ReportageKortsnuitzeepaardjes

Ecomare redt zeepaardjes van onderkoeling, en dan duiken ze het water weer in

Een kortsnuitzeepaardje, opgevangen bij Ecomare op Texel.  Beeld Olaf Kraak
Een kortsnuitzeepaardje, opgevangen bij Ecomare op Texel.Beeld Olaf Kraak

Strandwandelaars brachten een aantal zwaar onderkoelde kortsnuitzeepaardjes naar zeehondenopvang Ecomare op Texel. Deze week zijn de beschermde diertjes, aangesterkt, zeer voorzichtig teruggebracht naar zee.

Albert Wiglema

Het is donker en koel in het Texelse natuurmuseum Ecomare. Het is maandagavond, de laatste bezoekers zijn uren geleden vertrokken. Aan het plafond hangt een met blacklight uitgelicht skelet van een 23 meter lange vinvis, die vijf jaar geleden is aangespoeld op het eiland. In de verlaten ruimte klinkt een hard bubbelend geluid. Het is lucht die opborrelt uit het metershoge zeeaquarium. Erin zwemmen platvissen en haaien van soorten die voorkomen in de Wadden- en Noordzee. Tegen een wand achter het grote aquarium staat een meer bescheiden versie, zoals je die in de jaren zeventig in huiskamers kon aantreffen. Daarin houden zes zeepaardjes zich met hun krulstaartjes vast aan plukjes zeewier.

Tussen december en februari hebben strandwandelaars acht levende, maar zwaar onderkoelde kortsnuitzeepaardjes gevonden, een zeldzame en beschermde diersoort. De vinders stopten de verstijfde diertjes in een plastic (hondenpoep)zakje of zandemmertje gevuld met zeewater en brachten ze naar Ecomare. Twee zijn bij aankomst binnen een half uur gestorven. Zes kortsnuitzeepaardjes overwinterden in een aquarium met een watertemperatuur van 12 graden. Daar kregen ze mysis, piepkleine garnaaltjes geserveerd en zijn ze hangend in het wier goed aangesterkt.

“Ze voelen niet als een vis, meer als een gepantserd diertje”, zegt Jarco Havermans, marien bioloog en dierverzorger bij Ecomare. Met zijn handen in rubberen handschoenen hevelt hij voorzichtig een zeepaardje over in een doorzichtige pollepel die hij in het aquarium heeft gestoken. Met de pollepel transporteert hij de zes zeepaardjes een voor een van het aquarium naar een witte plastic voerton, voor de helft gevuld met zo’n 40 liter zeewater en sliertjes zeewier.

‘Meteen terugzetten in zee overleven ze niet’

Havermans: “In de winter overleven de kortsnuitzeepaardjes in de diepere wateren van de Noordzee. Het is daar iets warmer en de temperatuur is constanter. Maar na een zware storm spoelen ze soms aan. Ze zien er superschattig uit. Daardoor willen mensen een aangespoeld zeepaardje graag helpen. Ze meteen terugzetten in zee heeft geen zin, dat overleven ze niet. Ze zijn uitgeput en het zeewater is te koud.”

null Beeld Olaf Kraak
Beeld Olaf Kraak

Jarco Havermans ziet het aantal kortsnuitzeepaardjes in de Nederlandse wateren toenemen. “De gemiddelde zeewatertemperatuur in de Noordzee stijgt, in de afgelopen dertig jaar met ongeveer 0,4 graden per decennium. Sommige vissoorten verplaatsen zich naar het noorden, zoals kabeljauw en schelvis. Hier tref je nu soorten aan die doorgaans in de Atlantische oceaan voor de kust van Afrika of in de Middellandse Zee zwemmen. Kortsnuitzeepaardjes, maar ook pijlstaartrog, dorade en pijlinktvis.”

Nu de zee dezelfde temperatuur heeft als het aquarium, kunnen de zeepaardjes terug. Eerst moeten ze in de ton nog bijna dertien kilometer over de weg naar de plek worden vervoerd waar ze worden uitgezet: in de Waddenzee achter de dijk bij de haven van het Nioz, het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee. Dat is in het zuidoosten, vlak bij de veerhaven van Texel.

Havermans draait het rode deksel op de ton en rijdt die met een stalen trolley langzaam naar de achteruitgang van Ecomare. Daar staat een bestelwagen klaar voor het wegtransport. Havermans zet de ton behoedzaam achter in de bestelwagen. Een pompje met een slang ligt al klaar voor de beluchting van het zeewater in de ton. Onderweg naar de haven trekt hij langzaam op en neemt rustig de bochten, zodat het water met de zeepaardjes niet al te heftig heen en weer klotst. Na twintig minuten arriveren de diertjes in de haven. Hun natuurlijke habitat is in zicht.

Afwijkende zuurgraad

Zachtjes giet Havermans een emmer water uit de Waddenzee in de ton. Zo kunnen de zeepaardjes alvast wennen aan de iets afwijkende zuurgraad van het Waddenzeewater. De zeepaardjes zwemmen druk heen en weer. Alsof ze in blijde verwachting zijn van hun terugkeer naar zee. Nu is het wachten op de twee duikers die de zeepaardjes zo’n tweehonderd meter uit de kust gaan brengen naar een diepte van zo’n vijf meter. Dat is ver voorbij het punt waar het met laag water droog komt te staan. Ook het tijdstip van uitzetten is bewust gekozen. De krachtige zeestroming is op deze plek levensgevaarlijk voor duikers. Op het moment dat hoogwater overgaat in laagwater, bij kentering van het getij, staat het water stil en is er geen zeestroming.

Op de zwarte basaltblokken van de dijk liggen kluwen lichtbruine sliertjes. Havermans: “Het lijken plantjes, maar het zijn harige mosdiertjes. Ze leven in kolonies in de zee en zitten vol met kleine garnaaltjes. Het is een goede, voedselrijke plek voor zeepaardjes. Ze spoelen de afgelopen jaren massaal aan op het strand. Zeepaardjes vind je vaak tussen de slierten van het harige mosdiertje.”

Jarco Havermans van Ecomare zet met behulp van twee duikers zes zeepaardjes weer terug in de Waddenzee. 
 Beeld Olaf Kraak
Jarco Havermans van Ecomare zet met behulp van twee duikers zes zeepaardjes weer terug in de Waddenzee.Beeld Olaf Kraak

Een zwarte stationcar rijdt de dijk op. Het zijn duikers Boukje Heidstra en Reinier Nauta van duikclub Texel. Ze laden hun duikpakken, flippers en zuurstofflessen uit. Dan lopen ze naar de zee. Het zeewater is troebel van de algen, dat levert straks wat minder scherpe beelden op. Ze gaan deze expeditie filmen, zodat iedereen kan zien dat de zeepaardjes weer veilig terug zijn in zee. Verderop zien ze de Pelagia, het onderzoeksschip van het Nioz, richting de haven varen. De duikers willen niet in de buurt van het schip komen, dat kan gevaarlijk zijn. De duikkleding gaat aan. De zeepaardjes moeten de zee in voordat het schip te dichtbij is. Een zeehond die verderop af en toe zijn kop boven het water uitsteekt, is geen spelbreker volgens Havermans: “Zeehonden eten geen zeepaardjes.”

Havermans zet de zeepaardjes over in een witte afgesloten ronde bak met gaten, formaat slacentrifuge. De duikers nemen de bak over en zwemmen de zee in. Na een kwartiertje zijn ze op de plaats van bestemming. Daar laten ze de zeepaardjes los. Rechtop met hun fladderende vinnetje zwemmen ze naar het zeewier. De diertjes omklemmen het wier met hun staartjes. Daarmee is de missie geslaagd.

Havermans zal de zeepaardjes niet gaan missen. “Hier doen we het voor. Het is nu voortplantingstijd voor de zeepaardjes, we brengen ze graag weer terug naar zee.”

Onderwaterbeelden van het loslaten van de zeepaardjes staan op de site van Ecomare.

Rechtop door het water

Kortsnuitzeepaardjes hebben een kopje in de vorm van een paardenhoofd met een flinke snuit, een bol buikje en een lange opgekrulde staart. Met de staart kan het zeepaardje zich vastklampen aan het zeewier of zeegras, zodat ze niet worden meegevoerd door de zeestroming.

Met hun snuit zuigen ze voedsel naar binnen, zoals plankton. Zeepaardjes kunnen de ogen onafhankelijk van elkaar laten bewegen. Zo kunnen ze hun omgeving goed in de gaten houden.

Volwassen kortsnuitzeepaardjes zijn maximaal vijftien centimeter lang en ze bewegen zich langzaam en rechtop door het water, voortgestuwd door een bewegende rugvin. Aan weerszijden van het hoofdje zitten vinnetjes waarmee ze kunnen sturen.

Bij zeepaardjes zijn de mannetjes zwanger. Vrouwelijke zeepaardjes brengen hun eitjes in de broedbuidel van het mannetje waar de bevruchting plaatsvindt. Afhankelijk van de zeewatertemperatuur blijven de embryo’s zo’n twee weken tot een maand in de buidel. Het mannetje verzorgt ze tot ze zelfstandig kunnen zwemmen.

De Latijnse naam voor het kortsnuitzeepaardje is hippocampus hippocampus. In het Oudgrieks is het hippokampos (hippos: paard, kampos: zeemonster). Dat verwijst naar de Griekse mythische wezens met hoofd en voorbenen van een paard en onderlijf van een vis. De wezens trekken de strijdwagen van Poseidon, de god van de zeeën, aardbevingen en paarden.

Lees ook:

Stuntvliegend op zoek naar verdwenen zeehonden

Zeehondenonderzoekster Sophie Brasseur is een paar duizend gewone zeehonden kwijt. Tijdens een duizelingwekkende vlucht over de Nederlandse Waddenzee probeert ze alle zeehonden opnieuw in kaart te brengen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden