ReportageVrouw Vennepolder

De Vrouw Vennepolder moet een voorbeeld voor de wereld worden

Onderzoekers Maarten Schrama (rechts) en Krijn Trimbos in de Vrouw Vennepolder nabij Leiden. Beeld Phil Nijhuis
Onderzoekers Maarten Schrama (rechts) en Krijn Trimbos in de Vrouw Vennepolder nabij Leiden.Beeld Phil Nijhuis

Veen klinkt in en bij verdroging komt veel broeikasgas vrij. In de Vrouw Vennepolder nabij Leiden gaan ze dat helemaal anders doen: daar moet het juist groeien.

Monica Wesseling

Stromende regen, zwiepende wind. Doorweekte schoenen en tot op het ondergoed nat. Plassen op het veld, de grond zompig en zacht. Het is een rare dag om over verdroging te praten. “Maar kijk naar dat watertje daar. Het ligt hoger dan de grond eromheen. Dan weet je dus dat het mis is.”

Terwijl hem het water langs het gezicht stroomt, loopt Maarten Schrama, universitair docent ecosysteem-ecologie aan de Leidse universiteit, met grote stappen door de Vrouw Vennepolder nabij Leiden. Rondom hem een typisch veenweidelandschap met langgerekte sloten, gras groener dan groen en ‘gestreken’ percelen. Het oogt authentiek en puur natuur. Maar nee. Al in de eerste vijf minuten slaat Schrama de idylle resoluut aan diggelen. “De problemen hier en eigenlijk in het hele veenweidegebied zijn enorm. Door de ontwatering die nodig is omdat de boeren het land intensief gebruiken oxydeert het veen. Het verteert als het ware. Het gevolg is bodemdaling, waarbij de in het veen opgeslagen CO2 vrijkomt. Door de bodemdaling én de monotone vegetatie van eiwitrijk Engels raaigras is de biodiversiteit werkelijk bedroevend. Kijk om je heen. Wat zie je nog?”

En inderdaad. Wat beter en vooral realistischer spiedend tussen de dikke druppels regen door vallen slechts eenvormige grassprieten te ontdekken en her en der een enkele gans. “Grote ecologische perikelen", vult Schrama's collega, universitair docent ecosysteem-ecologie Krijn Trimbos, aan. “En daar komen nog eens de economische problemen bij. Voor de boeren valt hier nauwelijks een droge boterham te verdienen.”

Misère, maar al snel rept het tweetal breed zwaaiend met de armen toch vooral over prachtige kansen. Over dotterbloemen, bijzondere libellen en vlinders én lekker bier.

Bedroevende biodiversiteit

Het begin. Een aantal jaar geleden kocht coöperatie Land van Ons de 33 hectares grote Vrouw Vennepolder. Land van Ons is een landelijke beweging waarbij de leden grond aankopen om deze door boeren natuurvriendelijk te laten gebruiken. De Universiteit Leiden werd gevraagd een plan te maken voor het vastleggen van stikstof en CO2, een stop op de bodemdaling en opkrikken van de – nu bedroevende – biodiversiteit in de polder.

De nodige studies, metingen, onderzoeken en overleggen met de landbouw volgden en nu is het bijna zover. Zodra de winter voorbij is en het land weer droger en begaanbaar voor machines, begint het veldwerk. “Het wordt een fantastische metamorfose”, voorspelt Schrama.

De forse grondboor die hij al de hele tijd op de schouder meetorst, duwt hij met kracht de grond in. Het resultaat: een mooie dwarsdoorsnee van een meter bodem. Trimbos verduidelijkt: “Bovenin een dikke kleilaag, onderin veen. Je ziet zelfs nog de planten waaruit dat veen is opgebouwd. Zulk veen willen we dus weer laten groeien, met als gevolg bodemstijging, in plaats van bodemdaling.”

De veenvorming, een van de drie doelstellingen van het project, moet op verschillende manieren op gang komen. Waar wat gebeurt is afhankelijk van de bodemmetingen.

Verende grond

In een klein deel van de polder gebeurt de veenvorming nu nog van nature. Middenin de vlakke Vrouw Vennepolder ligt een dijkje met daarbinnen een watertje met lisdodde, gele lis en riet. Het stukje is nooit ontwaterd. “Voel je hoe de grond veert? Veenvorming. Er is nog veenmos aanwezig en de vertering van de aanwezige veenvormende planten als lisdodde en lis zorgt voor groei.”

Om de veenvorming ook op andere plekken in de polder op gang te brengen, wordt in een deel van de polder op stukken grond de kleilaag weggehaald, tot op de oude veenlaag. Zó diep dat er vanzelf water in komt te staat. Daarin worden zowel veenmos als veenvormende planten als lisdodde, gele lis en krabbenscheer aangeplant, die samen tot veengroei en dus bodemstijging moeten leiden.

Van de afgegraven klei worden kaden opgeworpen. Trimbos: “Boeren kunnen daar besdragende struiken zoals kruisbes en braam planten, en bijvoorbeeld hazelaars. Dat zijn gewassen die behoorlijke winstgevend kunnen zijn.”

Voedselarm water

De tweede manier begint ook met het – nu wat ondieper – weghalen van de bovenste kleilaag. In deze, veel uitgestrekter laagten wordt veenmos geënt, in de hoop dat van hieruit meer veen gaat groeien. Dat kan alleen als het water waar deze laagten worden gevoed, voedselarm is. Omdat het boezemwater dat wordt gebruikt dit niet is, wordt dit eerst door een nog aan te leggen helofytenfilter gevoerd.

Ook in deze laagten valt voor de boeren een boterham te verdienen. Blauwe bes, bosbes en cranberries floreren in zulke omstandigheden. En gagel; een duur maar zeer gewild ingrediënt voor de productie van speciaalbieren

En dan staat nog de aanleg van vochtige dotterbloemhooilanden met onder meer echte koekoeksbloemen en volop vlinders op het programma. Van nature komt in dergelijke gebieden veenvorming voor. Omdat het huidige boerenland bijna per definitie overbemest is en zulk kruidenrijk hooiland alleen op voedselarme grond kan ontstaan, begint de veenvorming hier pas na een aantal jaren van verschralen door hooien zonder mesten. Er kunnen straks koeien grazen die wellicht dankzij het smakelijke gras bijzondere melk en kaas leveren.

Meer begrip voor de boer

Na een korte lofzang over de smaak van boerenkaas, merkt Schrama op dat voor de boeren vooral ook de nabijheid van de stad heel belangrijk is. Door de producten direct aan de consumenten te verkopen, leveren deze meer op en brengt het boer en burger dichter bij elkaar. “Het directe contact tussen de boer en burger levert meer begrip op voor de toch vaak lastige positie van de boer.”

Mooie plannen, maar er resten wel de nodige vragen. Zoals: wie betaalt dit alles? Voor de inrichting van het land – het afgraven en de maatregelen in verband met de hogere waterstand – en de aanplant is 1,5 miljoen euro beschikbaar, opgehoest door Holland Rijnland, een samenwerkingsverband van 13 gemeenten in de regio. Trimbos: “Na tien jaar moeten de boeren op eigen benen staan. Dan moet dit nieuwe verdienmodel lonend zijn.”

Het vertrouwen is groot, de jas doorweekt, de laarzen beslijkt. Een grote zilverreiger stapt door het land, spattend rept een haas zich naar de einder.

De Vrouw Vennepolder is zegge en schrijve 33 hectares groot. Zet zo’n postzegelprojectje wel zoden aan de dijk? Zeker wel, vinden beide mannen. Trimbos: “Het klinkt misschien wat hoogdravend, maar eigenlijk willen we met dit plan de wereld veroveren. Te beginnen in het Zuid-Hollands veenweidegebied. De Vrouw Vennepolder is niet uniek. Overal vind je polders van dit formaat waar vergelijkbare kansen liggen. Echt. Dit is de toekomst.”

null Beeld

Lees ook:

Op pad in de Westbroekse Zodden: vijfentwintig soorten planten per vierkante meter

Natuurherstel in de Westbroekse Zoddenmoet leiden tot de aangroei van trilveen. “Nergens is de biodiversiteit zo groot als op dit type veen”, zegt boswachter Klaas-Jan van der Linden.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden