Natuurbeheer

De staat van ontbinding: nut en noodzaak van kadavers in het wild

Het kadaver van een dode ree in het bos bij Leende. Het is een bron van leven voor allerlei aaseters.  Beeld Ton Toemen
Het kadaver van een dode ree in het bos bij Leende. Het is een bron van leven voor allerlei aaseters.Beeld Ton Toemen

Steeds vaker worden kadavers van wilde dieren getoond aan publiek. Via zogenoemde ‘KadaverCams’, speciale kijkgaten, Instagram of gewoon met het blote oog dicht erop: elke staat van ontbinding kan bekeken worden. “Stank is relatief.”

Lisanne van Sadelhoff

Als boswachter Erik Schram voor een boodschap of kop koffie in het Brabantse Leende is, het dorp dat aan ‘zijn’ bos grenst, krijgt hij geregeld de vraag ‘of er nog wat ligt’. Waarmee mensen bedoelen: of Schram nog een vers kadaver heeft liggen.

En ja, momenteel heeft Schram wel wat liggen, een ree, een kleine, zo’n 25 kilo, aangereden op de provinciale weg hier in de buurt. Hij heeft het dierenlijk een week geleden met zijn donkergroene jeep naar de speciale wildkijkplek gebracht in het Leenderbos. Het is er stil, het heeft geregend, er ligt een plasje water op wat eruitziet als een stuk vacht. Verder zijn het vooral de hoefjes die verraden dat het een ree is. Of was. Want de kop? “Weg”, zegt Schram, terwijl hij wijst naar waar dat had móéten zitten. “Er afgerukt door een vos, denk ik, en meegenomen het bos in. Hierachter is het dichtbegroeid.”

Aaseters wanen zich onbespied

Om op deze plek te komen, moet je een stukje lopen vanaf het wandelpad, 200 meter staat er op het informatiebord. “Mensen willen ook de keuze hebben om het níet te hoeven zien”, zegt Schram, “de dood blijft confronterend”. Het paadje, met een ondergrond van gevallen naalden en mos, veert een beetje onder Schrams voeten.

De plek wordt afgeschermd met hoge houten schotten met kijkgaten erin – Schram noemt het een ‘wildkijkscherm’: aaseters wanen zich onbespied, bezoekers kunnen stiekem meegluren. Er staat een cameraatje dat wordt beheerd door studenten van de mbo-opleiding Wildlife Management in Helmond die bijhouden welke aaseters eropaf komen. Er worden vaak vossen gezien (dol op de schedels), zwijnen, marterachtigen, (roof)vogels en muizen (dol op de botten). Ook niet te missen, vooral in de zomer: maden en insecten als kevers, vliegen, vlinders.

Boswachter Erik Schram installeert een wildlife camera op de plek waar de kadavers worden neergelegd. De camera registreert precies welke diersoorten op de kadavers afkomen.  Beeld Ton Toemen
Boswachter Erik Schram installeert een wildlife camera op de plek waar de kadavers worden neergelegd. De camera registreert precies welke diersoorten op de kadavers afkomen.Beeld Ton Toemen

Het is jammer dat je geur niet in woorden kan overdragen, maar, om een poging te doen: het is een geur die meteen je hele neus vult. Het ruikt weeïg, naar de vierde ontbindingsfase om precies te zijn, want dat is waar deze ree zich nu in bevindt, zo valt van het informatiebord af te lezen. “Stank is maar relatief”, grijnst Schram, “en went bovendien”. Een paar meter van het bemodderde kadaver vandaan, ligt iets wat op een nekwervel lijkt. En de poten zijn ook uit elkaar gerukt. Een soort puzzel.

Niet meer verstopt

Terugleggen van kadavers gebeurt al decennia in Nederland, maar steeds vaker worden kadavers niet meer verstopt voor het grote publiek, maar juist getoond. Via informatieborden, YouTubekanalen en het delen van video’s van aaseters op sociale media, proberen natuurorganisaties dode dieren en hun eters onder de mensen te brengen. In 2019 werd een tijdelijke KadaverCam geïnstalleerd, in Gelderse Poort, bij de Rijn, met als middelpunt een doodgereden ree. De eerste bezoeker uit het dierenrijk die erop af kwam, was een roodborstje. ARK Natuurontwikkeling twitterde onlangs nog een filmpje van een dode ree met daarop een springlevende raaf, tamelijk zeldzaam in Nederland. Diezelfde organisatie ontwikkelde ook het educatieproject Dood Doet Leven, speciaal voor scholieren.

Jaarlijks worden er zo’n 14.000 wilde dieren in Nederland doodgereden, schat Stichting Wildaanrijdingen Nederland. Die haalt in een groot deel van Nederland aangereden wild van de wegen – de plek waar de natuur en de mens letterlijk in botsing komen. Het dier dat veruit het vaakst wordt aangereden, is de ree (zo’n 13.000 per jaar), omdat er veel van zijn en ze de weg niet schuwen, omdat ze mensen niet schuwen. Verder worden er jaarlijks zo’n 300 tot 1.000 wilde zwijnen aangereden, 150 edelherten en even zoveel damherten. Een heel klein deel van de dieren wordt – onder strikte voorwaarden van de Nederlands Voedsel- en Warenautoriteiten (NVWA) – gebruikt voor humane consumptie. Een ander deel, bijvoorbeeld in het dichtbevolkte Noord-Holland, wordt door destructiebedrijven opgehaald en verwerkt, of wordt gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Dat gebeurt als het bijzondere dieren betreft of dieren die vermoedelijk ziek zijn. Het merendeel van de kadavers wordt na een check op mogelijke ziekten als biomassa teruggegeven aan de natuur.

Alles wat in de natuur is, hoort daar ook

De angst van sommige boeren dat ziekten van kadaver overspringen op landbouwdieren, is verwaarloosbaar, zegt Elke Wenting, promovenda kadaverecologie aan de Wageningen University (WUR). “Er wordt goed op gemonitord. Als er mogelijke ziektes zijn, dan wordt daar meteen naar gehandeld. Maar momenteel zijn er bij mijn weten geen ziektes in Nederland die kunnen overspringen van wilde zoogdieren naar vee.” Bovendien, zegt Wenting: alles wat in de natuur is, hoort daar ook. “Door een kadaver weg te halen of niet terug te leggen, verarm je de natuur.” Wenting en collega’s doen momenteel onderzoek in Nationaal Park Veluwezoom naar de rol van aaseters in de voedselketen. Het vermoeden is dat aaseters heel belangrijk, zo niet, onmisbaar zijn.

“Als microben, insecten, vogels en grotere dieren zich tegoed doen aan het dier, krijg je een zo groot mogelijke verspreiding van de voedingsstoffen”, legt Wenting uit. “Dode dieren bevatten heel schaarse voedingsstoffen, zoals kobalt, die we maar in héél kleine hoeveelheden nodig hebben. We krijgen die binnen via bijvoorbeeld gewassen die op onze bodem groeien. Als er niet genoeg aaseters op een kadaver af komen, dan komt er heel lokaal een veel te grote hoeveelheid van die schaarse voedingsstoffen in de bodem.” Planten kunnen er dan niet meer bij, en het kan miljoenen jaren duren voordat die rijke stoffen weer vrij komen.

Volgen staat vrij, ontvolgen ook

“Eigenlijk ben je die stoffen dan kwijt. Daarom zijn aaseters nodig: die verspreiden het over een grote gebied, via hun uitwerpselen, en ook weer doordat ze zelf doodgaan en gegeten worden.” Wenting plaatst onder andere foto’s van kadavers op haar Instagrampagina Scavening_Project. “Volgen staat vrij”, zegt ze, en, daarna, lachend: “Ontvolgen ook. Want niet iedereen zit erop te wachten.”

“Mensen staan soms ver weg van de natuur”, zegt Schram. “Daarom moeten we ze blijven voorlichten”. In 2017 deden twee studenten van de opleiding Wildlife Management onderzoek naar hoe mensen tegen kadavers aankeken. De groep zonder voorkennis van kadavers in natuurgebieden bleek meer aversie te hebben tegen het zien van zo’n dood dier, dan de groep mensen die wisten hoe en wat. Bekend maakt bemind, stelt ook Schram. “Van bezoekers die hier komen, heb ik nog nóóit een ‘bah’, of ‘gadver’ gehoord. Mensen vinden het vooral ongelooflijk dat zó veel dieren ervan eten. Dat laat zien wat voor belangrijke rol zo’n kadaver heeft.”

Een rol die deze ree – wat er nog van over is – bijna heeft vervuld.

Lees ook:

Krengen, dat heeft de natuur nodig

Dode dieren zijn voor wandelaars in de natuur geen pretje om te zien. Maar andere dieren, van vale gier en das tot zangvogel en insect, varen er wel bij.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden