ReportageOostzee

Doodshoofd op de Oostzee, daar komt Sea Shepherd

Sea Shepherd doet onderzoek op de Oostzee. Beeld Maaike Baan
Sea Shepherd doet onderzoek op de Oostzee.Beeld Maaike Baan

Sea Shepherd, het militante zusje van Greenpeace, verlegt haar focus. De actiegroep zoekt het nu ook dichter bij huis, en ging op jacht naar spooknetten en illegale visserijpraktijken in de Oostzee. Trouw stapte aan boord en voer mee.

Maaike Baan

“Gisteren waren we om middernacht klaar, en vanochtend zijn we om half 5 weer begonnen. Je moet er vroeg bij zijn, want dat zijn de vissers ook.” Flo Stadler verheft zijn stem om boven het motorlawaai uit te komen. De Oostzee blikkert in de zon. Op het achterdek wappert een zwarte vlag met een doodshoofd en de drietand van Neptunus: het logo van Sea Shepherd.

Stadler (35) is projectleider bij de Duitse tak van de organisatie, die zich inzet voor de bescherming van zeeleven wereldwijd. Van juni tot begin september patrouilleerde hij met een team van vrijwilligers dagelijks langs de Oostzeekust, van het Duitse eiland Rügen tot het vlak onder de Deense grens gelegen Flensburg.

Sea Shepherd staat bekend om de ‘directe actie’. De Canadees-Amerikaanse oprichter Paul Watson, tevens mede-oprichter van Greenpeace, werd in 1977 uit die laatste organisatie gezet omdat zijn ideeën niet pasten bij de pacifistische werkwijze van Greenpeace. Wie illegale activiteiten ziet op zee, kan volgens de eigenzinnige kapitein pas echt van betekenis zijn door eigenhandig in te grijpen.

null Beeld Maaike Baan
Beeld Maaike Baan

Wereldwijd heeft Sea Shepherd inmiddels twaalf eigen schepen. Wie de organisatie kent van projecten op verre oceanen, waar vrijwilligers walvisjagers belagen en stropers arresteren in samenwerking met lokale autoriteiten, is wellicht verrast over de keuze voor een grondige patrouille langs Duitse badplaatsen. De missie is des te opvallender in het licht van de huidige visquota voor de Oostzee, die de afgelopen jaren drastisch zijn gereduceerd. In 2019 sloegen wetenschappers alarm over de stand van onder meer kabeljauw en haring. De Europese Commissie schroefde quota tot wel 92 procent terug. Dit jaar kwam daar nog een forse reductie bovenop. Dus wat heeft Sea Shepherd te zoeken in de Europese wateren?

Spooknetten en bijvangst

‘Kijk, dit is de zeebodem – en dit moet een brokstuk zijn.’ Stadler wijst naar het sonardashboard naast het stuur van de boot. Nu het scheepswrak is gevonden, is het de vraag of er nog oude netten aan vastzitten. Terwijl de projectleider in de kajuit een laptop openklapt, laten twee bemanningsleden vanaf het dek een onderwaterrobot de zee in zakken.

Met een soort gamecontroller stuurt Stadler het apparaat tot twintig meter diepte. Het laptopscherm laat een grijze waas zien. “De Oostzee staat erom bekend dat-ie nogal troebel is”, mompelt hij geconcentreerd. “Op goede dagen kun je zo’n anderhalve meter wegkijken.” Wanneer plotseling een vage streep in beeld verschijnt, veert hij op. “We hebben een net. Duikers, maak je klaar!”

Op zoek naar oude netten. Beeld Maaike Baan
Op zoek naar oude netten.Beeld Maaike Baan

Het opruimen van spooknetten, netten die zijn losgeraakt van vissersboten of boeien, is een belangrijk onderdeel van de missie: het voorkomt dat vissen, zeehonden en bruinvissen, één van de kleinste walvisachtigen, erin verstrikt raken. Daarnaast zoekt de patrouilleboot naar verdachte vissersactiviteiten zoals het uitzetten van ongemarkeerde netten en het overboord gooien van bijvangst. Stadler: “Bij illegale visserij denken veel mensen aan Chinese schepen en moderne slavernij. Maar we beseffen niet dat onze binnenlandse wateren ook een plaats delict zijn.”

Een ernstig bedreigd ecosysteem

Dat Sea Shepherd zich ook richt op Europese zeeën is niet nieuw: de organisatie voerde eerder missies uit op wateren bij onder andere Frankrijk, Italië en Denemarken. “We opereren in gebieden waar we de grootste impact kunnen maken met de middelen die we hebben”, legt Stadler uit. “De Oostzee is een ernstig bedreigd ecosysteem.”

Volgens de projectleider gooien sommige vissers ongewenste bijvangst overboord, omdat ze hun quota niet willen gebruiken voor vis die weinig oplevert. Stadler: “Er zijn quota voor bijvangst, die worden afgetrokken van de quota voor vis waar gericht op wordt gevist. Omdat bijvangst in verhouding weinig oplevert, lijdt de visser met elke gevangen kilo verlies.”

Stadler verdenkt vissers er verder van dat ze bruinvissen en zeehonden die in hun netten zijn gestorven op veilige afstand lozen, zodat hun dood moeilijk in verband is te brengen met visserij. Met de bruinvispopulatie gaat het slecht: naar schatting zijn er in de zogeheten Baltic Proper, het water tussen het noordwesten van Duitsland en de zeestraat boven Stockholm, minder dan 500 dieren over; reden voor de Internationale Unie voor Natuurbescherming (IUCN) om de subpopulatie aan te merken als ‘ernstig bedreigd’.

Verbod op kieuwnetten

Tijdens de dagelijkse patrouilles legt het team verdachte activiteiten en andere opvallende gebeurtenissen vast. De documentatie geven ze door aan een externe advocaat, maar ook aan natuurwetenschappers en lokale autoriteiten als de Wasserschutzpolizei. De verzamelde bewijzen moeten Europese regelgevers onder druk zetten om het leven in de Oostzee beter te beschermen.

De belangrijkste maatregel die Stadler voor ogen heeft: een totaalverbod op het gebruik van kieuwnetten. Het voordeel van deze netten is dat ze goed kunnen selecteren op specifieke vissoorten: vissen worden erin gevangen doordat ze met hun kieuwen achter de mazen blijven haken. Het nadeel: kieuwnetten staan erom bekend dat er relatief vaak bruinvissen in verstrikt raken.

In drie maanden tijd dook Sea Shepherd 36 spooknetten op met een totaalgewicht van 4200 kilo. Het team vond drie dode bruinvissen en zeven dode grijze zeehonden. Wat zegt dit over de totale omvang van de problemen in de Oostzee? Stadler: “Stel je voor dat je in een gigantisch warenhuis staat. Het is pikdonker. En wanneer je al lopend schijnt met het licht van je telefoonscherm, vind je datgene wat je zoekt. Dat is zorgwekkend.”

Acute doodsoorzaak

Een paar dagen geleden vond het team tijdens een patrouille een dode jonge bruinvis. Het dier werd aan boord gehaald, gefotografeerd en overhandigd aan een instituut dat de vermoedelijke doodsoorzaak onderzoekt.

Eén zo’n instelling is het Meeresmuseum in Stralsund, de kustplaats voor het eiland Rügen. Dat er gewerkt wordt met dode zeehonden en bruinvissen, is van ver te ruiken. Op het terrein bij de onderzoeksruimte staan twee grote zeecontainers die fungeren als vrieskisten. Lichamen van gevonden dieren worden hier bewaard tot ze aan de beurt zijn om te worden onderzocht.

Autopsie in het Meeresmuseum. Beeld Maaike Baan
Autopsie in het Meeresmuseum.Beeld Maaike Baan

De eerste dieren die op de snijtafels belanden, zijn een ver ontbonden bruinvis en een jonge grijze zeehond die eruitziet alsof hij recenter is gestorven: de vacht en ogen nog glanzend, de snorharen intact. Hoe korter het dier dood is, hoe groter de kans dat de vermoedelijke doodsoorzaak goed is vast te stellen, bevestigt onderzoeker Michael Dähne, die de autopsieën bij het Meeresmuseum leidt.

Bij de jonge zeehond constateert de onderzoeker rode en uitpuilende ogen, schuim in de longen en opgezwollen lymfeklieren: allemaal aanwijzingen voor een ‘acute doodsoorzaak’. Dat het jonge, verder schijnbaar gezonde dier plotseling is gestorven, kan nog steeds van alles betekenen. Om vast te stellen dat een dier is doodgegaan door een visnet, moeten er concrete aanwijzingen zijn, benadrukt Dähne: bijvoorbeeld een netafdruk in de huid of een deel van het net dat nog om het lichaam is gewikkeld.

Sociaal-economisch probleem

Dat het slecht gaat met het leven in de Oostzee, komt niet alleen door overbevissing. Door de ruime aanvoer van rivierwater spoelen landbouwchemicaliën en meststoffen het water in, terwijl er via het Kattegat weinig vers zout water wordt toegevoerd. Stoffen als fosfaat en stikstof stimuleren een overmatige groei van algen, die op hun beurt veel zuurstof opslokken. Ook klimaatverandering speelt een rol.

Belangrijke leefgebieden van bruinvissen en zeehonden in de Oostzee zijn aangemerkt als Natura 2000-gebieden, maar die kwalificatie levert in de praktijk weinig op, stellen Dähne en Stadler los van elkaar. Voor de gebieden geldt een beheerplan, maar dat betekent niet dat er niet mag worden gevist. Ook het gebruik van kieuwnetten is toegestaan, al gaan er stemmen op om dat te veranderen, weet Dähne. “Ik hoop dat het in bepaalde gebieden gaat gebeuren, maar er is veel discussie.” De onderzoeker wijst erop dat het weren van vissers uit bepaalde gebieden ook een sociaaleconomisch probleem oplevert: vissers moeten overschakelen op nieuwe, dure netten.

Dat het een zware tijd is voor de vissers van de Oostzee bevestigt Peter Breckling. Hij is directeur van het Deutscher Fischerei-Verband, een vakbond voor beroeps- en pleziervissers met ongeveer een miljoen leden. De gereduceerde quota brengen vissers in een moeilijke situatie, vertelt de directeur in een telefoongesprek. “Ieder bedrijf zoekt naar manieren om te overleven. Sommige vissers zijn een winkel of restaurant begonnen, anderen verhuren kamers aan toeristen. Ik ken vissers die geen aanspraak maken op een uitkoopregeling en daardoor dreigen hun huis kwijt te raken.”

Een onbegrijpelijke bewering

Het aantal bruinvissen dat in netten belandt, is volgens de directeur zeer beperkt: jaarlijks worden er door Duitse vissers gemiddeld tien gevallen gemeld. Dat vissers hun bijvangst bewust niet zouden melden en het dode dier op veilige afstand van hun netten zouden lozen, zoals Sea Shepherd stelt, vindt Breckling een onbegrijpelijke bewering. “Als je een dood dier in zee gooit, spoelt het vroeg of laat aan – en dan kun je de doodsoorzaak onderzoeken.”

Volledige bijvangstcijfers van bruinvissen bestaan niet, aldus Lotte Kindt-Larsen, wetenschapper bij het aan de Deense technische universiteit verbonden onderzoeksinstituut voor ‘duurzame exploitatie van aquatische hulpbronnen’ DTU Aqua. Maar, zegt ze aan de telefoon, de dood van één bruinvis heeft al effect op de populatie, omdat de dieren met zo weinig zijn.

null Beeld Maaike Baan
Beeld Maaike Baan

Dat er iets moet gebeuren om bruinvissen in de Oostzee beter te beschermen, is volgens Kindt-Larsen evident. De vraag is hoe, want waar een verbod op kieuwnetten in de leefgebieden van de bruinvis klinkt als een logische oplossing, is de werkelijkheid complex: “Je moet heel zeker weten dat die netten op een andere plek niet méér bijvangst veroorzaken; anders verplaats je het probleem.” Ook een algeheel verbod op kieuwnetten kan ongewenste bijeffecten hebben, legt Kindt-Larsen uit. “Als vissers daardoor meer sleepnetten gaan gebruiken, krijg je meer schade aan de bodem. En dat kan er weer toe leiden dat bruinvissen minder te eten hebben.”

Duidelijk bewijs

De zon staat al laag boven de Oostzee wanneer de hulpboot van Sea Shepherd over het vlakke water scheurt. Vlak voor een witte boei met een rode vlag mindert de bestuurder vaart. Een bemanningslid met een zwarte muts reikt naar de vlaggenstok om het materiaal te controleren. Als hij de boei uit het water tilt, blijkt het kieuwnet dat eraan vast hoort te zitten verdwenen. Dat kan twee dingen betekenen: het net is al uit het water gehaald, of het dwaalt nog rond over de zeebodem, met aan het andere uiteinde eenzelfde boei. Na kort overleg vertrekt de speedboot in volle vaart richting het westen. “We kennen de visser van wie deze boei is”, legt de man met de muts onderweg uit. “We gaan het gebied inspecteren waar hij zijn netten vaak uitzet.”

Vandaag levert de zoektocht niets op. Al met al is Stadler ‘erg hoopvol’ dat de documentatie die zijn team de afgelopen maanden heeft verzameld serieuze gevolgen heeft. Over concrete zaken kan hij niets loslaten, omdat de advocaat zich nog over de stukken buigt. Maar de projectleider durft wel te stellen dat Sea Shepherd ‘duidelijk bewijs’ van illegale visserspraktijken in handen heeft.

Terwijl de Oostzee een oranje gloed krijgt en de kajuitboot terugkeert naar de haven, klinkt vanaf het voordek een enthousiaste kreet: ‘Schweinswale’. De boot wordt onmiddellijk stilgelegd, het team verzamelt zich op het dek. De glanzende ruggen van vijf bruinvissen duiken op en weer onder. Er wordt gelachen, geknuffeld en gehuild. Wanneer verderop een man komt aanvaren met een speedboot, maant de groep hem met armgebaren om te stoppen. Dat doet hij meteen, en niet veel later duiken de bruinvissen vlakbij zijn boot op. De man richt zich tot de kajuitboot met de zwarte doodshoofdvlag, zijn stem schalt over het water. “Ze weten dat we het beste met ze voor hebben!”

Netten met pingers

ICES (de International Council for Exploration of the Sea) kwam in mei 2020 op verzoek van de Europese Commissie met een advies om verdere afname van de bruinvispopulatie in de Oostzee te voorkomen. De raad adviseert om visserij in aangewezen gebieden gedurende bepaalde periodes te verbieden en om alle statische netten te voorzien van ‘pingers’: apparaatjes die een geluid maken dat walvisachtigen afschrikt. Het advies ligt nog op tafel en is nog niet omgezet in wetgeving.

Lees ook:

Voor de bruinvis, het verlegen neefje van de dolfijn, dreigt in elke hoek gevaar

Jaarlijks spoelen honderden bruinvissen op het Nederlandse strand aan. Treurig, maar voor Lonneke IJsseldijk biedt dit ook kansen om het schuwe dier te onderzoeken.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden