De aalscholver. Beeld ANP
De aalscholver.Beeld ANP

Jelles WeekdierAalscholver

Een ongekend luilekkerland voor de aalscholver

Jelle Reumer

Het is een bekende cryptogramvraag: vogel die twee vissen in zich heeft. De aal en de schol zitten inderdaad in het woord ‘aalscholver’, maar dat er zich ook letterlijk vissen in deze vogel kunnen bevinden, mag geen verbazing wekken want het zijn viseters. Het kunnen er wel te veel zijn, zo bleek toen het deze week in Enkhuizen vissen regende.

Wat vooraf ging: om onduidelijke reden zwommen er plotseling tienduizenden vissen in een doodlopende gracht. Het verhaal ging dat ze er in waren terechtgekomen om te ontsnappen aan jagende aalscholvers. De ongeveer driehonderd meter lange en buitengewoon pittoreske Enkhuizer Zuider Havendijk ontspringt in de Oude Haven en loopt inderdaad dood; enige noemenswaardige stroming zal er dus niet in zitten.

Vorige week zat die gracht dus ineens stampvol met vis, zo vol dat de zuurstof dreigde op te raken en de vissen zij aan zij lagen te zieltogen. Bewoners waren in de weer met beluchtingspompen om er wat zuurstof in te blazen, en uiteindelijk heeft men met netten de meeste vissen weer terug naar open water kunnen geleiden.

Dode vissen op straat

Het was er een ongekend luilekkerland voor de massaal aanwezige aalscholvers. Een paar honderd van die grote zwarte vogels zwommen in formatie door de gracht en vraten hun gulzige magen vol; zó vol dat ze amper meer konden vliegen. De vogels kwamen door het ingeslikte gewicht nauwelijks omhoog, vlogen tegen ramen en auto’s en kotsten uit wanhoop de vissen uit teneinde hoogte te kunnen maken. Dode vissen lagen bij tientallen op straat: ‘Het regent vissen’, zo meldde NH Nieuws.

Een omwonende wist het wel: ‘Er zijn hier gewoon te veel aalscholvers, daar mogen ze er wel een tweehonderdduizend van opruimen. De natuur gaat helemaal naar de klote. Niet alleen vissen, maar ook de bomen gaan dood, die sterven van de uitwerpsels’, zo meldde de man met grote stelligheid.

Aalscholvers, gesierd met de fraaie wetenschappelijke naam Phalacrocorax carbo, zijn grote visetende vogels uit de orde van de Suliformes, waartoe ook de fregatvogels, de slangenhalsvogels en de Jan-van-Genten behoren. Dat zijn allemaal vogels die in of bij het water leven en zich voeden met vis. Aalscholvers zijn overwegend zwart van kleur, het carbo (kool) in de naam wijst daar ook op, maar er zijn ook soorten die een witte buik hebben. Ook kop en snavel kunnen kleur vertonen.

Nat als een dweil

Hoewel het watervogels zijn, is de evolutie vergeten ze van vetklieren te voorzien om de veren waterafstotend te maken zoals dat bij eenden en meerkoeten het geval is. Wanneer een aalscholver heeft gedoken, is hij zo nat als een dweil en moet hij drogen. Daartoe gaan ze als een krijgshaftige Habsburgse adelaar een tijdje met gespreide vleugels in de wind zitten. Liefst op een beetje hoog punt om goed wind te vangen; je ziet ze dikwijls op lantaarnpalen boven de middenberm van de snelweg zitten.

En ja, ze poepen alles onder, ook hun eigen nestelplek; aalscholverkolonies zien dan ook wit van de ontlasting. Het lijkt me echter geen reden om er maar ‘een tweehonderdduizend’ van op te ruimen.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden