbrug bij NijmegenBeeld ANP

De grote rivieren zakken naar een historisch lage waterstand. Dat zorgt voor problemen voor de scheepvaart, de landbouw en de natuur. De schadelijke effecten worden versterkt door het uitslijten van de rivierbodems van de Waal, Maas en IJssel.

Wim Eikelboom

“Het was hier een walhalla van roerdompen.” Staatsbosbeheer-boswachter Twan Teunissen groeide op in het rivierengebied ten zuiden van Nijmegen. Als jonge vogelaar genoot hij van de roerdompen in de rietmoerassen van Groenlanden in de Ooijpolder. Nu is hij medeverantwoordelijk voor het beheer van riviernatuur in natuurgebied de Gelderse Poort.

De roerdompen zijn echter verdwenen als gevolg van verdrogende rietvelden. “Behalve roerdompen zaten hier ook bruine kiekendieven. Dit was het allerlaatste territorium van de woudaap in de wijde omtrek. Het zijn allemaal vogels die houden van nattigheid. Nu staan we hier op droge grond en al deze broedvogels zijn foetsie.”

De rietvelden hier verdroogden niet als gevolg van ontwatering door de landbouw of door klimaatverandering. Teunissen wijst naar de rivier die hemelsbreed 500 meter verderop stroomt, de Waal. “De afgelopen veertig jaar is de Waal ruim anderhalve meter dieper komen te liggen. De rivierbodem is uitgesleten.” Het gevolg daarvan is dat de rivier een aanzuigende werking heeft op het grondwater in de aangrenzende uiterwaarden. “Alle grondwater zakt naar het laagste punt en dat is de rivierbodem. De Waal trekt dus ondergronds alle water naar zich toe. Met dramatische gevolgen voor de riviernatuur.”

Wilgen die afsterven

Behalve verdrogende rietmoerassen, leggen ook steeds meer ooibossen het loodje. Ooibos is bos van wilgen en populieren dat spontaan groeit langs de rivieren. In de Ooijpolder zijn dat echte wildernisbossen waar de natuur de vrije gang kan gaan. “Je ziet steeds meer wilgen die afsterven. Dat is een verdrogingseffect door het lage peil van de Waal. Het is jammer als het ooibos verdwijnt, want op Europese schaal is zachthoutooibos langs rivieren best schaars.”

Je kunt er ook anders naar kijken: Op de plek waar natte natuur verdwijnt, komt droge natuur terug. Dat hoort toch bij de dynamiek van riviernatuur waarvoor gekozen is? Teunissen: “De insnijding van de rivieren hebben we als mens zelf veroorzaakt. We hebben de grote rivieren in een keurslijf gelegd, waardoor ze veel harder zijn gaan stromen en uitslijten. Dat is niet alleen voor de natuur een probleem, maar ook voor de scheepvaart en voor huizenbezitters vlakbij de rivier die te maken krijgen met verzakkingen van hun woning. Het is voor alles en iedereen om ons heen een probleem.”

Rivierdeskundigen slaan alarm over de dalende rivierbodems. Ook het eerder deze maand verschenen rapport Systeembeschouwing van de Rijn en Maas van het Programma Integraal Riviermanagement noemt de daling van de rivierbodems zorgwekkend. Het is een onderschat maatschappelijk probleem, dat dringend vraagt om maatregelen.

Gevolgen van eigen ingrepen

Frans Klijn van het wetenschappelijk waterinstituut Deltares schreef mee aan de systeembeschouwing. Hij noemt het zakken van de rivierbodems ‘een alarmerende en urgente kwestie’. “We hebben nu last van de gevolgen van ingrepen die we de afgelopen eeuw hebben gedaan om veilig te kunnen wonen en werken in het rivierengebied”, zegt hij.

“In het verleden hebben we de riviergeulen vastgelegd met kribben en strekdammen. We hebben bochten afgesneden, waardoor de uiterwaarden minder vaak onderstromen. Dat heeft als gevolg dat de rivier minder zand van de oevers meeneemt. Dan pakt de rivier het zand van de bodem en daardoor is de slijtage in gang gezet. Het eroderen is een zichzelf versterkend proces: hoe dieper de rivier zich insnijdt, hoe sneller de uitschuring gaat.”

De uitslijting van de in een keurslijf gelegde rivieren voltrekt zich met een paar centimeter per jaar. Opgeteld gaat het hier en daar om een daling van ruim twee meter. Op enkele plekken zijn ook kuilen ontstaan van soms wel vijf tot tien meter diep. Deze zogeheten erosiekuilen doen zich met name voor in de Maas, maar ook in de Waal.

Alerte binnenvaartschippers

Bij havens en sluizen zijn binnenvaartschippers nu al extra alert. De bodem zakt daar niet mee, omdat er beton is aangebracht. Daardoor hebben vrachtschepen met veel diepgang soms moeite om zulke drempels over te komen.

In de buitenbocht van de Waal bij Nijmegen is dertig jaar geleden een drempel aangebracht over een afstand van twee kilometer. De bedoeling was om de dalende rivierbodem te keren. Die drempel steekt nu zover boven de bodem uit, dat het een risico vormt voor de scheepvaart. Hier heeft Rijkswaterstaat al een noodmaatregel getroffen door zand te storten, zodat de drempel wordt weggewerkt.

Klijn wijst ook op andere gevaren. “Op rivierbodems liggen kabels en leidingen. Die kunnen bloot komen te liggen. Oevers, kades en waterkeringen kunnen instabiel worden. Door lagere grondwaterstanden langs de rivieren kunnen funderingen van huizen en gebouwen worden aangetast.”

Deltares-professor Frans Klijn noemt het zakken van de rivierbodems ‘een alarmerende en urgente kwestie’. 
 Beeld Wim Eikelboom
Deltares-professor Frans Klijn noemt het zakken van de rivierbodems ‘een alarmerende en urgente kwestie’.Beeld Wim Eikelboom

Te weinig water in de IJssel

De gestage daling van de rivierbodems heeft nog een ingrijpende bijwerking die met zich met name voordoet als de Rijn weinig water aanvoert, zoals in deze zomermaand. Als de Rijn ons land binnenstroomt is er een verdeelpunt om het water over de IJssel, Nederrijn en Waal te verdelen. “De rivierbodem van de Waal zakt sneller dan die van het Pannerdensch Kanaal. Daardoor trekt de Waal teveel water en krijgt de IJssel juist te weinig. Dat heeft gevolgen voor het IJsselmeer, want de IJssel voedt het IJsselmeer.”

Het IJsselmeer is onze nationale regenton. De drinkwaterwinning van Noord-Holland is afhankelijk van het vers IJsselmeer. Als er minder IJsselwater instroomt, verzilt het IJsselmeer sneller en dan kan de winning van drinkwater in gevaar komen. Klijn: “Ook dit proces versterkt zichzelf. Er stroomt steeds meer water door de rivieren waarvan de bodem het verst is gezakt. Daardoor slijt de bodem hier nog sneller. Zo gaat er dus steeds meer water de verkeerde kant op, namelijk de Waal op en niet richting IJsselmeer.”

Hoe kan er een halt worden toegeroepen aan de alsmaar voortgaande uitslijting van de bodems van de Waal, Maas en IJssel? In de Nederrijn is dat min of meer vanzelf gebeurd, omdat deze rivier een aantal stuwen kent. In de Systeembeschouwing Rijn en Maas dragen rivierdeskundigen een aantal oplossingen aan. Zoals stoppen met zandwinning uit de bedding van de rivieren. Zo krijgen we de rivierbodems weer omhoog.

Commerciële zandwinning

In de Waal wordt jaarlijks naar schatting 100.000 kuub zand uit de rivier gewonnen door commerciële bedrijven. Ook in de Maas is er nog vrij veel zand- en grindwinning. In de IJssel wordt nog wel zand weggehaald op plekken waar de scheepvaart er last van heeft. Maar dat zand wordt elders stroomopwaarts teruggestort.

De zandwinners verzetten zich hier op voorhand tegen, laat Leonie van der Voort van Cascade weten. Cascade, vereniging van oppervlaktedelfstofwinners, is de belangenorganisatie van commerciële zand- en grindwinning in het rivierengebied. “Er is meer dan voldoende zand aanwezig. Nederland is een relatief klein land waar veel doelen strijden om ruimte. Winning van zand en grind lijken vaak aan het kortste eind te trekken. Men realiseert zich dan niet dat zand een primaire bouwgrondstof is.”

Behalve het stopzetten van zandwinning in de grote rivieren is er volgens rivierexperts nog een ingrijpende maatregel het overwegen waard: duizenden kubieke meters zand van elders storten in de Rijn. “Door de rivierbodem in de Waal te verhogen, krijgen we weer een grotere wateraanvoer naar het IJsselmeer”, zegt Frans Klijn.

Duitsers verhogen

De Duitsers doen dat al een poos. Ter hoogte van Iffezheim kieperen ze jaarlijks 330.000 ton zand en grind in de Rijn, om de dalende rivierbodem op te hogen. Ons land profiteert daar een beetje van. Want bij Lobith is de Rijnbodem vrij stabiel door het meegevoerde sediment uit Duitsland.

Professor Klijn bepleit niet alleen grootschalige zand- en grindaanvullingen in de rivieren, maar ook het verlagen van kribben, de stenen dwarsliggers op de stroom. “Die knijpen de rivieren af bij middelgrote afvoeren. Als je kribben verlaagt, rem je erosie van de bodem.” In de Waal is dat inmiddels gebeurd tussen Ewijk en Gorinchem.

Niets doen leidt ertoe dat in elk geval de IJssel tussen Westervoort en Kampen op termijn een probleemrivier wordt voor de beroepsvaart, voorspelt rivierdeskundige Alphons van Winden van bureau Stroming. “Als de waterstand zakt, zoals nu deze zomer, dan zie je de IJssel steeds smaller worden. Vrachtschepen kunnen elkaar niet meer passeren.”

Van Winden: “Als dit proces doorgaat, moet je de IJssel op termijn opgeven voor de beroepsvaart. Dat zijn de ongemakkelijke feiten. Méér binnenvaart op de IJssel kun je in elk geval vergeten.” Op z’n vroegst zijn eind volgende jaar maatregelen te verwachten, laat een woordvoerder weten van het programma Integraal Rivier Managment (IRM).

IRM is een samenwerking van drie ministeries, zes provincies, negen waterschappen en gemeenten langs de Maas en het stroomgebied van de Rijntakken. Eind volgend jaar verwachten zij ‘een toekomstvisie voor een toekomstbestendig rivierengebied’ te presenteren. Daarin worden keuzes gemaakt voor de rivierbodems, de sedimenthuishouding en de hoeveelheid water die de Waal, Maas, Nederrijn en IJssel in de toekomst te verwerken krijgen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden