ReportageStadsnatuur

Deze bioloog telde ruim duizend diersoorten in zijn stadstuintje. ‘Een getijgerde lijmspuiter, wat een naam hè?’

Bioloog Luc Hoogenstein uit Utrecht maakte er in 2021 een topsport van: in en om het huis dier- en plantensoorten registreren. Hoelang kon zijn lijst worden?

Frank Straver

“Ik heb waarschijnlijk een primeur voor je”, zegt bioloog Luc Hoogenstein (51). Hij praat op fluistertoon, alsof hij een nieuwe onthulling in de toeslagenaffaire uit de doeken gaat doen. Het is ook niet mis, wat hij te melden heeft. “Mogelijk heb ik een nieuwe diersoort op aarde ontdekt.”

Hoogenstein zit op de eerste verdieping van zijn huis in de Utrechtse wijk Lunetten. Door een glazen pui kijkt hij uit op zijn balkon, met eronder een voortuintje. Daar deed hij de ontdekking: een wesp met het voorkomen van een mier, zonder vleugels. Hoogenstein zag het diertje aan voor een vrij algemene soort. Maar een collega-bioloog, een Vlaamse insectenspecialist, werd dolenthousiast toen hij de foto zag.

Dit lijkt een nooit eerder waargenomen soort uit de Gelis-wespenfamilie te zijn. DNA-onderzoek en nadere inspectie bij Naturalis moeten nu uitwijzen of de wereldprimeur klopt. Hoogenstein glundert. Hij zet zijn leesbril op, om op zijn computer scherp zicht te hebben op een reeks foto’s die hij nam van het kleine beestje. Ook een primeur in Nederland: een ander wespje (Microterys seyon) in zijn klimop legde hij haarscherp vast. “Hiermee”, zegt hij. De bioloog laat een fototoestel zien met een joekel van een lens erop. Daarmee nam hij honderden foto’s.

Turen door de verrekijker

Want de unieke wespjes staan allerminst op zichzelf. De diertjes behoren tot de pronkstukken in een hobbyproject waar Hoogenstein zich het afgelopen jaar op stortte. Soorten zoeken, dieren en planten, zoveel mogelijk en non-stop. Elke dag in 2021 was Hoogenstein op zoek. Hij lag op de grond, keek door zijn verrekijker of loep. Zeker toen hij met corona in quarantaine ging zocht de bioloog, die zich in dienst van Natuurmonumenten normaal in weidse landschappen en bossen begeeft, zich suf.

“Het begon een jaar geleden, net na de jaarwisseling”, zegt Hoogenstein. Op 1 januari 2021 hoorde hij net na middernacht grauwe ganzen overtrekken. Dat bracht hem op het idee. Vanaf dat moment turfde hij alles. Iedere mier, mug, spin, vogel, paddenstoel, vlieg of libel die hij in het vizier kreeg, registreerde hij bij de digitale databank waarnemingen.nl op de locatie van zijn huis, met foto als bewijsstuk. Hij telde zijn voortuin, balkon en huiskamer mee. Ook een klein grasveldje voor de deur, dat hij met toestemming van de gemeente in eigen beheer nam, gold als zijn urban jungle.

“Binnenshuis trof ik allerlei spinnensoorten aan”, zegt Hoogenstein. Hij laat een foto zien van een achtpoot met een lijf vol strepen. “Een getijgerde lijmspuiter”, zegt hij met een Haags accent. “Wat een naam hè? Geweldig.” Minder aangenaam was de vondst van huismuizen. Hij ving ze in een kooitje en zette ze buiten. Tóch weer een soort erbij op zijn digitale lijst.

Duizend soorten vinden

Daar was het Hoogenstein om te doen: een lange lijst scoren. Van tevoren inventariseerde de bioloog hoe ver hij zou kunnen komen. Maximaal 960 soorten, schatte hij. Zijn doel voor 2021 werd duizend soorten vinden. Zijn kippen in de tuin en alle zelf aangeschafte tuinplanten telde hij niet mee. “Die kippen trekken wel een boel dieren aan. Vogels denken: ik hoor ge-toktok, het is hier veilig. Andere dieren komen op het voer af.” Dat voordeel had hij. Maar dan nog: Hoogenstein ging ruim over zijn doel heen. Inmiddels staat de teller op 1448 soorten.

Tweehonderd soorten vliegen en muggen telde hij, 116 vogelsoorten (van ekster en koolmees tot halsbandparkiet en goudhaantje), 144 verschillende wantsen, bladluizen en cicaden. En dan nog eens 116 vogelsoorten, in de lucht of in een plant in zijn bescheiden stadstuin. De (nacht)vlinders die Hoogenstein aantrof droegen flink bij aan zijn record aan waarnemingen, met liefst 391 soorten.

“Dit attribuut hielp enorm”, zegt de bioloog. Hij laat een emmer zien, met een trechter erop. “Die zette ik in het donker buiten, met een felle lamp erop.” Dankzij die vlinderval wist hij honderden vlinders te registreren. Hij ving ook vlinders op een wit laken, met een felle lamp erop gericht. “Mijn gezin keek binnen een film. Voor mij was dit beter dan Netflix.” Dat is de les die Hoogenstein trok en deelt. “In je eigen omgeving is zoveel natuurpracht te vinden, als je goed kijkt.”

Een bijzondere treffer

De planten die Hoogenstein meetelde droegen 118 soorten bij aan zijn lijst. “Die telt niet mee hoor”, grijnst hij, wijzend op de kerstboom in huis. Hij telde alleen planten mee die op een natuurlijke manier in zijn tuin kwamen, bijvoorbeeld via zaadjes die de wind meedroeg. Dus de pruimenboom in zijn tuin niet. Toch, ontdekte Hoogenstein, waren de normale groeiers van onschatbare waarde voor de beestjes – kruipers en vliegjes – die in zijn stadstuin vertoeven. “De klimop is een zegen voor dierenleven.”

Kleurrijke mossen en korstmossen (67 soorten), slijmerige weekdieren (24 soorten) en glimmende kevers (92 soorten) legde Hoogenstein vast. Het aantal zoogdieren bleef beperkt tot zeven. Maar daar zat wel een bijzondere treffer tussen: de boommarter. Die langgerekte rover met pluimstaart dook onverwachts op. Net op een van de schaarse momenten dat Hoogenstein zijn camera niet paraat had. Gelukkig maakten de buren een paar kiekjes. “Zo kon ik het dier, dat ’s nachts terugkwam om de twee koolmezen uit mijn nestkastje te vangen, toch registreren.” Eén soort zocht Hoogenstein tevergeefs en daar zijn hij en zijn gezinsleden blij om: de hoofdluis. In 2022 zet hij het tellen op een wat lager pitje, tot opluchting van vrouw en kinderen. Zijn nieuwe missie: een boek maken over ‘zijn’ stadsnatuur.

Lees ook:

Hoe wilder de tuin, hoe diverser de natuur

In de tuin en op het balkon kunnen we zelf de natuur een handje helpen. Hoe meer bomen, planten en vijvers, hoe beter voor vogels, vlinders en bijen. Op het biodiversiteitsdashboard houdt Intratuin de score bij, met steun van Naturalis.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden