Met een kitspuit planten Groningse studenten en promovendi in maart zeegraszaadjes in de Grienderwaard

ReportageWadden

De terugkeer van zeegras op de Wadden

Met een kitspuit planten Groningse studenten en promovendi in maart zeegraszaadjes in de GrienderwaardBeeld Laura Govers

Zeegras is grotendeels verdwenen uit de Waddenzee. Maar herstel is mogelijk, stellen onderzoekers na vier jaar experimenteren met het planten van zaadjes bij Griend.

Onno Havermans

Gehurkt, een knie in het slib, laat Laura Govers zien hoe groot zeegras bloeit. Haar vingers glijden door de slierten van het plantje, amper groter dan haar hand, op zoek naar de zaadlobben. Het wad is hier bijna drooggevallen, het water bedekt het veld vol groene stengels nog net. “Pas op dat je niet op de planten trapt”, waarschuwt Govers bezorgd.

Het wad is glad. Ervaren wadlopers weten hoe ze hun voeten moeten neerzetten, maar wie er niet op bedacht is, kan zomaar een uitglijer maken en besmeurd raken met smurrie. Vooral de stukken waar nog net een laagje water staat zijn verraderlijk. Probeer dan maar eens tussen de groene bodembedekkers door te stappen.

Laura Govers laat zien waar de zaadlobben van groot zeegras zitten. Beeld ©Natuurmonumenten, Paul Vertegaal
Laura Govers laat zien waar de zaadlobben van groot zeegras zitten.Beeld ©Natuurmonumenten, Paul Vertegaal

Zeegras was ooit alom aanwezig in de Waddenzee en de toenmalige Zuiderzee. Boeren verbleven in de zomer wekenlang op hoger gelegen stukken als het wandelende eiland Griend om aangespoeld zeegras te verzamelen, terwijl wiervissers uit Wieringen en Texel in de velden westelijk op de Wadden zeegras maaiden. De gedroogde stengels werden gebruikt als vulling voor matrassen of om er stevige wierdijken mee te bouwen.

Wereldwijd staat zeegras onder druk

Door een wierziekte en vooral de bouw van de Afsluitdijk, die de Zuiderzee afsloot waardoor de stroming veranderde en het verschil tussen eb en vloed groter, is het grote zeegras vrijwel verdwenen van de Wadden. Maar niet alleen hier. Wereldwijd staat zeegras onder druk en de afname lijkt zelfs te versnellen, vertelt Tjisse van der Heide, hoogleraar kustecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) en samen met Laura Govers leider van het onderzoek naar herstel van zeegras in de Waddenzee. Behalve de RUG doen ook het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), ecologisch bureau The Fieldwork Company en Natuurmonumenten mee aan dit onderzoek, dat in 2018 begon.

null Beeld

Inmiddels ligt er 276 hectare aan zeegrasvelden met meer dan 200.000 planten in de Grienderwaard, het waddengebied rond het onbewoonde eilandje Griend. Groot zeegras is eenjarig, maar aangeplante velden blijken het jaar erop terug te komen en door verspreiding van de zaden over een groter oppervlak breiden ze zich ook uit. “Het eerste jaar was het spannend om te zien wat er zou blijven staan en hoeveel zaad zich zou vormen”, vertelt Govers. “Het tweede jaar was de vraag of de velden terug zouden komen. Dat zien we nu elk jaar gebeuren. Het zeegras heeft hitte, stormen en zelfs ijsgang doorstaan en ook onder die omstandigheden houden velden stand en groeien ze.”

Dat is gunstig want zeegras is een zogeheten biobouwer. Het stimuleert zichzelf en zijn omgeving, legt Tjisse van der Heide uit. Zeegras is een sleutelsoort in een ecosysteem. Het remt de stroming, waardoor zwevende bodemdeeltjes makkelijker bezinken en het zeewater minder troebel wordt en meer zonlicht doorlaat. Daar profiteert het zeegras zelf van, maar ook andere plant- en diersoorten.

Wadslakjes, garnaaltjes en roeipootkreeftjes

Zeegrasvelden fungeren als kustbescherming, ze zuiveren het water door bijvoorbeeld micoplastics op te vangen en ze slaan CO2 op. Uit studies elders zou blijken dat zeegras tot wel 35 keer zoveel koolstof opvangt als regenwoud, maar op de Wadden is dat nog niet onderzocht. Ook zijn de velden belangrijk voor de biodiversiteit als leefgebied, kraamkamer en voedsel voor soorten zoals wadslakjes, garnaaltjes, roeipootkreeftjes en zelfs vissen. Voor vissen is het wad voedselrijk, maar ook vol risico, zegt Govers: ze hebben telkens maar een paar uur totdat de zeegrasvelden droogvallen.

Zaadlobbn Beeld ©Natuurmonumenten, Paul Vertegaal
ZaadlobbnBeeld ©Natuurmonumenten, Paul Vertegaal

Het onderzoek bij Griend is gericht op groot zeegras, waarvan de droogvallende ondersoort eenjarig is en de ondergedoken vorm meerjarig. Her en der in de proefvelden popt een miniduintje van een à twee vierkante meter op, dat is gevormd door klein zeegras dat sinds 2019 ook wordt gezaaid. Klein zeegras is meerjarig en houdt daarom veel meer slib en koolstof vast dan groot zeegras. “Voor het toekomstig beheer van de Waddenzee is het belangrijk om ook te kijken naar de mogelijkheden voor het herstel van klein zeegras”, vindt Govers.

In de proefvelden is ook snavelruppia te vinden, een waterplantje dat op klein zeegras lijkt. Ruppia zoekt beschutte plekken. Groeit ergens in de Grienderwaard ruppia, dan is dat aanleiding om zeegras te zaaien, legt Govers uit. Dat blijkt aan de noordoostelijke kant van Griend beter te gaan dan aan de westkant. De stroming in de vaargeul waarvan de veerboten naar Terschelling en Vlieland gebruikmaken, sloeg de prille plantjes weg. Aan de andere kant fungeert Griend juist als buffer.

Groot zeegras Beeld ©Natuurmonumenten, Paul Vertegaal
Groot zeegrasBeeld ©Natuurmonumenten, Paul Vertegaal

Hoe groter het veld, hoe succesvoller

Het project begon in 2018 met 30 hectare en 10.000 planten, verdeeld over meerdere veldjes. Studenten en onderzoekers injecteren de zaden met een kitspuit in de zeebodem. De volgende jaren zijn grotere oppervlakken ingezaaid, met telkens minder zaad per vierkante meter, vertelt Govers. Hoe groter het veld, hoe succesvoller. “De kans op verdroging door ‘inzanding’ is dan minder groot.”

Afgelopen maart is voor het eerst een veld van 100 bij 100 meter ingezaaid, een hele hectare dus, waarbij is geëxperimenteerd met automatisering door een roller met meerdere spuiten te gebruiken. Govers bekijkt het zacht wiegende vierkant onder de waterspiegel met trots: “Een indrukwekkend areaal”.

Samen met The Fieldwork Company onderzoeken Van der Heide en Govers nu de mogelijkheden om zelf zeegraszaadjes te kweken en te oogsten. Nu komen die nog van zeegrasvelden in het Duitse waddengebied. De waard rond Griend lijkt hiervoor geschikt.

Stormvloedschoorwaleiland

Griend is een wandelend eiland, het geeft aan de westkant zand prijs aan het water en wint aan de oostkant zand terug, waarmee het zich lange tijd zeven meter per jaar over het wad verplaatste, maar ook steeds kleiner werd. Aanvankelijk probeerde beheerder Natuurmonumenten de zandplaat vast te leggen met dijken en in de jaren tachtig van de vorige eeuw is een zandhaak aangelegd, die stuifzand moest genereren.

In 2016 is de aanpak veranderd met de vaststelling dat Griend geen barrière-eiland is, zoals Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog, die op de grens liggen tussen Noordzee en Waddenzee, maar een stormvloedschoorwaleiland. Stormvloed stuwt hier van zand, schelpen en zeegras een schoorwal op in de vorm van een halve maan, waarachter een kwelder met kreekjes ligt. Dit proces wordt nu gestimuleerd door een van bagger en kokkels opgeworpen vooroever aan de westkant van het eiland en het openbreken van de zandhaak waardoor het eilandje bij stormvloed kan overstromen. Het zeegras moet het natuurlijke proces versterken.

Paradijs

Griend is een paradijs voor trekvogels en broedende kustvogels. Rosse grutto, kanoet, bonte strandloper, wulp en zilverplevier komen hier in het voorjaar en vroege zomer opvetten – ze eten zich letterlijk vol –, terwijl kokmeeuw, visdief, noordse stern en scholekster hier tijdens het broeden niet worden gestoord door roofdieren.

Zeegrasveld in de Grienderwaard. Beeld ©Natuurmonumenten, Paul Vertegaal
Zeegrasveld in de Grienderwaard.Beeld ©Natuurmonumenten, Paul Vertegaal

Begin september zijn veel vogels alweer gevlogen. Ze hebben de kwelder vol rotzooi achtergelaten, als de bezoekers van een goed bezocht festival. De strandje en duintjes achter de schoorwal liggen vol poep en veertjes. Tussen bloeiende kruiden en opschietende grassen liggen ook veel oneetbare vleugels en andere resten van meeuwen die ten prooi zijn gevallen aan de slechtvalk, die zichzelf niet laat zien.

Een enkele wulp peurt nog in het slib, een paar lepelaars vliegen over. De twee vogelwachters die van april tot eind juli op Griend bivakkeren, hebben het eilandje weer verlaten. De studenten van Govers en Van der Heide verblijven tijdens hun onderzoek op een zeilschip waar ze wadlopend naar toe kunnen, voorzichtig wadend door de uitdijende velden zeegras.

Lees ook:

Op het Waddeneilandje Griend kunnen vogels nu in alle rust opvetten

Het onbewoonde Waddeneilandje Griend ‘liep’ zeven meter per jaar. En het werd steeds kleiner. Na grondige herstelwerkzaamheden ligt het voorlopig vast. Onderzoeksters Laura Govers en Valérie Reijers schreven er een boek over.

‘Kratjes’ moeten mosselen een veilig huis bieden op de kale zeebodem

Met behulp van biologisch afbreekbare ‘kratjes’ helpen biologen verdwenen schelpdieren om zich weer te vestigen op een kale zeebodem.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden