Loonse en Drunense Duinen

Een samenvatting van ‘een week stikstof en de Loonse en Drunense Duinen’: een beetje hoop en veel onzekerheid

Er zal nog heel wat zand verstuiven voordat de stikstofcrisis is opgelost. Toch is de situatie rond de Loonse en Drunense Duinen zeker niet hopeloos. Beeld Merlin Daleman
Er zal nog heel wat zand verstuiven voordat de stikstofcrisis is opgelost. Toch is de situatie rond de Loonse en Drunense Duinen zeker niet hopeloos.Beeld Merlin Daleman

De stikstofcrisis knelt rondom de Loonse en Drunense Duinen aan alle kanten: in de natuur, bij boeren, bij iedereen die er ook maar iets wil doen of ontwikkelen. Toch gloort er ook perspectief. De slotsom van een week vol prangende vragen.

Orkun Akinci en Lukas van der Storm

Hoe slecht is de natuur er hier werkelijk aan toe?

Er is in de Loonse en Drunense Duinen in elk geval echt wat aan de hand, zo leerden we dinsdag. Natuurlijk, zoals in bijna elk ander natuurgebied ziet het er hier best mooi uit. De open zandverstuiving biedt een spectaculaire aanblik. En in een koel bos is het op een zomerdag altijd goed toeven.

Toch zijn er allerlei kleine signalen die tot grote zorg stemmen. Wie in de oude eikenbossen omhoogkijkt, ziet niet alleen bladeren, maar ook blauwe lucht. Een veeg teken, benadrukten Lex Querelle en Toine Cooijmans van Natuurmonumenten. Het gebroken bladerdek wijst op de slechte gezondheid van veel bomen. Meer dan de helft van de eiken is ziek of stervende.

Bovendien is – voor wie het wil zien – goed waar te nemen hoe snel het stuifzand dicht dreigt te groeien. Grassen en dennenboompjes komen sneller op dan natuurbeheerders lief is. Het vergt veel mankracht om het bijzondere karakter van het gebied en de waardevolle plant- en diersoorten die daarbij horen, te beschermen.

Maar wacht even: komt dat allemaal echt door stikstof? Dit soort heide- en stuifzandgebieden blijven toch van oudsher vooral open omdat er schapen grazen?

Ja, de natuur verandert altijd. En doe je heel lang niks aan zo’n zandlandschap, dan zal het uiteindelijk bos worden. Maar die ‘natuurlijke successie’, zoals Querelle en Cooijmans het noemen, gaat door de overdaad aan stikstof veel sneller.

Stikstof is zeker niet het enige probleem. Het valt bijvoorbeeld nooit één op één te stellen dat een eik sterft door een overschot aan stikstof, aldus Querelle. Ook de waterhuishouding speelt een belangrijke rol. Hoge zandgronden als de Loonse en Drunense Duinen hebben ook te kampen met droogte.

En dan, zo benadrukte Cooijmans, is er (naast stikstof en droogte, red.) nog een derde grote zorg in dit gebied: de enorme bezoekersaantallen. Natuurmonumenten probeert de druk op de meest waardevolle stukken dan ook te verminderen. Bijvoorbeeld door die gedeeltes af te schermen van gemarkeerde wandelroutes. En door recreatie te stimuleren in de rand rondom het gebied in plaats van in de kwetsbare natuur.

Is het dan echt allemaal zo hopeloos?

Gelukkig niet. De opgave in de Loonse en Drunense Duinen is weliswaar groot: bijna 80 procent van het natuuroppervlak is nu overbelast door stikstof. Maar als de landelijke stikstofdoelen hier worden gehaald, is het effect groot. Dan is van die overbelasting in 2030 nog ruim 30 procent over. In sommige andere gebieden is het veel lastiger om resultaat te bereiken. In de Peel en op de Brabantse Wal is de invloed van stikstof uit het buitenland veel groter. In die gebieden blijft ook na maatregelen het overgrote deel van de natuurhectares overbelast.

Bovendien gaat er in de relatie tussen landbouw en natuur al heel veel goed rond de Brabantse zandverstuiving. Grote, intensieve veehouderijen zijn er in de directe omgeving nauwelijks. Veel ondernemers zijn aangesloten bij de Stichting Duinboeren, die juist wil werken in harmonie met natuur en landschap. Zo is hier min of meer al de structuur ontstaan die de overheid voor ogen heeft.

Maar ondanks die goede bedoelingen komt er dus nog altijd te veel stikstof op de Loonse en Drunense Duinen terecht. Moeten de boeren dan toch weg?

Die vrees leeft in elk geval breed, hoorden we donderdag van melkveehouders Dorus van Loon, Sjaak Sprangers en Mari van Drunen. Het kaartje dat stikstofminister Christianne van der Wal vorige maand publiceerde, zorgt voor veel onrust. Zij tekende rond alle natuurgebieden, inclusief de Loonse en Drunense Duinen dus, een zone in waar de uitstoot met 70 procent omlaag zou moeten. Zo’n doelstelling is des te lastiger haalbaar in een gebied waar in het verleden al veel bereikt is.

Hoe hard die 70 procent is, daar gaat uiteindelijk de provincie Noord-Brabant over. Die moet in het komende jaar gaan inventariseren wat er rond alle natuurgebieden precies aan maatregelen nodig is. Provinciebestuurder Elies Lemkes (CDA) gaat zich buigen over de Loonse en Drunense Duinen. Het gewraakte kaartje noemt ze ‘een houtskoolschets’. “Het totaaldoel zullen we als provincie moeten halen. Maar daarvoor gaan we eerst met betrokkenen in het gebied aan tafel.”

Maar als het totaaldoel gehaald moet worden, is er dan wel ruimte om rondom de Loonse en Drunense Duinen af te wijken?

De provincie heeft een joker in de achterzak. Noord-Brabant is al langer dan andere provincies bezig met het thema stikstof. In 2017, toen het thema landelijk amper op de radar stond, liepen de gemoederen hier al hoog op. De provincie wilde veehouders vanaf 2022 verplichten tot een moderner stalsysteem met minder uitstoot.

Dat was toen tegen het zere been van de agrarische sector. De deadline kwam te snel, klonk het. Zeker omdat geschikte systemen nog in ontwikkeling waren. Een discussie die in 2019 – midden in de landelijke stikstofcrisis – tot een climax kwam. Het CDA trok de stekker uit het provinciebestuur, de strengere staleisen schoven op naar 2024.

Ook die datum nadert inmiddels, en dat heeft voor- en nadelen. Het voordeel: er ligt al een plan om de uitstoot van veehouders fors terug te dringen. Dat kan wezenlijk bijdragen aan een oplossing in een gebied als dit. Het kaartje van Van der Wal bevatte namelijk ook veel gebieden waar 12 procent stikstofreductie voldoende zou zijn. Aangezien de Brabantse stalmaatregelen ook daar gelden, gaat de uitstoot in die gebieden veel meer omlaag dan op het kaartje staat. Dat zorgt ook in de Duinen voor verlichting, waardoor de opgave daar juist minder groot wordt.

Een probleem is er ook: 2024 nadert snel. En een grote investering in een stal dwingt boeren tot toekomstkeuzes: ga ik door met mijn bedrijf? En in welke vorm? Het zijn vragen die voor boeren nu lastig te beantwoorden zijn, gezien alle onzekerheid. Want juist hun toekomstperspectief hangt óók weer af van de uitkomst van het gebiedsproces.

Bovendien, zo stipte melkveehouder Mari van Drunen al aan, is er nog een gevaar als Brabant vooroploopt. Veehouders zullen hun financiering volgend jaar al rond moet krijgen. En het is maar de vraag of de door het Rijk aangekondigde subsidieregelingen, waarvoor miljarden beschikbaar zijn, dan al openstaan.

Hoe gaat de provincie met die onzekerheid om?

De deadline van 2024 staat, benadrukt bestuurder Lemkes. “Maar het is voor onze Brabantse boeren heel erg belangrijk dat subsidies op tijd beschikbaar zijn. Daarover zijn we met de minister in gesprek en we vertrouwen erop dat dat goedkomt.”

Stap nummer één is nu duidelijkheid krijgen over wat nu precies de opgave is. Noord-Brabant zal de uitstoot vanuit de veehouderij met 46,3 procent terug moeten brengen. “Dat is ten opzichte van 2018”, schetst Lemkes. “De eerste vraag is: waar staan we nu?” Die cijfers volgen nog, maar bieden waarschijnlijk al wat perspectief. Zo daalde de stikstofuitstoot in 2019 al met een procent of 9. De verwachting is dat die dalende lijn sindsdien is voortgezet.

Daar komt – mits die plannen inderdaad ook na de verkiezingen van volgend jaar overeind blijven – de stikstofwinst van de strengere stalregels nog bij. “Die nemen een belangrijke plek in bij onze aanpak, en gaan ons helpen de doelen te halen.”

Maar stikstof was niet het enige, toch? Ook de waterhuishouding en de grote hoeveelheid recreanten zitten de natuur in de Loonse en Drunense Duinen in de weg.

Ook dat zijn zaken die bij de gebiedsgerichte aanpak aan bod moeten komen. Dit najaar krijgen de provincies ook te maken met landelijke doelstellingen op het gebied van waterkwaliteit. In diezelfde periode volgt ook de analyse hoe de natuur in de Loonse en Drunense Duinen er nou precies voor staat. Pas dan ligt dus écht de hele opgave op tafel.

Op de uitkomsten van het gebiedsproces wil Lemkes dan ook nog niet vooruitlopen. Eén ding lijkt wel helder: iedereen ziet de meerwaarde van de melkveehouderijen die het beeld in de schil rond de natuur bepalen. Ook natuurbeschermers als Cooijmans en Querelle: zij willen de extensieve melkveehouders juist behouden. Want als die vertrekken, dan winnen waarschijnlijk de boomtelers de slag om de vrijkomende grond. En juist die intensieve teelt staat wél op gespannen voet met de natuur.

Maar er is juist midden in Brabant veel meer dan alleen natuur en landbouw ...

Zeker. Tilburg en Waalwijk kennen flink wat industrie. De Amercentrale, ook een grote uitstoter, staat niet ver van de Loonse en Drunense Duinen. En er is geen provincie die zo veel kilometers aan snelweg telt als Noord-Brabant. Ook die sectoren zullen stikstof moeten reduceren. Dat gebeurt in beginsel niet via gebiedsprocessen, maar via landelijke maatregelen.

Daar is een reden voor: de stikstofoxiden uit verkeer en industrie zijn veel vluchtiger dan de ammoniak uit stallen. De uitstoot van een fabriek kan zich tot ver in het buitenland verspreiden. Maar de invloed op de natuur om de hoek blijft relatief beperkt. Daarom zijn landelijke maatregelen hier logischer dan lokale.

En dan is er nog de bouw. Een sector die een te verwaarlozen aandeel heeft in de stikstofuitstoot, maar wél de juridische gevolgen op zijn bord krijgt. Zo leerden we vrijdag hoe stikstof projectontwikkelaar Hans de Wilde dwarszit. Omdat glashard aangetoond moet worden dat op geen enkele hectare méér stikstof neerdaalt, staat bouwen vlak bij natuur garant voor heel veel juridische haarkloverij.

De Wilde zal – net als iedereen die ergens een vergunning voor nodig heeft – hopen dat de gebiedsgerichte aanpak een groot succes wordt. Zodat er nooit meer slepende rechtszaken hoeven te worden gevoerd over de stikstofuitstoot van een al dan niet fictief paard. En er geen miljoenenplannen meer afhangen van 1 gram stikstof op 1 enkele hectare ...

Lees ook:

Nieuwbouw aan de Akkerlaan? In Waalwijk ligt het aan een paard

Met een ingenieus rekenmodel bepalen we in Nederland de stikstofgevolgen van bouwontwikkelingen op de natuur. Maar de getallen aan de voorkant van dat model worden ingevoerd, zijn nogal eens arbitrair en kunnen leiden tot hoogoplopende ruzies.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden